Onderwijs een onvoldoende (Proloog) – Foto Harmen G. Hennef

Paul De Bruyne

Leestijd 10 — 13 minuten

Rik Hancké: ‘Ik eis het recht om mis te groeien, te falen. Ja toch?’

Exit Proloog

De Eindhovense toneelgroep Proloog vond voor Nederland het vormingstoneel uit. Gemeden door de connaisseurs maar als koekebrood gevreten door massa’s niet-theatergangers. En nu dus wegbezuinigd. Een reden tot opluchting, of spijt? Paul De Bruyne sprak met ex-artistiek leider Rik Hancké over democratie in de kunst, de neergang van de sociale beweging en het artistieke failliet van Proloog.

Er was eens in de jaren zeventig en vroege jaren tachtig in de lichtstad van het Noorden, Eindhoven, een toneelgroep, Proloog genaamd, die het verging als de sex-films uit de Bondsrepubliek: gemeden door de connaisseurs, maar wel geconsumeerd als koekebrood door massa’s cultuurbarbaren. Proloog had weliswaar altijd gezegd dat ze enkel wilden werken voor de barbaren, maar hun kreet werd door de kenners of nooit begrepen of nooit goedgekeurd. Anderen vonden de klank van de stem van Proloog zo rauw dat ze altijd hun oren dichtstopten als Proloog in het vizier kwam. Toen de Nederlandse overheid op zoek ging naar een lam om de honger van de crisiswolf te stillen, slachtte zij, gesteund door het zwijgen van de connaisseurs, Proloog. De minister dacht zo een oplossing gevonden te hebben ‘die relatief de geringste schade toebrengt aan de diversiteit en de kwaliteit van het Nederlands toneel’.

De reactie van de cultuurbarbaren was massaal. De topambtenaar van de minister moest overijld een extra plank aan de boekenkast toevoegen om alle adhesie-betuigingen netjes te bewaren. Want op slordigheid wou hij zich toch niet laten betrappen. In een melancholische bui, rond de theepauze, zei hij wel eens tegen een verdwaalde journalist: ‘indien we geweten hadden dat Proloog zo populair was dan…’ Maar goed, die melancholische bui dreef over en de veertig van Proloog bleven in de regen staan. Zelfs een vriendelijk briefje uit de lichtstad van het Zuiden, Parijs, kon daar niets aan veranderen. C’est incroyable, scandaleux que les responsables de la culture en Hollande veulent étrangler Proloog. La lutte contre la réaction, les réactionaires reste toujours dure et semble éternelle. Il faut beaucoup de courage, tonacité, intelligence. Vous les avez. Joris Ivens.

Ondanks die schone woorden van een eerbiedwaardig cultuurprominent: exit Proloog.

Berucht/beroemd

Maar wat moet ik erover denken?
Ook ik zag de laatste twee jaar geen Proloog-stukken meer. Afgehaakt omdat de groep te stellig leek en dus vervelend, te theatraal en dus noodzakelijk schreeuwerig. Hoewel ik de jaren voordien Proloog een enkele keer vond swingen als Rod Stewart, en met bewondering zag hoeveel energie de groep kon opwekken in vermolmde kunst- en arbeidersmilieus. Wat moet ik erover denken?

Proloog, een gezelschap in 1964 in Eindhoven opgericht om ‘de vertikale spreiding van de cultuur’ te bewerkstelligen, neemt zijn taak rond 1970 au sérieux. De groep vindt het politieke vormingstoneel uit voor Nederland en wordt in no time berucht/beroemd bij links en rechts. Sinds 1970 creëert Proloog meer dan zeventig stukken, waarvan ze er meer dan zestig zelf schrijven. Een bezige club, dat zeker. Goed voor meer dan 3500 voorstellingen, 350 simulatiespelen en ruim 2000 lessen, lezingen, speluren. En nu dus wegbezuinigd. Wat moet ik erover denken?

