‘Nieuwe Maan’, STAN / Foto Koen De Waal

Leestijd 9 — 12 minuten

Frank Vercruyssen

Met Het is nieuwe maan en het wordt aanzienlijk frisser bracht Frank Vercruyssen een voorstelling die verraste door haar expliciet politieke lading. In het licht van 24 november kreeg deze voorstelling nog een extra dimensie. Hoe zit het trouwens met de relatie tussen theater en politiek in Vlaanderen? Een gesprek met Frank Vercruyssen.

En een megamix als resultaat

Vercruyssen: Ik kan niet zo goed de scheiding tussen theater en politiek aangeven, en bepalen wat die al dan niet met elkaar te maken hebben, omdat ik juist daaruit vertrek. Ik heb mij bij het maken van Nieuwe maan ook wel afgevraagd of een dergelijke expliciete politieke thesis binnen het theater nu nog kon, in de naweeën van de jaren ’70 en de kater die een generatie daaraan heeft overgehouden. Maar eigenlijk heb ik daar niets mee te maken: ik merk bij mezelf een soort van kwaadheid over hoe het er in de wereld aan toe gaat. En dan maak ik gewoon een voorstelling. Ik sta dus op het recht om te spelen met alternatieve gedachten ten aanzien van de politieke actualiteit. Ik besef wel dat als ik bepaalde woorden gebruik, of bepaalde wendingen, of bepaalde klemtonen leg, dat daar door een generatie meewarig op gereageerd wordt. Het kan zijn dat van zodra ik iemand als Trotsky noem, ik een ongelooflijke baard krijg en een uilebril. Ik heb daar niets mee te maken. Ik bekijk dat op mijn manier nu, zonder de last van vroeger.

Het conservatisme waar toen tegen gevochten werd, is nu nog veel sterker geworden. Ik reageer daartegen door een alternatieve gedachte te formuleren, zonder vorming of belering. Zonder de illusie dat die gedachte te verwezenlijken is in een soort maatschappij-model. Het is aan anderen om dat als een teken van de tijd te duiden of als een stroming of een beweging tegenover het theater van de jaren ’80. Of om dat als politieke voorstelling te verbinden met wat er zich voordien afspeelde. Daar ben ik niet mee bezig. Ik kan mij wel voorstellen dat ik en andere mensen iets vertegenwoordigen dat in jonge gasten van nu zit, dat weet ik niet. Ik kan mij ook voorstellen dat er een soort nieuwe onvrede is met wat er zich voordoet, maar los van een Tentakel of een Nieuwe Scène enz., gewoon omdat dat in mijn geheugen ontbreekt.

Lijfelijke aanwezigheid

Etcetera : Maar je kent dat politiek theaterverleden natuurlijk wel. En misschien zoek je nu naar een andere vorm om op de maatschappelijke realiteit van vandaag in te gaan, zonder in de valkuil van de vorige generatie te vallen?

Vercruyssen: Dat zijn evoluties die apart verlopen. Als je het hebt over de wil om een politiek item te vertalen in een voorstelling, dan is dat voor mij een andere evolutie dan de vraag naar de sociale functie van theater. De vorm van het theater vandaag is een discussie op zich. De essentiële vraag is hoe toneel, na het opkomen van film en televisie, gebruik kan maken van datgene waar het nu sterk in is opdat het zijn noodzaak zou behouden. Dat blijft voor mij de lijfelijke aanwezigheid van de speler tegenover het publiek en de mogelijke interactie die daaruit volgt. Het moment, als mogelijkheid om het nü voor de speler en de kijker te realiseren.

Etcetera: Wat is dan die noodzaak van toneel? Voor jou is het noodzaak, maar dat is het voor de meerderheid niet. Het is een zeer kleine, nog meer gemarginaliseerde groep dan het al was, zeker binnen de sector waar jullie in werken. Neem je vanuit de kennis dat je maar in zo’n kleine groep opereert een andere positie in als theatermaker?

