Theater per capita
Romina Paula
© Bart Grietens
De titel van het nieuwe duet van not standing knipoogt naar het archetype van de ‘everyman’, de doorsnee mens. Uiteraard focust choreograaf Alexander Vantournhout zich op het lichaam van die mens. every_body onderzoekt de doodgewone choreografieën die wij allemaal uitvoeren, zoals lopen en zitten. Dat resulteert allerminst in minimale dans, maar in een triomfantelijke, vrije exploratie van dagdagelijkse bewegingen.
Terwijl ik deze woorden typ, zit ik aan mijn eettafel op een houten stoel, mijn vingers tokkelen op een laptopklavier, mijn onderarmen rusten op het tafelblad en mijn onderbenen verstrengelen zich tot een kluwen. Mijn ledematen voeren automatisch de vertrouwde, functionele choreografie op: zittend typen.
In every_body dagen Alexander Vantournhout en Emmi Väisänen dit soort dagdagelijkse routines uit. Ze dansen de voorstelling alternerend met Chia-Hung Chung en Charlotte Cétaire, die ook betrokken waren bij het creatieproces. Beide duo’s bestaan uit een danser met een hedendaagse dans-achtergrond (Väisänen en Cétaire) en een danser met een gemengde dans- en acrobatieachtergrond (Vantournhout en Chung). De titel verwijst zo ook naar de verschillende lichamen en ervaringen van de performers.
Het decor van every_body wijkt sterk af van de doorgaans functionele, spaarzame scenografieën in het werk van not standing. Vantournhout en Väisänen verschijnen te midden van een wondermooi decor, ontworpen door de multidisciplinaire modekunstenaar Tom Van der Borght. De diepzwarte strengen van een glittergordijn flonkeren onder de theaterspots. Geelpaarse bloemenslierten slingeren schitterend artificieel over de hele breedte van het podium naar beneden. Centraal prijkt een roze structuur met een hangbeugel.
De betoverende scène glimt kleurrijk en aanlokkelijk. De objecten in de ruimte lijken even actief en doelbewust te fonkelen als ikzelf nu op mijn toetsenbord tokkel. Daartussen zijn de performers maar deels zichtbaar: wit uitgelichte, steriel aandoende figuren in wijde jassen met een grote strik. Tussen alle eye candy trekt een banale rechthoekige vorm op de grond de aandacht van het duo – is het een reusachtige smartphone? Ze duwen her en der wat slierten opzij, en stappen samen op wat een loopband blijkt te zijn.
Op de loopband ontvouwt er zich letterlijk een pas de deux die de vorm van het klassieke duet uitdaagt. De performers zijn in kleurige, androgyne kostuums gekleed die haast identiek zijn, waardoor ze één lichaam lijken te vormen. Dat effect wordt versterkt door de dwingende materialiteit van de smalle loopband: om daarop te passen moeten ze gearmd lopen. Ze kijken stug voor zich uit, dan weer de arm van Vantournhout steunend in de rug van Väisänen, dan weer alsof hij haar naar achter probeert te duwen. Maar er is geen voor of achter op de loopband, alleen het kleine vlak waarop geen echte vooruitgang mogelijk is.
“Het vaak humoristische duet daagt zowel de rollenpatronen van de klassieke pas de deux (de man leidt, de vrouw volgt) uit, als een kapitalistisch vooruitgangsgeloof (de valse belofte dat de materialistische ratrace naar een betere toekomst leidt).”
Komisch detail: doordat de performers elk hun buitenste been vooropzetten, lijkt het alsof de benen daartussen tot een ander, concurrerend lichaam behoren. Dat levert beklijvend en ingenieus benenwerk op. De vormbeperking van de loopband nodigt uit tot een exploratie van de choreografische mogelijkheden van vier benen op een rij. Daarnaast lijkt dit – vaak humoristische – duet zowel rollenpatronen in de klassieke pas de deux (de man leidt, de vrouw volgt) uit te dagen, als een kapitalistisch vooruitgangsgeloof (de valse belofte dat de materialistische ratrace naar een betere toekomst leidt).
Opnieuw lokt een banaal decorstuk interactie uit. Väisänen neemt plaats aan een vierkante tafel. Niets bijzonders, maar de drie bijbehorende stoelen staan een eind verder aan elkaar vastgeklonken. Haar getrainde danserslichaam houdt zichzelf overeind terwijl ze in het luchtledige zit, ellebogen casual op tafel. Vantourhout komt ‘erbij zitten’. De tafel is niet langer een functioneel, passief meubel, maar wordt een artistiek subject dat een choreografische uitnodiging in zich draagt. Er ontstaat een tafelchoreografie, waarbij de tafel als derde danspartner fungeert.
