© Ans Brys

Leestijd 6 — 9 minuten

Funeral – Ontroerend Goed

Krokodillentranen om oprecht gemis

Hoe gaan we om met de dood? Willen we vooral herinneren of vergeten we liever alles? In Funeral gaat Ontroerend Goed in hun typische, participatieve stijl op zoek naar nieuwe, eigentijdse afscheids- en rouwrituelen. Een boeiend concept ten spijt, gaat de uitwerking niet veel verder dan een illustratie van (te) herkenbare rituelen. Ook de aard en toon schieten, door een mengsel van deelnemen en toeschouwen en oprechtheid en zeven ongeopende potjes Vicks Vaporub, (te) veel kanten uit.

De mens lijkt op zoek naar nieuwe rituelen om voor altijd vaarwel te zeggen. Welke plek leent zich beter deze uit te testen dan het theater? Recent nog verdiepte choreograaf Michiel Vandevelde zich in deze kwestie in het geslaagde Dances of Death (2021). De combinatie van eeuwenoude dodendansen en persoonlijke dansherinneringen aan zijn overleden moeder deed een nieuw dodenritueel ontstaan dat onze relatie met de dood op een fysieke manier herdacht. Dat hij met Infinite Dances gedurende een jaar deze voorstelling maandelijks in Leuven herneemt voor iedereen die gemist wordt, onderstreept het belang van deze roep naar eigentijdse rouwrituelen, voorbij religie. Ook Ontroerend Goed heeft deze collectieve vraag gehoord, en gaat er mee aan de slag in zijn kenmerkende, participatieve stijl. Zo kom je als toeschouwer in Funeral terecht in een afscheidsceremonie, maar dan zonder duidelijke overledene. 

Met megafoon in de aanslag leidt Aurélie Lannoy het rouwritueel in. We mogen de naam van iemand die we missen bij haar influisteren. Op het einde van de voorstelling zal ze die voorlezen, terwijl wij samen een rouwlied zingen dat we oefenden met Somalia Williamson. Je mag herinneren en je mag vergeten, zingen we, maar soms als je het niet wilt, onthoud of vergeet je toch. De tegelijk trieste en tedere klaagzang brengt ons in de juiste, ingetogen sfeer. Julia Ghysels, opnieuw met megafoon, leest vervolgens een korte, maar krachtige tekst voor, over tussen geboorte en dood zijn, over herinneren en vergeten, over hier en nu samenkomen. We krijgen een warm, wit doekje dat zachtjes naar wierook geurt om onze handen te wassen en worden vervolgens door het drietal richting de zaal geleid. 

In wat volgt, voert regisseur Alexander Devriendt ons binnen in een afscheidsceremonie die nogal sterk voelt als een eenduidige re-enactment van een begrafenis, en tegelijkertijd wat wegheeft van een oefening in rouwen en afscheid nemen. Onder begeleiding van de stemmige, ingetogen muziek van Joris Blanckaert en Hector Devriendt, speelt de regisseur met de codes van (vooral katholieke) uitvaartplechtigheden en gaat hij op zoek naar nieuwe rituelen om de dood, voorbij dat katholieke, gedag te zeggen. Een belangwekkend vraagstuk, dat begon te kiemen tijdens de begrafenis van zijn eigen vader, zo legt de regisseur uit in een video voor VIERNULVIER1

Onder begeleiding van de acteurs vormen we een langgerekte rij rond het ceremoniële speelvlak dat met een zwarte gaas is afgeschermd en baadt in een uitgekiend en sober licht van de hand van Sarah Feyen. De setting voelt zo als een echte begrafenis, met de acteurs als oprechte uitvaartleiders. Op serene, plechtige en afstandelijke, maar toch hartelijke wijze doen ze zachtjes dwingend voor wat we moeten doen. We volgen, schudden elkaar de hand en geven houtblokken door waarop wij, toeschouwers en spelers, gaan zitten. 

