(redactie Etcetera)

Leestijd 2 — 5 minuten

Gelezen

“De overtrokken reaktie tegen Morris is niet louter artistiek te verklaren. Een deel van pers en publiek leven nog in nostalgie naar bet tijdperk Béjart, met misschien zelfs een heimelijke hoop dat Béjart nog ooit naar de stal zal terugkeren (ze vergeten dan snel dat Béjart in zijn beginjaren ook op felle tegenstand stuitte). Anderen hopen via ‘achilleshiel’ Morris diens baas en verdediger Gerard Mortier te treffen. Tol siol is een deel van het publiek echt en diep geschokt door wat het ervaart als halve (of hele) zedenschennis, en wat bij dat deel overkomt als het gemodder van Morris (die nergens de klassieke ballettaai gebruikt).

Wanneer Morris inderdaad verdwijnt — en de druk om hem wandelen te sturen is blijkbaar groot — zal België misschien een stukje netter zijn, een stukje minder verontrust, en een heel pak oninteressanter.

Het oude adagium geldt meer dan ooit: wie de kontroverse schuwt, zal in grauwheid eindigen.”

Rudy Rothier in De Morgen

“De kostprijs is belangrijk om weten voor het publiek. Laten we b.v. hen nemen die niet naar de opera gaan, en die niet veel verdienen per maand. Als zij de bedragen horen waarmee in het opera-bedrijf wordt omgesprongen, dan vinden ze dit een schandaal De Munt, zoals u weet, kost 740 miljoen. Vele werklozen, niet alle, denken dat soms. Dan moet men de mensen erbij vertellen dat opera de enige kunsttak is waar zoveel mensen worden tewerkgesteld. Een museum kan men leiden met 20 mensen. Een operavoorstelling kan men alleen maar realiseren als men minstens tussen de 250 en 500 mensen heeft geëngageerd. Ik heb een ekonomische studie laten maken over de subventie van de Muntschouwburg. U weet, en u zou de cijfers goed moeten vermelden, de Munt heeft een totaalbudget van 1 miljard, waarvan 730 miljoen door de staat, 20 miljoen door de stad Brussel en 50 miljoen van de Nationale Loterij komt. Dat zijn dus 800 miljoen. De rest, 200 miljoen zijn eigen inkomsten: ontvangsten, sponsoring en dergelijke meer. Van de 730 miljoen die de staat betaalt, vloeit er rechtstreeks 400 miljoen terug naar de staat. (…) Dus uiteindelijk is er maar 330 miljoen die rechtstreeks gebruikt wordt voor artistieke elementen, en bovendien zijn daardoor 500 mensen tewerkgesteld. Veronderstel dat die 500 mensen werkloos zouden zijn, dan zou dat de staat ook enorm veel geld kosten.”

Gerard Mortier in Intermezzo, maart ’89,

“Het is me opgevallen dat akteurs in België veel meer hun ziel en zaligheid durven blootgeven.

In Nederland is het voor een akteur alleen van belang om te ‘scoren’.”

Roel Twijnstra: Teater maak je uit fascinatie voor het onbekende’, in De Morgen 27 mei ’89.

“Ik moet een gevoelswereld ontwikkelen die ik fysiek kan vertalen, want acteren hangt voor mij in de eerste plaats samen met motoriek. Ik cirkel om de figuur heen, in de hoop dat hij in mijn lichaam plaats zal nemen. Daar is niets mystieks aan, het heeft te maken met een ritme van bewegen, met ademhalen of iemand zuinig met zijn woorden omspringt of juist barok. Dat moet ik aan gaan voelen. Ik lees het script steeds weer hardop. De woorden houd ik betekenisloos, ik vraag me alleen af, waar stokt zijn adem, waar gaat hij door. Zo dring ik tot het personage door,”

Tom Jansen: ‘Ik moet de ademhaling van mijn personage kennen’, in NRC 19 mei 1989.

agenda
Leestijd 2 — 5 minuten

(redactie Etcetera)

agenda