OPUS – Opera Ballet Vlaanderen
Precisie als affect
Rudi Laermans
Tom Dewispelaere en Koen De Graeve in Van vlees en bloed © VRT/Woestijnvis
Van vlees en bloed, de tv-serie die Woestijnvis voor één maakte, ligt sinds kort als dvd-box in de winkel. Tijd om te zien of de reeks de houdbaarheidsdatum overschrijdt van het pakje salami ‘100 gr in traditioneel geruit papier’ waarop de doos van de dvd-box geïnspireerd is.
De vleselijke begingeneriek op de walsende muziek van Koen Brandt is alvast van een tijdloze schoonheid. Pure esthetiek is het: fluweelrood, trillend vlees dat in slow motion onder het hakmes gaat, hamburgers die ritmisch ontstaan uit hompjes vlees, zonder voorbij te gaan aan het feit dat vlees vlees is. Wanneer het uiteindelijk bloedrood, ritmisch én esthetisch uit de gehaktmolen komt, ziet het er nog altijd een beetje uit als een troep vreemde, rode, levende wormpjes.
Qua esthetiek doet de begingeneriek denken aan de knappe begingeneriek van Six Feet Under en met die serie heeft
Van vlees en bloed wel meer gemeen. Beide series gaan over kleine middenstanders, over een familiebedrijf waar familiale en relationele zowel als professionele en materiële belangen nauw met elkaar verbonden zijn. Letterlijk vertaalt zich dat in het feit dat in de series de familiewoonst annex het familiebedrijf de centrale setting is. Waar dat in Six Feet Under het huis van de begrafenisondernemer is, gaat het bij Van vlees en bloed om beenhouwerij Vangenechten, een beenhouwerij zoals je die in elke kleine en middelgrote stad vindt. (Waar deze beenhouwerij zich precies bevindt wordt in het midden gelaten. De tongval is Kempisch, maar met wat accentverschuivingen kan ze zo in om het even welke Vlaamse stad neergepoot worden. Geen enkele stad kan er zijn toerisme mee promoten.)
Dankbaar aan dit soort settings is het feit dat er privéruimtes zijn voor de familiale gebeurtenissen, maar dat er tegelijk een plek is voorzien waar de buitenwereld gevraagd en ongevraagd binnenkomt – verhaaltechnisch is dat voor tv-series een droom. Gaat het bij Six Feet Under om het bureau en de grote hall waar een familie desgewenst
een uitvaartplechtigheid voor zijn overledene kan krijgen, dan is er bij Van vlees en bloed ‘de winkel’. Vrij toegankelijk voor de klanten, is die winkelruimte slechts een deur verwijderd van de privévertrekken. Buffer is ‘den atelier’ waar ‘ver van de nieuwsgierige blikken’ worsten gedraaid worden, stoverij gesneden en grote vleeskarkassen versneden tot ribstuk en koteletten. De makers gaan daarbij de brute realiteit en het vakmanschap van de stiel niet uit de weg. Een half rund krijgt een beenhouwer niet alleen uit de koelwagen. En als we Tom Dewispelaere als beenhouwer met zijn armen tot aan zijn ellebogen in een metalen mengkom vol bloederig vlees zien staan, beseffen we weer dat er heel wat bloed aan te pas komt bij het draaien van een goeie pens. Of zoals Sien Eggers het in de extra’s zegt: ‘Oei, die moeten daar wel dieren voor dood doen.’
De serie ontleent ook heel wat ideeën uit film en theater. Zo is er het oeroude thema van de ‘verloren zoon’ Rudy (Tom Dewispelaere) die terugkomt en met open armen ontvangen wordt, wat niet meteen door iedereen in dank wordt aanvaard. Moeder en grootmoeder bereiden een feestmaal voor: vogelnestjes in tomatensaus. Maar vader André Vangenechten (gespeeld door slagerszoon Lucas Van den Eynde) is de ontgoocheling nog niet vergeten die hij opliep toen zijn enige zoon, mét een beenhouwersdiploma op zak, drie jaar geleden de wijde wereld introk in plaats van zijn vader op te volgen – de droom van menig ouder. Aanvankelijk lijkt dat het grote thema te zijn: het vader-zoonconflict en de verwachtingen van de vader die door de zoon niet ingelost worden, geflankeerd door de midlifecrisis van vader André die zich laat betrappen als ‘bospoeper’ en de spanningen die dat oplevert met zijn vrouw Liliane Verstappen (grandioos gespeeld door Sien Eggers). Samen met een al even sterke Reinhilde Decleir als inwonende ‘moemoe’, houden deze twee vrouwen achter de schermen van de beenhouwerij de touwtjes in handen. Kortom, families met de gebruikelijke intriges zijn aanvankelijk dé motor van het verhaal. Tot enkele afleveringen later indringer JB (Jan Bijvoet) de familie komt vervoegen, duidelijk tegen de zin van Rudy Vangenechten, die de onaangekondigde komst van zijn vroegere ‘vriend’ met lede ogen aanziet en de reeks de allure aanneemt van een spannende thriller. Eens deze indringer weer buitengewerkt is, ontwikkelt de serie zich in een volgende aflevering tot een misdaadreeks wanneer vader Vangenechten zich nota bene samen met de lokale politiechef en vriend des huizes Wilfried De Boeck (Jos Verbist) op het illegale pad begeeft.
