Sam Bogaerts – Foto Bert Nienhuis

Sam Bogaerts

Leestijd 3 — 6 minuten

Geld, folklore & talent

Een beschouwing van Sam Bogaerts, pas terug in Vlaanderen na een jarenlange theaterbedrijvigheid aan de andere kant van de Moerdijk, over de noodzaak van een zuiver artistieke samenwerking tussen Noord en Zuid.

In een relatief klein taalgebied als het onze, verdeeld over twee landen, is artistieke en structurele samenwerking tussen instellingen en kunstenaars die zich bezighouden met taalgebonden media (toneel, literatuur, televisie), eigenlijk noodzakelijk. Samenwerking verruimt de middelen en vergroot het publieksbereik.

En het lijkt wel mee te vallen, die samenwerking. Om maar enkele coproducties te noemen: Who ‘s afraid of Virginia Woolf (Witte Kraai / Toneelschuur 1987), Strange Interlude (Voorziening / Blauwe Maandag 1990), Nachtwake (Zuidelijk Toneel / Blauwe Maandag 1989), Lulu (Toneelgroep Amsterdam / De Tijd 1990), en volgend seizoen Ivanov (Stan / Discordia). Vlaamse acteurs, regisseurs en toneelgroepen liggen de laatste jaren bijna even goed in de Hollandse markt als bier. (liggen! markt! bolleke koning!) En dat een Hollandse tournee het percentage eigen inkomsten van een Vlaamse gezelschap prettig naar boven blaast is algemeen geweten. Maar waar blijven de tournees van Nederlandse gezelschappen in Vlaanderen (Discordia uitgezonderd)? En waarom is het aantal Nederlandse regisseurs en acteurs dat emplooi vindt in Vlaanderen beduidend lager dan omgekeerd?

Is er dan zoveel meer talent in Vlaanderen dan in Nederland? Welnee. Tenminste, als ik het Vlaams toneel niet beperk tot enkele welbekende prijswinnende groepen en namen, maar ook toneelgezelschappen als Ivonne Lex en andere fakkels laat meetellen.

De verklaring: als gevolg van een decennium corporatisme is er een wanverhouding ontstaan tussen talent en subsidievolume, tussen talent en doorstroming binnen bestaande structuren. Talent is goed voor export, want is bedreigend voor de werkzekerheid. Talent is voor veel Vlaamse toneeldirecties alleen maar lastig. Want om nieuw talent zijn gang te kunnen laten gaan, moet er plaats worden gemaakt. En dat ligt in Vlaanderen heel moeilijk, (liggen! moeilijk! bolleke koning!). Neem bijvoorbeeld het tableau van de drie grote gesubsidieerde Nederlandse gezelschappen. (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam). Vergelijk de namen van de ensembles, acteurs en regisseurs in 1980, met die van 1990. Meer dan 90% van de namen zijn verschillend. Neem het tableau van de drie grote gesubsidieerde Vlaamse gezelschappen (Antwerpen, Gent en Brussel). Vergelijk de namen van de ensembles, acteurs en regisseurs in 1980 met die van 1990. Enfin. Tournee générale.

“Zelfs wanneer gewone lezers zouden weten of de wieg van een Nederlandstalige schrijver in Goes dan wel in Gent heeft gestaan, dan nog doet dat weinig of niets af of toe aan de eventuele waardering. Ze lezen Neerlands bloed met evenveel plezier en met even weinig moeite als Het verdriet van België, en laten het werk van Jacq Firmin Vogelaar en Daniël Robberechts links liggen. (…) De haarkloverijen over de bijzondere identiteit van de Vlaamse literatuur zijn typisch Nederlands. Misschien worden ze wel ingegeven door een hedendaagse variant van calvinistische zuinigheid: stel je voor dat je je als geletterd mens ook nog eens met dat buitengewest bezig moet houden! (…) De kleingeestige inperking van de Nederlandse literatuur tot de eigen staatsgrenzen is mondiaal gezien een unicum. Geen Engelsman die erover denkt de Zuidafrikaanse schrijfster Nadine Gordimer en de Australische romancier Patrick White uit te sluiten van de Angelsaksische letterkunde. Thomas Bernhard en Peter Handke horen doodeenvoudig bij de Duitse literatuur, net als Max Frisch en Friedrich Dürrenmatt.” (Jaap Goedegebuure, HP/De Tijd 26.07.91, “Weg met de apartheid! Leve de Grootnederlandse literatuur”)

Het verschil tussen Vlaams en Nederlands toneel is misschien vooral een kwestie van folklore. (Heb je zin? Leuk! Hebde gij geen goesting? Plezant!) Er is goed toneel en slecht toneel. De combinatie van persoonlijkheden (vormgever, auteur, regisseur, acteurs) is van belang voor het welslagen van een project. De nationaliteit of tongval van de kunstenaar doet er niet toe. Het zou prettig zijn, als een samenwerking tussen Vlaamse en Nederlandse toneelinstellingen en kunstenaars zou kunnen ontstaan vanuit een artistieke behoefte, niet vanuit een financiële noodzaak.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#35

15.09.1991

14.12.1991

Sam Bogaerts

artikel