Vercruyssen: Er zijn een aantal gevoelens die botsen. Een produktie als Nieuwe maan wordt bekeken door een klein aantal mensen en blijft binnen dat zeer kleine kringetje. Maar ik heb niet de illusie dat ik of wij dat in groep op dit moment volledig kunnen veranderen. Misschien ben je één schakeltje in een proces dat toneel in zijn functie rehabiliteert. Iedereen kijkt wel naar film en televisie, die veel functies van het toneel overgenomen hebben. Toneel wordt op die manier een soort van Eurovisiesongfestival op een artificiële manier in stand gehouden voor diegenen die het organiseren en diegenen die het spelen en voorde geïnteresseerde enkeling. Als wij als groep vinden dat toneel wel een kracht heeft die nergens te vinden is en de nadruk leggen op het momentane en het veranderbare van de voorstelling, dan denk ik niet dat we pretenderen dat er na ons ineens tien of twintig procent van de bevolking gaat inzien dat toneel belangrijk is. Maar misschien zijn er wel een aantal mensen die er het nut van inzien en er dan op voortbouwen.

Ik vind de sociale noodzaak van toneel heel groot. In een film geef je een verhaal, en dat zit op een heel technische manier in mekaar. Je kan wel genieten van wat een acteur op het doek doet, maar een lijf dat op een meter of twee afstand staat, kan door de continuïteit en de gemeenschappelijkheid van het moment op een veel acutere, hevigere manier je de zo noodzakelijke spiegel voorhouden en je aan het wankelen brengen. De kracht van toneel is dat het veel meer dan het door de commercie gecompromitteerde filmmedium in staat is mensen te kijk te zetten ten aanzien van zichzelf, direct, en vragen te stellen over hun situatie. En dan heb ik het niet over een verhaaltje dat verteld wordt, maar over mensen die samen met een publiek een tekst onder handen nemen, daaraan vragen stellen en de boodschappen die erin zitten aanbieden.

Individuele woede

Etcetera: Het theater stelt vragen, maar biedt zelf geen antwoorden. Dat wordt overgelaten aan het publiek. Dat is zo’n beetje de strekking geweest van het theater van het laatste decennium. Is er vandaag misschien een andere manier van antwoorden, een andere vraagstelling mogelijk geworden?

Vercruyssen: Ik heb het vooral over het individu. Met Nieuwe Maan geef ik geen antwoord, maar ik denk dat ik weiger nog onder stoelen of banken te steken dat de politiek mij ongelooflijk raakt. Ik was op dat moment van de geschiedenis gewoon woest. Ik had geen zin meer om daar nog over na te denken, om mij af te vragen of dit al dan niet relevant was. Ik kon alleen maar zeggen wat ik dacht, zonder dat op te kuisen of zo te ‘versubtiliseren’ dat het weer volledig vrijblijvend werd. Het stuk Nieuwe Maan is woede. Ik had zoiets van: de mensen weten het niet, ze worden door de media beledigd, maar dat maakt gewoon niets uit.

Het individu censureert zichzelf dus niet meer ten aanzien van het verleden, maar neemt stelling. Het is een louter individueel standpunt dat geconfronteerd wordt met het standpunt van de mensen die daar tegenover zitten. En daar gaat het op dat moment om. Ik geloof niet in een groep. Ik geloof alleen maar in individuen die door een optelsom een groep vormen. Alleen het individueelste standpunt heeft volgens mij een sociale gemeenschappelijkheid. Je moet je standpunt helemaal individueel laten worden, opdat de stelling ‘dit is de waarheid’ volledig ondermijnd wordt. Als ik zeg ‘ik vind dit of dat’, dan is dat zonder de pretentie van een algemeen geldend waarheidsbeginsel.

Het gaat er om als individu te reageren in het besef van de relativiteit van je positie. Dat laat je toe gewoon te zeggen watje zegt. En dat is bij elke voorstelling anders. Ik heb voorstellingen van Nieuwe maan gespeeld waar ik absoluut veel te veel een opgeheven vingertje had, veel te veel de les spelde. Op andere momenten vond ik een veel juistere balans en bleef het belerende achterwege. En die mix werd dan ook veel meer een allegorie.

Cynische taalkunstenaars

Etcetera : Wat is de rol van de taal daarbij?

Vercruyssen: Taal speelt op verschillende niveaus een rol. Algemeen is er een onvrede met de taal die ons in vertalingen aangeboden wordt. Die staat te ver van ons af. We willen namelijk reageren tegen iets dat ons ingelepeld werd: nl. dat je eigen taal maar half zijn gat is, datje je taalgebruik moet optillen door v.b. de ‘g’ wat meer aan te blazen. Aan een stuk werken is voor ons in de eerste plaats zoeken naar de juiste woorden en zinnen. Woorden waar we niets mee hebben, zoals hartstikke, gaan er dan ook uit.

