‘Incident’ (Epigonentheater) – foto Christian Altorfer

Theo Van Rompay

Leestijd 5 — 8 minuten

Festivalimpressies

Polverigi ’85

Het Inteatro-festival te Polverigi (Italië) bekleedt ongetwijfeld een bijzondere plaats in de lange serie Europese zomerfestivals. Polverigi is een gezellig plattelandsdorpje met een 400-tal inwoners, in de buurt van de havenstad Ancona (provincie Marche). Daar organiseren Roberto Cimetta en Velia Papa sinds 1975 een festival met de Italiaanse, Europese en Amerikaanse avant-garde volgens een merkwaardig procédé. Een week lang worden er elke avond twee produkties gepresenteerd; elke voorstelling speelt er slechts één keer.

Het lijkt in te druisen tegen de meest elementaire rendabiliteitsgedachte, maar voor de bezoeker is het natuurlijk een vette kluif. Tussen 6 en 13 juli kon men er dit jaar 18 verschillende produkties zien, was er elke nacht een afsluiter met de People Show en kon men er overdag oeverloos lang discussiëren met de vorige dag opgetreden artiesten. Tussendoor was er nog een seminarie over het hedendaags theater o.l.v. het Centro Internazionale di Semiotica di Urbino.

De bedoeling is duidelijk. Polverigi richt zich met zijn festival niet alleen op de plaatselijke bevolking, maar evenzeer op de professionelen uit het theater uit heel Europa. Het gesprek óver het theater, in een ontspannen zuiderse sfeer, staat de organisatoren duidelijk voor ogen. Wat dat laatste betreft: voorstellingen beginnen nooit vóór 22 u. en eindigen vaak pas om 02 u.; de eerste voorstelling speelt steeds in openlucht in het gemeentepark, de scène mooi ingekapseld tussen de hoge bomen.

Inteatro toonde slechts twee produkties die reeds voorheen in België te zien waren: The Carrier Frequency van Impact Theatre (Kaaitheater 85) en Incident van het Epigonentheater. Incident had me bij zijn première in de Beursschouwburg (april 85) slechts matig kunnen bekoren, maar daaraan lijkt nu de premièrekoorts toch voor een groot deel debet geweest te zijn. De voorstelling is veel consistenter geworden en heeft ondertussen veel van zijn sérieux kwijtgespeeld. De toeschouwers – ondanks de opzet van het festival toch vooral Italianen – reageerden laaiend enthousiast. Twee uur lang applaus tussendoor, veel gelach, veel commentaar en een duidelijke sympathie voor de verschillende protagonisten, een heel sterke Afra Waldhör op kop. ‘De Epigonen worden roek-sterren in Polverigi’ constateerde Velia Papa en daar leek het inderdaad wel even op. Het blijft voor mij ook een verrassende vaststelling dat net zoals De Struiskogel vorig jaar in Italië, de Epigonenprodukties veel aan kwaliteit winnen in deze relativerende sfeer.

Er waren in Polverigi nog een aantal vooraanstaande groepen uit het internationale circuit die met vroeger werk reeds in België te gast waren. Dé blikvanger was Squat Theatre uit New York, in 1979 nog goed voor een rel met het Brussels stadsbestuur n.a.v. Andy Warhols Last Love in de Ancienne Belgique. Dreamland Burns bestaat voor de helft uit een heel subtiele zwart/wit-film. In de film wordt de realiteit getoond, terwijl daarna op de scène elementen uit het getoonde verhaal uit hun concrete context gelicht worden en vrij spel krijgen. Realiteit versus fictie, illusie, magie, verbeelding. De hoofdrol wordt gespeeld door Eszter Balint, onderhand bekend door haar Eva-rol uit de film Stranger than Paradise. De zuiverheid alleen al waarmee ze haar personage neerzet maakt van Dreamland Burns een goede produktie.

Dat kan ik niet zeggen van Falso Movimento. Het acteurspeil ligt zo bedenkelijk laag in Coltelli nelcuore dat ik tot mijn grote spijt alle beelden uit hun Otello (Kaaitheater 83) terug voor ogen kreeg. Idem voor Hesitate and Demonstrate die met So, no more Songs of Love ver beneden het peil bleven van Goodnight Ladies (eveneens Kaaitheater 83). Ook de Japanse Butoh-groep Ariadone kon me hooguit esthetisch een beetje bekoren met Himé, maar dat was allerminst de mening van het publiek dat Carlotta Ikeda en haar groep graag met een langdurige ovatie begroette (zij het dat Japanse groepen dit voortreffelijk minutenlang kunnen laten rekken).

De prettigste verrassingen kwamen van groepen die België nooit aangedaan hebben. In de eerste plaats LA LA LA (Montreal, Canada). De groep die vroeger werkte onder de naam Edouard Lock Danseurs bekoorde vorig jaar velen met Human Steps en deed dit nu (misschien iets te letterlijk) over met Human Sex. Het sleutelwoord voor choreograaf Edouard Lock is risico, fysieke actie. Een vrij beperkt bewegingsarsenaal wordt ruim een uur lang in een ontzettend tempo geëtaleerd: verraderlijke sprongen en een blind vertrouwen op de partner zijn de voornaamste ingrediënten, gekruid met oorverdovend gitaar- en percussie-geweld en een arsenaal aan elektronische gadgets, laserstralen inclusief. Lock wil niets vandoen hebben met de danstech-niek van Cunningham en kent anderzijds de Europese verhaaltraditie niet. Het resultaat is een ‘je ziet wat je ziet, en voor de rest bedenk je ‘t zelf maar,’ maar wel met een agressie die we niet van Cunningham, Childs, Brown of Dean kennen. In de herfst, na drie weken dansen in New Yorks Dance Theatre Workshop, komt LA LA LA terug naar Europa. België zal dan wel niet op de affiche ontbreken.

