Carlotta en Mil, ‘The Snakesong Trilogy’, Luik – Needcompany / Maarten Vanden Abeele

Johan De Vos

Leestijd 2 — 5 minuten

Grote dingen worden kleiner, kleinigheden groter

Fotograaf Maarten Vanden Abeele

Johan De Vos over de theaterfoto’s van Maarten Vanden Abeele, laureaat van de Herman Teirlinck Prijs – Theaterfoto 1999 en fotograaf van de covers van Etcetera in 1999.

Het beeld is vooral een dikke veeg donkerte. De veeg is haar. Het licht in de achtergrond dringt er door en de man houdt zijn ogen dicht. We zien niet veel. En toch lijkt het een schaamteloos stukje intimiteit. De fotograaf en de modellen waren het er zichtbaar over eens. De kijker weze gewaarschuwd: dit is een complot.

De modellen zijn acteurs en ze hebben een naam: Carlotta Sagna en Mil Seghers. De fotograaf is Maarten Vanden Abeele. Hij nam de foto tijdens een tournee van de Needcompany. De foto werd in 1997 gemaakt in Luik en dit jaar bekroond met de Herman Teirlinck Prijs voor theaterfotografie. Theaterfotografie, zo blijkt, wordt meer en meer fotografie. En met ‘fotografie’ bedoel ik de foto’s die de stevige fotografen maken in het openbaar. En met ‘stevige fotografen’ bedoel ik de fotografen die breed geïnformeerd zijn over wat er in de wereld gebeurt.

De fotografen zijn niet meer zo gedienstig. Vroeger stonden ze in de zaal en luisterden ze naar de regisseur. Ze fotografeerden wat hij het hoogtepunt heette en zorgden ervoor (door de film zacht te ontwikkelen) dat het decor ook zichtbaar werd. En als ze actrices fotografeerden, dan schroefden ze een zachte lens op het toestel, om het craquelé van de maquillage te verdoezelen. Schoonheid was dan: alles wegnemen wat de kijker zou kunnen storen en alles laten zien wat kostbaar was en veel werk gevergd had. De foto’s waren een herinnering. De toeschouwers genoten dan nog eens na en diegenen die het stuk nog niet gezien hadden werden verleid om misschien toch een plaats te reserveren.

Maarten Vanden Abeele gaat zijn eigen weg. Hij kiest zijn eigen moment op en naast de scène, tot in de hotelkamer voor en na de opvoering. Hij maakt beelden die zijn interpretatie zijn van het stuk en van de beweging. Wat we zien is de visie van Maarten Vanden Abeele en van niemand anders. Hij is een fotograaf, beter geïnformeerd, zeker van zichzelf, hij heeft een klad theater opgezwolgen en reproduceert het nu in de vorm van foto’s. In een boek bijvoorbeeld. Inderdaad, deze prijswinnende foto verscheen over twee bladzijden in het boek tussen zijn andere foto’s. Op de vorige pagina is er een donkere kleurenopname van in de kleedkamers en de volgende bladzijden tonen enerzijds een vliegtuig in een korrelige lucht en de nette kleurenfoto van een leeg appartement.

Met deze foto’s komt Maarten Vanden Abeele letterlijk dicht. We zien de lange gekrulde wenkbrauwen van Mil. Daar heeft hij dus op scherp gesteld en hij koos een moment waarbij Mils mond al open staat en de gelakte nagels van Carlotta graaien in diens stoppelbaard. Het beeld is korrelig en onscherp, we zien maar half wat er gebeurt en dat is maar goed ook, we zien genoeg. Deze foto geeft het gebeuren deze allure, de beweging waar ik geen woorden wil aan vasthechten. Het zijn beelden die weer andere beelden oproepen. Voor deze foto’s hebben de fotograaf en zijn modellen/acteurs samengewerkt, ze hebben de werkelijkheid en de fictie bewust en onbewust herspeeld, openlijk, provocerend, om ons, de kijkers, te hebben. Ik zie dat.

Bij intimiteiten is de fotografie op haar best. De – letterlijk – grote dingen worden kleiner bij foto’s en geluidloos en onbeweeglijk. De kleinigheden worden groter en zichtbaarder en minder vergankelijk. Soms is dat goed.

artikel
Leestijd 2 — 5 minuten

#70

15.12.1999

14.03.2000

Johan De Vos

artikel