Othello IVO VAN HOVE/TONEELGROEP AMSTERDAM FOTO CHRIS VAN DER BURGHT

Leestijd 6 — 9 minuten

De generaal, de stoeipoes en de schizofreen: Othello (Ivo Van Hove/Toneelgroep Amsterdam)

In de derde scène van het stuk verschijnen de geliefden eindelijk op het toneel: de kleurling Othello en zijn jonge vrouw Desdeniona.

 

De Signiorie van Venetië komen bij elkaar voor een nachtelijk oorlogs-beraad en bespreken op voorstel van senator Brabantio, vader van Desdemona, eerst diens beschuldiging dat Othello met valse voornemens Desdemona in het huwelijksbed heeft gelokt. Als die kwestie is afgehandeld komt de Turkse belegering van Cyprus aan de orde. Othello moet in die strijd, als hoogste generaal van de stadsstaat, een substantiële rol spelen, en wel meteen. In Shakespeares tekst zegt de Doge van Venetië verontschuldigend: ‘ You must therefore be content to / slabber the gloss of your new fortunes, with this / more stubborn and boisterous expedition.’ Gerrit Komrij vertaalt: ‘U moet er derhalve genoegen mee nemen de glans van uw nieuwe geluk te bevlekken met deze ruwer en stormachtiger onderneming.’ Bij Hafid Bouazza, die voor Ivo van Hove een nieuwe vertaling/bewerking van Othello maakte, wordt dat: ‘U zult de glans van uw nieuwe geluk moeten bevlekken met een expeditie wreder en bloederiger dan u wacht in het huwelijksbed.’ Othello zegt toe en vraagt vervolgens een passende voorziening voor zijn nieuwe vrouw. In de oorspronkelijke tekst opent hij dat verzoek met de volgende woorden: ‘The tyrant custom, most grave senators, / Hath made the flinty and steel couch of war / My thrice-driven bed of down: I do agonize / A natural and prompt alacrity /I find in hardness, and would undertake / This (sic) present wars against the Ottomites.’ Komrij vertaalt, accuraat: ‘Waarde senators, door tiran gewoonte / Werd mij de oorlogsbrits van staal en kiezel / Tot allerluchtigst donsbed: van nature / Weet ik nu eenmaal snel te reageren / Bij moeilijkheden, en graag ondernam ik / De komende opmars tegen de Ottomanen.’ Bouazza zet het vers opnieuw om in proza en breidt Othello’s uiteenzetting aanzienlijk uit: ‘Zoals al gezegd, is de rug van een ros mij zachter en het stalen bed van het slagveld mij liever dan het donzen liefdesbed. Rapper dan mijn tong in nachtelijk gefluister is mijn zwaard in de kruinen van de vijand: in het eerste ben ik stom, maar ik weet hoe een stom wapen spreken te leren in vijandige schedels: niets is welbespraakter dan het gebrabbel van mijn zwaarden in vijanden dat de aasgieren voor een maaltijd uitnodigt. Mijn droppende wapens hebben mij geleerd dat glorie in de strijd ligt en niet in de liefde. Al te graag vecht ik tegen de Ottomijten.’

Als Othello kort daarop zijn lief Desdemona overdraagt aan vaandrig Jago, maar zich eerst nog een uurtje met haar wil terugtrekken, vraagt Desdemona in Bouazza’s bewerking nog een woordje met Othello in het openbaar. Voor ze kan uitpraten bedient Othello haar met een repliek die ik niet in Shakespeares tekst heb kunnen vinden. Het is een gedeeltelijke herhaling van de tegenstelling slagveld-huwelijksbed van hierboven: ‘Zeg mij niet, Desdeniona, dat ik harteloos ben / Omdat ik van ’t klooster van je kuise boezem / Naar strijd en wapens ren. / ’t Is waar dat ik op een nieuwe geliefde jaag: / De eerste vijand op het veld / En met een groter geloof omarm / Een zwaard, een ros, een schild, een krijgsheld. / Deze breuk, die ons bed verdeelt, / Zal ook jou kunnen bekoren: / Want nooit had ik je zo lief, mijn lief, / Als ik Eer niet meer liefde had toebedeeld.’ Desdeniona antwoordt, in Bouazza’s bewerking/aanvulling: ‘Nee, ik wilde zeggen dat u mij elk ogenblik met meer trots vervult dan mijn overvolle hart kan dragen – ik vrees dat de naden nog zullen barsten. Ik bid dat uw leden krachtiger mogen zijn dan de magie van uw tong.’ – overigens een niet mis te verstane aanwijzing dat Desdemona de tot dan toe voornamelijk verbale verleidingen van Othello langzaam maar zeker wil ruilen voor iets lichamelijkers.