Met Proloog verdwijnt het prototype van een bepaald soort politiek toneel dat termen als ‘debatlijn’, ‘perspectief’ en ‘doelgroep’ in de dramaturgie introduceerde. Past het nu een ‘oef’ van verlichting te slaken of een zucht van ontgoocheling? Of geen van beide en zal Proloog later als inleiding tot iets anders verschijnen? Vragen genoeg. En daarom op zoek naar Rik Hancké. Niet zozeer om onmiddellijk alle helderheid te krijgen. Maar wel om een evaluatie van Proloog van binnenuit te kunnen horen.

Tussen 1971 en 1981 was Hancké het artistiek gezicht van de groep. Voordien was hij reeds betrokken bij de eerste pogingen tot politiek toneel in het naoorlogse België, namelijk de Werkgemeenschap van de Beursschouwburg (69-70) en Het Trojaanse Paard (70-71). Anno 83 heeft Hancké ook enige afstand ten opzichte van ‘zijn’ groep. Sinds 81 heeft hij de troep verlaten en hij hoeft dus niet meer vanuit barricade-positie te redeneren.

‘Ik had meer afstandelijke ironie van jou verwacht,’ zeg ik na ons gesprek. ‘Ik ben gewoon niet bijzonder ironisch,’ besluit hij. En inderdaad, Rik Hancké is bedachtzaam gebleven. Hij heeft zo genuanceerd mogelijk geformuleerd wat hem bindt met de opvattingen van Proloog en wat er volgens hem fout is gegaan.

Klopt het dat jij Proloog gepolitiseerd hebt?
“De politisering van Proloog heeft natuurlijk niets te maken met Mozes die zijn staf op de rots slaat en het politieke water komt er plots uit. Het gezelschap had behoefte aan een zekere politisering en zij zagen mijn werk bij de Beursschouwburg, Het Paard en als gastregisseur in Vrijheid, ja, neen, geen mening als een antwoord op hun behoefte. Toen vroeg men mij om artistiek leider te worden. Ik heb dat aanvaard op voorwaarde dat er een democratisering van het gezelschap plaats zou vinden.”

Die democratisering werd een van de basiskenmerken van de werkwijze van Proloog.
“Dat is zo. Wij waren een volstrekt democratisch gezelschap met een algemene vergadering waar alles in principe bespreekbaar was. En ook in onze productiewijze voerden wij de democratie door. Wij opteerden voor een duidelijk collectieve werkwijze.”

“Een stuk werd als volgt gemaakt. We vertrokken van een publieksgroep en een thema. Het stuk zou bijvoorbeeld gaan over de bouwpolitiek in Nederland voor leerlingen van het voortgezet onderwijs. Vervolgens informeerden we ons als gek over de problematiek en tegelijkertijd zochten we een plot die met die kennis overeenkwam. In een volgende twee weken schreven we die plot uit en in drie weken werd het stuk geënsceneerd.”

“Het was werkelijk collectief werk: iedereen besliste mee over de ontwikkeling van het scenario, het decor tot de affiche toe. Collectief werken was een volstrekt logische voortvloeiing van de democratiseringsgedachte. En de methode was waardevast: daar kwamen produkties uit en een bepaald publiek zag die zitten.”

“De instemming van het publiek was de achterliggende toetssteen van alle werk bij Proloog. We wilden een nauwe band met ons publiek op basis van een behoefteonderzoek bij dat publiek. In elk geval wilden wij geen vis in een aquarium zijn. Wonderlijk om te aanschouwen maar zonder dialoog met de kijker. We wilden toneel brengen zoals een kelner een bestelling brengt. De basisopties die ik net heb uiteengelegd hadden dan gevolgen voor de theatrale middelen die we gebruikten. Die middelen moesten ‘arm’ zijn. Geen esoterisme in de speelstijl, geen moeilijke beeldtaal, simpele decors. Geen impressionistisch maar een episch theater. Wij wezen het experimentalisme af voor het experiment op inhoudelijk gebied.”

“Proloog had nooit de bedoeling om een uitzondering op de toneelgeschiedenis te worden. We wilden een onderdeel van de sociale geschiedenis zijn.”

