Leestijd 5 — 8 minuten

Festivalgangers over Kaaitheater 83: Ik kwam, ik zag, ik overwon…

Het feest is geweest, het puin kan geruimd. De gasten verlaten de morsige tafel. Hoe ze het feest vonden?

Lydia de Pauw is met haar dochter Sonja aanwezig op de slotavond, De Nacht van het Brusselse Nachtleven. Ze heeft niets gezien, geen tijd gehad, vraag maar aan Sonja. • Sonja De Pauw viel voor Tim Miller, baalde van Falso Movimento’s Otello en vond dit festival Vlaanderen meer zelfvertrouwen geven: “wat uit het buitenland komt, is niet meer onbereikbaar” • Ignace Lindemans is voorzitter van Pax Christi en aanwezig bij de première van Rosas danst Rosas. “Dit gaat over elementaire gevoelens, reacties en belevenissen van vrouwen die obstinaat terugkeren in variante vormen, vanaf het eerste stuk tot in de coda aan het slot. Vanmiddag was ik op Flanders’ Technology. Het post-industriële tijdvak en de post-moderne dans hebben met mekaar te maken. Voor deze nieuwe vormen van arbeid moeten tijd, ruimte en middelen vrijgemaakt worden.” • Overigens weinig politici ontmoet, en al even weinig Vlaamse theatermensen. •

Nand Buyl is zoals te verwachten en te voorzien was in de KVS present bij Der Menschenfeind van het Schauspielhaus Köln. “Waar haalt het Kaaitheater al die jonge mensen vandaan?”, vraagt Nand zich af. Die worden aangevoerd uit de werklozenkampen, Nand, gewoon, met autobussen. • Der Menschenfeind is de enige produktie waartegen Wil Beckers, directeur van het Ankerruitheater, U kon zeggen. Het festival geeft hem een sterk beeld van de huidige generatie: “de kilte, de hardheid, het gebrek aan communicatie. Voorstellingen die inzicht bieden, niet dat soort imitatieve, folkloristische theater. Eigenlijk komt hiervoor te weinig publiek. Je komt steeds dezelfde mensen tegen. Het is bangelijk hoe weinig theatermensen daar bij zijn.” • Toon Brouwers, dramaturg bij de KNS, heeft de indruk dat in de zeventiger jaren de inhoud primeerde op de vorm en dat nu net het omgekeerde aan de hand is. Falso Movimento en Hesitate and Demonstrate illustreren dat voor hem op een erg negatieve manier. Der Menschenfeind vond hij de meest evenwichtige produktie: goed klassiek. Gerardjan Rijnders’ regie-opvattingen (Globe, De Drie Zusters) liggen hem niet zo. King Lear was hem te lang. “In het nachtprogramma hebben de Vlaamse groepen hun kwaliteit bewezen. Het Epigonentheater, de Megafoon fanfare. In dat soort cartoontheater blinken de Vlamingen blijkbaar uit. Zie maar Radeis. Ik ben blij dat hier het variété ook bij het theater gerekend wordt.” • Solo-performer Jan Decleir herkent in de solo 47 Beds van Spalding Gray alle problemen van het solowerk. “Het leek me zeer Amerikaans, dat tv-setachtige, de talkshow. Het heeft minder directe binding met het theater.” Het Vlaamse theater kijkt neer op dit festival, meent Decleir. “Is dat de ingeboren Vlaamse reflex op alles wat uit Brussel komt? Als inrichter moet je je echt op een eenzame hoogte voelen. Het is hoe dan ook belangrijk dat zo’n initiatief blijft bestaan.” •