Ik heb me suf gepiekerd waarom Bouazza in zijn bewerking de tegenstelling tussen de militaire strijdlust en de fysieke lust in de liefde zo heeft opgerekt. In een interview onderstreept Hafid Bouazza dat hij het in zijn bewerking – naar eigen zeggen net als Shakespeare – voor de vrouwen Desdemona en Emilia (de echtgenote van Jago) opneemt. Hij trekt een vergelijking met de huidige commotie over de manier waarop Noordafrikaanse mannen hun vrouw behandelen: ‘Ik heb van Othello een echte Arabier gemaakt, een man die eigenlijk niets van vrouwen begrijpt.’ Huwelijken van oudere mannen (Othello’s leeftijd ligt dicht bij vijftig) met jonge vrouwen (Desdemona is zestien, hoogstens zeventien) zijn in Noord-Afrika gebruikelijk. Hier gaat het echter om de relatie tussen een in de Venetiaanse stadsstaat relatief goed geassimileerde blackamoor en een senatorsdochter. Bouazza tekent in zijn bewerking hun verhouding als gecompliceerd (Desdemona belandt per slot van rekening in het onbekende, ruwe milieu van militairen) en toch zuiver. Maar, wat krijgen we te zien?

Ik ontkwam niet aan een vergelijking met een andere Othello , eerder dit seizoen: die van Koos Terpstra bij het Noord Nederlands Toneel, met Eric van Sauers in de titelrol en Ricky Koole als Desdemona. In die voorstelling botste de nukkige stoerheid van de generaal met het eigenzinnig gedrag van een puber, maar daar doorheen straalden voortdurend een immense, wederzijdse verliefdheid en liefde. Dat element, die kracht miste ik tussen de – overigens monumentaal mooie -Othello van Hans Kesting en de Desdemona van Karina Smulders in Van Hoves enscenering. Er zitten in de voorstelling een paar merkwaardige signalen over de aard van hun verhouding die ik niet mooi vond, of die ik gewoon niet begreep – zeker niet in verband met de hierboven geschetste bedoelingen van de vertaler en de regisseur. Vrij vroeg in het stuk laat Van Hove Desdeniona wellustig rijden tegen een boksbal die Othello met een pittige, niet mis te verstane grijns tussen zijn benen klemt. Niet lang daarna stapt Desdeniona met wapperende rok kirrend over de liggende Othello heen, die grommend van genot naar haar blote onderlijf gluurt. En daarna zegt: ‘Wat een voortreffelijk wicht! De hel moge mijn ziel hebben als ik niet van je hou. En wanneer ik niet meer van je hou, zal Chaos regeren.’ In een discussie in de Nederlandse kranten naar aanleiding van de voorstelling is terecht opgemerkt dat in de tekst Desdemona met een grote zelfverzekerdheid haar bruidsbed (dat haar doodsbed zal worden) laat klaarmaken. Bij Van Hove ligt ze als een hitsige stoeipoes doezelend te wachten op de dingen die komen gaan. Het spel lijkt de bedoelingen van de makers te banaliseren. De geloofwaardigheid van de liefde tussen Desdemona en Othello wordt er door al die ingrepen immers niet geloofwaardiger op. Zeker niet in een voorstelling die rondreist onder het motto: ‘Kan liefde de wereld redden?’

