Anno’02 FOTO SOPHIE SOBRY

Katrien Darras

Leestijd 12 — 15 minuten

Grote Storing in zuidelijk West-Vlaanderen

Katrien Darras praat met Luc Delrue, coördinator van Anno’02, over de uitstraling, de methodieken en de toekomst van een cultuurproject dat een jaar lang zuidelijk West-Vlaanderen overspoelde.

Kortrijk, leper, Roeselare, Tielt en het bijhorende hinterland’, dit is zuidelijk West-Vlaanderen, in verre omstreken bekend omwille van zijn landbouw en textiel en waar traditionalisten nog steeds in de ban van de Guldensporenslag zijn. De zevenhonderdste verjaardag van die ‘Vlaamse overwinning’ vormde de aanleiding tot een groots opgezet regioproject. In 2002 dropte Anno’02 honderden culturele parachutes, in de hoop Zuidwest-Vlaanderen blijvend op de culturele kaart te zetten. Vijftien gemeenten (Anzegem, Avelgem, Deerlijk, Harelbeke, Heuvelland, leper, Izegem, Kortrijk, Kuurne, Lendelede, Roeselare, Tielt, Wevelgem en Zwevegem) konden een jaar lang genieten van niet minder dan driehonderd evenementen, gebundeld in pakweg veertig projecten.

Het openingsoratorium Welp, een samenwerking tussen harmonie Vooruit in Harelbeke en humorologist Wouter Deprez stak het verhaal van de Guldensporenslag in een hedendaags kleedje. Daarna werd het thema van de Vlaamse strijd terug verbannen naar de mythische kerkers waaruit het even was opgevist. De herdenking van die historische gebeurtenis was slechts een alibi om de streek kennis te laten maken met de dynamiek die cultuur kan teweegbrengen. In december 2002 reisde Anno’02 door de streek voor een intensieve evaluatieronde met de deelnemende gemeenten, culturele actoren en publiek. Is zuidelijk West-Vlaanderen nu echt de culturele woestijn waarin enkel een Don Quichot bereid is ten strijde te trekken? Luc Delrue, coördinator van Anno’02, geeft zijn visie op de feiten en laat ons meteen ook weten hoe medewerkers en publiek op 2002 terugkijken.

Etcetera: Het project Brugge 2002 rolde in het voorbije jaar meer over de tongen dan Anno’02. Kan dit te maken hebben met het feit dat de afbakening van het gebied waarin jullie werkten nogal efemeer was?

Luc Delrue: Oorspronkelijk was dit cultuurproject een initiatief van de Stad Kortrijk naar aanleiding van Vlaanderen-Europa 2002. Toenmalig burgemeester Emmanuel de Bethune was echter een decentralistisch denkend man. Hij betrok er onmiddellijk andere steden bij, waarmee hij een beetje zijn eigen ruiten insloeg. Kortrijk was al gauw niet meer de spil van het project én bovendien was de afbakening ook ver zoek. Dat was inderdaad nogal vervelend. Het gebied waarin Anno’02 actief was heeft geen gezamenlijke geschiedenis of aardrijkskundige samenhang. Bovendien waren wij verplicht de projecten enorm te versplinteren zodat iedere gemeente aan bod kwam. Je mag niet vergeten dat er tachtig deelgemeenten zijn. De grote kritiek in alle evaluatiesessies, luidt dat we veel te veel gedaan hebben. Het was volgens velen beter geweest om ons te concentreren op een aantal sterke projecten.

De keuze om zeer veel kleine projecten op te zetten heeft invloed gehad op de publieksopkomst, die niet altijd even groot was. We hadden op voorhand een aantal projecten geselecteerd waarmee we dachten een bovenregionaal publiek te bereiken. Die hebben we op hun beurt onderverdeeld: Flanders Fields 1, de tentoonstelling over oorlog, media en propaganda in de twintigste eeuw, had veel meer potentieel dan een tentoonstelling als Kunststo(f)f 2, omdat de eerste veel meer inspeelt op de traditie van de regio. De beeldende kunstprojecten hebben een beperkt bovenregionaal publiek bereikt, maar om nu te zeggen: de Antwerpenaar heeft er wakker van gelegen, neen.

