Please, Open The Curtains – Ferenc Balcaen & NTGent
De doodsdrift van de melancholicus
Evelyne Coussens
© Ans Brys
Ontroerend Goed maakt al twintig jaar naam binnen het theaterlandschap met conceptuele performances. Voorstellingen als Fight Night en Thanks for Being Here bewandelden de grens tussen podium en publiek, tussen ervaren en activeren, tussen denken en doen. In hun nieuwe voorstelling Handle with Care heeft deze interactieve methode mogelijks een impasse bereikt: stopt de verantwoordelijkheid van de maker bij het uitdenken van een concept – zeker wanneer dit concept op zorg en gemeenschap gestoeld is?
De sfeer in de foyer van NTGent Minnemeers voelt tastbaar gespannen. Vermoedelijk weet iedereen al wat ons te wachten staat. Handle with Care wordt een voorstelling zonder spelers, zonder regisseur en zonder technici. Een voorstelling waarvan het verloop volledig afhangt van onszelf en van de mensen die zich hier – een tikkeltje nerveuzer dan normaal – verzameld hebben. Het muurbloempje in mij vraagt zich af of mijn belangstelling voor de liveness van participatief theater het vanavond zal winnen van mijn voorliefde om observerend en onzichtbaar op een stoel te zitten. Te horen aan de ongemakkelijke begroetingen en de vele schouderklopjes à la ‘spannend he’ en ‘succes zo meteen’ vermoed ik dat ik niet de enige ben met deze bekommernis. Ik moet het Ontroerend Goed wel nageven: Handle with Care dwaalt al door het gebouw nog voor we de zaal binnenstappen, en ik voelde me nog nooit zo bewust van mijn medetoeschouwers.
“Ik voelde me in een gestileerde versie van Expeditie Robinson.”
Een kartonnen doos staat centraal vooraan op het toneel. Een kaartje op elke stoel licht ons in dat de voorstelling begint wanneer iemand uit het publiek de doos opent. Een enthousiasteling op de eerste rij neemt dit voor haar rekening en leest de openingsbrief voor. Daarin wordt ons op het hart gedrukt dat we deze avond niets verkeerd kunnen doen, dat we elkaar moeten helpen en onthouden dat alles hier theater is. We duiken terug in de doos, die als een matroesjka gevuld is met kleinere doosjes en zakjes, met elk de inhoud van een scène. Wat hierop volgt, lijkt op een sociaal experiment – ik voelde me in een gestileerde versie van Expeditie Robinson: doosjes en zakjes worden verdeeld, sommigen voelen zich duidelijk veilig in een leidersrol en gaan er direct mee aan de slag, anderen wachten liever af. Er ontstaat onenigheid over of we al dan niet de structuur van de scènes moeten volgen – mijn buur wil niet meer meedoen als we de volgorde niet respecteren. Schuchter banen we ons een weg tussen afwachten, ruimte durven innemen en de voorstelling op gang krijgen.
We komen uiteindelijk tot de consensus toch het opgelegde tijdsverloop te volgen. Eerst bouwen we het decor op: een waslijn met papiertjes met tijdsaanduidingen en herinneringen. Het is de zesde scène ‘Zes Minuten Chaos’ die de kern van de voorstelling lijkt te bevatten: iedereen wordt het podium opgeroepen en krijgt opdrachten in de handen geduwd, die we simultaan – getimed op zes minuten – moeten uitvoeren. We plooien origami, spelen bingo, schudden handen, schrijven brieven. ‘Zes Minuten Opgelegde Teambuilding’ dekt beter de lading van wat hier gebeurt: de verbinding wordt maar oppervlakkig gelegd, omdat iedereen met zijn eigen taakje bezig is. Daarna volgen nog een groepsfoto, verhalen over voorgaande performances in het buitenland, een korte audioboodschap van Ontroerend Goed, en dan is het alweer afgelopen. Gek, want het voelde niet alsof we al aan iets begonnen waren.
“De hunkering naar zorg en nabijheid die door het theaterlandschap waart, is oprecht en belangrijk. Alleen veronderstelt die zorg meer dan een goedbedoeld concept waarvan de uitvoering verzandt in een formaliteit.”
Dat is waar het schoentje van deze participatieve methode knelt: Ontroerend Goed wil connectie, gemeenschap en zorg voor elkaar tastbaar maken, maar de aandacht lijkt vooral te gaan naar de vorm die dat verlangen moet dragen. Halverwege de voorstelling merkte ik dat het muurbloempje in mij geen angst meer kende – niet zozeer omdat ik me kon overgeven aan de beoogde verbinding, wel omdat ik het gevoel had dat er voor mij niets op het spel stond. Er werd geen echte kwetsbaarheid of openheid gevraagd, enkel een stipte deelname aan een zorgvuldig uitgedacht ritueel. De ‘care’ uit de titel werd synoniem voor voorzichtigheid en terughoudendheid, voor bezorgdheid om het concept in plaats van zorg om elkaar. Ook de brieven aan het einde, vol getuigenissen van buitenlandse toeschouwers die de voorstelling eerder bijwoonden, leken ons eerder te willen overtuigen dat hun concept echt wel goed werkt hoor. Door die verwijzing naar elders voelde ik me geen deel van een globale gemeenschap van theaterliefhebbers, maar vooral een radartje binnen een internationaal prestigeproject van Ontroerend Goed.
Dat wil niet zeggen dat Handle with Care niet aan iets wezenlijks raakt: de hunkering naar zorg en nabijheid die door het theaterlandschap waart – het volstaat om eens te grasduinen door de sites van alle grote theaterhuizen en gezelschappen — is oprecht en belangrijk. Alleen veronderstelt die zorg meer dan een goedbedoeld concept waarvan de uitvoering verzandt in een formaliteit. Ze vraagt om echte verantwoordelijkheid en kwetsbaarheid, om het onvoorspelbare risico dat echte ontmoetingen altijd met zich meebrengen en de moed om de controle uit handen te geven. Misschien begint gemeenschap juist op het moment dat het voorgelegde plan ophoudt. Dat gebied durft Handle with Care net niet te betreden.
De speelkalender van Handle with Care vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.