En dan is er Jago, de stokebrand die het liefdesvuur tussen de generaal en zijn lief tot een verzengend vuur van jaloezie opstookt. Hij wordt hier gespeeld door de betrekkelijk jonge acteur Roeland Fernhout. Een paar weken voor de première vertelde hij in een televisiediscussie met enkele andere Jago-vertolkers dat er op de repetities bovenal gezocht werd naar eerlijkheid, waarheid en geloofwaardigheid, in de zin dat Jago niet liegt (terwijl iedereen weet dat hij wel liegt, en dan nog wel aan de lopende band). Eén van Fernhouts gesprekspartners was Pierre Bokma, die acht jaar geleden ook bij Toneelgroep Amsterdam Jago neerzette als een gefrustreerde militaire vakman, die hels is geworden omwille van een gemiste promotie. Bokma riposteerde dat de acteur het zichzelf met zo’n benadering wel erg moeilijk maakt, omdat hij in feite iemand moet spelen met een soort cognitieve afwijking of een meervoudige persoonlijkheidsstoornis.

En inderdaad, Roeland Fernhout is in de voorstelling nog het dichtst uitgekomen bij een interpretatie van Jago als een paranoïde schizofreen die heilig is gaan geloven in zijn eigen leugens. Fernhout speelt de rol met een vreemd afgeknepen stem die af en toe uit de bocht giert. Deel van de interpretatie, of uitdrukking van onzekerheid? Ik kwam er, toen ik de ondertussen bejubelde voorstelling een week na de première zag, niet achter. In het geheel van de vertelling werkte Fernhouts interpretatie voor mij in ieder geval niet. Binnen die vertelling staat misschien weinig onomstotelijk vast, maar één ding wél: Othello gaat kapot aan de hem aangeblazen waandenkbeelden. En die waandenkbeelden ontstaan door Jago’s berekenende vorm van gek-makende verbale manipulatie. Maak je van Jago een schreeuwerige frus-traat, die zijn eigen zieke fantasieën voor waarheid is gaan houden, dan stort Shakespeares massieve bouwwerk in, omdat twee getroebleerde types als het ware tegen elkaar staan op te bieden, terwijl in de vertelling juist de satanische leugenaar Jago ervoor zorgt dat het Othello is die de controle verliest en getroebleerd raakt. Jago speelt een spel, wat heet: hij speelt hoog spel (en maakt daarbij ei zo na enkele fouten, die hij terstond herstelt). Hij is geen schizofreen, maar een sadist.

Van Hove en Bouazza wilden Othello terug in het centrum van de handeling van het stuk. Dat is gelukt. Hans Kesting speelt de Moor als een aandoenlijke kleurling, die volkomen overwacht tegen het plafond van zijn geassimileerde gedrag aanstoot, en dat ook nog op het terrein waarop hij, ‘in de vallei van zijn jaren’, het meest kwetsbaar is: liefde, erotiek, seksualiteit. Kesting bouwt met zijn from deep down under komende bas-bariton, zijn stuntelige lijf, traag bewegingspatroon en werkelijk magnifieke tekstbehandeling een personage dat staat als een huis. De karakters om hem heen houden echter geen gelijke tred, of raken het spoor bijster in de partituur van het stuk en de aanwijzingen van de regie.

Othello

TEKST William Shakespeare

REGIE Ivo van Hove

VERTALING EN BEWERKING Hafid Bouazza

SCENOGRAFIE Jari Vetsweyveld

KOSTUUMS An D’Huys

GELUIDSONTWERP Marc Meulemaris

SPEL Hans Kestirig (Othello), Roeland Fernhout (Jago), Barry Atsma (Cassio), Karina Smulders (Desdemona) en Anneke Blok (Emilia).

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#86

15.04.2003

14.07.2003

Loek Zonneveld

Loek Zonneveld (1948) is toneelrecensent en leraar toneelgeschiedenis. In 2013 ontving hij de ACT Award voor zijn “liefdevolle toneelrecensies” en “het delen van zijn immense kennis op het gebied van de theatergeschiedenis met acteurs”.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!