Please, Open The Curtains – Ferenc Balcaen & NTGent
De doodsdrift van de melancholicus
Evelyne Coussens
© Sofie Knijff
In zijn trefzekere, transparante stijl schetst theatermaker Louis Janssens een gevoelig portret van onze familie, en hoe die ons gevormd heeft. De familie die we kregen, en de familie die we onderweg vonden. De familie die voor altijd in ons zit, en de familie die bij leven naast ons staat. Het levert een intiem kleinood op over het universele verlangen om ergens bij te horen.
Zaterdagnacht, 04u30. Ik lig tussen mijn twee beste vrienden in de zetel. Mijn handen masseren zachtjes hun been en nek. We praten over elkaars slechtste eigenschappen en waarom we al 20 jaar van elkaar houden, soms tegen beter weten in. Al minstens één keer hebben we elkaar verlaten, maar dat gat in ons hart hielden we nooit vol. Het is een onbeschrijflijk gevoel, thuiskomen in vriendschap. Ergens bijhoren. Evenwaardig aan verliefdheid, maar dan zonder de paniek en chronische zelftwijfel. Langzaam glijden we in slaap. De volgende dag stuurt een van hen: ‘Hoe meer we familie spelen, hoe meer we dat in de werkelijkheid ook worden.’
De gloed van dat magische moment overvalt me weer tijdens het kijken naar Family. Ook hier staan vijf mensen op het podium die een pact hebben gesloten dat familie meer kan zijn dan een bloedband. Vijf generaties die met elkaar verbonden zijn omdat ze allemaal een geheim en een bekentenis delen. Voor de moeder van Louis Janssens was zijn coming-out het perfecte excuus voor een uitgebreid feestmaal, bij de ouders van Peter Seynaeve en Maureen Teeuwen volgde er een geladen stilte die decennia later nog altijd even luid klinkt. Bij Mourad Baaiz was er vooral schaamte en ontkenning, en een lange autorit naar een imam in Casablanca om hem te bekeren. En voor benjamin Francis Geeraert moet de ontdekkingstocht nog beginnen, maar dan zonder vaderfiguur die richting geeft.
Aan ons gezin van herkomst kunnen we niet ontsnappen, hoe hard we ook ons best doen. Het is de blauwdruk van wie we zijn, als de nerven op het blad van een boom. De Hongaarse psychiater Iván Böszörményi-Nagy noemde dat ooit onze verticale loyaliteit. Wij hebben het leven gekregen van onze ouders, en daarvoor staan we voor altijd – hoe oud we ook worden – bij hen in het krijt. Daar tegenover staat de horizontale loyaliteit die we opbouwen met vrienden en geliefden. Family toont mooi hoe die horizontale en verticale loyaliteit soms harmonieus, soms conflictueus in elkaar snijdt.
In spaarzame snippets of life vertellen de vijf spelers openhartig over de familiecultuur waarin ze opgroeiden, hun geaardheid en hoe dat de band met hun ouders en siblings kleurde. In Janssens zie je nog steeds de jongen uit het gebroken gezin die op feesten iedereen wil verenigen, het kunstenaarskind dat van zijn ex-alcoholverslaafde vader de passie voor het theater meekreeg, maar al snel voelde dat hij spelenderwijs niet op zoek moest naar één, maar naar twee redenen van bestaan. Seynaeve groeide dan weer op in een huis waarin emoties met de rolluiken werden buitengehouden. Het beeld van het mislukte kind kreeg hij nooit van zich afgeschud, net zomin als Baaiz die zich nog steeds schuldig voelt om de dood van zijn grootmoeder die zijn geaardheid niet kon aanvaarden.
“Ontroerend hoe de spelers een stand-in worden voor de geesten van overleden familieleden en samen het verleden herschrijven.”