Ik ben ook geïntrigreerd door woorden die qua gevoel volledig overeenkomen met hun inhoud: de fysieke beleving van het zeggen deelt de inhoud mee. Bijvoorbeeld ‘Familienvater’ van Büchner. De klank dekt precies wat met dat woord gezegd wordt. Dat is hetzelfde met ‘fuck’. Nieuwe Maan was een heel omstandig proces. Ik ben altijd bezig met het opnemen van vanalles. Zo had ik alle nieuwsuitzendingen over de Golfoorlog opgenomen. Daar werd ik geconfronteerd met het taalgebruik van de oorlog: de geniale manier waarop de taal als politiek strijdmiddel gebruikt wordt om mensen te beïnvloeden. Woorden met een klein subtiel verschil. Uitdrukkingen als ‘collateral damage’ voorburgers die sterven. En zo zijn er tientallen termen. Het zijn cynische taalkunstenaars. Dat is heel theatraal. Dat is me zo beginnen intrigeren dat ik daar iets over wou maken.

De eerste versie van Nieuwe Maan bestond uit de uitgeschreven tapes. Als je al die berichten van NBC, CBS, American Forces Network, achter mekaar leest, kreeg dat een bepaalde flow, dat legde iets bloot. Je ziet dat zo degenereren.

De bijna fascistische propaganda is het vertrekpunt geweest. Ik ben nog nooit zo kwaad geweest op de media. Wansmakelijk. De euforie die uit de radio spatte: “It was the biggest 4th. of July show you’ve ever seen”, zei een soldaat. “All these beautiful orange traces up in the sky, and it goes boom, boom, boom”, zei een journalist. Of de briefings van generaal Neal, die op 10-15 vragen niet antwoordt. Er zijn wel woorden, maar er wordt niets gezegd. Ik wist na een tijd perfect wat hij ging antwoorden.En bij de Amerikaanse briefings lag het er dan nog tamelijk dik op, dat zijn echte cowboys. De Engelsen waren daartegen heel clean. Die Engelse briefer was een chef in eloquentie. Die sprak prachtig beschaafd Engels. Als die dan zei, “we did 2.500 sortees today”, dacht je dit is echt plezant.

Day after-gevoel

Etcetera: Bij je commentaar op de Golfoorlog betrek je teksten van Büchner en Bernhard, waardoor een historische dimensie gecreëerd wordt. Voor mij versterkte dat het nihilisme van de opvoering: het heden en verleden worden in een nihilistisch perspectief geplaatst. Is dat ook het gevoel dat je wil meedelen?

Vercruyssen: Nee, zeker niet. Ik ben zeer opgewekt, maar gebruik daar de meest wild om zich heen schoppende teksten voor. Bernhard is daar het beste voorbeeld van. Bij nihilisme denk ik aan afbraak, terwijl ik de volheid van het moment en de mededeling daarvan juist heel belangrijk vind. En dat is absoluut niet nihilistisch. Het betekent genieten van wat er zich zou kunnen voordoen, en wat er zich op het moment aanbiedt.

Je kan een ‘day after’-gevoel hebben, en als er dan iets naar boven komt, kan je dat ook weer dood duwen, zodanig dat die ‘day after’ gewoon blijft: het nihilisme van een visie die geboren is uit de generatie van ‘alles plat’, na ’77, van mensen die opgegroeid zijn met het woord ‘dop’. Dat is vandaag helemaal anders: de meest walgelijke en negatieve dingen bespreek ik met een grote frisheid en opgewektheid. Maar het besef van hoe walgelijk het wel is, blijft aanwezig. Dat trekt mij ook bij Bernhard aan: dat lijkt een slechtgezind mens, maar als je een interview met hem ziet, dan blijkt hij integendeel zeer opgewekt. Ik ga niet op de grond liggen als consequentie van het feit dat ik zeg ‘wat een kutwereld’. Ik doe dingen vanuit een energie en niet vanuit een ‘sit back and suffer’ gevoel. Dan kom ik weer bij het individu terecht. Misschien is het wel zo dat de huidige generatie meer uitgaat van het individu, en niet langer de pretentie heeft in groep iets te veranderen. Een individu dat zijn verantwoordelijkheid neemt, maar helemaal alleen, ten aanzien van zijn eigen wereld, zijn eigen publiek, alles waar hij als individu mee te maken hebt. Het is de illusie, of de utopie, dat je als individu in een maatschappij die compleet onvrij is en ondemocratisch, naar een vorm van vrijheid kunt streven waar je tevreden mee bent. Je zoekt niet meer naar uitbreiding, maar integendeel naar verenging zodat dat je uiteindelijk uitkomt bij de mens als sociaal dier dat iets herkent in het allerindividueelste standpunt van iemand anders en misschien voor zichzelf een verhaal, een soort van vrijheid zal creëren.

