Sigrid Spinnox

Gilles Michiels

Leestijd 4 — 7 minuten

Gust Van den Berghe / Circus Ronaldo – Cinema Malfait

De clown met twee gezichten

Weinig werelden bevatten tegelijk zoveel wonder en wee als het circus. In het tragikomische filmsprookje Cinema Malfait tonen Circus Ronaldo en regisseur Gust Van den Berghe de beide gezichten van zo’n nomadische thuishaven. Hun samenwerking is een knap staaltje magisch realisme, al verliest die gaandeweg zijn evenwicht.

Tegen het midden van de 19de eeuw loopt Adolf Peter Van den Berghe, vijftien jaar, weg van huis om zich aan te sluiten bij een circusgezelschap. De Gentse jongen werkt zich op, wordt een beroemd acrobaat en sticht niet veel later het groot reizend volkstheater Van den Berghe, dat naam maakt met een unieke mengvorm van clownerie en theater. Zes generaties en veel plotwendingen later is zijn nalatenschap verveld tot Circus Ronaldo, dat nu het (gefictionaliseerde) verhaal van zijn voorvader verfilmt met … Gust Van den Berghe (geen familie).

Een toeval te mooi om waar te zijn, zou je denken. Toch zijn er wel meer redenen waarom een samenwerking tussen de filmregisseur en Circus Ronaldo er ooit eens van moest komen. Als cineast heeft Van den Berghe zich de laatste jaren (Waar de sterre bleef stille staan, Blue Bird, Lucifer) laten gelden met volksverhalen in magisch-realistische stijl. Als thuishaven voor buitenbeentjes belichaamt het oude circus die spanning tussen magie en rauw realisme als geen ander. Overdag bengelt de circusartiest onderaan de sociale ladder, ‘s avonds keert hij die acrobatisch en onder luid gejoel ondersteboven. Zo wonderlijk zijn trucs op het podium zijn, zo bedroefd is de tronie achter de schmink en het schmieren.

Die tragikomische dubbelheid ligt ook aan de basis van Cinema Malfait. Circus Ronaldo heeft voor zijn eerste film een oude vrachtwagen omgebouwd tot een knus filmtentje, compleet met tribune en beschilderde gevel. Als circusdirecteur César Malfait (Karel Creemers met sappig Brussels accent) en zijn bevallige assistentes Annemie en Pandemie je verwelkomen, stap je meteen de fictie binnen. We schrijven 1920. De Spaanse griep is net voorbij – die epidemie verklaart de leegstaande zitjes –, cinema is ‘het neufste van het neufste’, een gesprongen lamp wordt nog ouderwets met een kandelaar verholpen. Creemers weet de sfeer van de jaren stillekes feilloos op te roepen, al zijn de grappen soms voorspelbaar en duurt de proloog een tikje te lang.

De Magneetman

Voordeel is wel dat je, tijdens de magistrale opening van de film, meteen in de juiste stemming bent gebracht. In Cinema Malfait leer je Lucien (Danny Ronaldo’s debuut als filmacteur) kennen, een schuchtere jongeman met een uitzonderlijke gave: zijn lichaam zuigt metalen voorwerpen aan. Mooi, zou je denken, maar in de strengkatholieke wereld na de Groote Oorlog – gevat in knappe zwart-witbeelden – is die veeleer een beperking. In onvervalste slapstickscènes zie je hoe Lucien voortdurend in affronten valt. Tijdens de begrafenis van zijn moeder klit het wierookvat zich vast aan zijn been. ‘Zelfs nu hang je de clown uit,’ sist zijn vader (Sam Bogaerts). Als hij en zijn zoon daarna betere oorden opzoeken, wordt Lucien voortijdig meegezogen door een treinwagon.

