© Kurt Van der Elst

Leestijd 9 — 12 minuten

Gilles! – Jan Decleir/Toneelhuis

Staande ovatie voor een spook

Wanneer Jan Decleir zijn laatste woord heeft gesproken – ‘Amen’ – en de fanfare haar laatste tonen heeft getoeterd, veert het voltallige publiek op de parterre en op de drie balkons van de Antwerpse Bourlaschouwburg recht. Is het louter een blijk van erkenning voor de 79-jarige speler die net weer eens een tour de force liet zien, of is er meer aan de hand? Heeft Gilles! een heimelijk verlangen aangewakkerd, een gevoelige snaar geraakt?

Het begint allemaal met het tromgeroffel van Fanfare Toeterdonk en het geschilderde voordoek van de Bourlaschouwburg dat traag omhoog gaat. Het leek nochtans een afspraak in ons theaterveld dat we dat niet meer zouden doen, maar het verstoppen en onthullen van het scènebeeld lijkt de laatste jaren zowaar aan een comeback bezig. De dramaturgische beweegredenen blijven vaak onduidelijk, maar wellicht speelt een nostalgisch verlangen naar een verloren gewaande toneeltraditie mee. Nostalgie, de commerciële succesformule uit onze eenentwintigste eeuw, is ook in Gilles! de drijvende kracht. 

De voorstelling kadert in Bye Bye Bourla, een festival van Toneelhuis naar aanleiding van de nakende en hoogst noodzakelijke restauratie van de Antwerpse theatertempel. Reden genoeg voor een throwback party met verschillende Toneelhuis-makers die een gouwe ouwe heropvoeren. Omdat de voorbereidende studiefase van de verbouwingen echter meer tijd in beslag neemt dan aanvankelijk werd gedacht, kan den Bourla nog een seizoen langer openblijven en doopte Toneelhuis het festival – complimenten voor het spitsvondigheidje – om tot Stand Bye Bourla. De programmatie bleef behouden. 

Gilles! is een beetje een vreemde eend in de feestprogramma-bijt. De voorstelling beleefde in 1988 haar première in de Brusselse Muntschouwburg en heeft geen rechtstreekse band met het Antwerpse stadstheater. Deze versie is bovendien geen heropvoering maar een herwerking en Jan Decleir is niet structureel verbonden aan Toneelhuis. Dat deze voorstelling werd opgenomen in de programmatie is dus allesbehalve vanzelfsprekend. Toch voelt Gilles! aan als een thuiskomst. 

Versoberde seriemoordenaar

Waar waren we gebleven? Het doek gaat op, en daar zit Jan Decleir, ‘ons’ 79-jarige monument van het Vlaamse toneel. Zijn witte, gekortwiekte maar golvende haren, als die van een Romeinse keizer, glimmen in het tegenlicht. Hij tuurt de zaal in vanop zijn podium-op-het-podium – tegelijk beklaagdenbank en troon, schavot en preekstoel. Zijn knoestige handen rusten op zijn knieën. De beklaagde is hij, maar wanneer zijn gelaat oplicht zie je vooral rust, beheersing, zelfingenomenheid en, jawel, macht. Gilles de Rais staat op zijn voetstuk en de verzamelde clerus – zo spreekt hij ons aan – zal hem er niet zomaar vanaf krijgen. 

De Rais (ca. 1405–1440) was een Franse maarschalk die in 1429 aan de zijde van Jeanne d’Arc streed in het Beleg van Orléans, om de Franse troon te verdedigen tegen de Engelsen. Na de executie van d’Arc stortte hij zich, geassisteerd door de Florentijnse priester François Prelati, in de alchemie, de mystiek en de aanbidding van duivels. In de jaren die volgden verminkte, verkrachtte en vermoordde de maarschalk ruim honderd kinderen – handelingen die hij in variërende volgordes verrichtte. Het was uiteindelijk echter de ontvoering van een priester die hem een dagvaarding opleverde. Na een kerkelijk proces, waarin ook de kindermoorden aan het licht kwamen, werd De Rais in 1440 op 36-jarige leeftijd opgehangen. 

De Vlaamse grootmeester van de letteren Hugo Claus vatte al in 1969 het idee op voor een monoloog van de Franse murder-maarschalk. Hij bestudeerde de bewaarde gerechtelijke documenten, maar het duurde nog tot 1988 vooraleer de productie in première ging. Die oerversie duurde tussen de drie en de vijf uur – de inmiddels gemythologiseerde overlevering is daarover nogal uiteenlopend. Lang was ze hoe dan ook, want om met Gilles! op tournee te kunnen, zetten Claus en Decleir er de hakbijl in. Ook nu, in 2025, maakte de acteur een (eerder bescheiden) tekstbewerking van het gecoupeerde script, zonder daarbij de essentie van het werk aan te tasten. De zinnen van Claus blijven bikkelhard in hun poëzie, zijn taal is als vanouds als een sluwe wurgslang die je traag maar gestaag rond de nek glijdt. 

