© Hugo Segers & De Munt

Johan Thielemans

Leestijd 4 — 7 minuten

Frankenstein – Mark Grey / De Munt

Een nieuwe opera maakt altijd erg nieuwsgierig. Een opdrachtwerk siert een operahuis. In het geval van Frankenstein kon je hopen op een boeiende avond. Alleen: wat kan je vandaag nog aanvangen met de figuur van Dokter Frankenstein en zijn monster dat al niet eerder werd verteld?

Het libretto geeft onmiddellijk aan dat het creatieve team van schrijfster, componist en regisseur daar ook moeite mee hadden. Hun uitgangspunt: zou het niet interessant zijn als we de actie naar 2816 verplaatsten? Alex Ollé van het Spaanse gezelschap La Fura dels Baus zag dat onmiddellijk zitten: de toekomst, science fiction, die elementen zouden de sluizen van de theatrale effecten wijd open kunnen zetten. Het artistieke kernteam achter Frankenstein liet het beroemde monster in de permafrost bevriezen, om het in 2816 te laten ontdekken door een groepje wetenschappers – als een soort tweede geboorte. Het trio nam het element ijs over uit de roman van Mary Shelley (1818). Het zou een eerste visueel verbluffend moment worden. Er blijven wel een paar vragen onbeantwoord. Boven het toneel staat een Russisch woord, maar verder ontwaar ik geen ontwikkeling van dit element. Is het voldoende als ik hierdoor te weten kom dat we ergens op de Noordpool of in de Siberische ijsvlakten zijn? Of dachten de makers aan het concept van  de ‘maakbare mens’, een theorie die bij de Sovjet Unie past? Als we even dieper graven, dringt de vraag zich op wat deze verplaatsing van de actie aan extra betekenis oplevert. Weinig of zelfs niets, vind ik. Ik lees het als een gimmick, die een aparte vormgeving mogelijk maakt.

Operaspektakel

Zo ziet het publiek in het begin een ruimteschip landen, met figuren in astronautenpakken die uit de toneeltoren neerdalen. Alles is wit want we bevinden ons in een ijslandschap. Daarna komt een koor op, in dezelfde pakken. Het mag een gedicht van Byron (vriend van Mary Shelley) zingen over Prometheus, de Griekse held die het vuur stal van de goden om het te geven aan de mensen. Op dat ogenblik kan het culturele sérieux al niet meer kapot. Het monster wordt ontdekt en ligt op een bed. Het komt langzaam tot leven en zal zich langzamerhand zijn 19e-eeuwse leven herinneren. Alles loopt op een drama af: het monster, dat zoveel misdaden heeft gepleegd, wil sterven op de brandstapel en verdwijnen als as. Het weze opgemerkt: een voorstelling die zo sterk inzet op spektakel, zet dat idee van brandstapel niet in een beeld om.

Nochtans is het bij deze voorstelling vooral om effecten te doen. Het oog moet verbluft worden, en we weten dat dit een kernmerk is van La Fura dels Baus. In de openingstaferelen worden daarom een hele batterij middelen gezet. Alex Ollé  gebruikt licht, ruimte, video’s en doorschijnende kokers die uit de toneeltoren naar beneden komen (Alex Ollé had een erg verwant idee reeds gebruikt in La Damnation de Faust op het festival van Salzburg in de jaren negentig). Dat is overrompelend, en bombastisch.  Maar op zeker ogenblik zijn alle effecten op, wat je al heel vlug vreest als toeschouwer.  Het verhaal – het verleden van Frankenstein en zijn monster – wordt in een flashback verteld, en dan verdwijnt dat oogverblindende aspect. We kijken dan naar ‘normaal’ toneel, wat gezien het contrast met de inzet plots wat banaal lijkt. Soms gaat de voorstelling helemaal uit de bocht: in het tweede deel gaat dokter Frankenstein weer aan het werk, want hij wil een vrouwelijke partner maken, net als het monster een wezen samengesteld uit verschillende stukken mens. Dat wordt hier helaas een toneeltje uit een revue van studenten heelkunde waarbij lustig met darmen en ingewanden in het rond wordt gesmeten. De operatie zelf gebeurt – griezel, griezel – met een hakmes.

Wat in deze voorstelling het meeste indruk maakt, is de figuur van het monster. Lluc Castells steunt voor het kostuum op een prent van een gevilde man van een Spaanse arts uit de 16e-eeuw, Juan Valverde de Amusco. Om dit theatraal aanvaardbaar te maken heeft Alex Ollé een aparte lichaamstaal gezocht voor het personage. De zanger Topi Lehtipuu maakt zich die taal – gebaseerd op mime – helemaal eigen, en wordt hierdoor een intrigerend, mysterieus personage.

Nieuwe operacompositie

De Amerikaanse componist Mark Grey schrijft met Frankenstein zijn eerste opera. Hij heeft een lange staat van dienst in de Amerikaanse avant-garde en heeft veel te maken gehad met Steve Reich, Philip Glass en vooral John Adams. Maar hij specialiseerde zich in elektro-akoestische muziek. Ze is  hier ook aanwezig, al is dat aspect is hier niet bepalend.  Ik heb de indruk overgehouden van een partituur voor orkest. In het programmaboek lees ik dat zijn helden Kagel, Berio en Stockhausen zijn. Heel fijn. Als ik zijn muziek beluister dan lijkt dat allemaal  veel op namedropping, want zijn muziek sluit veel meer aan bij het idioom van de hedendaagse Hollywoodcomponisten. Luister maar naar de filmmuziek van Jerry Goldsmith voor Supergirl : dat is het muzikale universum waarin deze partituur past. Dus: een rijke orkestratie, eclectisch (zelfs een soort John Adams, soms). Het is effectvol, een beetje teveel aan de ‘overweldigende’ kant, en alles bij elkaar: heel professioneel, spelend op effecten en overweldigend, maar een beetje zonder ziel of persoonlijkheid.

De dirigent Bassem Akiki kwijt zich uitstekend van zijn taak om zangers en koor door dit labyrint te loodsen. De orkestratie zet alle middelen in, zelfs met veel kopergeweld. Dat heeft zo zijn gevolgen: de zangers hebben het zeer moeilijk, moeten op kracht inzetten, en klinken dan nog ‘klein’ – al staan hier klasbakken als Scott Hendricks of Topi Lehtipuu op het toneel. Voor mij is het grootste euvel trouwens de behandeling van de tekst: Grey schrijft erg  voorspelbare frases. Hij maakt die ‘artistiek’ door zowat elke klinker te veel kronkelende noten te geven. Ach, die eindeloze, ondramatische versieringen en fiorituren. Het gevolg is dat de zinnen als macaroni-strengen zijn, die alle woorden opeten. Zelfs met de steun van de boventiteling kon ik de Engelse tekst niet volgen, alsof niemand goed articuleerde. Dit is de eerste opera van Grey en we zullen die overdaad maar als een foute keuze van een beginneling aanrekenen (al zijn er meer hedendaagse componisten in datzelfde bedje ziek.) Het gevolg is dat je emotioneel niet kunt meeleven.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#156

15.03.2019

14.05.2019

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

recensie