We luisteren naar flarden tekst die de acteurs, nu aangevuld met Josse De Pauw, met ingetogen en weemoedige stem uitspreken vanuit de hoeken van de ruimte. ‘De krant, een goede maaltijd, een vlek van de moerbeiboom, een reis naar Japan’. Door hun kortheid baden deze momenten in een zekere anonimiteit. Toch voelt het ook als een opsomming van waardevolle momenten uit een niet nader benoemd leven.

Met een kaars in de hand spreekt Karolien De Bleser ons toe. Haar woorden voelen als die van een priester. Maar zoek in haar preek geen almachtige God. Eerder verwoordt ze een atheïstische, nuchtere kijk op de eindigheid van alle dingen. Alles is een gebeurtenis die moet eindigen. Mooi is de metafoor van de steen, een gebeurtenis die duizenden jaren kan duren, maar ook niet meer is dan een tijdelijke ontmoeting tussen deeltjes die onvermijdelijk zullen vergaan tot stof. Ze herneemt haar betoog, waarop de andere acteurs haar woorden, als in een gebed, herhalen.

Opnieuw volgen losse woorden, ‘een snelverband, smeltend ijs, seks in openlucht, een echo in de bergen’. Samen vormen ze een collectieve herinnering, aan wat of wie dat blijft bewust in het midden. De sobere, stemmige opsomming eindigt met een nietszeggende ‘iemand’. Toch heeft deze anonimiteit iets moois en persoonlijk, je kan er je eigen gemis in herkennen of aan toevoegen.

Lichtjes en kaarsjes leiden onze ogen nu naar het haast sacrale midden van het speelvlak, waar een 140 kilo zware, balkvormige steen uit de Savoye staat opgesteld. Het oppervlak van het statige altaar is leeg. Tot De Pauw er een kartonnen doos op zet en er allerhande alledaagse voorwerpen uithaalt. In zijn kenmerkende, haast gewijde stem benoemt hij ze: een polaroid toestel, een cd met liedjes voor onderweg naar Alpe d’Huez, een pakje zakdoeken van het merk 365. Elk van hen zijn ze ingepakt in een dunne, witte papierfolie. Ze lijken gemummificeerd, alsof ze de herinnering zo lang als mogelijk in leven moeten houden, het vergeten zo lang als mogelijk moeten uitstellen.

Het rouwritueel eindigt met een cirkelvormige processie rond de steen. De traditionele hostie, offergang en kruisteken met wijwater worden ingewisseld voor een handje vol kleurrijke confetti die we één voor één boven de steen omhoog mogen gooien. Het is een mooi en innig beeld, dat ook ik wel op mijn uitvaart zou willen. Want is een begrafenis, naast een afscheid, niet ook de viering van iemands afgelopen leven? Met een afsluitende kop koffie of thee proosten we op onze overleden dierbaren, die net daarvoor deel werden van de voorstelling en door ons werden bezongen. Maar niet te lang, want de volgende afscheidsdienst/voorstelling gaat dra van start. 

Funeral confronteert ons met de onvermijdelijke eindigheid van het leven, en toont tegelijk dat dat einde mensen samenbrengt. Toch overtuigt Funeral niet helemaal. Zo provoceert Devriendt nergens in de reeks rituelen waarlangs hij ons leidt. De theatrale schikking ligt zo – misschien te – dicht bij de werkelijkheid, zowel in vorm, inhoud als (mentale) setting, dat je nooit echt wordt uitgedaagd of iets echt nieuws krijgt voorgeschoteld. En al herschikt Devriendt heel af en toe de zo gekende rituelen van een afscheidsplechtigheid, zo is het handen schudden hier geen teken van condoleance, maar een manier van kennismaken en wordt het zwijgzame maken van een kruisteken opgevrolijkt met het opgooien van confetti, het leidt niet tot nieuwe inzichten of existentiële vragen over onze manier van rouwen en voor altijd vaarwel zeggen.