De treinscène markeert een breukmoment. Voor het eerst staat Lucien alleen in het leven. Het toestel rijdt hem naar Frankrijk, waar hij van het treindak dondert en wakker wordt in een nieuwe wereld – deze keer in kleurbeelden. Maar dat shot van Danny Ronaldo, klevend aan de staart van de trein, had ook een symbolische schoonheid. Als je weet dat het circus van zijn voorvader als ‘trein Van den Berghe’ bekendstond, omwille van zijn lange karavaan, dan is hij in deze film de voorlopig laatste wagon in een familietraditie. Dit is dan ook het moment waarop de fictie en de realiteit door elkaar gaan lopen – niet toevallig knipoogde Creemers in zijn intro al naar de broers Lumière en hun kortfilm waarin een trein op het cinemapubliek afstormde.

In de scènes die volgen, treft Lucien het rondreizende Circus Malfait, dat op een lokaal dorpsplein een kerstparodie opvoert. Onbeholpen en dakloos besluit hij hen te vervoegen – een ontmoeting die poëtische pareltjes van scènes oplevert. In het circus wordt Luciens eigenaardigheid voor het eerst als troef ingezet. Hij mag een magnetisch dansduet opvoeren met Gervaise (Isolda Dychauk), de dochter van de tirannieke circusdirecteur (diezelfde Creemers), op wie hij slag om slinger verliefd wordt. Hun dansscènes worden gefilmd voor dromerige, pastelkleurige infini’s, die je moeiteloos meezuigen in de magie van het circus. Maar even belangrijk zijn de geblutste zielen die Lucien naast het podium leert kennen. Neem nu de gevoelige pierrot (Jan Bijvoet), of de dirigent die zwaaiend met zijn stokje inslaapt (Eric de Kuyper): net als hij leven ze pas op in de geborgenheid van de circusgemeenschap, of bij de erkenning van het publiek. In hun gezichten is de volledige ambiguïteit van Van den Berghes magisch realisme vervat. De film wordt er, wel ja, magnetisch van.

Koud realisme

Daarom is het extra jammer dat Cinema Malfait na enige tijd wegtrekt van het circus. Als Lucien verneemt dat zijn vader op sterven ligt, neemt hij afscheid van zijn nieuwe familie en trekt hij in bij zijn stijfburgerlijke buurvrouw. Met die wending ruilt de film zijn magie in voor koud realisme. Germaine stuurt hem nog wel brieven, maar de buurvrouw keert die bij de analfabetische Lucien in haar eigen voordeel en lokt hem bij gebrek aan beter in een zielloos huwelijk. Danny Ronaldo, tot dan als eenzame clown perfect gecast met zijn beduusde blik en lange manen, is plots gekortwiekt. De wonderlijke sfeer die de film zo zorgvuldig had opgebouwd, is in één klap weg. En niet eens via een verdwijntruc.

Zou het kunnen dat Van den Berghe daarom naar een vergezochte droomsequentie moet grijpen om de magie terug te brengen? In elk geval lijkt de film na Luciens vertrek zijn jus een beetje kwijt, al bewijst die valse noot te meer welke gevoelige harmonie Cinema Malfait zo lang wist te handhaven. Nee, dit hartverwarmende portret van die nomadische circusfamilie en haar bonte figuren beklijft in de eerste plaats wanneer hij de magie reëel maakt.

(Kleine epiloog)

(Of mag ik – buikspreker van de podiumkunsten – hier toch ‘theater’ schrijven? Het gros van Cinema Malfait speelt zich dan wel op het witte doek af, als recensent herken ik hetzelfde paradoxale gevoel als na elke goede theaterproductie: intuïtief wil ik Cinema Malfait een massapubliek en blockbusterzalen toewensen, tot ik me bedenk dat de film als performatief event onherhaalbaar is buiten deze specifieke context. Laat dit circus dus maar van dorp tot dorp reizen met zijn opklapbare zaaltje. En nu hopen dat de Spaanse griep uitblijft.)

 

Cinema Malfait speelt nog tot 1 augustus op de Zomer van Antwerpen.

www.zva.be

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Gilles Michiels

Gilles Michiels is freelance podiumrecensent voor o.a. De Standaard, redactielid van rekto:verso en hoofdredacteur van Open Doek.