We zijn er wel in geslaagd om binnen de Vlaamse professionele sector zichtbaarheid te krijgen. Er komen heel veel positieve reacties en er is heel veel beweging en interactie geweest naar die sector. We hebben bijzonder veel nationale pers gekregen. Al vertaalde zich dat niet altijd in hoge publiekscijfers, het was belangrijk voor ons omdat die dingen op lange termijn iets kunnen teweegbrengen.

Nieuwe uitstraling

We hebben zeker in de regio zelf een enorme impuls gegeven aan de manier waarop met cultuur wordt omgegaan. Daarover zijn ook de evaluaties unaniem. In die zin speelde de geografische afbakening niet meer zo’n grote rol. Het is belangrijk dat we de culturele actoren in het gebied dat aan Anno’02 deelnam, kennis hebben kunnen laten maken met methodes, met zienswijzen, met een manier waarop je de dingen kan aanpakken. En dat wordt enorm geapprecieerd door die gemeenten. De tegenprestaties waren niet voor elke gemeente gelijk, maar daar wordt niet om gemaald. Het is ook zeker geen vestzak-broekzak-operatie geweest. De inbreng van de gemeenten was hoger dan de directe geldelijke terugstroom. De gemeenten vinden dat ze dankzij Anno’02 cultureel herboren zijn en dat hun stap naar het publiek een totaal nieuwe zienswijze gekregen heeft. Steden als Roeselare zijn met een aantal dingen helemaal vernieuwend gaan werken: De Groote Stooringe 3 bijvoorbeeld, was een alternatief voor de jarenlange traditie van de Rodenbachstoet in Roeselare. Het heeft veel voeten in de aarde gehad om de stad ervan te overtuigen dat De Stooringe een hedendaags en waardevol equivalent kon zijn. De reacties achteraf waren positief en Roeselare wil ermee doorgaan.

Je hebt wel grotere spelers die het psychologisch moeilijk hebben om te erkennen dat ze een duwtje in de rug gekregen hebben, de Kortrijkse cultuurinstellingen bijvoorbeeld. Kortrijk blijft trouwens helemaal een beetje als een donkere wolk boven het geheel hangen. Sommige Kortrijkse politici willen niet erkennen dat wij veel bijgedragen hebben tot het culturele landschap, maar eens Anno’02 uit the picture zal zijn, zullen die politici er zeer snel bij zijn om de verwezenlijkingen op hun naam te schrijven, zeker aan de vooravond van de verkiezingen. Ik ben er nochtans van overtuigd dat we ook de Kortrijkse actoren een aantal nieuwe richtingen hebben kunnen aangeven. We hebben hen gestimuleerd om veel meer met mensen te werken van buiten de regio en meer ambitie te koesteren in hun werking.

Dat was ook één van de basisafspraken met alle gemeenten: we konden hen enkel ondersteunen als hun project een bovenregionaal of internationaal karakter had. Dat was ook heel nadrukkelijk gesteld vanuit de Vlaamse Gemeenschap: onze opdracht was het regionale veld te mixen met de rest van Vlaanderen en hen ook zoveel mogelijk internationaal te laten werken. We zijn ervan overtuigd dat we in een heel groot gebied een nieuwe uitstraling gecreëerd hebben. En of dat nu voor tien of voor vijftien gemeenten was, dat doet er op een bepaald moment niet meer toe.

Etcetera: Ook het publiek bleek zich vooral in de eigen regio te bevinden.

Delrue: De publieksstroom tussen de gemeenten was ook eerder beperkt. Daar moet je je geen illusies over maken. We hadden zelf gehoopt op een grotere publieksdoorstroming. De Misleiding was een autozoektocht door de vijftien gemeenten. En Urt!, een opera met reuzen, deed verschillende gemeenten aan. De verschillende voorstellingen van Urt! waren bovendien aan elkaar gekoppeld door een aaneensluitend verhaal. We dachten dat iedereen van gemeente naar gemeente zou trekken om het hele verhaal te zien te krijgen. Maar het is zeer moeilijk om iemand van Tielt naar Kortrijk te laten komen. 2002, Geen Ridders was een scholenproject waarbij een aantal geselecteerde schoolvoorstellingen gedurende één weekend te zien waren in Tielt. De inwoners van de gemeenten die een schoolvoorstelling in Tielt hadden, kwamen natuurlijk een kijkje nemen. Wij dachten dat ook scholen die aan het project hadden meegewerkt, maar uiteindelijk niet geselecteerd waren, wel eens zouden komen kijken in Tielt hoe hun collega’s het deden, maar dat is allemaal zeer beperkt gebleven. Behalve voor de projecten met bovenregionale uitstraling mochten we blij zijn als er tien procent publiek van een andere gemeente kwam kijken.