“De tafel is niet langer een functioneel, passief meubel, maar wordt een artistiek subject dat als derde danspartner fungeert.”
Aanvankelijk domineert hier opnieuw benenwerk, maar al gauw wordt de dwingende vorm en functionaliteit van de tafel verlaten, en wordt ze opgetild en rondgewenteld doorheen de ruimte. Wanneer de performers de tafel inruilen voor de stoelen, boet de voorstelling aan spanning in. De inventieve bewegingstaal die voortvloeit uit de dagdagelijkse handelingen van het lopen en zitten is sterk, maar ondertussen wéét je wat er gaat komen: een nieuwe act waarin de functionaliteit van de stoelen wordt uitgedaagd door de performers en omgekeerd. De bijzonder aanstekelijke soundtrack door Geoffrey Burton lijkt op dit punt bijna als bliksemafleider te dienen.
Wanneer ook de stoelen opzij worden geschoven, kijken de performers elkaar aan. Plots valt het op dat ze dat pas nu, halverwege de voorstelling, voor het eerst doen. De fysieke afstand die tussen hen is ontstaan door de tafel en de stoelen lijkt hen er letterlijk toe te bewegen om elkaar beter te zien. Terwijl doorheen de lichaamstaal van Vantournhout en Väisänen tot nu toe een zekere concurrentie of machtsstrijd schemerde, valt die weg tijdens de luchtchoreografie die volgt, hangend aan de roze beugel.
Hun lange broeken hebben plaatsgemaakt voor shorts en hun hemden voor korte tops waaraan slierten bungelen die doen denken aan de lianen aan het plafond. Enerzijds zie je daardoor de uniciteit van hun lichamen – het lenige en krachtige lichaam van Väisänen en het lange, pezige en plooibare lijf van Vantournhout, anderzijds benadrukken de kostuums hoe ze één geheel vormen met hun omgeving. En met elkaar, want hun lichamen zijn innig vervlochten en ondersteunen elkaar terwijl ze naar de beugel reiken vanop de grond en tenslotte – als een kleurrijk decorstuk – in de lucht hangen.
Dat zorgt voor mooie beelden, maar tegelijkertijd stel ik me vragen bij de status van deze scène in een choreografie die dagdagelijkse handelingen exploreert. Zelf hang ik sporadisch en voor heel even in de lucht wanneer ik me onhandig optrek aan een fitnessstang in mijn buurtpark, maar om dat nu alledaags te noemen? Pas na de voorstelling, op de tram naar het station, zie ik hoe een man zich vasthoudt aan de beugels die aan het plafond van de heen-en-weer schommelende tram hangen. Fair enough. En toch roept de hangscène vooral acrobatische beelden op uit Screws (2019) of Foreshadow (2023). De onderhandeling met de zwaartekracht vormt dan ook een rode draad doorheen het werk van Vantournhout. Mogelijk is de luchtacrobatie als contrapunt opgevat, maar ze suggereert onbedoeld dat dagdagelijkse handelingen choreografisch niet uitdagend genoeg zijn.
“Uit bedrieglijk eenvoudige handgebaren ontstaat ambachtelijk vlechtwerk, dat uitmondt in organische en dierlijke vormen.”
Uit de slotscène blijkt dat every_body op zijn sterkst is zonder opsmuk. De spots verlichten de twee performers en de kleurrijke scenografie verdwijnt naar de achtergrond, subtiel glimmend in het donker. In deze laatste scène verkennen de performers de handdruk – een doodgewoon gebaar dat sinds de coronapandemie minder gangbaar is geworden. Uit bedrieglijk eenvoudige handgebaren ontstaat ambachtelijk vlechtwerk, bloeit een bloem open, of duikt een vogel naar beneden – organische en dierlijke vormen die ook in eerder werk van not standing opdoken.
Een handdruk kan blijkbaar twee volledige lichamen aan het draaien en wentelen krijgen. Uit de verbinding tussen de twee dansers ontstaat een nieuw, gedeeld bewegingsregister dat steeds opnieuw terugplooit op de handen. De bewegingen worden vloeiender en sneller, opgezweept door de muziek die luider en uitzinniger wordt, en de belichting die flitst. Deze handchoreografie is een feest, willen de kleurenfilters en de beats zeggen – ‘waar zijn die handjes?’, denk ik even geïrriteerd. Maar wanneer Vantournhout en Väisänen in stilte elkaar de hand reiken en in elkaars ogen kijken houd ik mijn adem in. In dit soort niet-spectaculaire momenten zit de schoonheid van every_body vervat.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.