Kritiek

Zijn volgens jou, anno nu, de basisconcepten van Proloog – democratie, collectieve werkwijze, doelgroep – fout gebleken?
“Ik zal nooit zeggen dat Proloog tien jaar verloren tijd is geweest, of enkel misverstand en mislukking. Integendeel, de betrokkenheid en motivering van de medewerkers, hoe het inzicht in de produktie door iedereen gedeeld werd en hoe het contact met het publiek soms ontstond, dat waren onschatbare ervaringen. Maar ik zie nu wel fundamentele fouten in de ontwikkeling van de groep. De centrale fout, die ik overigens mee heb helpen organiseren, was de scheiding tussen de politieke en de artistieke ontwikkeling.”

“Ik dacht in het begin, dat we vòòr alles de sociale condities moesten leren kennen waaronder ons publiek leefde. Zo onderzochten we bijvoorbeeld grondig wat de functie van het onderwijs is, omdat zeventig procent van onze voorstellingen voor het onderwijs gemaakt werden. We gingen na wat de frustraties, wensen en strevingen waren van de mensen in het onderwijs. En na een tijdje waren we inhoudelijk inderdaad pico bello in orde.”

“Maar die optie om ons, vòòr alles, maatschappelijk te scholen voerden we te rücksichtlos door. We vertrouwden er te veel op dat onze artistieke ontwikkeling wel zou volgen. En dat was dus een grove misvatting. Velen lapten de toneelgeschiedenis volledig aan hun broek. En zo kwam het dat we niet eens van het bestaan wisten van een prachtig ‘vormingstheaterstuk’ als Les Paravents van Jean Genet. Onze grote slogan van toen toont de scheiding tussen het politieke en het artistieke: Proloog gebruikt toneel. Die slogan lijkt me nu fundamenteel fout.”

“Een tweede kritiek die ik nu maak, is dat ons democratiebegrip bijzonder idealistisch was. Enerzijds werkte het naar de buitenwereld bijzonder sterk omdat iedereen achter de beslissingen stond. Maar anderzijds omzwachtelde die democratische kracht een artistieke zwakte. Proloog had lang een zwakke kern met een ijzeren omhulsel eromheen. En naarmate we de kracht van de eenheid meer en meer wilden bewaren, leed de artistieke ontwikkeling er steeds meer onder.”

Is het ook niet fundamenteel fout een publiek in doelgroepen te verdelen? Als je de mensen aanspreekt op hun vrouw-zijn of arbeider-zijn dan onderwaardeer je hen toch automatisch als ‘volledige’ mensen?
“We spraken het publiek aan op zijn sociale situatie. Dat was vanuit filosofisch standpunt misschien niet de volledigste benadering maar vanuit politiek standpunt wel de belangrijkste. Want die sociale situatie van het publiek moest toch veranderd worden, nee? Het publiek vond het overigens schitterend hoor. Zij werden echt wel aangesproken op een vitaal onderdeel van hun leven.”

Betekent de doelgroepen-optie niet dat je bepaalde taboes van je publiek niet kunt doorbreken, omdat je hen niet wil schokken?
“We wilden hen gewoonweg niet schokken. We zochten altijd de dialoog en de discussie. Schokken als resultaat van het doordenken in de wereld van het eigen publiek, dat was niet mogelijk. Mensen van buiten de doelgroep waren vaak wel geschokt. Iemand die roept: ‘Ik zal Proloog blijven bestrijden tot ze verdwenen zijn. Die groep vergiftigt de Nederlandse jeugd,’ die lijkt me geschokt.”