Voor alle projecten samen geldt voor ons hetzelfde als voor Brugge 2002: met twintig procent van de projecten bereik je tachtig procent van de bezoekers. Wij mochten een goede 300.000 bezoekers verwelkomen, Brugge spreekt van 600.000 a 700.000 bezoekers, maar de verhoudingen blijven vermoedelijk dezelfde.

Etcetera: Het geheel van de projecten was enorm breed: podiumkunsten, beeldende kunst, straattheater en sociaal-artistieke projecten, een vredespark en een aantal architectuur- en stedenbouwprojecten. Was die veelheid van disciplines achteraf een goede keuze?

Delrue: Er is nooit een keuze gemaakt volgens disciplines. Het uitgangspunt was naar goede werkvormen te zoeken. En als je dat doet valt het onderscheid tussen disciplines en sectoren eigenlijk weg. In een context waar veel minder te doen is dan in een grootstad, kan je met een budget van 8 miljoen euro nieuwe structuren aanbrengen. En dat is ook altijd het uitgangspunt geweest. We hebben ontzettend veel disciplines aangepakt, maar dat is een gevolg van het feit dat we op een andere manier naar het publiek wilden kijken en een nieuwe definitie van cultuur wilden teweegbrengen. Anno’02 heeft met die veelzijdigheid echt bewezen dat cultuur in het algemeen een impact kan hebben op het dagelijkse leven. Er was één uitzondering op die werkwijze: we wilden beeldende kunst expliciet aanwezig stellen omdat er in Zuidwest-Vlaanderen niet veel mogelijkheden zijn voor beeldende kunst. Verder ging het vooral over methodieken en werkwijzen.

Etcetera: Waarom lag in de ene streek de focus op stedenbouwkundige initiatieven, terwijl in de andere vooral straattheater centraal stond? Zijn jullie vertrokken vanuit een kaart van noodzaken?

Delrue: Wij hebben ooit gedacht om zulke lijnen te gaan zoeken, maar aan lijnen heeft het grote publiek geen boodschap. Iedereen pikt gewoon op wat hem interesseert. We hadden wel twee belangrijke uitgangspunten: we moesten vernieuwen en we wilden ons niet concentreren op één jaar. Daar zijn belangrijke zaken uitgekomen: een architectuurproject bijvoorbeeld, omdat we merkten dat men er al mee bezig was.’

Kortrijk had al vanaf 1996 aandacht voor architectuur: er was een architectuurtijdschrift en een man als Karel de Baere die daar een belangrijke rol speelde als bouwheer.

Het project rond Cultuur en Onderwijs, C02, is een ander belangrijk voorbeeld 5. Het succes van C02 is natuurlijk te danken aan het feit dat dit gedurende een aantal jaren opgebouwd is. En we hopen van harte dat het ook na Anno’02 een weg zal vinden. Dat verhaal is zeker nog niet ten einde. Voor architectuur is het verzekeren van die continuïteit moeilijker. Er is een architectuurprijs uitgeschreven, maar de vraag is of dat voldoende waarborg biedt om de aandacht voor architectuur levend te houden.

Wat ik wil zeggen is dat Anno’02 niet één groot verhaal is, waarin je allerlei lijnen kan onderscheiden. We zochten gewoon naar dingen die in een bepaalde streek een potentie hadden.

Etcetera: Vandaar dat jullie benadrukten dat een lokale inbedding zeer belangrijk was.

