foto: Tim Dirven

Filip Rogiers

Leestijd 8 — 11 minuten

Haal 600.000 kiezers uit hun cordon

Filip Rogiers plaatst kanttekeningen bij de brochure Vuile handen van het Vlaams Theater Instituut en pleit voor een andere strategie.

Ruim tien jaar al kent het Vlaams Blok een steile opgang. Even lang al wordt er in democratische kringen gezocht naar strategieën en middelen om die opgang te stuiten. ‘Het tij doen keren, zo heette dat in 1991 na de eerste echte Zwarte Zondag. Het tij is niet gekeerd. Je zou verwachten dat dit leidt tot een grondige evaluatie van de aanpak van extreem-rechts, van Charta 91 tot Hand in Hand, van Blokbuster tot het platform Extreem-rechts Nee Bedankt. Die evaluatie is er nog altijd niet; het Vlaams Blok is er wél nog altijd, en sterker en groter en doortrapter en gevaarlijker. De rationaliteit gebiedt om daar conclusies uit te trekken, maar het gebeurt niet. Het ligt dan ook gevoelig. Elke kritiek op de gevolgde strategieën wordt door de initiatiefnemers al snel geïnterpreteerd als een uiting van de ‘normalisering’ van Het Probleem. Voor je het weet, word je op een hoop gegooid met de Herman Suykerbuyks, Johan Weytsen en Leo Delcroix’ die diep in hun hart dromen van een sterk conservatief rechts Vlaanderen. Hun pleidooien voor het doorbreken van het cordon sanitaire zijn niet het product van een kritische houding ten aanzien van bestaande strategieën tegen extreem-rechts, en komen al helemaal niet voort uit de bezorgdheid dat die strategieën hun doel voorbijschieten. Ook de veel gehoorde verschoning van de Blok-kiezer – ‘De politici van het Blok zijn racisten, niet de kiezers’ – is waardeloos (en bovendien onjuist) als kritiek op tien jaar strijd tegen het Vlaams Blok.

Dat hij zijn doel voorbijschiet, die strijd zoals hij tot nu toe gevoerd is, staat buiten kijf. De meeste strategieën zijn varianten van: we moeten het ware gelaat laten zien (jaren dertig, racisme, fascisme). Of ze zijn er een positieve omkering van: mobiliseren voor verdraagzaamheid. Moreel en historisch gelijk werd en wordt in al die strategieën gebruikt als wapen voor de strijd. Studie en kennis van extreemrechts, wat leidt tot staving van dat morele gelijk, worden verward met aanpak, tegen alle indicaties van inefficiëntie in. Tien jaar lang is het ideologisch ware gelaat van extreem-rechts bestudeerd, en dat is noodzakelijk, maar het levert manifest te weinig bruikbare munitie op in de strijd tegen de dagelijkse aanwas van het kiezerscorps van het Vlaams Blok.

Vele varianten hebben we de afgelopen tien jaar gezien van de bange, brave democraat die geloofde dat als hij maar lang genoeg bleef roepen tegen het Monster: je bent lelijk, ga weg, dat het ook wel weg zou gaan.

Het monster is lelijk (het morele gelijk van Charta 91, Hand in Hand etc. is een feit, maar helaas omgekeerd evenredig groot aan hun efficiëntie in de strijd), maar het volstaat niet om dat te zeggen en te herhalen om het monster ook te verslaan. Het manifeste en latente racisme van 600.000 (en veel, véél meer) mensen neem je niet weg door te blijven herhalen dat racisme slecht is. Integendeel, het zorgt er alleen maar voor dat het monster nog vervaarlijker gaat brullen. You fuck me, I fuck you. Anders gezegd, het is niet onredelijk om aan te nemen dat Charta 91, Hand in Hand en tutti quanti het Blok zelfs groter hebben gemaakt. In de strijd tegen extreem-rechts bestaat er niet zoiets als ‘baat het niet, het schaadt niet’. En in die strijd geldt meer dan in wat ook dat gelijk hebben niet voldoende is om gelijk te krijgen. Met z’n 600.000 al vormen ze dat ene grote monster. Frustratie maakt hun Grote Gelijk (het morele ongelijk dat ook een feit is) alleen maar Groter. Ze zwelgen er vandaag meer in dan in 1991. Het is een verslavende roes geworden, en dat weet iedereen die wel eens meer populaire gelegenheden frequenteert dan de bars van de Wetstraat of de foyers van de betere toneelhuizen.