“Alle eighties-franjes zijn in rook opgegaan: het draait in deze Gilles! om de acteur, de taal en de tekst.”

Anders dan de oerversie uit 1988, waarvan de VRT nog archiefbeelden bewaart, is de vormgeving van deze Gilles! opvallend sober. Claus’ regie in de vorige eeuw voerde De Rais nog op in de meest weelderige gewaden, zijn gelaat verstopt achter overdadige maquillage, in een grootschalig decor met enkele spectaculaire toneeleffecten. Niets daarvan in deze gestripte remake. Nu zie je alleen een stoel, een krukje met een waterkan en een donkerzwart, iets te klein maatpak. Decleir draagt zelfs geen hemd en geen sokken. De fanfare die hem gezelschap houdt, zit weggestopt achter een gaasdoek. Alle eighties-franjes zijn in rook opgegaan: het draait in deze Gilles! om de acteur, de taal en de tekst. 

Vileine retoriek

‘Ik ben in uw handen, in uw netten, ik ben het lam’, verkondigt de beklaagde. Maar veel meer nog dan een prooi is hij een roofdier, hij toont zich minstens evenveel rechter als veroordeelde. Gekeerd naar het publiek beantwoordt hij de vragen van de aanklagers, die echter nooit een stem krijgen. Hun vragen blijven impliciet, onuitgesproken. Het is dan ook ironisch wanneer De Rais al in de eerste minuten van zich afbijt met ‘Mag de beschuldigde ook iets zeggen?’ Herkenbaar is dat, vandaag misschien wel meer dan ooit: boze tongen die beweren monddood gemaakt te worden, terwijl ze het hoogste woord voeren. 

Het duo Claus-Decleir portretteert de Franse maarschalk als een gekwelde maar zelfbewuste geest, een diepgelovige die zichzelf god waant. Hij is flamboyant in taal, toont zich vlijmscherp in zijn fileringen van kerk en staat (‘Woeker stinkt uit je bek!’ schreeuwt hij een priester toe) en deelt met humor de raakste klappen uit. Hij lijkt zo wel de evenknie van Risjaar Modderfokker den Derde, de vileine maar eloquente Shakespeare-vorst uit Ten Oorlog van Tom Lanoye en Luk Perceval – nota bene een van de meest legendarische toneelrollen van Decleir. En ja, deze Gilles heeft misschien een dubbele moraal, maar dat kan van de maatschappij net zozeer gezegd worden: hoe verschillen zijn wandaden van de erbarmelijke omstandigheden waarin zoveel kinderen noodgedwongen leven? Het resultaat is hetzelfde. 

“Als vakman kent Decleir zijn gereedschap: zijn zalvende basstem wekt intuïtief sympathie op, zo charmant en charismatisch speelt hij dit wangedrocht.”

Het zijn vileine retorische trucs, die Decleir in kraakhelder Nederlands en met gretig spel inzet. Als vakman kent hij zijn gereedschap: zijn zalvende basstem wekt intuïtief sympathie op, zo charmant en charismatisch speelt hij dit wangedrocht. Je ziet hem evolueren van gladde leugenaar – ‘Dit is een samenzwering! Dit is een hinderlaag!’ – en wolf in schaapskleren – ‘Mij is onrecht aangedaan’ – tot zelfbewuste veroordeelde met opgeheven hoofd. ‘Ik ben wat ik heb gedaan’, klinkt het uiteindelijk koel. ‘De schuld ben ik.’ 

De verdediging/bekentenis van De Rais wordt afgewisseld door zijn gedachtestroom, waarin hij onder meer mijmert over zijn norse grootvader die hem op jonge leeftijd uithuwelijkte en allesbehalve afkeuring toonde voor zijn eerste moord – de kleine Gilles had ‘Robin van de houthakker in zijn hals gestoken met een riek’. In zijn diepste binnenste roept De Rais ook twee tegengestelde krachten aan: zijn goede, vrome, kuise vriendin Jeanne d’Arc, de Maagd van Orléans, en de duivel Barron, ‘mijn satanische, schuwe, zoete, vluchtige geest’. Claus typeerde De Rais als iemand die verlangt naar zuiverheid, maar die op de gruwelijkste en meest perverse manier probeert te bereiken en zo alle grenzen mateloos overschrijdt. Vanuit die optiek is het niet verbazingwekkend dat Gilles op zijn achterste poten gaat staan wanneer het kerkelijk tribunaal dreigt met excommunicatie. Zijn eeuwigheid zou in het gedrang komen. 

