(redactie Etcetera)

Leestijd 2 — 5 minuten

Geld

Geld maakt niet altijd gelukkig. Maar het helpt wel als het er is.

De Amerikaanse, in België residerende theatermaker Davis Freeman maakte met Investment een voorstelling vanuit de vraag: ‘Wat zou je doen als je de lotto won?’ Naar aanleiding daarvan levert Rudi Laermans verderop in dit nummer enkele beschouwingen over onze niet-aflatende fascinatie voor geld. ‘Want geld,’ zo schrijft hij, ‘is pure potentie, loutere koopkracht die voor iedere eigenaar een waaier aan mogelijkheden opent, in het bijzonder wanneer ze ook totaal ontkoppeld geraakt van de noodzaak om elementaire levensbehoeften te bevredigen. Met een beetje extra geld kan je immers heel veel dingen doen, zodat keuzes onontkoombaar zijn (wie in het geld zwemt, ontsnapt aan deze dwang).’

Het is moeilijk om bovenstaand citaat niet te lezen in het licht van de recente beslissingen in het Kunstendecreet met betrekking tot de subsidiëring van podiumorganisaties vanaf 2010. Wie vandaag wordt gevraagd om die beslissingen in één woord samen te vatten, zal allicht zeggen: versnippering. In de jongste Courant worden de cijfers op een rij gezet. In 2001 werden 74 organisaties voor podiumkunsten structureel betoelaagd. Vanaf 2010 zijn dat er 100.

Wat betekent dat? Voor vele gezelschappen, zo schrijft Joris Janssens, is de status quo een feit. ‘Hun subsidie-enveloppe stijgt nauwelijks of niet, terwijl het leven duurder wordt. Er komen veel zeer kleine spelers bij. De kleinste subsidie-enveloppes hebben een historisch dieptepunt bereikt.’

Uit berekeningen blijkt ook nog eens dat, wanneer rekening wordt gehouden met de levensduurte, de gemiddelde subsidie sinds 2001 niet gestegen is, maar met 13 procent gedaald.

Hoe blij moet een gezelschap zijn dat jarenlang met projectsubsidies heeft weten te overleven en zich vanaf 2010 structureel erkend ziet voor een bedrag van zo’n 170 000 euro per jaar? Moet je daarmee op een professionele manier – met alle decretale verplichtingen vandien – theater gaan maken? Ik vrees de Grieken, ook al brengen ze geschenken.

Bovendien staat het podiumkunstenveld nog een crisiskorting te wachten. Sinds eind oktober circuleren er allerlei cijfers, maar op het moment dat dit stuk wordt geschreven, 22 november, is voor de organisaties op individueel niveau nog steeds niet duidelijk hoeveel zij in 2010 precies zullen moeten inleveren.

Liesbeth Dejonghe en Paul Corthouts van oKo (overleg Kunstenorganisaties) stellen in Courant vast dat in de kunstensector het onbestemde gevoel leeft ‘dat iedereen aan een ramp is ontsnapt, maar dat tegelijkertijd niemand is gered’.

Dat geldt ook voor Etcetera. Sinds zijn oprichting in 1982 wil het een professioneel tijdschrift voor podiumkunsten zijn. Maar als het dat is – en het oordeel op dit vlak is uiteraard aan de lezer –, dan wel slechts in overdrachtelijke en niet in letterlijke zin, want de mensen die het maken en ervoor schrijven worden niet op een professionele manier vergoed. Het betekent, kortom, dat Etcetera ook in de komende jaren afhankelijk zal blijven van auteurs die het zich kunnen permitteren om ervoor te schrijven. Het is een leuke bijverdienste, daar niet van. Maar probeer er vooral niet van te leven, want dat lukt niet.

Geld doet de mens twijfelen. Het zet ons aan, zo schrijft ook nog Laermans, tot zelfonderzoek en reflectie. Het confronteert ons met ons ‘diepe zelf ’.

Wat zegt het over onze omgang met theater als de reflectie erover ook na 27 jaar nog steeds een hobby is?

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

agenda
Leestijd 2 — 5 minuten

#119

01.12.2009

30.06.2008

(redactie Etcetera)