Bovendien schiet Funeral nogal wat kanten uit, en dat zowel in de aard als de toon voor de voorstelling. Zo wil Ontroerend Goed ons laten deelnemen aan hun afscheidsritueel. Dat bewerkstelligt het door ons een inhoudelijk lege houvast aan te bieden die wij doorlopen en invullen met ons eigen gemis. Deze insteek zorgt voor een persoonlijke toets, maar creëert tegelijk een zekere afstandelijkheid. Op de beste momenten, zoals de gezamenlijke elegie voor zij die we missen, voel ik me oprecht deel van dit collectieve rouwritueel. Maar op andere momenten, zoals tijdens de teksten die de acteurs brengen, zorgt het gebrek aan inhoud – er is namelijk geen overledene –  en de anonimiteit die daarmee samenhangt dat ik me eerder een naamloze toeschouwer voel dan een echte deelnemer.

Hoe vereenzelvig je een gemeend persoonlijk gemis met krokodillentranen? 

Dat gevoel wordt nog versterkt door de toon die doorheen de voorstelling sterk varieert. Waar de acteurs eerst waarheidsgetrouw uitvaartleiders naspelen en ons oprecht lijken te willen samenbrengen in een sereen en ingetogen ritueel, smeren ze vervolgens Vicks Vaporub onder hun ogen om nogal dramatisch en kunstmatig te huilen. Ook wij worden uitgenodigd het smeersel onder onze ogen aan te brengen en mee te fakewenen, al moet dat niet. Deze ironische toon, die vooral lijkt te willen benadrukken dat het maar theater blijft, staat in schril contrast met de authentieke, persoonlijke stemming die volgt wanneer Lannoy de namen voorleest van al wie wij echt missen en die we samen bezingen. Wat Devriendt met deze ingreep wil bereiken blijft me onduidelijk. En staat het niet haaks op de insteek van een gemeend en participatief afscheidsritueel?

Ik blijf dan ook achter met het wat ongemakkelijke gevoel dat onze persoonlijke herinneringen en emoties niet oprecht zijn ingezet, niet oprecht een plek krijgen in dit ritueel. Want hoe vereenzelvig je een gemeend persoonlijk gemis met de krokodillentranen van voorheen? Uiteraard wisten wij niet dat die fake tranen gingen volgen toen we de namen doorgaven van zij die ons voor altijd hebben verlaten. Dat verloop ligt in de handen van de makers. De tranen die ik en andere lieten rollen waren niet echt, en zo voel ik me achteraf toch een beetje gebruikt. 

Het maakt van Funeral, dat in zijn concept nog zo boeiend leek en enkele mooie vondsten presenteert, vooral een gemiste kans. Zo laat Ontroerend Goed de mogelijkheid links liggen om echt nieuwe, eigentijdse en areligieuze rouwrituelen te formuleren en af te toetsen. Tegelijk vind ik het doodjammer dat de gemeende insteek om (opnieuw) afscheid te kunnen nemen van iemand die er niet meer is wordt onderuitgehaald door een aantal lichtzinnige theatrale ingrepen. Dat je confetti inzet om een afgelopen leven te vieren, onderschrijf ik volledig, maar er Vicks Vaporub tegenaan gooien, dat ik vind misschien een brug te ver.

1Regisseur Alexander Devriendt over zijn nieuwste voorstelling ‘Funeral’, https://www.youtube.com/watch?v=dLmzUAP8YQ4&ab_channel=KunstencentrumVIERNULVIER

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#169

15.09.2022

14.12.2022

Jasper Delva

Jasper Delva werkt als beleidsmedewerker rond kennisontwikkeling bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en doet onderzoek naar loopbanen in het Vlaamse podiumlandschap aan de KU Leuven. Hij schrijft tevens voor diverse cultuurmedia.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!