En ondertussen gaan de kleine en grote familieperikelen verder, zoals de constant licht gespannen verhouding met de betweterige schoonbroer, voormalige onderwijsinspecteur Maurice De Brabandere (gespeeld door Peter Van den Eede) die zich enerzijds miskend voelt door zijn schoonfamilie maar er zich anderzijds intellectueel boven verheven waant. Al laat hij zich gaan in zinnen als ‘de emmer der vernederingen zit vol’ en blijkt hij een lastpak eerste klasse, toch wordt hij door zijn schoonfamilie nooit platweg uitgelachen. Dankzij deze genuanceerde aanpak helt de serie nooit over naar een platte komedie, maar laat ze desondanks wel humor toe.
Van vlees en bloed bewandelt de grens tussen soap en familie-epos zonder het evenwicht te verliezen. Al even knap is de manier waarop de reeks realistische elementen uit een familiesaga verweeft met licht surrealistische thrillerelementen én met haast theatrale, magisch-bevreemdende en hilarische confrontaties tussen personages, zoals de ontmoeting tussen Maurice en zijn schoonbroer André die als een gek met een reebokpootje door een nachtelijk bos doolt. Die dualiteit wordt ook visueel weergegeven in de heldere, directe stijl waarin het dagelijks leven wordt gefilmd (een stijl die soms doet denken aan de rechttoe-rechtaanstijl van vroegere reclamefilmpjes die middenstanders over hun zaak lieten maken) tegenover de donkere, geësthetiseerde scènes zoals die in het nachtelijk bos.
Van vlees en bloed trapt bovendien niet in de openstaande val. Hoewel de serie de bestaande clichés rond de middenstand, een beenhouwersfamilie en een tijdloos Vlaams dorpsleven niet uit de weg gaat, vervalt ze nergens tot een karikatuur van dat dorps- of middenstandsleven. En die grens is dun.
De grote kracht zit hem in de acteursregie. De helft van de cast bewees in In de gloria al dat ze de karikaturale zijde van die grens onwaarschijnlijk goed onder de knie heeft: de werkelijkheid zo uitvergroten dat ze zichzelf overtreft, met personages die overduidelijk een karikatuur van zichzelf zijn geworden. De kijker lachte met de personages maar sympathiseerde of identificeerde zich er op geen enkel moment mee. Hier kiest het trio regisseurs (Tom Van Dyck, Michel Vanhove en Michiel Devlieger) voor personages die eveneens bepaalde clichés belichamen, maar ze willen wél dat de kijker met bepaalde figuren meeleeft. Of nét niet. En dat de kijker in de personages gelooft. Van vlees en bloed slaagt daar om te beginnen in door de personages geloofwaardig gestalte te geven.
Lucas Van den Eynde is er op een geloofwaardige manier een paar jaar ouder op gemaakt, Koen De Graeve heeft iets rodere beenhouwerswangen dan normaal, zonder datje wenkbrauwen er de hoogte van in gaan. In de extra’s op de dvd blijkt hoeveel zorg, tijd en energie er in de pruiken is gestopt. Dat loont. In tegenstelling tot heel wat personages in die andere tv-serie, Oud Belgïe, vallen de personages en hun pruiken in Van vlees en bloed perfect samen. Tom Van Dyck is op realistische wijze tientallen kilo’s dikker gemaakt en zijn pruik valt amper op wanneer hij als ietwat achterlijke nonkel op het scherm verschijnt. Zijn vertolking typeert de klasse van het acteerwerk in deze serie. Waar het gevaar voor overacting zeer groot lijkt (zien we Tom Van Dyck niet al te vaak als onnozele Frans die op de lach speelt?), speelt hij deze rol bijzonder ingetogen. Ook Sien Eggers krijgt een rol waarin ze kan bewijzen dat ze niet alleen een simpele ziel of een grappige madam kan spelen, twee typetjes waar ze al jaren op vastgenageld wordt. Met Brio zet ze een zelfbewuste beenhouwersvrouw neer die haar omgeving met liefde en openheid omringt, maar die tegelijkertijd haar mannetje weet te staan. Ook Koen De Graeve, al eveneens tot vervelens toe getypecast als goedmoedige loebas, speelt weliswaar de rol van welwillende beenhouwersjongen maar krijgt eveneens de kans om het karikaturale cliché te overstijgen en van zijn personage een mens van vlees en bloed te maken.
Want als de serie één belofte waarmaakt, is het dat wel. De scenaristen Tom Van Dyck en Michiel Devlieger zijn erin geslaagd om een beenhouwers-milieu te schetsen dat bevolkt is met mensen ‘van vlees en bloed’, mensen met grote en kleine zorgen. Universeel en herkenbaar, maar nergens plat en ordinair. Het ronde keurmerk waarin het nummer van elke aflevering verschijnt, komt de serie als geheel toe. Gezien én goedgekeurd. Van vlees en bloed tilt de Vlaamse tv-series naar een hoger niveau en viel de voorbije maanden dan ook terecht meermaals in de prijzen.
Van vlees en bloed, een productie van Woestijnvis voor één; scenario: Tom Van Dyck, Michiel Devlieger; regie: Tom Van Dyck, Michiel Devlieger, Michel Vanhove; cast: Reinhilde Decleir, Lucas Van den Eynde, Sien Eggers, Tom Dewispelaere, Tom Van Dyck, Mieke De Groote, Peter Van den Eede, Koen De Graeve, Maaike Neuville, Herwig llegems, Jos Verbist.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.