Dat kiezerscorps zal evenmin slinken door de nieuwe richting die de strategieën tegen extreem-rechts de jongste jaren zijn ingeslagen. Die strategieën zijn nuchterder en technischer geworden. Extreem-rechts Nee Bedankt en de brochure Vuile handen van het vti zijn er voorbeelden van. Er wordt gezocht naar wettelijke wegen om te verhinderen dat het Vlaams Blok door zijn numerieke macht zijn verwoestende intrede zou doen in allerlei adviesraden en bestuursorganen, inclusief in de culturele sector. Het is uitstekend dat die strategieën klaar liggen als we straks een Vitroles of een Orange moeten meemaken. En het is een feit dat de druk op sommige organen vandaag al zeer groot is. De emmer loopt al over. Alleen moeten we ons de vraag stellen of, ter wille van de efficiëntie van de strijd, niet alle beschikbare energie moet gaan naar het dichtdraaien van de kraan in plaats van het opkuisen van de druppels naast de emmer. Is het niet veel nuttiger om alle democratische talent in te zetten aan de bron van die numerieke macht die dit soort rampscenario’s elke verkiezing dichterbij brengt? En die bron, dat zijn die kiezers die menig denker en actievoerder van de strijd tegen extreem-rechts niet kent, niet wil kennen. Als extreem-rechts zo veel en zo gevaarlijk politiek personeel heeft en zo dicht komt bij de poorten van de macht (in de politiek, maar inderdaad ook in het culturele veld), komt dat door haar kiezers. Zolang het getal van die 600.000 kiezers niet slinkt, heeft geen enkele strategie tegen extreem-rechts zijn nut bewezen.

Tien jaar strategieën hebben niets opgeleverd omdat we dachten dat die kiezers hun moreel ongelijk wel zouden inzien als we het maar bleven herhalen in pamfletten en op betogingen die aan die mensen voorbijgingen. Het heeft niets opgeleverd omdat we de mens onderschat hebben, omdat we dachten dat de kiezer van het Blok simpel in elkaar zat. Alsof ooit een mens simpel in elkaar zit. Zeker in de culturele sector zou men doordrongen moeten zijn van het tegendeel. We weten ondertussen dat de bestaande en nog altijd potentiële kiezers van het Blok niet meer alleen arm of laaggeschoold of slecht gehuisvest zijn. (Terzijde, dat is des te ontluisterender voor de tot nu toe gehanteerde strategieën, want die waren vooral gericht op het intellect en dus de facto op de beter geschoolde en sociaal kansrijkere kiezer.) We zouden onderhand moeten weten dat het gros van die kiezers één gemeenschappelijk kenmerk heeft: er staat een muur in hun hoofd. Ze zitten, indien al niet in een fysiek isolement, in een mentaal en emotioneel isolement. Die muur is er gekomen omdat ze niet mee kunnen en/of willen met consequent participeren aan de moderne samenleving, omdat ze bang zijn van veranderingen of gewoon niet uitgenodigd om er aan deel te nemen. Veelal zijn ze slecht geïnformeerd, niet over de genealogie en de gevaren van extreem-rechts – de crux van de strategieën tegen extreem-rechts -, maar over het ingrijpen van politiek en economie in hun leven. Hen is bij wijze van voorbeeld nooit uitgelegd op een ongedwongen en niet belerende manier waarom ze belastingen betalen, waarom Renault dichtging en hoe er in een veranderende economie op korte en minder korte termijn nieuwe, andere en misschien meer jobs zullen zijn. Hen is nooit gezegd dat een jonge Marokkaanse crimineel gestraft wordt en waarom dat crimineel-zijn niets met dat Marokkaan-zijn te maken heeft. Hen is nooit uitgelegd hoe het komt dat Turken en Marokkanen in de grootsteden wonen en leven zoals ze dat vandaag doen. Hen heeft niemand getoond dat de multiculturele samenleving geen keuze is, dat het een rijkdom én een vloek tegelijkertijd is en zal blijven, zoals het menszijn zelf. Hen is zoveel niet verteld, zoveel niet meer verteld omdat we met z’n allen dat vertellen hebben opgegeven. Hen is alleen gezegd, nee, hen heeft men alleen laten voelen dat ze slecht zijn, onverdraagzaam, dat ze naar domme televisieprogramma’s kijken, dat ze zich alleen maar onveilig voelen.

Mensen met moreel gelijk in de kwestie van extreem-rechts hebben verleerd om met die mensen te praten. We zijn verschrikkelijk asociaal geworden, terwijl we net menen dat we met onze strategieën tegen extreem-rechts de sociale zaak dienen. Sinds tien jaar en langer komen die kiezers uiteindelijk nog maar twee soorten medemensen tegen: zij die hen naar de mond praten en hun muur bewust vergroten (de neofascisten in maatpak, inderdaad) en zij die hen stigmatiseren en hun muur onbewust vergroten. Het ware cordon dat bij elke stembusslag de zwarte vlek groter maakt en het politieke cordon meer onder druk stelt; het ware cordon dat in de feiten in stand wordt gehouden is dat van de onwetendheid. Het zorgt voor een versterking van de sociale uitsluiting, en dat houdt culturele uitsluiting in. Het politieke cordon moet niet ter discussie worden gesteld, het is duidelijk en objectief juist gedefinieerd. Het primaire cordon van het isolement door onwetendheid, versterkt door de stigmatisering en non-communicatie, moet worden doorbroken. En dat is de natuurlijke sociale plicht van elke mens ten aanzien van zijn medemens.