Walter Verdin gaf met zijn Pas de Deux een theatraal geïnspireerd concert tijdens De Nacht van het Brusselse Nachtleven. De Vlaamse groepen vond hij de uitschieters op dit festival, zij het dat hij nog altijd wacht op een nieuwe Bob Wilson, zoals vier jaar geleden. “In zo’n festival moeten de mensen dingen zien waarbij ze hun boeken verbranden. Waar ze naar kijken met hun gevoel en niet met hun kop. Wat op de scène gebeurt, is belangrijk. Daarom hou ik van het werk van Jan Decorte en van Pol Peyskens. Dat een repertoiregezelschap een voorstelling als Der Menschenfeind speelt, heeft mij echt de ogen geopend, ook al zie je er de bekende acteurstruukjes opduiken.” • Paul Gees is de ontwerper van de Kaaitheateraffiche en één van de vier kunstenaars van het Kaaitheater-straatmuseum. Na de première van King Lear: “Ik hou heel erg van de beeldende kracht van deze voorstelling, minder van het taalgebruik, maar de grotere inbreng van humor is dan weer een pluspunt. The Wooster Group viel me wat tegen na het formidabele Point Judith van vorig festival. Je moet de Amerikaanse maatschappij al heel grondig kennen om Route I & 9 helemaal te kunnen waarderen.” • Val Bourne is organisator van het Londense Dance Umbrella Festival. De combinatie van dans en theater in één festival vindt ze verrijkend. “Rosas danst Rosas is een reële stap in de ontwikkeling van Anne Teresa De Keersmaeker. Nieuw is vooral die emotionele inbreng, die zich uit in naturalistische bewegingen. Dat doorbreekt de ritmische opbouw die de sterkte van Fase uitmaakte. Je voelt ook dat België achter haar staat, haar talent erkent.” Steve Paxtons Bound had ze eerder gezien, in een versie met drie performers. Hield ze meer van. Tim Miller zag ze al in New York. “Ik verwacht dat Cost of Living nog heel wat zal evolueren. Tim Miller heeft zeer veel ideeën. Het autobiografische remt hem wel af. vind ik. Toch probeert hij grote onderwerpen te behandelen vanuit zijn persoonlijke visie.” Ook Marie Chouinard had ze eerder al gezien. “Nu vond ik haar Deelden wel een beetje cliché, maar ik begrijp haar houding: het Canadese publiek is zo conservatief en zelfgenoegzaam dat het nodig is het te choqueren. Chouinard gaat nu een tijdje in Europa werken, dat zal haar werk ten goede komen. Het publiek dat Chouinard hier had heeft me gestoord. Een publiek dat met verkeerde verkeerde bedoelingen komt kijken, kan een ontsluierende voorstelling veranderen in een bevestigende.” •

Clara Haesaert, ambtenaar bij het Ministerie van Nederlandse Cultuur, hield van de sterk poëtisch gekleurde ontroering van Theodora Skipitares’ Micropolis, voelde zich aanvankelijk gekwetst door de voorstelling van De Drie Zusters. “Zoiets als, dat ze met hun handen afblijven van die goeie ouwe dingen! Maar de knappe vormgeving verdrong dat gevoel. De kitsch, de humor, die dubbele bodem voegden een dimensie toe aan het stuk. Toch enorm wat een regisseur kan aanvangen met een tekst! Maar de Oom Wanja van het Werktheater blijf ik het beste vinden wat ik de laatste jaren zag. Overigens mis ik in dit festival de Polen en de Tsjechen.” • Jan de Troyer, journalist bij Belga, voelt tijdens zo een festival zijn criteria verschuiven. Jan Decorte staat niet meer alleen. In Brussel gebeurt iets. De Belgische produkties kunnen rustig naast de rest staan. Dat is een nieuw feit, maar de culturele instanties snappen niet wat er gaande is, zoals blijkt uit het geval Theater Frederik.” Overigens ziet hij een verschuiving van het politieke naar het persoonlijke vlak. “In die sfeer komt in West-Europa en in de USA iets nieuws en zeer jongs op gang. Tim Miller, Jan Fabre, Anne Teresa De Keersmaeker,… Die mensen moeten oppassen zich niet over het paard te laten tillen. Jan Decorte heeft vijftien jaar moeten knokken voor hij dit niveau haalde. Zijn King Lear blijft voor mij de hit van het festival.” • Ook Dina Van Berlaer, professor aan de VUB, voelde zich erg aangesproken door King Lear. “In tegenstelling tot bij Tasso had het zogenaamde geklungel met de tekst hier wèl zin. Het belette dat een traditionele King Lear tot stand kwam. De voorstelling werkte daardoor anti-ideologisch. Zo ook Der Menschenfeind. Wat The Wooster Group aan agressiviteit won in Route I & 9 verloor hij aan duidelijkheid. Niettemin een indrukwekkende voorstelling. Tango Glaciale bevatte rake parodische elementen. Dat ‘glaciale’ karakter lijkt mij een modern equivalent van Brechts vervreemding. Ik vind het festivalprogramma een groot succes. Zelfs de mislukkingen waren zinvol. Na Tango Glaciale begrijp je waarom men Falso Movimento een kans wou geven met Otello. Het programma zoekt duidelijk naar iets waar later evoluties zullen uit komen. Het kiest niet voor risicoloze zekerheden. Dat is een traditie, van het Kaaitheater.”

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#3

15.06.1983

14.09.1983

Marianne Van Kerkhoven

Marianne Van Kerkhoven (1946-2013) was een Vlaamse dramaturge en theatercriticus. Ze was ondermeer actief als huisdramaturg bij het Kaaitheater en publiceerde tal van artikelen over podiumkunsten. Een aantal van haar teksten werd verzameld in Van het kijken en van het schrijven (2001).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!