Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Dries Segers
De idee bestaat dat theater een gemeenschappelijke ervaring is, een gemeenschapservaring zelfs. Ik ben wat sceptisch over deze gedachte, omdat ze minstens subtiel suggereert dat er zoiets als een ideale kijkervaring bestaat, waardoor je alle intenties van makers en spelers kan begrijpen, wat resulteert in een onbetwistbare interpretatie. Zo’n ideale kijkervaring bestaat niet, kan misschien zelfs niet bestaan en sommige makers willen misschien niet eens zo’n ‘verdwijnpunt’ van de verschillen in perceptie als mogelijkheid overwegen. En dat is maar goed ook. Dus: weg gemeenschappelijkheid, weg gemeenschap.
Toch blijft de gedachte hangen dat we, als we naar een voorstelling kijken, allemaal hetzelfde zien en dat er in dat moment toch iets gemeenschappelijks ontstaat, hoe vluchtig dat ook is. We kunnen er in ieder geval over praten, achteraf, luchtig of ernstig, we kunnen trachten om samen tot die ervaring door te dringen, of er anders met goedgekozen woorden om heen te cirkelen. Lezenswaardige reflectie als het goed is, cafépraat next level in het ergste geval. De nieuwste voorstelling van Bloet, die God heet, ondermijnt wat nog rest van het gemeenschapsgevoel waar zoveel kunst zich op blijft beroepen.
“Decorte & Vinks hebben zich zelden iets aangetrokken van illusies over het verheffende karakter van de theaterervaring.”
Enige voorgeschiedenis is nuttig, want weinig theatermakers hebben zo’n grillig én tegelijk consequent parcours afgelegd als Jan Decorte. In die eigenzinnige continuïteit kreeg het singuliere van elke voorstelling tegelijk alle ruimte: Decorte & Vinks maakt geen oeuvre, hij ís een oeuvre, gewild of ongewild – samen met Sigrid Vinks. Decorte & Vinks hebben zich alleszins zelden iets aangetrokken van bovenstaande illusies over het verheffende karakter van de theaterervaring. Dat was al duidelijk toen Decorte in 1982, met Mauser & De Hamletmachine beroep deed op het geruïneerde ‘idealisme’ van Heiner Müller en Decorte diens visie op de ondergang van de beschaving liet afspelen in een ruimte die in de verte leek op een symbiose van badkamer en slachthuis, met Marx, Lenin en Mao als prints op de handdoeken.
In de ‘repertoriële’ periode die volgt, zal Decortes oeuvre afwisselen tussen grootse ensceneringen (zoals King Lear, 1983), postdramatische (het woord bestond amper) collages, éénmalige performances van Müller-materiaal en tot hun skelet herleide klassiekers als Hamlet en Hedda Gabler. De ‘komische’ periode is al begonnen – Kleur is alles, 1985 – , maar met Macbeth Party in 1987 sluit hij voorlopig de zogenaamde ernst af. In een leegstaand herenhuis zijn tekstfragmenten van the Scottish play aan de muur geprikt, Jan Decorte, Sigrid Vinks en Rudi Bekaert doen wat met speelgoedzwaarden, en er is bier en frisdrank. Het einde van theater als een ironische vorm van kinderlijk vermaak, zo lijkt het. Het beeld van een ‘verlichte’ beschaving die zichzelf vernietigt ligt dicht bij Müllers obsessies, maar dan ontdaan van een zichtbare ideologie en mét een zekere speelsheid – hoewel Müller ook wel wrang-grappig kon zijn, op onbewaakte momenten. Toen werd Decorte & Cie. al bestempeld als een groepje doodgravers van het theater zoals te voorzien en te verwachten is. Quod non, zoals later zou blijken. Zesendertig jaar later creëert hij opnieuw, even authentiek maar ook even misleidend, een ‘vals einde’ van het theater – zijn theater en/of het theater tout court.
Sinds hun vorige productie, Jamais je n’oublierai la mort, werken Decorte & Vinks samen met Oumar Dicko en Ika Schwander onder de noemer ‘Blood Ltd’. In deze voorstelling bewegen de spelers op een grote, zanderige vlakte. Vloeiende bewegingen, hoekige gebaren, fysieke confrontaties, tederheid of conflict. Je kan zo’n voorstelling kapot interpreteren (alsof dat zin zou hebben), maar binnen een strak theatraal kader – vloer, licht, begin, pauze en einde – worden ontwapende mensen getoond, in vleeskleurige kostuums, met naden als littekens. Onmachtig, gekwetst, woordeloos, alsof ze wereld en samenleving opnieuw moeten uitvinden, na een verwoestende hittegolf of iets dergelijks. Mijn interpretatie, waarvoor excuus.