Delrue: Ja, en daar hebben we ons misschien wat op miskeken. De keuze voor onze werkwijze was veel intensiever dan die van een gewoon kunstenfestival. Het reuzenproject werkt niet als je niet ingebed bent in het lokale leven. Maar die inbedding is heel arbeidsintensief en eist dat je er heel lang op voorhand mee bezig bent. De ploeg van Anno’02 werkte aan 200 km/uur en als je je dan moet inbedden in dat leven moet je je snelheid heel erg aanpassen. Dat is misschien te weinig gebeurd. Dat zijn heel belangrijke lessen: als je wil werken met sociaal-artistieke projecten en veel cross-overs, moet je heel veel geduld hebben.

Etcetera: Nochtans zijn jullie vanaf 1998 naar buiten gekomen met een aantal projecten, maar dan werd jullie weer verweten dat die voor een selecte doelgroep waren.

Delrue: Ja, en daar ga ik niet mee akkoord. Maar ik ben er nu wel van overtuigd dat het geen goed idee was. Theoretisch gezien kan je dat perfect verantwoorden, maar je creëert een enorm verwachtingspatroon. Men kijkt naar je organisatie vanuit die ene bril en je krijgt geen kans meer om het juiste pad te kiezen. Er is een groot feest geweest op de Markt in Kortrijk en het publiek heeft zijn verwachtingen te veel in die richting laten sturen. Iedereen dacht: ach, Anno’02 gaat nu elk jaar dit soort dingen doen, terwijl dat helemaal onze bedoeling niet was. De kleine samenwerkingsverbanden op voorhand zijn wel zeer zinvol geweest. We werkten al een aantal jaren met de scholen samen en dat creëert wederzijds vertrouwen en een goede band. Als je één keer naar buiten gekomen bent en daarna duurt het twee jaar voor je eigenlijke project begint, denken de mensen blijkbaar dat je niets meer aan het doen bent. Je haalt je enorm veel problemen op de hals en je kan niet meer rustig verder werken. Je werkt jezelf klem omdat je wordt getaxeerd op wat je hebt getoond.

En er is binnen de organisatie ook een belangrijke verschuiving geweest. Patrick Allegaert (was oorspronkelijk artistiek directeur, maar beperkte zijn rol vanaf 2000 tot die van adviseur) wilde vooral veel kleine dingen doen gedurende een lange periode en oogsten wat daaruit kwam. De raad van bestuur daarentegen vond dat we in de kijker moesten staan met grote projecten en honderdduizenden mensen naar de regio lokken. Eigenlijk is Anno’02 een beetje tussen de twee blijven hinken. Enerzijds deden we een onderzoek om op een nieuwe manier aan cultuur te doen, anderzijds moest het een megafestival worden met een soort historische tentoonstelling over 700 jaar Vlaanderen voor honderdduizend mensen. De oude piste hebben we nooit helemaal verlaten en de andere hebben we gelukkig maar in beperkte mate bewandeld.

Etcetera: Wat is je bedenking achteraf? Was de keuze van Patrick Allegaert een goede, of heeft een project in een regio als deze toch nood aan fenomenale projecten die het publiek aantrekken?

Delrue: Wat ik vooral belangrijk vind is duurzaamheid. Je kan drie keer vuurwerk afschieten voor zeer veel volk, maar daar creëer je niets mee. Een vernieuwende schwung brengen in een stad is oneindig veel belangrijker dan één keer een raket af te schieten. Met C02 hebben we dat echt bereikt. Al in 2000 kwam iedereen die iets met onderwijs te maken had naar de streek om dat project te bekijken. Kathy Lindekens vond ons het goede voorbeeld.

