Leestijd 3 — 6 minuten

Gelezen

‘Walter wordt hier in Wenen goed ontvangen,’ zegt Karel Vingerhoets. ‘De Weense theatermensen bewonderen zijn analytisch vermogen en zijn toneelinstinct. Walter is een echt theaterdier, met grote vakkennis en cultuur. Als men hem in Vlaanderen maar een schijntje zou gunnen van wat men hem hier geeft, dan zou hij ook bij ons mirakelen kunnen doen.’

Tillemans hoort dit niet en zegt mij later: ‘Kohout is een virtuoos. En een Vlamingenvriend. Hij blijft ons dankbaar omdat wij zijn werk in Antwerpen zo goed hebben onthaald en verzorgd. Nu schrijft hij een stuk voor Luc Philips en Julien Schoenaerts. Hij kent hun prestaties, waardeert hen zeer. Als ik daar aan denk, verdriet het mij hoe weinig Vlaanderen nog beseft wat het in mensen als Philips bezit. Weet men bij ons eigenlijk wel wie goed zijn?’

Gaston Durnez, ‘De kleine prins en de roos’, Een lente-avond bij Pavel Kohout, in De Standaard, 20 juni 1985, blz. 6.

Theater is een zeer onpopulair medium geworden en daar heeft het zelf grote schuld aan.’

Jan Decorte in een interview met Chris Dercon, ‘Jan Decorte en Gerrit Timmers’, in Agenda, p. 107

‘Een Brussels Kollektief voor Teater-projekten dat langs een steeds verwardere artistieke lijn strompelt, een alsmaar zwakker wordende theaterprogramma-tie in de Beursschouwburg, een Kaaitheaterfestival geveld door armoe… en de verdwijning van Brialmont: de komende jaren zou de Vlaams-Brusselse theaterscène wel eens kunnen terugkeren naar de status die ze aan het begin van de jaren zestig bezat, nl. die van verlaten woestijngebied. Met het Schaamte-produktieplatform als enige (monopoliserend?) vochtplekje. Ik hoop dat ik me hevig vergis.’

Edward Van Heer, ‘De zwanezang van Brialmont’, in Knack, 15 mei 1985,

‘De hele programmering van Kaai 85 leunde aan bij de modieuze trend naar danstheater. Persoonlijk geloof ik dat danstheater (of performance, hoe je ‘t noemen wil) op termijn een verrijkende rol kan spelen en het eigenlijke theater veel positiefs kan bijbrengen, maar ik heb de indruk dat toneelmensen en festivaldirecteurs vandaag toch een overdreven belangstelling koesteren voor dit genre terwijl veel onontgonnen gebieden van bet zgn. repertoiretheater nog in de schaduw blijven.’

S.G., ‘Vorige weken in uw schouwburg’, in De Rode Vaan, 64e jg., nr. 23, 6-13 juni 1985, blz. 28

‘Klassieke dansbewegingen uitgevoerd in maillots waarin de billen bloot zitten te lillen of punkpakjes waaraan af en toe een vrouweborstje ontsnapt zijn tenslotte wel leuke dingen voor de mensen.1 Edward Van Heer, ‘Kaai, macht en onmacht’, in Knack, 22 mei 1985, p. 173

‘Wat in Vlaanderen, niet zelden ten gevolge van syndicale moedwil, al zo vaak op een Hop is uitgemond, gedijt in Wallonië nu al meer dan een kwarteeuw: afscheidnemend directeur Jacques Huisman was terecht fier in het casino van Spa het 25ste Theaterfestival van het Théa-tre National te kunnen openen, Naar de naam (‘Festival komt eigenlijk van ‘fëte estival’, zomerfeest dus) is dit theater-feest in het Ardense kuuroord het enige echte theaterfestival in ons land/ Hugo Meert, ‘Kwarteeuw zomertheater-feest te Spa’, in Het Laatste Nieuws, 12 augustus 1985

Nvdr: En het Kaaitheater dan?

‘Er zijn geen drama-stukken voorhanden voor vrouwen. Ik zou dolgraag een serie maken met vrouwelijke hoofdrollen, maar met échte vrouwelijke hoofdrollen.

Het scenario-aanbod komt altijd van mannen en die schrijven over mannen. Je kan hen toch niet dwingen over vrouwen te schrijven, hoewel ik een aantal onder hen daar al expliciet heb op gewezen. Alle scenaristen zijn mannen, en ze schrijven ook altijd automatisch over mannen. Het is een erg grote lacune in onze produktie. Maar men neemt mijn opmerkingen daarover niet au serieux, zeker niet de mannenhiërarchie in het huis.

Nochtans is het een reëel probleem, temeer daar in de Vlaamse toneelscholen en conservatoria het overgrote deel van de leerlingen vrouwen zijn. Ik heb nog lesgegeven in dramatische kunst, het was toen al zo. Eén jongen tegenover 10 meisjes. Voor al die afgestudeerden zijn er op tv geen echte grote rollen weggelegd. Daar zou dringend iets moeten aan gebeuren, dat zeg ik rechtuit. Wat ik de laatste jaren heb gezien is dat er nu schitterend jong talent rondloopt, dat bleek nog eens op de auditie. Het is ontzettend. Onze gang loopt vol van jonge meisjes en vrouwen die achter werk komen. Mannen niet, die hebben werk. We kunnen ze niks geven, we hebben geen geschikte stukken. Waar zijn de vrouwelijke auteurs?’

Joanna Geldof, BRT-producer in De Morgen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!