© Luk Monsaert

Leestijd 6 — 9 minuten

Groenten uit Balen – Stany Crets/één zee

Is er wel een staking aan de gang?

Met een ‘sterrencast’ regisseert Stany Crets Groenten uit Balen, een oer-Vlaamse klassieker van Walter Van den Broeck. De klassenverhoudingen zijn de voorbije vijftig jaar grondig veranderd, maar historische tegenstellingen worden in deze enscenering wel erg gemakkelijk weggemasseerd. Ondanks de krachtige acteerprestaties van de hele cast laat Groenten uit Balen een ongemakkelijk gevoel na. 

Voor het etiket ‘Vlaamse klassieker’ moet je op je hoede zijn. Meestal gaat het over naturalistisch drama, met Cyriel Buysses Het gezin Van Paemel als schoolvoorbeeld, waarbij familiedrama’s zich afspelen tegen onwrikbare sociale tegenstellingen en waarin (katholiek) conservatisme de mogelijke strijdbaarheid van de (anti-)helden fnuikt. Het productiehuis één zee probeert het genre te reanimeren, onlangs nog met een brave, tekstgetrouwe versie van Hugo Claus’ Thuis en nu opnieuw met Groenten uit Balen, waarmee Kempenaar Walter Van den Broeck in 1972 doorbrak als (toneel)schrijver. Tijdens de ‘wilde’ staking bij het metaalverwerkend bedrijf Vieille Montagne (nu Nyrstar) in Balen speelt zich een klein familiedrama af, dat terzelfdertijd de klassenstrijd blootlegt in de Kempen, toen nog onbetwist territorium van de conservatieve CVP. 

Het gezin waarin zulk drama zich afspeelt is meestal een metonymie voor een grotere groep mensen met vergelijkbare sociale status, een klasse dus. De dramaturgische uitdaging is om die herkenbare nabijheid te rijmen met het grotere maatschappelijke conflict: sociaaleconomische ongelijkheid, ethisch conservatisme, patriarchale verhoudingen – plus de strijd tegen het onrecht dat hieruit is ontstaan.

Of de makers nu die uitdaging aangaan of niet, het blijft merkwaardig dat sommigen kiezen voor de naturalistische setting van het origineel, alsof ze nooit iets vernomen hebben over brechtiaanse Verfremdung. We moeten ons blijkbaar vooral kunnen inleven in de individuele personages: hun sociale ‘gesitueerdheid’ is interessant, maar meer inkleuring dan substantie. Regisseur Stany Crets gaat zeker in het eerste deel grotendeels mee in deze orthodoxie, hoewel hij het drama in het tweede deel meer opengooit. Maar in welke richting?

“Deze Groenten uit Balen is niet echt een sociaal drama.”

Iedereen zaagt

De voorstelling opent met een grappig rondje drukdoenerig rond-de-tafel-lopen ten huize De Bruyker. Vader Jan wil naar zijn werk vertrekken (dat heeft nogal voeten in de aarde), moeder Clara wil aan haar huishoudelijke routine beginnen (die afwas blijft maar staan) en dochter Germaine ligt languit in de zetel of loopt doelloos achter zichzelf aan (ze heeft buikpijn, braakneigingen). De herhaling van deze handeling zet meteen een toon van zelfrelativering: een arbeidersgezin wil opklimmen, wil lijken op een middenklassegezin. Niet fanatiek, wel ijverig. Een illustratie van de gunstige conjunctuur waarvan iedere Vlaming in de jaren 1960 kon profiteren, dat is toch het verhaal dat er achteraf van werd gemaakt. Rond het realistische meubilair, vintage 1971, staan skeletten van deuren en binnenmuren, zoals in Lars von Triers Dogville. Zo kunnen we ook binnenkijken in de slaapkamer van Clara en Jan, het toilet en de ‘schuur’ waar de opa woont. Het volgende ogenblik beginnen de personages tegen elkaar te razen, iedereen is aan het ‘zagen’. Vooral moeder (Tania Van der Sanden) en dochter (Lien Thys) zijn virtuoos in hun verbaal mitrailleurvuur, in ongekuist Kempisch dialect. Deze Groenten uit Balen kiest trouwens onvoorwaardelijk voor streektaal, van Arendonk over Turnhout tot Nijlen. Elke acteur mag zijn eigen accent gebruiken, en dat doen ze gretig. 

