(redactie Etcetera)

Leestijd 3 — 6 minuten

Gelezen

‘Ik wil voor jonge mensen het teater weer aantrekkelijk maken, open, speels, gemakkelijk. Teater heeft uiteindelijk alles te maken met kinderachtigheid, met vroeger, met in de kast zitten, met vieze manieren.”

Jan Decorte in gesprek met Wim Van Gansbeke in De Morgen, 15 mei 1990.

“Maar we hebben toch talent beweert men, maar dat weg loopt door de kulturele politiek. Eindhoven is 85 km ver. Wordt er in de VSA spektakelgemaakt ais een regisseur 4000 km naar een andere staat gaat in hetzelfde taalgebied ? Dat is toch normaal. Weglopen ! Dit is precies een dorpje van Galliërs; als je buiten de verste paal gaat, ben je al gezien.”

Bert Verhoye in gesprek met Veronika Wuyts over Antwerpen Culturele Hoofdstad in Uit – informatiekrant voor Antwerpen, mei 1990.

“Teater heeft zo weinig nodig : een akteur, een plek om te staan, een tekst. Verder niets. Alles wat met teater en akteren te maken heeft, is ruimte : gedachten, emotionele verbeelding, klimaten, vibraties, energie, geluid, van moment tot moment verschijnend en meteen weer verdwijnend. Akteren bestaat telkens maar even in de wrijving van het ene moment op het andere. In niets, dus. Maar niets is ook alles : het begrip ‘volledig’ is voor mij geen tegenstelling binnen één woord maar twee keer hetzelfde op hetzelfde ogenblik. Een schijnbare paradoks van het soort, waaruit het hele leven bestaat.”

Dora Van der Groen in gesprek met Wim Van Gansbeke in De Morgen, 16 mei 1990.

“Ik zeg je : Brussel wordt NIET het centrum van Europa. Dat is een besef dat pas sinds korte tijd tot mij begint door te dringen. Het zwaartepunt heeft zich duidelijk naar het Oosten verplaatst. Brussel is in enkele maanden naar de periferie van Europa verwezen. En de armtierigheid van dit land zal nu schrijnend bloot komen te liggen. Ik kom net terug uit New York, waar wij met La Finta Giardiniera een enorm succes hebben gehad… Wel : voor die gast-voorstelling hebben wij niet één frank subsidie kunnen krijgen, precies omdat die subsidies gecommunautariseerd zijn. Omdat dit land allang niet meer groots maar uitsluitend nog petieterig denkt.”

Gerard Mortier in gesprek met Wilfried Hendrickx in Humo , 3 mei 1990.

“Om de haverklap hoort men overal en zeker in het theatermilieu praten over objectieve en opbouwende kritiek. Ik heb reeds, meen ik, terdege aangetoond dat het geen zin heeft over objectieve kritiek te handelen. Die bestaat gelukkig niet. Dit zou betekenen dat er geen tegenspraak meer mogelijk is. Men bespare ons zo’n gerobotiseerd bestaan. Wat men wel kan en moet eisen is dat kritiek over een object zich beperkt tot het object en dat men zich niet verstrikt in vooroordelen. Maar daar moet het bij blijven.

Rik Lanckrock, ‘Kritiek als sociaal verschijnsel‘, Documenta, jaargang XIII, nr. 1.

“Men praat maar over de naïviteit van het publiek, maar die naïviteit bestaat helemaal niet. Het publiek is hartstikke gekorrumpeerd, het heeft zijn smaak bepaald. Als je de eerste de beste boerelul zou uitleggen waar het hier over gaat, dan zou die het onmiddellijk begrijpen. Via de televisie wordt het publiek heel veel met toneelspelen gekonfronteerd. Er is geen periode geweest waarin men zoveel drama heeft gekend. Al doorschakelend krijg je de hele kuituur voor je. Als ik aan een universiteit dramaturgie zou doceren, zou ik de mensen dwingen om een maand lang door te schakelen en daar een proefschrift over te schrijven. En als je dan toneelteorieën gaat lezen die sinds de renaissance geschreven zijn, herken je dat allemaal.”

Jan Joris Lamers in gesprek met Sigrid Bousset en Johan Reyniers, Veto, nr. 29, 14 mei 1990.

“Jaagt de Greef op nieuwe vormen, dan koestert Tillemans vooral oude gedachten. Hij zwom in de oudmodische citaten die ons volk opriepen te herleven. Het teksttheater had een minder eloquente, maar meer efficiënte verdediger kunnen gebruiken, want zo kon het nieuwe bewegingstheater oprukken (tot in Moskou), wat toch het risico inhoudt dat de podiumkunst door vrijblijvende podiumkunstjes verdrongen wordt.”

Mark Schaevers, Dwarskijker Humo 2595.

Luc Frans

Zeg nooit: Tom Lanoye kan toch een hoopje bij elkaar schijten.

Zeg: Tom Lanoye heeft een relevant bergje scherpzinnige, dramaturgische, theaterkritische, en dito wetenschappelijke inzichten, op een uiterst humoristische wijze bij elkaar geschreven.

Etcetera 30, 15 juni 1990

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

(redactie Etcetera)

artikel