Ook de werkwijze van Anno’02 in het algemeen heeft blijkbaar inspirerend gewerkt. Men komt nu uit Limburg en uit Turnhout om nader kennis te maken met de format van Anno’02 en zelf een dergelijk project op te zetten. We hebben een werkwijze doen ontstaan waar mensen interesse voor hebben en dat vind ik het belangrijkste. En dat dat niet genoeg in de verf werd gezet, is een spijtige zaak. Er is heel veel stellingenoorlog gevoerd rond wat er gedaan moest worden, zonder na te denken over waar we moesten eindigen. We hebben in het begin misschien ook te weinig geaccepteerd dat je zo’n enorme som geld niet kan legitimeren met alleen maar kleine projecten, en dat alleen daarom al een vuurwerk nodig is. Maar je moet opletten met het verhaal dat je daarover ophangt. Anno’02 had twee doelstellingen: groot publiek én brede publieksparticipatie. Die hebben niet noodzakelijk iets met elkaar te maken. Brede publieksparticipatie betekent werken naar diverse doelgroepen en individuen toe en loopt zelden parallel met veel volk. Ik vind het onwezenlijk belangrijk dat je weet waar je wil eindigen. Wij kozen echt voor duurzaamheid. Er zijn dingen die zullen blijven en er zijn zelfs dingen die en route de parcours zijn ontstaan. In Kortrijk worden de paardenstallen achter het museum een nieuwe tentoonstellingsruimte voor hedendaagse kunst. Kunstenaars zijn in de wolken als ze dat zien. En dat is mogelijk geworden door onze extra aandacht voor beeldende kunst in de regio. Er is ook ARTBOX, een tentoonstellingsruimte in Waregem, die erg ter discussie stond, maar die er nu dankzij Anno’02 en de provincie West-Vlaanderen toch gekomen is.

Etcetera: De inbedding in het lokale cultuurleven was belangrijk. Toch was vrijwel geen enkel project geënt op bestaande activiteiten. Zelfs de meest lokale projecten werden van bovenaf in de regio gedropt. Was dat een bewuste keuze?

Delrue: Er was quasi niets waarop we ons konden enten! Waar we het konden, hebben we dat wel gedaan. In Lendelede is harmonie Burleske een samenwerking aangegaan met professionele muzikanten. Misschien hebben we ook te weinig geprobeerd om in te breken in het bestaande leven. Zoals ik zei hadden we gewoon de tijd noch de mensen.

Anderzijds moet je ook niet gaan verwezenlijken wat er al is. In de evaluaties liet iedereen zich positief uit over het feit dat we nieuwe dingen aanbrachten. In het begin was er een enorme druk vanuit het sociaal-culturele leven en het verenigingsleven. Maar achteraf zeggen zij zelf dat ze nu heel blij zijn met de dingen waar ze het eerst heel lastig mee hadden. Hadden we het geld aan hen gegeven, dan was alles gewoon hetzelfde gebleven. In die zin is het een bewuste keuze geweest en het blijkt achteraf ook de juiste te zijn geweest. Je moet hen gewoon tonen dat het anders kan. En als je een goede inbedding hebt, lukt dat ook wel. Dat is een van de fundamentele problemen met betrekking tot het nut van dit soort projecten: om die succesvol te laten zijn heb je edities nodig. Alles wat we meer dan één keer deden, lukte zeer goed. Je zag het publiek elke keer groeien. En als je die projecten volgend jaar opnieuw kan opzetten zal je dubbel zoveel publiek hebben. Je zou wel kunnen zeggen: oké, wij hebben ervoor gezorgd dat het er kwam, nu kunnen de gemeenten wel zelf verder. Maar het jammere is dat het vaak dure projecten zijn.

Etcetera: Tijdens de voorbereiding van Anno’02 is het debat rond cultuurparticipatie losgebarsten. Heeft die discussie je iets bijgebracht voor het realiseren van dit project?.

Delrue: Met de projecten die zeer goed ingebed waren in het lokale leven hebben we zeker een nieuw publiek bereikt. Waren ze te weinig ingebed, dan speelden we voor de reeds overtuigden. Ik denk dat bijvoorbeeld Vitrine 6 een zeer goed ingebed project was en ook zeer geslaagd is. Het reuzenproject was dat gedeeltelijk, in de ene gemeente al beter dan in de andere. In Avelgem was het fantastisch, er daagde 550 man op. Iedereen, jong en oud, zat door elkaar naar die opera te kijken. Het was er echt muisstil. Op de plaatsen waar orkesten en koren actief waren en waar het cultureel centrum er achter stond, was dat een echt succes. Je ziet dat ook met het Bal Moderne, de ene keer was dat een fantastisch feest, en de andere keer was er geen volk. In Heuvelland waren er tweehonderd mensen en stonden de schepen van Cultuur en de burgemeester op de dansvloer. We hebben er te weinig tijd voor genomen bij gebrek aan ervaring en we hebben misschien te veel hooi op onze vork genomen. Maar dat is achteraf natuurlijk allemaal gemakkelijk gezegd. Maar zelfs de projecten die minder volk trokken hebben hun doel niet altijd gemist. De gemeenten zelf zijn er nu echt wel van overtuigd dat cultuur meer kan zijn dan een tentoonstelling en een fuif.