Even lijkt Groenten uit Balen dus een (donkere) komedie te worden, maar dan keert Jan (Ben Segers) onverwachts terug uit de fabriek. Stakingsposten hebben de toegang versperd. Die historische staking bij de zinkfabriek van Vieille-Montagne (nu Nyrstar) uit 1971 was de inspiratiebron voor Van den Broecks eerste toneelstuk: een scherp loonconflict, een zogenaamd ‘wilde’ staking die de vakbonden pas na veel aarzeling gingen steunen, versterkt door groeiende ergernis over gezondheidsproblemen – zink, lood en andere smeerlapperij in de lucht. Om de ellende nog te vergroten zal ook Germaine, die werkt als caissière, haar job verliezen na een absurde winkeldiefstal. Clara probeert het leven enigszins overzichtelijk te houden, maar ze vreest dat ze hun autootje, hun koelkast en hun televisie gaan verliezen. Op dat moment moet het huiselijke drama nog beginnen. Familiale issues krijgen de overhand: de zwangerschap van de te jonge Germaine, haar relatiebreuk met de vader van het kind, de vrees van Clara om de bescheiden woning te verliezen en daarbovenop de rancune van opa. 

Zijn volwassen leven lang heeft vader Jan aan de groten der aarde (Nixon, Brezjnev, koning Boudewijn) brieven geschreven die Clara stelselmatig in de kolenkachel gooide. Op het einde zit hij zwijgend op een stoel – het enige overgebleven decorstuk – in de cirkel van een spot en staart hij voor zich uit. De stakers hebben uiteindelijk gewonnen, maar hun veilig bestaan ligt aan scherven. Jan heeft de zoveelste brief aan Boudewijn klaar, die hij nu zelf verscheurt. De strijdbare conclusie (‘Tot de volgende ronde!’) is door Ben Segers wat weggemoffeld. Hij zal niet meer met zijn vuist zwaaien.

“De metonymie van het getroffen gezin verliest politieke betekenis, en er blijft enkel nog melodrama over, misschien ook tragiek – Jan op zijn stoel.” 

De verlatenheid van Jan De Bruyker, eenzaam als Timon van Athene maar met een goed karakter, is een krachtig beeld, dat ook de teneur van Stany Crets’ enscenering blootlegt. Groenten uit Balen is niet echt een sociaal drama. Walter Van den Broeck heeft het geschreven ten tijde van onwankelbare ideologieën, een CVP-staat en een koude oorlog. De studentenrevoltes zinderen nog na en Crets geeft dat ook aan: Street Fighting Man, hét protestlied van The Rolling Stones, opent en sluit de voorstelling. Maar vandaag, in tijden van hyperpolitiek waarin demonstraties van honderdduizenden zelden nog een rimpeling veroorzaken op beleidsniveau, is de stemming anders. Een loonconflict ondermijnt de concurrentiekracht, zegt men, vakbonden zijn verkalkt en verouderd, ook dat zegt men. Abortus is gelegaliseerd, herinneringen aan oorlogen zijn verdwenen, enkel geplande asielcentra en windmolens verhitten nog gemoederen. Die ideologische leegte contrasteert schril met de klassenstrijd bij het gezin De Bruyker, anno 1971. De metonymie van het getroffen gezin verliest politieke betekenis, en er blijft enkel nog melodrama over, misschien ook tragiek – Jan op zijn stoel. 

Debat afgelopen

In het tweede deel is de bühne inderdaad opengetrokken – meubels aan de kant, muren en deuren weg – maar de buitenwereld komt nog steeds niet binnen. Ook bij Walter Van den Broeck is het symbolisch geweld van de staking afwezig, maar men wist vermoedelijk allemaal dat deze staking méér was dan het canvas van een melodramatisch tafereel. Uitstekende, subtiele, nooit schmierende spelers – de zendmicrofoontjes zijn erg nuttig – maken dit melodrama twee uur lang geloofwaardig, maar de klassenstrijd lijkt al lang gestreden. En niet in het voordeel van mensen als de De Bruykers. Je vraagt je af, niet meteen maar later, waarom een ongewenste zwangerschap zo’n drama moet zijn. Voor de betrokkenen zeker, maar voor de toeschouwers is het vandaag niet meer dan een heftige anekdote. Dat je tijdens de voorstelling toch nooit de indruk krijgt dat het om een fait divers gaat, een plot uit een stationsroman, is de verdienste van de spelers, van de slimme dialogen van Van den Broeck en van de regie van Stany Crets die absurditeit toelaat, die uitbarstingen temt, die dwingt naar figuren te luisteren die ons frontaal aanspreken. 

De klassenstrijd is weggepoetst, we weten niet meer welke ideologie welke verzuchtingen zou rechtvaardigen. Toen was loonopslag een meer dan rechtvaardige compensatie voor arbeid in ongezonde omstandigheden. Nu is het dat eigenlijk ook nog, maar looneisen hinderen vooral de sacrosancte concurrentiekracht. Debat afgelopen, wat rest is medelijden met de eenzame vader, de wegkwijnende moeder en de dochter die een risicovolle toekomst tegemoet gaat, met een kind. Enkel god ontbreekt. Dat is dus melodrama.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans (1959) is Doctor in de Rechten. Hij werkt als docent en onderzoeker aan het RITCS. Hij is actief als dramaturg en regisseerde twee toneelstukken: Bulger (2006) en Sleutelveld (2009). In 2022 verscheen The Dramatic Society. Essays on Contemporary Performance and Political Theory, bij Routledge.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!