Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Åsa Lundén
‘Le dieu de la danse,’ zo werd Vaslav Nijinsky vaak genoemd. Maar hij was een god die van zijn torenhoge wolk hard te pletter is gevallen. Begin twintigste eeuw werd Nijinsky sterdanser (en uiteindelijk ook choreograaf) bij de baanbrekende Ballets Russes in Parijs onder leiding van Sergej Diaghilev. Zijn carrière daar was even kort als legendarisch. Het verhaal van die steile klim en neerwaartse val krijgen we te zien in ‘FLY’, de nieuwe voorstelling van choreograaf, danser en filmmaker Sidney Leoni.
Leoni baseerde zich op het dagboek van Nijinsky, dat een onthutsend relaas biedt van een kunstenaar die wegzakt in psychoses en schizofrenie. De spectaculaire sprongen waarmee Nijinsky ooit bekend werd als danser, doet hij over in zijn dagboek. Achteloos springt hij tussen feiten uit zijn leven, waanideeën en wilde reflecties over de wereld rondom hem. Die imaginaire trip wil FLY via film en dans op scène zetten, eerder dan een historisch correct biografisch verhaal te vertellen. We vliegen mee op Nijinsky’s wolk en dalen met hem af naar de afgrond.
Leoni’s FLY laat ons vooral kennismaken met zijn achtergrond én kunde als filmmaker. De gehele voorstelling zien we beelden uit de langspeelfilm die Leoni in 2022 over Nijinsky heeft uitgebracht, met als titel I AM ALMOST NOT MAD. De voorstelling FLY voegt daar vier dansers (Philip Berlin, Linda Blomqvist, Dolores Hulan en Sidney Leoni) aan toe die, voor het scènebreed beeldscherm, choreografische sequenties uitvoeren die losjes verband houden met wat we op het scherm zien. Het is toch vooral de film die ons meeneemt in Nijinsky’s verhaal. Zeker de onverwachte en snelle beeldmontage kort na het begin van de voorstelling heeft de allure van een Baz Luhrmann-film. Door deze absurdistische opeenvolging van oorlogsbeelden, maquettes van theaterdecors, uitvergrote gezichten, of zelfs Yves Klein die uit het kader van zijn eigen foto Leap into the Void springt, word je op ijltempo meegezogen in de soms hallucinante leefwereld van Nijinsky.
Deze verbluffende ouverture, duidelijk bedoeld als een soort teletijdmachine, geeft later ruimte aan een meer afgemeten verhaal dat via dialoogscènes en voice-overs toeschouwers voldoende wil inlichten over het toch wel complexe maar erg intrigerende levensverhaal van Vaslav Nijinsky. Want hoewel Leoni geen biopic wou maken, krijgen we toch een behoorlijk volledig beeld van Nijinsky’s turbulente biografie. We zien hoe zijn professionele en ook amoureuze verhouding met Diaghilev snel vertroebelde, tot op het punt dat hij met de slinkse Romola de Pulszky trouwt en in een web van verschillende belangen verstrikt geraakt. De moeder van Romola, Emília Márkus (in de film vertolkt door Christine De Smedt), speelt hier een niet onbelangrijke rol in. We leren ook hoe Nijinsky een vormende invloed had op zijn jongere zus, Bronislava Nijinska, die tevens danseres was. Daar voegt FLY nog een fictief figuur aan toe, Paul Chaplin, die wordt geïntroduceerd als een Franse danser tot wie Nijinsky zich aangetrokken voelt.
Toch vormen de vele biografische feiten vooral het kader voor een niet-chronologische duik in het hoofd van Nijinsky via snelle tijdssprongen en soms fabuleuze scènes met bijvoorbeeld faunachtige figuren die sensueel over elkaar heen kronkelen. Zo doet FLY dienst als een echokamer waarin tal van verwijzingen naar Nijinsky’s eigen, vaak notoir beroemde choreografieën weerklinken, zoals L’après-midi d’un faune (1912), Jeux (1913) of Le sacre du printemps (1913). Die fragmentarische weergave is deel van het poëtisch universum dat Leoni wil creëren, maar keerzijde is dat we over Nijinsky’s choreografische vernieuwingen niet bijzonder veel te weten komen.
Met FLY sluit Sidney Leoni aan bij een groeiend genre van ‘documentaire dans’ dat zoekt naar een intermediale kruisbestuiving tussen film en live uitgevoerde choreografie om een iconisch stuk dansgeschiedenis nieuw leven in te blazen.