Ik vroeg mij af welke stap Blood Ltd – dit keer aangevuld met Thibaud Dooms – nog kon zetten met God, een voorstelling die eerst een naam kreeg, en daarna pas inhoud en vorm (die trouwens opnieuw helemaal samenvallen). De conventie blijft strak gehandhaafd: een aanvangsuur, een (voorlopige) scheiding tussen publiek en spelers, een precieze duur (51 minuten). In kleurige kostuums, te mooi en te veelvormig om ze als ‘neo-hippie’ af te doen, dansen ze alle vijf samen op Boy George, Bow Down Mister. Deze song koppelt een boodschap van respect en nederigheid aan een lichtvoetige beat, met de Hare Krishna-mantra als rode draad. Niet zo fanatiek als George Harrison dat ooit deed, maar toch opmerkelijk, omdat het meteen een godsbeeld oproept, hoe tongue in cheek dat ook is. Ze dansen rond een object van Johan Daenen, goudkleurig geverfd, met strakke lijnen als een meubelstuk, maar met ruwe oppervlakken, als uitgehakte graniet. Een voorwerp dat in een woestijn zou kunnen neergepoot zijn, door een anonieme beeldhouwer die weinig gemeen heeft met de rest van de mensheid – zoals de zwarte monoliet in Kubrick’s Space Odyssey, maar dan grilliger.
Na de dans kleden de spelers zich om, in identieke donkerblauwe trainingspakken. Ze gaan in gesprek met de toeschouwers, over God (of god, zonder hoofdletter), er ontstaan zachte woordenwisselingen, onderstreept door projecties van citaten. Je vermoedt dat ze relevant zijn, ze gaan allemaal over god/God, over zonde, over pijn en over dood. Soms al te bekende rock&roll, zoals Patti Smith’s ‘Jesus died for somebody’s sins, but not mine’, soms refreinen uit Decortes oeuvre, zoals Rainer Maria Rilke’s ‘Du Dunkelheit aus der ich stamme’ of Samuel Beckett’s ‘When I fall, I’ll weep for happiness.’ Het ‘verhaal’ dat oplicht op de muren – geen papiertjes meer, zoals in Macbeth Party – krijgt onmiddellijk de juiste toon mee, met John Lennon’s ‘God is a concept by which we measure our pain.’ Het is de openingszin uit zijn God, een song op zijn eerste post-Beatles-album, waarin hij vervolgens een litanie van ongeloof uitschreeuwt, ongeloof in alles van God tot de Beatles. Die zin vat alles samen, de rest van Decortes God is nuancering.
De God van Blood Ltd is een ongemakkelijke ervaring, omdat het comfort van een gebruikelijke, afstandelijke speler-toeschouwer verhouding wegvalt. Dat is natuurlijk niet nieuw, maar het feit dat dit gebeurt in een zoektocht naar iets dat we niet kunnen of willen benoemen (omdat het er wel of niet is, afhankelijk van onze eigen levenshouding) maakt ons ongemakkelijk. En deze zoektocht is, ondanks recente pogingen om toch naar hemelse of helse sferen te verwijzen, toch wat heimelijk gebleven, sinds de brutale secularisering van de jaren ’60 en ’70. Andere pogingen tot een theatrale theologie (Lisaboa Houbrechts, Krapp,…) blijven verwijzen naar christelijk erfgoed, of zijn minstens nogal monotheïstisch, ze vermengen het instituut (de kerk) met een verlangen naar het ongrijpbare kwaad of goed. Van die opstand tegen het instituut valt hier weinig te merken, evenmin van de korte expliciet katholieke episode bij Jan Decorte zelf, in de nasleep van zijn parlementaire carrière, midden jaren 1990. Los van Vaticaanse en andere congregaties gaat het bij Decorte – en wellicht ook bij behoorlijk wat jonge mensen, gerepresenteerd door de jonge spelers – om het absolute. Niet dat Decorte en zijn mede-makers iets absoluuts willen opleggen, de weg erheen wijzen of zelfs zijn eigen verbeelding omtrent God/god openbaren, maar ze leggen de vraag neer, in de gesprekken met toeschouwers, en in het vergulde monument, midden op de scène. Dat object is het enige wat er aan gemeenschappelijkheid overblijft, de dialogen zijn uitgestrooid, de lichtende citaten verdwijnen even snel als ze verschenen zijn, je kan je nergens aan vasthaken.
Is dat het einde van het theater? In het antieke Athene bestookte het theater het fragiele democratische regime met pertinente vragen en hielp op die manier een politieke gemeenschap creëren. Alleen wie gelooft dat het sindsdien allemaal minder is geworden, met de postdramatische desillusie als eindpunt (dieptepunt), zal in God van Blood Ltd bevestiging vinden. Het zal alleszins niemand tegenhouden, ook Decorte en Blood Ltd zelf niet, vermoed ik, om de volgende keer weer te spreken en te bewegen in een esthetische ruimte, met de idee dat wij toeschouwers allemaal naar hetzelfde kijken en ons best doen om samen de beelden en de klanken te begrijpen. Zelfs als we weten dat dit nooit zal lukken. De dood keert steeds weer terug, het leven ook.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.