Was de collectieve werkwijze een vergissing? Staat die manier van werken niet haaks op een kern van de artistieke impuls, die momentaan en individueel-expressief is?
“Nee. Nee. Nee! Wanneer de club die werkt een interne homogeniteit bereikt, kunnen de resultaten van een collectief wonderlijk zijn. Neus en Ko op zoek naar het verzwegen nieuws, daar sta ik nog altijd voor 100% achter. Dat was dynamisch, begeesterend. Verheffend zelfs. En dat stuk is echt collectief gemaakt. En ook Slappe tijden, sterke meiden en De overval op het pakhuis vind ik prima stukken. En ze zijn alle op de Proloog-wijze gemaakt. Is die interne homogeniteit er echter niet, of brokkelt ze af dan is er geen grotere rem op een zinnige theateractiviteit dan onze collectieve werkwijze.”

Is het toevallig dat de top moment en van Proloog die je nu noemt stuk voor stuk kinderprodukties zijn?
“Misschien niet, inderdaad. Kinderprodukties eisen een soort politieke eenvoud die bij ons dus tot mooie theatraliteit leidde. Wat ik nu wel denk is dat de collectieve werkwijze zoals wij die ontwikkelen bij Proloog, ons belet heeft om bepaalde delen van de werkelijkheid aan te grijpen. Je kan bijvoorbeeld heel moeilijk het onderbewustzijn verwerken. Dat heeft te maken met schaamte, sociale remmingen, egoïsme, egocentrisme en dergelijke. En die zijn, dat blijkt uit de ervaring, heel moeilijk op hetzelfde niveau tegelijkertijd aan te pakken als de politieke kanten van de realiteit. Slechts bij uitzondering is een politieke toneelgroep zo homogeen dat die remmingen overwonnen worden.”

Proloog heeft meer dan zestig stukken gemaakt. Zit daar één tekst bij die de toneelgeschiedenis zal ingaan?
“Waarschijnlijk niet. De teksten lijden aan oppervlakkigheid. Ze tonen een gereduceerde werkelijkheid. Met politieke concepties als reductienormen. De teksten zijn vaak arm aan suggestieve werkelijkheid, aan universaliteit. Snel gedateerd. Een beetje droog. Maar vergeet nooit dat die voorstellingen toch leefden dank zij het publiek. Omdat de politieke concepten wel degelijk een relatie hadden met de werkelijkheid van het publiek. Wat ik wel denk is dat de teksten van Proloog later bestudeerd zullen worden ondanks het feit dat ze heel eng verbonden zijn met de politieke behoeften van de jaren zeventig. Proloog zal bestudeerd worden als een poging van een groep mensen die cultuur met de sociale strijd wilden verbinden.”

Succes

Hoe is het mogelijk dat de kritieken die je nu zo makkelijk verwoordt niet vroeger binnen het gezelschap zijn geformuleerd en produktief gemaakt?
“Binnen Proloog heeft lang een zekere verblindheid bestaan over de eigen werking omdat wij – en dat mag je niet vergeten – een enorm succes waren. Zeker tot 1975-76. Het publiek was het grondig eens met de doelgroepen-aanpak en had bewondering voor de democratisering. En ook het publiek wees ‘mooidoenerij’ en het esthetische af. Lang nadat ik vond dat we andere wegen op moesten, was het publiek nog altijd bezig ‘JA’ te roepen.”

“De op- en neergang van Proloog loopt parallel met die van de sociale beweging. Tot ’75 een geweldige hausse. Dan twee jaar twijfelen. En dan de neergang met nog wel de uitschieter van het vrouwentheater. Maar toen de sociale beweging afkalfde, kalfde ons publiek toch ook af en toen bleek dat wij een te zwak artistiek fundament hadden om adequaat te kunnen reageren.”

In de tweede helft van de jaren zeventig zocht Proloog toch naar nieuwe artistieke wegen?
“Veel te weinig. De politieke conceptualisering groeide nog na ’76. Van algemeen politieke beelden over hét onderwijs en dé maatschappij groeide het naar specifieke eisenprogramma’s. Maar nogmaals vergeet nooit dat Proloog altijd publiek heeft gehad. Na ’76 steeds minder een ‘algemeen publiek’, maar toch. Dat merk je nu trouwens aan de hoeveelheid adhesie-betuigingen die de groep nog krijgt.”