We moeten onze handen écht vuil maken. Het sociale heruitvinden. We moeten in alle bescheidenheid ongedwongen het gesprek aangaan en vanuit ons niet geëtaleerd moreel gelijk luisteren en praten waar de gelegenheid zich maar aandient (honderdduizenden kiezers, ze zitten overal). We moeten ons in de samenleving begeven niet als Zendeling van de sociaal-economische, politieke en culturele elite – dat zijn we, of we dat nu graag horen of niet -, maar als naakte medemens. Dit mag zweverig klinken, maar het is moeilijker, complexer, alledaagser en vooral efficiënter dan het geheel van strategieën tegen extreem-rechts sinds 1991. Het is veel prettiger om onder wetenden te praten over de gevaren van extreemrechts dan om met een kiezer van die partij op een normale menselijke manier te communiceren. Geen pamflet, geen beginselverklaring, geen hoogmis van beleden verdraagzaamheid (de Hand in Hand-betogingen) zal ooit kunnen bereiken wat deze al te lang verwaarloosde sociale plicht uiteindelijk zal moeten doen. Het is de enige weg. Het is een aanpak die geen label draagt, maar die een complex is van vele kleine hefboompjes. Je hoeft zelfs niet te denken: dit doe ik om extreem-rechts te bekampen. Je moet een goed stedelijk beleid voeren omdat je een goed stedelijk beleid moet hébben, niet om minder mensen Blok te laten stemmen. Een gemeente of een wijkcomité moeten hoorzittingen organiseren omdat ze met de bevolking willen praten over een mobiliteitsplan, een centrum voor asielzoekers, een gemeentelijke belasting, etc. Dat ze daarmee sociale, culturele en politieke uitsluiting verminderen, en daardoor ook misschien extreem-rechtse stemmen beperken, is een uitvloeisel, een consequentie. Niemand moet er zich laten op voorstaan dat hij een goede daad voor de democratie verricht, alleen het resultaat telt.

Wat we nodig hebben, kortom, is populisme in de eigenlijke zin van het woord. Het is in deze bescheiden maar grootse aanpak dat media als Topradio of Dag Allemaal een belangrijke functie kunnen hebben. Uitgerekend die media waar intellectuele en culturele kringen op neerkijken, dezelfde kringen die verantwoordelijk zijn voor tien jaar strategieën tegen extreem-rechts. Maar ook deze media moeten geen journalistiek willen bedrijven ‘ter bestrijding van extreem-rechts’. Dat laatste kan het uitvloeisel zijn van hun nieuwsgierigheid en kunde om complexe verhalen verstaanbaar te maken, om te luisteren en te praten, bruggen van verstandhouding en begrip te herstellen tussen burgers en maatschappelijk verantwoordelijken, de politieke medemens op de eerste plaats. Die 600.000 Vlamingen en meer moeten opnieuw antennes tegenkomen waar ze gaan en staan. Ze moeten opnieuw aangesproken worden, nieuwsgierig gemaakt, betrokken worden.

Laat het culturele veld zich ook bezighouden met de complexe mens. Het is, dachten wij, zijn enige taak. Het is ook zijn beste engagement. Het is ook de enige weg om inherent bij te dragen tot de strijd tegen extreem-rechts. Het moet zich niet het hoofd breken over de politieke context van extreem-rechts: het is goed dat het dat doet, zoals in Vuile handen, omwille van de studie en de kennis, maar het kan haar energie voor dezelfde doeleinden (de ondertitel luidt nu eenmaal: Strategieën tegen extreemrechts in het culturele veld) beter investeren in zijn eigenlijke taak. Het doet daarmee meer voor zichzelf en voor het stelpen van de bron die wel eens in een Vlaams Vitroles zou kunnen uitmonden. Laat schrijvers en toneelmakers vooral niet opnieuw vervallen in de karikatuur van de geëngageerde kunst uit pre-postmoderne tijden. Laat de kunstenaar mee het cordon van de naakte mens doorbreken, in alle bescheidenheid. ‘Het is doorgaans gevaarlijk iemand die onze vaste waarheden verwerpt gek te verklaren, het is beter te trachten hem te doorgronden.’ (Gerard Walschap) Dat is kunst. Geen luxe, maar een plicht. Nadenken over strategieën tegen extreem-rechts en tegen het geplebisciteerd politiek personeel van het Vlaams Blok wordt met de dag en met elke verkiezing almaar nuttelozer. Want het wordt zo verschrikkelijk laat.

opinie
Leestijd 8 — 11 minuten

#69

15.10.1999

14.01.2000

Filip Rogiers

opinie