In een poging zijn ziel te herwinnen en boete te doen, en bij gebrek aan toekomstperspectief, biecht De Rais zijn zonden op. Het is een gruwelijke aaneenrijging van misdaden, visceraal beschreven en met doeltreffende ingetogenheid verklankt door Decleir. Uiteindelijk verzaakt hij aan alles en iedereen: aan Jeanne, aan Barron én aan God. Het hiernamaals is ineengestuikt, ‘er is alleen een woestijn van keien en grind met hier en daar heuveltjes van keutels van dromen’. Op de marsmuziek van de Fanfare Toeterdonk, heen en weer wiegend in de schemer, doven de lichten.

Spectraal spektakel

En dan is er dus die minutenlange staande ovatie, die achteraf het langst blijft kleven. Kijk, Gilles! is een schitterende monoloog van een van Vlaanderens meest luisterrijke schrijvers, gespeeld door een rocklegende van onze theater-scenehe’s still got it! – in een van onze meest monumentale schouwburgen. Alles daaraan is je tijd en aandacht waard. Maar tegelijk schort er iets aan. 

“Wat te doen met geweld op de bühne in genocidale tijden, waarin oorlog een gemedieerde gebeurtenis is geworden waarop de massa met inertie reageert?”

Één. De wereld is veranderd sinds 1988. In tussentijd creëerden de zaak-Dutroux en de vele doofpotoperaties binnen de katholieke kerk een nationaal trauma aan seksueel misbruik van minderjarigen. Een dergelijk collectief onverwerkt verleden vereist wellicht een zorgzamere behandeling van dat onderwerp. Voorts is met de Amerikaanse president Donald Trump de ruiter van de post truth-apocalyps opgestaan, als toonbeeld van een eeuw waarin decorum niet langer een vereiste is om aan politiek te doen. En in tijden van #MeToo is de apologie van de foute man een gemediatiseerd genre geworden. Moeten we een vergelijkbare figuur dan nog ongeproblematiseerd op scène zetten? En wat te doen met geweld op de bühne in genocidale tijden, waarin oorlog een gemedieerde gebeurtenis is geworden waarop de massa met inertie reageert? 

Het zijn vraagstukken waarmee deze Gilles! naar mijn aanvoelen niet is bezig geweest. En jazeker, het blijft een universele noodzaak om het kwaad in de ogen te kijken, maar zoveel veranderingen in de tijd vragen eigenlijk om een grondigere herdefiniëring van dat kwaad. Met een gigantische liefde voor het oeuvre van Claus moet ik toegeven dat Gilles! een reliek is uit een tijd die ik nooit heb gekend. Als heropvoering slik je dat, als nieuwe voorstelling – ook als remake – doet het vraagtekens rijzen. 

“De Gilles! uit 2025 is in zijn uitgepuurde vorm nog even reactionair als in 1988, maar de staande ovatie doet een hunkering vermoeden van een publiek dat misschien te weinig bediend wordt in zijn eigen zaal.”

Twee. Wat met het nostalgische verlangen om die vervlogen tijd te gaan heropvoeren? Claus schreef en regisseerde Gilles! in een veranderend theaterlandschap. Het postdrama deed het monopolie van de toneeltekst afbrokkelen en de theatercollectieven onttroonden de regisseur – om maar twee evoluties te noemen. Zijn productie van Gilles! was toen al een reactionair antwoord op die vernieuwingen: als regisseur hield hij voet bij stuk en zette hij de acteur met zijn tekst centraal. De Gilles! uit 2025 is in zijn uitgepuurde vorm nog even reactionair als toen, maar de staande ovatie waarmee ik deze recensie begon, doet een hunkering vermoeden van een publiek dat misschien te weinig bediend wordt in zijn eigen zaal. Wie de Toneelhuis-programmatie het afgelopen decennium goed heeft gevolgd, en deze voor volgend seizoen eens van naderbij bekijkt, ziet een opvallende vermindering van teksttheatervoorstellingen met een begrijpelijk narratief, al dan niet identificeerbare personages en het Nederlands als voertaal. Ik pleit niet noodzakelijkerwijs voor een heropleving van die dramatische traditie: als steden veranderen moeten de stadstheaters volgen. Maar een aanzienlijk deel van het publiek hunkert zo te zien wél nog naar dat spook uit het verleden, dat door Decleir net nog zo gepassioneerd werd belichaamd. Misschien is die staande ovatie dan ook een verdediging waarnaar geluisterd moet worden.

Klik hier voor de speellijst.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 9 — 12 minuten

#179

01.03.2025

14.09.2025

Jens Dewulf

Jens Dewulf is theater- en filmwetenschapper en neerlandicus van opleiding. Hij werkt momenteel als verantwoordelijke communicatie, planning en productie voor theatergezelschap DE HOE.

 

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!