Theater per capita
Romina Paula
©️ Anna Lugmeier
De Iraanse choreograaf en danser Parvin Saljoughi liep in 2021 stage bij Damaged Goods en werkte sindsdien samen met onder meer Cherish Menzo en Claudia Castellucci. Met Feral Reverie, dat ze creëerde als resident bij de Brusselse Beursschouwburg, maakt ze een bijna perfect, ongrijpbaar stuk waarin ze ‘het wilde’ niet alleen thematiseert, maar ook tot leven wekt bij de toeschouwer. De beste voorstelling van 2025, volgens recensent Amber Maes.
“Wat gaan we doen nu er zoveel dingen dood zijn? […] Ik denk dat we er nieuwe huid voor nodig hebben,” schrijft Maxime Garcia Diaz in Het netwerk moet gebouwd worden. Die zin dreunt door mijn hoofd wanneer Feral Reverie begint. In een lange openingsscène kruipen twee naakte, kale figuren op handen en knieën over de grond op, ze rollen over elkaar heen, bijten, snuffelen. Zijn dit honden? Cyborgs? De twee figuren lijken geen enkele lichamelijke grens tussen hun lijven op te merken. Hun vingers klauwen in de harde grond. Trekken lijnen over de huid van de ander.
Het spookachtige geluid dat de zaal vult, is een mix van brandend hout, gehijg, wind, regen en vlees dat van botten wordt gekloven. De wezens laten hun gezichten amper zien, houden hun nek gebogen en hun rug hoog om de kop te beschermen. Wanneer ze zich toch tonen, zien ze er in het helle zaallicht nog het meest uit als Feyd-Rautha Harkonnen, die gladde, bijna doorzichtige ultracreep uit Dune. Schokkerig, stuiptrekkend en zonder enig geluid vechten ze om meteen nadien weer hun gezicht in elkaars vlees te verbergen voor bescherming. Honden? Hun ledematen lijken los van hun lijf te hangen, maken hoeken die onmogelijk zijn, worden dan weer zorgvuldig onder hun torso weggestopt. Cyborgs? In de nok hangt een plateau met drie wijnglazen. Als ik de heersende dreiging mag geloven, zullen die glazen straks scherven worden.
“Het spookachtige geluid dat de zaal vult, is een mix van brandend hout, gehijg, wind, regen en vlees dat van botten wordt gekloven.”
Het bevreemdende verhaal van Feral Reverie wordt grotendeels via het scherm gebracht. Vier kale, naakte avatars moeten hun brandende huis op een kille vlakte ontvluchten. In hun schuilplaats gaan ze al lipsyncend met elkaar in gesprek over de niet te benoemen sensaties die hen bespoken. Een hand die ze voelen, tijdens hun slaap, “but it’s not a hand, it’s more like a weight. I woke up, but it was still there.” Ze horen gefluister dat geen woorden heeft. Iets dat achter de muur zit, iets dat beweegt, zegt een van hen. “It’s always been there,” zeggen de anderen. De ongrijpbare dreiging die ze voelen ziet er voor hen allemaal net iets anders uit, maar is duidelijk in een gemeenschappelijke hel ontstaan. Met een ijzersterk gebruik van licht laat Parvin Saljoughi de digitale ruimte naadloos doorlopen naar de live realiteit op het podium.
Wanneer Saljoughi haar performers uiteindelijk wel aan het woord laat, spreken ze in bombastische autotune stemmen die het midden houden tussen hilarisch en griezelig. In een heerlijk campy scène, komt een verloren broer weer thuis. “Where have you been brother? Even the cosmos noticed you were gone.” Het antwoord is al even eerie: “I tried to leave, but the exit was too long.” Hier houden drie eenzame wezens een bizarre reünie om herinneringen op te halen aan een tijd waarin de wereld nog niet dit, maar een ander inferno was. Toen vooruitgang – zo herinneren ze zich melig – nog iets positiefs had.
Het podium is duister en leeg en zij drie lijken de enigen die overblijven in het universum. “Cheers! To the ruins that stayed loyal.” En daar kletsen de glazen tegen elkaar kapot. De drieling danst op de scherven in wat een nogal vreemde, trage reenactment lijkt van plezier en plagen. De ijle, bijna sacrale muziek van SarrSew trekt de laatste nog niet rechtstaande haren op mijn armen overeind. Ik begrijp niet helemaal wat ik zie, en precies dat niet-begrijpen is de toestand die ik nodig heb om tot in mijn beenmerg te voelen welke toekomstige ruïnes de dansers willen evoceren. “Ik zou willen breken wat heel is gemaakt. De geest neigt naar figuratie. Ik zou de doden willen wekken en ze willen animeren als marionetten.” Opnieuw Maxime Garcia Diaz.
“Ik begrijp niet helemaal wat ik zie, en precies dat niet-begrijpen heb ik nodig om tot in mijn beenmerg te voelen welke toekomstige ruïnes de dansers willen evoceren.”
Een van de beste dingen aan deze voorstelling is dat Saljoughi zich niet louter houdt aan wat esthetisch verantwoord of cool is. Ze laat lelijke AI-beelden zien van het oog van een storm, ze draait de volumeknop volledig open wanneer haar performers vals zingend in een vraag-en-antwoord lied dingen roepen als “The wild, the wild – unchained inside”. Ook de echte, pijnlijk echte, impact op de lichamen van de performers valt niet binnen de esthetische lijnen. Ik vind het moeilijk om te blijven kijken wanneer ze met hun frêle armen tegen de grond of hun ribbenkast slaan, hun lichamen tegen elkaar en de vloer aangooien, hoe ze door de glasscherven rollen. Ik zie de kleine wondjes op hun blote rug ontstaan, de bloeddruppels opwellen uit het fragiele vlees van hun buik. Deze wezens zijn doodeng in hun kwetsbaarheid, hun kale net-in-de-wereld-zijn waar in gelijke mate de potentie tot breken en een soort eeuwigheid uit spreekt.
Dat Saljoughi niet bang is voor over-the top-zijn en pathetiek, maakt haar stuk alleen maar geloofwaardiger: het draagt bij aan de rauwheid ervan, aan het gevoel dat we ons in een grensgebied begeven. Dat ze tegelijkertijd een komische noot weet toe te voegen zonder geforceerd grappig te zijn (“Evolution’s just failure with better posture”), is zeer sterk. Het enige waarin deze voorstelling af en toe wat uitschuift, is wanneer het licht op de performers op een aantal momenten té fel is; hen helemaal uit het duister halen, dreigt de betovering van deze grenswezens te doorbreken, omdat ze dan te zichtbaar worden in hun mens-zijn (en sinds de mens de grens heeft uitgevonden, is hij zelf geen ambigu wezen meer).
“Dat Saljoughi niet bang is voor over-the top-zijn en pathetiek, maakt haar stuk alleen maar geloofwaardiger.”
Saljoughi’s stuk schaaft als schuurpapier over mijn ziel, dagenlang blijft er een rauwheid als een grom in mijn keel zitten. Oude emoties en onaffe gedachten bijten zich als honden een weg vanuit mijn diepste binnenste. Het is verwarrend en overweldigend dat een voorstelling zoveel bij me losmaakt. Ik begrijp nog steeds niet wat dit stuk precies met me doet. Misschien is Feral Reverie in de eerste plaats een toestand die ik met me mee kan dragen, een scherfje van een niet-gedomesticeerde wildheid om af en toe mee in mijn vlees te prikken als ik mijn rauwheid weer dreig te verliezen. Het is in ieder geval het allerbeste wat ik dit jaar zag.
De speellijst vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.