Hoe is de kloof tussen jou en het gezelschap gegroeid?
“Het is geen bliksemflits geweest van Paulus wordt terug Saulus. Het was een proces dat begon op het moment dat het gezelschap geen antwoord vond op de desintegratie van de sociale beweging. Langzamerhand zag ik in dat ons democratisch principe niet werkte en ik vervreemdde van de gescheiden ontwikkeling van het inhoudelijke en het artistieke. Ik begon het bizar te vinden dat mensen ons bleven beamen om onze politieke uitspraken en niet ook om onze artistieke kracht.”

“In ’79-’80 ondervond ik een regelrechte persoonlijke malaise bij Proloog. De beperktheid begon te nijpen. Ik vond dat de groep in zijn eigen staart aan het bijten was. Toen heb ik de cirkel doorbroken door me te distantiëren. Nu vind ik dat ik te lang heb geaarzeld voor de echte breuk. Indien ik vroeger had gekozen dan had ik artistiek verder gestaan nu. En niet zo geïsoleerd.”

Exit Proloog

Werd het tijd dat Proloog verdween?
“Het oude Proloog moest verdwijnen. Maar er blijft toch de nood aan een gezelschap dat een sterke band met zijn publiek wil als Proloog. Maar pragmatisch moet ik toegeven dat het gezelschap op sterven na dood was en het nutteloos lijkt er nieuwe energie in te pompen. Maar toch, daarmee verdwijnt op dit moment ook elke mogelijkheid om de idee nieuwe adem te geven.”

Maar zou het handig zijn om vanuit Proloog een vernieuwing te zoeken?
“Ik geloof dat in hun hart veel mensen denken dat het verdwijnen van Proloog in de lijn van de ontwikkeling ligt. Maar het is vreselijk dat initiatieven à la Proloog, maar dan van betere aard, geen kans meer krijgen. Als Proloog zichzelf had opgeheven zou dat een daad van wijsheid zijn geweest. Op voorwaarde dat dan het geld vrijkwam voor iets in de idee van Proloog. Want de fundamentele idee van Proloog blijft overeind. Het toneel heeft groepen nodig die heel ernstig proberen een nauwe band met een publiek te verwerven. En met name een publiek dat verder, vooral om sociaal-culturele redenen, nooit met theater in aanraking komt.”

Waarom had een groep die altijd opriep om ‘kritisch te denken’, niet genoeg zelfkritiek om zijn eigen vervreemding te zien?
“Ja, dat is ironisch of tragisch misschien wel. Hoewel het niet makkelijk is om genoeg zelfkritiek te bezitten om tot een nieuwe adequate werking te komen of om er zelf een eind aan te maken. Iets opheffen lijkt toch altijd een nederlaag.”

Hoe evalueer je voor jezelf de Proloog-ervaring? Vind je jezelf te stellig, te zeker toen?
“We waren inderdaad zeker van onszelf. Ik kan dat nu niet corrigeren en ik heb daar overigens zeer goede herinneringen aan. Soms zelfs nostalgie. Die eerste vijf jaren blijven heel belangrijk in mijn leven, ook al vind ik nu dat het anders moet. Ik heb het meegemaakt en het was prachtig. Wij verwezenlijkten echt waar de actie Tomaat naar vroeg: wij namen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid op. En er waren van bij het begin misvattingen. Maar wat dan nog: ik eis het recht op om mis te groeien. The right to fail. Ja toch? Als de wortel maar in de goeie grond staat. En daar stond Proloog: temidden van zijn publiek.”

En vind je het politieke censuur van de overheid om Proloog weg te bezuinigen?
“De redenen van de overheid om zich van Proloog te ontdoen hebben niets maar dan ook niets vandoen met de interne artistieke kritiek die op de groep te formuleren valt. De overheid hakt in op de zwaksten, zo simpel is dat. Dat is geen bezuinigen hoor, dat is simpelweg jatten. Jatten van de zwaksten.”

gesprek
Leestijd 10 — 13 minuten

#4

15.09.1983

14.12.1983

Paul De Bruyne

gesprek