Etcetera: Er waren de grote projecten met internationale kunstenaars. Heb je het gevoel dat zij lokale organisatoren geïnspireerd hebben?

Delrue: Voor Lost Past 7 in leper kan ik daar geen antwoord op geven, want ik ken de situatie in leper niet genoeg. In elk geval werd Lost Past vooral bezocht door mensen die niet van de streek waren. Ik weet wel dat de verantwoordelijke van het stedelijk museum in Kortrijk helemaal niet tevreden was met Kunststo(f)f. Ze beweert dat het museum minder publiek had, omdat de tentoonstelling niet gratis was. Gewoonlijk stoppen alle toeristenbussen die Kortrijk aandoen bij het museum. De toegang is er ook gratis. En men is het in bepaalde middens blijkbaar niet gewoon om voor cultuur te betalen. De bussen kwamen dus niet langs tijdens Kunststo(f)f. De conservator geeft wel toe dat er een ander soort publiek talrijk is komen opdagen, maar zij vreest dat dit een eenmalig publiek was. Nu, als de tentoonstelling gratis was geweest, was de discussie misschien helemaal anders verlopen, maar dit is toch niet echt een basis om te gaan discussiëren. Dat een internationale curator als Pier Luigi Tazzi komt meewerken aan een tentoonstelling, dat speelt blijkbaar niet. Ik heb er in het algemeen mijn vragen bij of grote publieksmanifestaties hun invloed hebben op lange termijn. Er bestaat geen eenduidig antwoord.

Etcetera: Tot slot: heel wat projecten worden verdergezet na 2002. Zal de structuur zelf nog een rol spelen in de toekomst?

Delrue: Echt duurzame projecten moeten op eigen benen kunnen staan. Dat vind ik nog altijd de juiste optie. Anderzijds wordt er wel over nagedacht om Anno’02 verder te laten bestaan als een soort inspirator, als een platform om bovenregionale initiatieven een impuls te geven. We hebben nu wel Overleg Cultuur – overigens de enige regionale samenwerking die dankzij het nieuwe Decreet op Lokaal Cultuurbeleid is ontstaan. Maar dat is een verzameling van gemeenten en dus een vrij ambtelijk apparaat. We moeten nagaan hoe we daarmee kunnen samenwerken. Ik denk dat Anno’02 als logo naar de buitenwereld een positieve bijklank heeft, in Kortrijk iets minder, maar zeker in de andere gemeenten. Als je dat label gemaakt hebt, zou je gek moeten zijn om het in de vuilbak te gooien. In die zin moeten we daar goed over nadenken. Het zou toch op één of andere manier verder kunnen functioneren.

1 In Flanders Fields Museum leper

2 Kunststo(f)f: tentoonstelling met een selectie van designers die experimenteren met nieuwe materialen, vormen en productietechnieken

Curator: Hilde Bouchez, Broelmuseum Kortrijk

3 Havenbuurt Roeselare, Een festival rond kunsten op straat

4 M21 staat voor regionale ondersteuning van hedendaagse architectuur en stedenbouw in de regio. In 2002 bracht M21 drie atlassen uit met plannen voor verschillende gebieden. M21 wordt verdergezet na Anno’02. In 2002 waren er de architecturale parcours per fiets of per bus en een tentoonstelling over architect Huib Hoste

5 C02 is een regionaal steunpunt voor Cultuur en Onderwijs. In 2000 en 2001 werkten meer dan 30 scholen samen met kunstenaars en volgden 4000 leraars een culturele navorming

6 Parcours rond design in de binnenstad van Kortrijk naar aanleiding van de designbeurs Interieur

7 Kunstparcours in leper met curator Moritz Kling

 

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

interview
Leestijd 12 — 15 minuten

#85

15.02.2003

14.05.2003

Katrien Darras

Katrien Darras, redacteur van Etcetera, is licenciate in de Kunstwetenschappen en behaalde het aanvullend diploma Culturele Studies aan de K.U.Leuven.