Wel reeds zeker is dat Mark Tompkins (Parijs) en Group/O (Firenze) in oktober in Brussel, Antwerpen of Leuven te zien zijn. Tompkins doet met zijn trilogie Trahisons, een onderzoek naar menselijke relaties en rolpatronen op basis van het fotografisch oeuvre van Edward Muybridge. Deze zoektocht naar de androgyne mens loopt via de delen Trahisons-MenTrahisons-Women en Trahisons-Humen. Het eerste deel dat in Polverigi getoond werd doet uitkijken naar wat volgt. Vijf mannen tonen zich in hun onderlinge verhoudingen, in heel gave bewegingen, compositorisch heel sterk, in een fraaie belichting. In het grote openlucht-theater leek het me dikwijls echter veel te macho, te belerend ook. In de intiemere zaal waarvoor het geconcipieerd werd, zal je de relativering en ironie wel merken,’ verzekerde Tompkins me.

Ironie is het minste wat je Group/O kan meegeven. De leiding van het gezelschap berust bij Katie Duck, een Amerikaanse die o.a. aan de Amsterdamse theateracademie dans doceert. Zeer internationaal samengesteld (2 Amerikanen, 2 Italianen, 1 Nederlander) zit hun werk toch sterk ingebed in het associatieve theater zoals we dat vaak in Nederland tegenkomen, het meest uitgesproken bij Ton Lutgerink en Amy Gale. De critici van de Italiaanse avant-garde, gewend aan de kilheid van Falso Movimento of Magazzini Criminali, wisten geen blijf met de speelsheid van Orange Man, een produktie die zijn inspiratie haalt uit het Oscar-personage van Günther Grass’ Blikken Trommel. Als men niet van onvervalste cowboy-en-indiaantje-spelletjes houdt, loont alleszins een danssolo van Alessandro Certini de verplaatsing. Dansen doet men relatief weinig in The Orange Man, maar dat Group/O kan dansen, dat is overduidelijk.

De laatste meevaller kwam van een kersverse Italiaanse groep, Sosta Palmizi, die er zijn eerste produktie presenteerde, Il Cortile. De zes jonge dansers en danseressen hebben allen school gelopen bij Alwin Nicolais, Carolyn Carlson of Pina Bausch. Hun techniek laat daar overigens niet de minste twijfel over bestaan. Na zovele onbeholpen en pretentieuze Italiaanse dansvoorstellingen gezien te hebben, is dit voor de eerste keer een echt interessant gezelschap. Hun enige probleem is dat ze alles wat ze in hun mars hebben, willen laten zien en dat bovendien in een bij momenten wat flauw verhaal gegoten hebben. Maar vooral Raffaella Giordano, die bij Pina Bausch en Compagnie de l’Esquisse danste, weet in haar solo’s en duetten zo’n gevoeligheid en kracht te leggen dat Il Cortile je vaak toch stevig in zijn greep heeft.

Daarnaast waren er slechts ontgoochelingen van doorgaans jonge Italiaanse groepen (Tranteatro, Oriënt Express, Nicolas Cincone) die met dit werk wel nooit over de grens zullen geraken. Algemene ontgoocheling was er ook over Kidnap van het Amsterdamse Mickery en Outcalls/Riptides van de met veel heisa aangekondigde Soon 3 (San Francisco). In het eerste geval was dit misschien ten onrechte. Kidnap werd op maat gemaakt van een dertigtal toeschouwers, zoals het in Amsterdam gecreëerd werd, maar speelde in Polverigi voor ruim 800 koppen; de voorstelling geraakte dan ook gewoon niet over het voetlicht. Voor Soon 3 daarentegen bestaan er geen excuses. Het is een raadsel hoe dergelijk infantiel wangedrocht op de Europese festivals terechtgekomen is, daarenboven waarschijnlijk voor een niet onaardig bedrag.

Uiteindelijk was Inteatro 85 een meer dan behoorlijk festival met Epigonen, Squat Theatre en LA LA LA als hoogtepunten. Zo dachten er echter niet de Italiaanse critici over. In tegenstelling tot het vocale geweld dat hen steeds pleegt te sieren, werd er in Polverigi overgegaan tot het quoteren van alle voorstellingen. Het applaus was nog niet uitgestorven of de punten werden verzameld door de heer Bertolucci, peetvader van de transavanguardia en geen broer van Bernardo B. zoals een Nederlandse collega-organisator mij vorig jaar bezweerde. De laatste nacht kon je de eindscore vernemen. Falso Movimento: 9,5/10. Sosta Palmizi: 9/10. Verder niemand boven 6/10. Of hoe de dorpelingen zich verzetten tegen de bezetter.

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#12

19851015

19860114

Theo Van Rompay

artikel