Hierin lijkt FLY op een andere filmische vertaling van Nijinsky’s dagboeken, The Diaries of Vaslav Nijinsky (2001) van regisseur Paul Cox. Net zoals Leoni wou Cox geen historisch accurate weergave bieden, maar wel wat hij een ‘cinematic poem’ noemde dat eveneens de nodige vrijheid neemt qua chronologie of personages en dansscènes afwisselt met feeërieke natuurbeelden. Tegelijk staat het tragere tempo en de soms wat schoolse toon van Cox’ film in schril contrast met de flitsende en ietwat duizelingwekkende snelheid van Leoni’s werk.
Thematisch gezien legt Leoni ook een aantal eigen klemtonen, door bijvoorbeeld de rol van de Eerste Wereldoorlog sterk in de verf te zetten of het ecologische gedachtengoed dat voor Nijinsky steeds belangrijker werd. Uiteraard resoneert dit met onze contemporaine bezorgdheden nu met de oorlog in Oekraïne de wereldorde heftig verstoord is en natuurrampen door de klimaatcrisis elkaar steeds sneller opvolgen. In het persdossier lezen we inderdaad dat Leoni via de figuur van Nijinsky uitdrukking wou geven aan een existentiële angst die hij zelf in de aanblik van onze wereld in toenemende mate ervaart.
Leoni noemt FLY een “film-dansvoorstelling” waarin hij zoekt naar hoe de personages op beeld en de dansers op scène elkaar kunnen versterken dan wel tegenwerken. De vier dansers verbeelden dan ook afwisselend het ensemble van de Ballets Russes en vier personages uit de film: Vaslav Nijinsky, Paul Chaplin, Bronislava Nijinska en Romola de Pulszky. Met een ingenieus lichtplan laat Leoni ook kleurpatronen en motieven uit de filmbeelden terugkeren in het speelvlak waardoor scherm en scène in elkaar beginnen over te vloeien.
Toch toont zich net hier het pijnpunt van de voorstelling: vaak neemt de film de overhand en wordt onze aandacht getrokken naar wat er zich op het scherm afspeelt, waardoor de eigenlijke dans maar moeilijk tot haar recht komt. Doordat de film zeer snel schakelt tussen verschillende episodes uit Nijinsky’s leven of overweldigt met poëtisch geconstrueerde beelden, wordt het voor de dansers een lastige opgave om hun eigen plek op te eisen. Enkel wanneer ze in directe interactie treden met het beeld, schemert het potentieel van dat opzet door. Zo toont de film een repetitie voor een van Nijinsky’s choreografieën en vormen de dansers op scène met hun schaduwen duistere silhouetten die scherp tegen het licht van het immense beeldscherm afsteken en de filmpersonages lijken te ontdubbelen.
Meest memorabel is evenwel de passage die teruggaat op de laatste dans die Nijinsky ooit zou opvoeren. Op 19 januari 1919 gaf Nijinsky in een hotel in het Zwitserse Saint Moritz een private performance die hij begon met de legendarische woorden: “Now I will dance you the war, … the war which you did not prevent.” De film in FLY toont enkel de ontredderde gezichten van de aanwezigen, terwijl Sidney Leoni op scène de choreografie uitvoert. Hij gebruikt daarbij, net zoals Nijinsky, twee opgerolde stukken stof in zwart en wit waarmee hij een kruis vormt. Het was ook op die dag dat Nijinsky aan zijn dagboek zou beginnen. Zes weken later werd hij voor het eerst opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.
Met FLY sluit Sidney Leoni aan bij een groeiend genre van ‘documentaire dans’ dat zoekt naar een intermediale kruisbestuiving tussen film en live uitgevoerde choreografie om een iconisch stuk dansgeschiedenis nieuw leven in te blazen. Zo plaatst Leoni zich in het rijtje van choreografen zoals Olga de Soto, Josep Caballero García en tot op zekere hoogte ook Michiel Vandevelde. Wat Leoni’s FLY evenwel onderscheidt, is de zorg (en financiële investering) die zijn film over Nijinsky duidelijk heeft vereist. Hij kiest resoluut voor een uitgekiende full-feature film waarbij sterk is nagedacht over kostuums, set design, montage, etc. Allicht niet toevallig heeft I AM ALMOST NOT MAD de prijs voor “Beste Internationale Feature Film” gewonnen op het Polish International Film Festival.
Tegelijk wijkt Leoni ook af van andere vormen van documentaire dans zoals we die zien bij Arkadi Zaides, Rabih Mroué of Zoë Demoustier. Hun voorstellingen richten zich eerder op socio-politieke realiteiten die zich buiten de kunsten afspelen. Toch slaagt Leoni erin om ook zijn maatschappelijke verontrusting tot in het theater te krijgen door het verhaal van Nijinsky aan te wenden als een duw in de rug die ons vertelt dat geen enkele choreograaf, ook al wordt hij voor gek verklaard, zich zomaar van de realiteit kan of zelfs wil afsnijden.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.