Bert Van Uytsel

Leestijd 2 — 5 minuten

Gelezen

“In de kulturele sektor wordt een geilheid gedemonstreerd die eigenlijk ongehoord is. Om geld te krijgen. De kollaboratiezucht van mensen die zich met kuituur bezig houden is soms beschamend. (..) De politicus houdt zich met het verschijnsel kuituur onledig als het, in de echte zin van het woord, een podiumaffaire wordt.”

Jozef Deleu, Hoofdredacteur Ons Erfdeel in De Morgen.

“Het oorspronkelijke bescheiden project groeide, dank zij de inspanningen van de overheid, uit tot een prestigieus buitengewoon cultureel centrum, dat een uitstraling zal kennen die de grenzen van de Brusselse agglomeratie overschrijdt. (..) In afwachting echter van de definitieve ingebruikneming van de lokalen en het “Centrum voor Amateurkunsten” een beleidsstruktuur zal hebben, zorgt het bestuur van de CBA voor het voorlopige beheer en voor de opstarting van een aantal aktiviteiten voor zover die in de onafgewerkte ruimten plaats kunnen vinden.”

Roger Van de Voorde, directeur CBA, in Selektie, Brusselse uitkrant voor theaterliefhebbers.

“Schouwburgdirecteuren gaan er nog steeds van uit, dat het gesubsidieerd toneel Shakespeare het liefst ondersteboven en van achteren naar voren speelt, en dat de vrije produkties van Martin Hanson veel toegankelijker zouden zijn. Dat is onzin. Diezelfde schouwburgdirecteuren liepen kwijlend achter de Romeo en Julia van Dirk Tanghe aan. Het is een misverstand om te denken dat het beter gaat als zij meer invloed op de voorstellingen krijgen. Voorstellingen zullen altijd onvoorspelbaar blijven. Als de schouwburgen bij Toneelgroep Amsterdam hadden moeten kiezen tussen Vrijdag van Hugo Claus en Lulu, hadden ze allemaal voor Vrijdag gekozen – bekendere namen. De werkelijkheid was dat het bij Lulu steeds stampvol zat en dat het bezoek bij Vrijdag veel te wensen overliet…”

Jaap Jong, directeur Vereniging Nederlandse Toneelgezelschappen NRC, 05/10/90

“Ik vind het fout om als akteur alleen maar jezelf als instrument te gebruiken. Mijn logisch argument daartegen is : als je zelf stom bent, hoe kun je dan ooit iemand intelligent spelen door alleen maar jezelf te zijn ?”

Sean Connery in een interview in Knack, 22/08/1990

“Kijk, wanneer een Vlaams orkest walsen van Strauss speelt, is dat hoempa-hoempa. Wanneer de Wiener Philarmoniker Strauss speelt, hoor je muziek. Ik wil geen vergelijkingen maken, maar ik vul den Bompa in zoals ik King Lear probeer in te vullen.”

Luc Philips in een interview in Het Laatste Nieuws, 13/10/1990

“Puur ad hoe werken is slopend. Je moet het iedere keer weer helemaal

van de grond af opbouwen. Bovendien vind je het van een aantal goede mensen zonde om ze te laten gaan. Dat is echt heel treurig. Die kan je alleen maar vasthouden als je een artistiek boegbeeld kan aantrekken waarmee acteurs willen werken …”

Eric Antonis in het Nederlands Theaterjaarboek 89-90 over de voorzieningen in Nederland.

“Dat mijn generatie geheel of gedeeltelijk zonder schroom maar beleefd, voor al dat fraais bedankt, kan niet zomaar op rekening van haar verkalking worden geschreven. Zij past voor een naakte Japanner, die twee uur lang boven zijn verpakte piemel staat te zweten. ‘Ik wikkel mijn penis in,’ verklaart hij, ‘hetgeen ik toon is de abstracte penis’, wat dit laatste ook moge voorstellen. De grenzen tussen het theater, een eros-centrum en een drugclub worden alsmaar waziger.”

Jozef van Hoeck, Terugblik, Dietsche Warande en Belfort, 135/5, p. 616.

artikel
Leestijd 2 — 5 minuten

#32

15.12.1990

14.03.1991

Bert Van Uytsel

artikel