Michael Kirby heeft ooit eens gezegd over Liz Lecompte: ‘there are a lot of things important to her, but she doesn’t expect it to be important to you’. Ik heb ook zoiets van ‘dat vind ik ongelooflijk belangrijk, maar ik ga jou niet met de vinger wijzen als jij dat absoluut onbelangrijk vindt.’ Hoe het publiek tegenover mijn spel staat is hun zaak. En dan heb ik het niet over onverschilligheid of luiheid, want daar heb ik wel problemen mee, maar over het verschil in mening. Ik ga er vanuit dat er absoluut niemand meer geïnteresseerd is in iets. Ik heb absoluut niet de illusie dat wat ik te vertellen heb de mensen zal interesseren. En dan heb ik het niet over mijn publiek, maar over een veel bredere laag. Zelfs 250.000 bommen kunnen die niet wakker krijgen.

Etcetera: Ga je je dan niet nog meer afgrenzen met een groep van gelijkgezinden, zodat dat er nog een grotere kloof ontstaat?

Vercruyssen: Dat is een evolutie die het publiek in handen heeft. Het is absoluut niet mijn bedoeling om toneel te maken voor een klein aantal mensen. Het kan zijn dat we er niet in slagen, maar wij maken gewoon toneel voor ‘het’ theaterpubliek op dit moment. De evolutie die je beschrijft is mogelijk, maar ik denk niet dat we grenzen verstevigen.

Wanhopige tederheid

Etcetera: Na de politieke gebeurtenissen van 24 november zie je opnieuw een aantal initiatieven ontstaan die terug op het collectief aansturen en eenbundeling van krachtennastreven. Heeft het theater daarin een functie?

Vercruyssen: Ik weet niet of theater een taak heeft. Ik vind, op dit ogenblik, al die initiatieven goed, maar er is een verschil tussen een echt verlangen om iets te doen en ons geweten sussen voor wat we de voorbije jaren dan wel gedaan hebben.

Etcetera: In Ivanov, de recentste produktie van STAN, zegt een van de personages: ‘De tijd dat we ons met levensbeschouwingen in moesten laten ligt ver achter ons’.

Vercruyssen: Voor mij is Ivanov een stap na Nieuwe Maan. Nieuwe Maan was een thesis, een stelling gebracht met de relativiteit van ‘ik laat het u gewoon zien’. Ivanov is terug opengetrokken, een open aanbod van allerlei standpunten, veel minder rechtlijnig. Tsjechov observeert gewoon en laat dingen zien waar wij ook geen keuze in willen maken. Wij hebben minder zin om klemtonen uit dat werk te halen dan om het werk te tonen in al zijn kracht, brutaliteit en wanhopige tederheid. De duidelijke visie dat er niets duidelijk is, kortom.

Maar het is evenzeer ingebed in het politieke landschap als Nieuwe Maan, zij het minder expliciet, ook in zijn textuur. Van geen Belang, de produktie die we daarvoor brachten, was eveneens politiek geladen.

Etcetera: Je plaatst de personages van Ivanov niet in hun context, maar presenteert ze als tijdgenoten.

Vercruyssen: We zijn sowieso niet echt bezig met personages an sich, maar wel met de textuur ervan. Ik vind dat Tsjechov een directe band heeft met vandaag, zoals dat ook bij Büchner het geval is.

Tsjechov probeert op een zeer subtiele manier weerwerk te leveren aan het Tsaristische regime, op het zelf-censurerende af, omdat hij zich niets kon permitteren. En 70 jaar later krijg je terug de evolutie naar de wereld die Tsjechov contesteerde, terug naar het pre-revolutionaire, en dat is voor mij zeer schrijnend. Dat er, terwijl je Ivanov aan het spelen bent, opnieuw een Tsaristische vlag in de straten van Moskou verschijnt. Dan wordt de maatschappelijke en politieke relevantie wel zeer acuut.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 9 — 12 minuten

#37

15.04.1992

14.07.1992

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!