In de horizontale band met geliefden kwam er ruimte voor acceptatie, expressie, een veilige thuis, voor het lichaam dat tot dan toe niet mocht bestaan. Dat brengt Teeuwen ontroerend in herinnering via een anekdote over haar soulmate die in de jaren 1990 stierf aan aids. Waar zij met een groep intimi in zijn sterfbed kroop om hem te troosten, kreeg zijn moeder amper een laatste kus over haar lippen. ‘Wat had je nog willen zeggen aan je overleden moeder?’ vraagt Baaiz aan haar terwijl hij bemoedigend een hand op haar schouder legt. ‘Probeer maar tegen mij,’ vervolgt Seynaeve tegen Geeraert, die zijn vader aan zelfmoord verloor en nooit kon vertellen dat hij op jongens valt. Mooi hoe de spelers hier een stand-in worden voor de geesten van overleden familieleden en samen het verleden herschrijven.
Family kaart best substantiële thema’s aan, maar door de sprankelend lichte toon voelt dat op geen enkel moment zo. Janssens’ poëtica is die van de transparantie met een zilverkleurig randje, dat zagen we ook al in het knappe Desire. Bij hem geen zoektocht naar dubbele bodems of verborgen subtekst. Hij wil dat je elk woord hoort en begrijpt. Dat voelt soms een beetje onwennig. We zijn het zo gewoon, kunst die zich ophoudt in een obscure nevel, waarin je de vorm in en uit elkaar moet halen, op zoek naar betekenis.
In vergelijking daarmee hebben Janssens’ voorstellingen iets weg van het eerste zonlicht dat ‘s ochtends je kamer binnenvalt. Je krijgt de dingen te zien zoals ze zijn, met net dat beetje meer glans. Verlang ik soms naar wat complexere gedachten, wat meer diepte, dissonantie en intensiteit? Ja. Zeker het vraagstuk rond ouder worden en ouderschap wordt te zijdelings aangeraakt. Ook de ontroering ligt er soms een tikkeltje te sterk op. Maar tegelijk is Family zo doordacht gecomponeerd dat je alleen maar kan vaststellen: deze maker snapt zijn vak, hij heeft zijn publiek beet, elk woord komt aan en in tegenstelling tot veel andere autobiografische voorstellingen die te hard emotioneel op de kijker leunen geeft hij ons veel ruimte om onze eigen herinneringen te exploreren.
“Janssens’ voorstellingen hebben iets weg van het eerste zonlicht dat ‘s ochtends je kamer binnenvalt. Je krijgt de dingen te zien zoals ze zijn, met net dat beetje meer glans.”
Dit wil trouwens niet zeggen dat Janssens aan vorm verzaakt. In zijn laatste stukken heeft hij steeds meer zijn eigen speelstijl gevonden. Flamboyant, een tikkeltje gechargeerd, nadrukkelijk flirtend met de pathetiek van een groots en meeslepend kunstenaarsleven. Maar in contrast daarmee is elk theatraal middel dat hij inzet uiterst effectief in zijn eenvoud. Het licht, het streepje Bach, het decor: een keukentafel die ongedwongen samenzijn viert.
Maar begint politiek niet aan de keukentafel? In een tijd waarin veel mensen zich niet meer identificeren met het heteronormatieve kerngezin – en degenen die erin zitten zich hondseenzaam voelen – is vriendschap meer dan ooit een daad van engagement. Dat is ook wat ik in Family zie. Een appèl voor zorg en gemeenschap voorbij de bloedband, intimiteit als verzet tegen de sociale afbraak, een ode aan al onze other significant others.
Na het stuk fiets ik naar huis. Ik denk aan mijn vrienden – de dode en de levende – en hoe ik door bij hen te horen eindelijk ook bij mezelf ben gaan horen. Aan de ouders die ik mis maar moest achterlaten om mezelf te vinden. Aan het kind in mij dat misschien nooit het kind van mij zal ontmoeten. En aan Kae Tempest die het allemaal in cyclisch perspectief plaatst. Maybe we die so others can be born. Maybe we age so others can be young. Maybe the point of life is to live, love if you can, then pass it on.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.