Geert Kimpen

Leestijd 4 — 7 minuten

Geert Kimpen

Er was eens een gedrocht; haviksneus, puisten en bovenal bleek, enfin, u begrijpt wat voor type ik u wil suggereren… wou hij toch wel theater maken zeker! En hij sprak met een huig-r! Theater! Nu goed, hij naar de toneelschool.

Maastricht… jij trekt geen grimassen kerel, jij bent een grimas! Herman Teirlinck… maar jongen, eigen inbreng, wat heb jij in te brengen?

Conservatorium van Antwerpen… knul! het is niet omdat de minimum leeftijd 18 jaar is, dat jij perse 18 moet zijn!

Naar Gent… in Maastricht en Antwerpen reeds geflest? Je begrijpt toch wel dat wij onze goede naam niet kunnen verkwanselen!

Brussel dan maar… trein toch wel gemist zeker!

Dus, z’n moed wel degelijk in z’n schoenen, maar theater nog steeds in z’n bloed. Zijn instinct geraakte in de war doch op een strand aanspoelen kon niet, want hij was niet eens een walvis!

“Creatief blijven’, dacht hij, “vooral creatief blijven!”

Om kort te blijven, die vier andere lotgenoten zagen zijn idee ook wel zitten. Toen restte alleen nog maar het probleem: waar?

Sigaretten bengelden aan hun lippen als snot dat van de Baraque Michel druipt. In één d’er ogen flakkerde plots een glinstering, neen, niet als snot dat van de … maar, als een tremolo-sterretje in extase, zij dus gevijfend naar de ‘Komedie’. In zijn zak een uitpuilende omslag met bankbiljetten, hun neuzen gekruld vanwege dat weergaloos idee! Ook de ‘Komedie’ zag het wel zitten, zeker nadat ze die briefomslag getoond hadden!

Een tijd van zwoegend schrappen en schaven brak aan. Ideetje hier, ideetje daar, ideetje overal! Verf, kwasten, spots, knopjes, kostuums, schaar, naald en draad, fond de teint, zwart potlood, lipstick… en datum!

Ja hoor, daar zaten zij, tejaterdirecteurend Vlaanderen, kont aan kont geprest in die “koop een stoel “-stoelen, parelend van galgeverlangen, de stroppen wiegden uit hun giletzakjes, hun scheermesjeshumor doorkliefde de atmosfeer.

“‘t Is barsten of barsten”, sprak Don, zo heette hij namelijk, zijn vier plannetjesdeelsters nog moedvol toe.

“O.k. Swa, doof het zaallicht maar!” hoorde de wakker schietende Swa door zijn écouteur in de geluids-en lichtkabine.

“Waarom ook niet”, dacht Swa, en haalde virtuoos het zaallicht omlaag en het voetlicht omhoog.

Don stond in pitteleer te midden van de scène met z’n haviksneus net boven een kansel.

“Mijne dames en heren”, declameerde hij naar mijn gevoel net iets te onzeker, “Mag ik u voorstellen: Betty!”

Tegenlicht bracht Betty in silhouet in beeld.

Eén meter 70 groot, blonde haren, groene ogen, borstomvang… (Betty draaide zich in zij perspectief en instemmend gelach knorde uit de zaal) 29 centimeter (waarop ze haar 29 centimetertjes aan het dansen bracht).

“Daarnaast: Liesbeth! (een vage massa tekende een vetplekkig skelet mèt inhoud in vol perspectief). Haar maten zijn van niet zoveel belang… (de zaal bulderde het uit). Dus over naar Conny; krullen, mijne dames en heren, krullen om dagen in te prullen! En als we dààr Françoise niet hebben! (het Gaston en Leo-publiek zuchtte Oh!)”

Don speelde improvisatorisch in op deze reactie met: “Zag u ooit een perfectere uitgave van vrouwe natura? (wat achteraf bekeken natuurlijk niet zo’n geestige opmerking bleek te zijn!) en last but not least: ikzelf, Don Eduardo du First, Don voor de vrienden!”

Het vrouwenkoor uitte geestdriftig: “Don!”.

Mythisch goedklinkende muziek zette in, het vijftal danste een sterk ballet vol. Veel bijval genoot bijvoorbeeld de electric boogie woogie van Liesbeth en de Stervende Zwaan van Françoise. Het verdere potente schouwspel werd ingevuld door vijf jonge mensen die alles lieten zien wat zij dachten te moeten laten zien om als acteur aangenomen te worden; dramatiek die uit haar voegen barstte, fladderende poëzie in een schrijnende zeepbel, gezag dat voor een hoog IQ moest pleiten en vooral vlees, veel vlees, nauwelijks voor emoties gevreesd.

Het vijftal boog diep voor zijn potentiële werkgevers en Don nam opnieuw het woord: “Gewaardeerde dames maar ook heren, dit waren voor u: Françoise, Conny, Liesbeth, Betty en Don. De koop is geopend; denkt u één van deze talentvolle jongeren te kunnen gebruiken, tast toe en beslist!”

Geroezemoes, een mengelmoes van overleggend gewemel, geroezemoes, geroezemoes, geroezemoes en met een electrische geladenheid daar bovenuit het Hasselts accent van een Limburgs keuter-tejaterdirecteur-boertje: “30.000 in de maand voor Conny!”

Don herhaalt het aanbod: “30.000 fr. voor meneer daar, éénmaal, andermaal, een job voor Conny! U kan ze aan de exit straks ophalen meneer, wie volgt?” (Conny trouwens was in snikkend geluk ontsprongen en beefde als een riet.)

Een Antwerps teaterdirecteur kroop op de scène en ging als een keurende pooier voor Françoise staan; hij voelde of haar borstomvang niet van schuimrubberachtig allooi was, bestudeerde haar psychische reactie toen hij zijn tong in haar oor murwde, inspecteerde het spanningsveld van haar erogene zones en richtte zich toen tot Don: “Een stage-contract voor een jaar. ”

“Een stage-contract voor een jaar voor Françoise”, herhaalde Don. “Éénmaal, andermaal, gaat u maar meteen met Françoise naar de exit! (Dit deden ze dan ook gearmd.) Voor u resten Liesbeth, Betty, en Don niet te vergeten natuurlijk!”

Het voorbeeld van hun collega en goede vriend volgend, waagde meer dan een zich zelf lijfelijk aan de resterende lichamen te beproeven. Ook Betty werd uiteindelijk toegewezen.

Het publiek bedacht het overblijvende tweetal met een beleefd applaus en pikte zijn mantels en bontmutsen op bij de vestiaire. (De dame die daarvoor instond, had trouwens wel moeite om sommige directeurs ervan te overtuigen dat zij reeds een job had en er best tevreden mee was.)

Don en Liesbeth, beiden op scène gebleven, verstarden vele momenten in eikaars blikken.

Zij leefden nog veel te lang en ongelukkig.

column
Leestijd 4 — 7 minuten

Geert Kimpen

column