Johanna Cockx

Leestijd 4 — 7 minuten

Florian Fischer – Kroniek of een man ligt dood in zijn appartement sinds 28 maanden

‘Vereenzaamde man pas acht maanden na overlijden gevonden’ luidt een krantenkop op 19 oktober in De Standaard. Diezelfde avond zit ik in Florian Fischers NTGent-debuut Kroniek of een man ligt dood in zijn appartement sinds 28 maanden. De actualiteit lijkt de fictie te hebben ingehaald. Ze zijn talrijker dan we denken: overledenen die maanden in vergetelheid verwijlen. Hun rekeningen worden doorbetaald, hun post geleverd, hun sociale mediaprofielen leven voort. De jonge Duitse regisseur Fischer neemt dit thema onder handen samen met twee vaste acteurs uit het NTGent-ensemble, Bert Luppes en Oscar Van Rompay, en danseres-choreografe Charlotte Vanden Eynde.

De uitnodiging kwam van Johan Simons, artistiek leider van NTGent en huidig intendant van de Ruhrtriënnale, met wie Fischer eerder samenwerkte. Het is Fischers eerste voorstelling in België, maar hij werkte voordien al aan producties in München, Braunschweig, Sarajevo, Mannheim en Bazel.

Uitgangspunt voor Kroniek is het verhaal van Michel Christen, dat in 2012 reeds in beeld gebracht werd door de Zwitserse documentairemaker Pierre Morath. Michel Christen is 53 jaar wanneer hij sterft; meer dan 55 wanneer hij eindelijk wordt gevonden – botten, tanden, haar, resten van vet en huid… veel blijft er niet van hem over. 28 maanden lang bleef de televisie spelen en brandde het licht. Nochtans was hij bekend in de buurt, als stamgast in een lokaal café en als vrijwilliger in een sociaal moestuinproject. Hij had buren, een ex-vrouw, een dochter, een kleinzoon, … Hoe komt het dat hij zo lang door niemand werd gemist? Wat heeft deze dode man te vertellen over het functioneren van onze maatschappij? En wanneer sterft iemand? Als zijn hart stopt met kloppen? Als hij geen contact meer heeft met de buitenwereld? Of als hij binnen het kapitalistisch systeem geen functie meer vervult, met andere woorden niet meer consumeert? Vragen als deze engageerden Fischer en zijn team tot een diepgravend maatschappelijk onderzoek, zo vertelt hij in een interview over het repetitieproces, te vinden op de website van NTGent. Van dit onderzoek vormt Kroniek de neerslag.

De scène van de Minardschouwburg is omgeven door drie wanden met iets wat lijkt op uitvergroot behangpapier. Op twee kleine flatscreens knetteren virtuele haardvuren, die al snel opgaan in hetzelfde patroon dat de wanden bedekt. De performers verzinken haast in hun te ruime kostuums wanneer ze voor het eerst op scène verschijnen. De één na de ander declameren ze zinnen gebaseerd op interviews die ze voerden met postbezorgers, bankbedienden, werknemers van de watermaatschappij, thuiszorg, OCMW, … Ieder heeft zo bepaalde procedures die men volgt wanneer iemand niet reageert op contactnames. In geval van een volle postbus bijvoorbeeld, stuurt men een brief. Als de reactie uitblijft, maakt men een apart postvak aan in het postkantoor. In een andere context had het misschien nog enigszins normaal geklonken, maar als je wéét dat er een dode man ligt te rotten, is het onmogelijk om de absurditeit niet te voelen. Hier spreekt onze onpersoonlijke, geautomatiseerde en op efficiëntie georiënteerde samenleving.

De teksten wisselen af met stukken dans en beweging die het verhaal op een meer gevoelsmatige wijze laten binnenkomen. Vanden Eynde in het bijzonder ontsluit met haar broze en porseleinachtige lichaam een weelde aan associaties. Steeds meer onthullen de teksten invalshoeken van de verschillende betrokkenen in het verhaal. Ook het perspectief van de performers zelf komt aan bod, in een soort van ‘kampvuurmoment’ waarin persoonlijke reflecties gedeeld worden. Om de zoveel tijd klinkt ritueel een Oosterse gong en worden we deelgenoot van enkele Contemplaties over de onreinheid van het lichaam, negen in totaal, vertaald door Peter Verhelst envergezeld van Japanse prenten van een langzaam ontbindend lichaam. Als publiek kunnen we niet rustig achterover leunen. Neen, het gaat ook over ons. We worden uitgenodigd mee te doen, mee te zingen, het podium te betreden, de ene keer al wat ongemakkelijker of humoristischer dan de andere. Heeft ons medeleven met de dode man dan niet als functie dat we onze eigen eenzaamheid minder moeten voelen, vraagt Luppes zich op een bepaald moment af. Velen moeten ongetwijfeld denken aan hun eigen ouders, grootouders of kinderen tijdens de ongemakkelijke, herkenbare scènes tussen Luppes en Van Rompay als vader-zoon of vader-dochter, bijvoorbeeld de naakte badscène in de wasteil. Toch wordt de voorstelling nooit prekerig of moraliserend. Misschien was het wel Michels wens om stilletjes en ongemerkt te verdwijnen, zoals de performancekunstenaar Bas Jan Ader, op een bootje in de oceaan. Waar gaan de privacy en autonomie waar wij vandaag zo aan vasthouden, over in eenzaamheid en vervreemding?

In Kroniek nemen Fischer en zijn performers ons mee op weg langs de uitkomsten van hun artistiek onderzoek. “A stroll”, een ommetje, zo noemt Fischer het zelf. Het is een wandeling langs enkele schetsmatige indrukken, eerder dan langs een detaillistisch uitgewerkt landschap. Op zich is daar niets mis mee, in tegendeel, de fragmentarische aanpak sluit goed aan bij dit veellagige onderwerp. Een bijwerking is echter dat heel wat elementen worden vastgenomen, zonder dat er nadien nog iets mee gebeurt. Verschillende rekwisieten zoals de Japanse prenten, de wasteil, de vlaggen, het glas, de deurmatten en potjes bloedbraaksel figureren als eenmalig ‘kunstje’, maar vinden verder geen plaats in de voorstelling. Door de letterlijke invulling van sommige thematieken wordt het verbeeldend vermogen van de kijker onderschat en krijgen ze het statuut van een gimmick: overbodige ruis op de boeiende vragen die de voorstelling wél stelt. Ondanks enkele gebreken in de uitwerking, heeft Kroniek niet in het minst iets met mij gedaan. Heel wat sterke beelden blijven achter op mijn netvlies; heel wat vragen nestelden zich in mijn hoofd. Wat me echter van deze voorstelling het meest zal bijblijven, is een morbide geur. De makers vroegen aan een parfumier om de geur van een rottend lijk na te maken, die we tot ons mochten nemen via waaiers. De walging die het opwekte, deed enkelingen uit het publiek noodzakelijk naar buiten snellen. Die indringende geur blijft in je kleren zitten. Lang nog nadat de performance afgelopen is.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#146

15.09.2016

14.12.2016

Johanna Cockx

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!