Leestijd 3 — 6 minuten

GOD. – BOG.

Taal op de grens van (on)eindigheid.

Vier jonge acteurs staan onbeweeglijk voor een wit doek en kijken minutenlang de zaal in, verwonderd, terughoudend, hoopvol. De lichten in de zaal blijven aan, dus staren de toeschouwers terug en wachten nieuwsgierig af. Plots opent één van de spelers haar mond. ‘We zijn er’, zegt ze op vastberaden toon. Het begin van GOD., de nieuwste creatie van het jonge theatercollectief BOG., klinkt zelfverzekerd. Het thema vandeze derde voorstellingvan Sanne Vanderbruggen, Lisa Verbelen, Judith de Joode en Benjamin Moen is dat echter allesbehalve.

Die thematische onzekerheid krijgt meteen een stem, in de vragen die op de openingszin volgen. Want waren dit wel de juiste woorden? En zijn we nu eigenlijk al begonnen? Wat was het precieze begin? Terwijl we langzaam terugkeren naar de oerknal doven ook de zaallichten uit. De gsm’s staan nu echt uit, het geluid van ongemakkelijk geschuifel op stoelen sterft weg en de theatrale beginvragen veranderen in levens- en zinvragen. Is God een brok, een idee of een dier? Waarom ben ik geboren? Is dit het einde? Wat is ‘iets’? Weten we zeker dat we helemaal niets zeker kunnen weten?

Het is slechts een greep uit de eindeloze stroom van vragen waarop BOG. in GOD. een eerlijk antwoord probeert te formuleren. Dat uit iedere repliek razendsnel een nieuw vraagstuk voortvloeit, lijkt de jonge makers niet te deren. Schijnbaar moeiteloos rijgen ze de gedachten, onzekerheden en feiten die het thema ‘geloven’ oproepen, aan elkaar. Associaties met het woord God – van Kanye West tot kindermisbruik – worden zonder aarzeling gevolgd door een reeks -ismes. Boeddhisme, kapitalisme, chauvinisme, ietsisme en uniformitarianisme vloeien dan weer met het grootste gemak over in een ritmische opsomming van elementen die de jonge makers verwonderen en ontroeren. Van aanstekers tot groepsdynamiek; het geloof van BOG. lijkt geen grenzen te kennen.

Zo ontvouwt GOD. zich als een associatieve en poëtische woordenstroom, die zich op subtiele wijze steeds weer herhaalt en herdefinieert. Het onderwerp ‘geloven’ wordt gewikt, gewogen, aangeraakt, afgestoten, geproefd en weer uitgespuwd. De kijker krijgt nauwelijks de tijd om naar adem te happen, al is er soms wel ruimte voor een humoristische noot of een stil moment. Ook de taal – “die niets specifieker kon verzinnen dan ‘iets’ of ‘dingen’” – kent immers haar grenzen.

Ondanks het ontoereikende karakter van onze woordenschat ontplooit GOD. zich juist dankzij de taal als een knap staaltje poëtische performance. Helaas schuilt ook daarin de valkuil van deze verbale voorstelling. Door de bewonderenswaardige beheersing en zelfverzekerdheid waarmee het collectief zijn woorden over de scène laat rollen, verliest het thema van GOD. ook zijn precaire karakter. Op geen enkel moment lijkt BOG. te wankelen, te weifelen of te aarzelen. De kwetsbaarheid waarmee het onderwerp ‘geloven’ gepaard gaat, vervaagt door de manier waarop de vier makers hun zelfbewuste woordenstroom neerzetten. We zien een collectief dat inhoudelijk schippert tussen atheïsme en verwondering, maar dat in de uitvoering daarvan nooit echt twijfelachtig of broos is; dat nooit écht in een existentiële crisis verkeert.

Eén ding is zeker; na de voorstellingen BOG. een poging het leven te herstructureren (2013) en MEN. de mening herzien (2014) tonen Sanne Vanderbruggen, Lisa Verbelen, Judith de Joode en Benjamin Moen wederom dat ze de grootse en onbevattelijke thema’s niet schuwen. Met GOD. doen ze een gewaagde en moedige poging om het gewichtige onderwerp ‘geloven’ te benaderen, en dit met slechts één hulpmiddel; de kracht en poëzie van hun taal. GOD. ontvouwt zich zo als een associatieve en gevleugelde, maar enigszins vrijblijvende woordenstroom.

Die woordenvloed van BOG. laat de toeschouwerniet alleen achter met een veelheid aan vragen over onszelf, geloof en God, maar ook met twijfels over de grenzen van BOG.’s uitgepuurde theatertaal. De bravoure waarmee BOG. kiest voor taal – en niets dan taal – is zonder twijfel een verademing en getuigt van een zelfvertrouwen dat alleen maar aan te moedigen is. Maar kan die persoonlijke taal zich blijven handhaven in combinatie met grootse thema’s als ‘geloven’, die immers nooit helemaal te ontsluiten zijn? Hoever kun je blijven gaan met woorden, die nu eenmaal niet in staat zijn alles te bevatten?

Gezien op 17 november 2015

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#142

15.09.2015

14.12.2015

Lieze Roels

Lieze Roels studeerde in 2016 af als master in de theater- en filmwetenschap (UA), en volgde een avondprogramma Wijsbegeerte (UA).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!