Théâtre de l’Esquisse – Foto Autrement-Aujourd’hui

Tom Decorte

Leestijd 4 — 7 minuten

Europees festival voor teater door mentaal gehandicapten

Turnhout

Als een acteur voor het voetlicht staat, stelt hij zich bloot aan kritiek. Eens hij het publiek gegroet heeft, legt die acteur zijn kwetsbaarheid af. Hij wordt weer een acteur tussen alle andere acteurs. Bij mentaal gehandicapte acteurs werkt die kwetsbaarheid langer door. Na de voorstelling komen ze naar je toe en willen ze over hun act praten. Ze lokken zelf een beoordeling uit. Dat en de geldende maatschappelijke opvattingen over gehandicapten kunnen, allicht, ten dele, verklaren waarom de pers en het publiek overwegend lovend reageren.

Theater met mentaal gehandicapten wordt als “mogelijk” en zelfs “vernieuwend” bewegingstheater onthaald. Zou een criticus het aandurven om een slecht acterende speler te bekritiseren, eventueel zelfs tot op de grond af te breken ? Wie heeft het lef om een minder goede regisseur onderuit te halen ? Wie in recensies van theater met mentaal gehandicapte acteurs grasduint, leest om de haverklap over de “pure schoonheid” van “verrijkende voorstellingen” met nadien “verdiende staande ovaties”. Dat pers én publiek produkties met mindervalide acteurs bijna systematisch bejubelen, lijkt me een hoogst eigenaardige vaststelling.

Bob Wilson moet één van de eersten geweest zijn, die met theater door andersvaliden experimenteerde. Zijn project met een autistische jongen betekende de aanzet tot heel wat initiatieven in en buiten Europa. In 1982 ging in Parijs een eerste opmerkelijke produktie van de Compagnie de l’oiseau mouche in première : Ella O Telegrammes. Sindsdien heeft het gezelschap negen produkties gebracht en zowat de halve wereld rondgetoerd. Ook in Vlaanderen raakten medewerkers van instellingen en scholen voor mentaal gehandicapten geïnspireerd om voorstellingen, revues, shows e.d. te maken, veelal niet met de bedoeling om buiten de deuren van de instelling te treden.

Erik Wouters, Greet Vissers, Guy Cassiers en Ugo Prinsen gingen een stap verder en trokken de schouwburgen in. Daedalus (1986) was een eenmalige produktie van Guy Cassiers met 45 mentaal gehandicapten; Ugo Prinsen bracht een produktie met mentaal gehandicapten van home Borgerstein. Theater Stap (met Erik Wouters en Greet Vissers) heeft, in tegenstelling tot deze eenmalige projecten, een duurzamer werking ontwikkeld. Met de logistieke steun van CC De Warande (Turnhout), profileerde Stap zich in korte tijd als een volwaardig Vlaams theatergezelschap. Sinds september 1989 richtte het een theateratelier op, dat voorlopig half-time functioneert. Om voltijds en op professionele basis met theater bezig te kunnen zijn, wachten de vijftien acteurs en hun artistieke begeleiders vooralsnog op de broodnodige subsidies…

Van 28 tot 30 december organiseerde Stap in Turnhout ook een Europees festival voor theater door mentaal gehandicapten. De voornaamste bedoeling was een forum te creëren waar de verschillende Europese gezelschappen met elkaar en hun visies kennis konden maken. Het Théâtre de l’Esquisse, zes jaar geleden in Génève opgericht, mocht de spits afbijten met zijn jongste creatie. Eclats de verre dans un terrain vague speelt zich af in de puinhoop rond een vervallen stationnetje. Ver weg van het stadsrumoer, droomt een man (de stationschef ?) van de tijd toen het station nog bruiste van leven. De plot was onduidelijk, bijwijlen zelfs niet te volgen, slaap en verveling deden het hunne. Een half uur later zorgde het 7 jaar oude Brusselse gezelschap Créahm voor een verademing met Ceci n ‘est pas du cirque, een agressief opgebouwde voorstelling, rond improvisatie met buizen van plastic, koper of aluminium, met ladders, spijkers en ringen. De losse nummertjes overstegen m.i. niet echt het niveau van circus-acts, maar de mimiek en de intonatie van één van de energieke acteurs deden de zaal schateren. Precies die kwaliteit qua mimiek, gestiek en intonatie kan een unieke troef van mentaal gehandicapte acteurs zijn. Van ontwapenende présence, kinderlijke spontaneïteit, door geen enkele toneelcode bezoedelde authenticiteit, zo vaak in dit verband genoemde kwaliteiten, vond ik in deze voorstelling evenwel geen treffende voorbeelden. Die vond ik wel bij Tussenbeide een produktie uit 1987. Daarin gaat het om een confrontatie tussen de eerlijkheid van de mentaal gehandicapte en de geconstrueerde esthetiek van de stijldans. Spiegels accentueren de wisselwerking tussen imitatie en reflectie. Het dualisme valide-mindervalide acteurs leek me echter te sterk, waardoor een doorgedreven vergelijking van acteerstijlen precies in de hand werd gewerkt.

Achttien leerlingen van de Amsterdamse Heldringschool voor moeilijk lerende kinderen gaven op muziekfragmenten uit Carmen van Bizet uitdrukking aan Grote Gevoelens : liefde, jaloezie, eenzaamheid en rouw. Hun vorige produktie Revue verschilt in geen enkel opzicht van deze laatste. Muziekleraar Ad van den Borst opteerde ook nu weer voor Tien om te zien -toestanden en playbackende acteurs. Voor velen vormde La compagnie de l’oiseau mouche met Orphée et Eurydice het hoogtepunt van het festival. Deze woordloze voorstelling van Paul Laurent met vijf andersvaliden beleefde al in juli 1987 in Roubaix haar première. Daarbij bleek duidelijk dat het Noordfranse gezelschap met licht tot zéér licht mentaal gehandicapte acteurs werkt, wat uiteraard de mogelijkheden verruimt. Code is de derde produktie van Theater Stap, geprogrammeerd op de laatste dag van het festival. Feeërieke lichten en een prachtig a capella achtergrondkoor vormden het kader voor een theatrale dialoog over de grote en kleine dingen tussen mentaal gehandicapten en valide dansers-acteurs : een ingetogen voorstelling. Théâtre du Plantin uit Soignies (Henegouwen) besloot de reeks met Regards over kijken en bekeken worden. Het was één van de weinige produkties die tekst hanteerden, maar dat al te traag deed qua tempo en debiet.

Naast voorstellingen gaven medewerkers van de diverse groepen lezingen over hun ervaringen. Daaruit bleek dat regisseurs en spelers zeer verschillend tegen het medium theater aankijken en er anders mee omgaan. Doorlopend werden videofilms vertoond, zowel van groepen die niet aanwezig konden zijn op het festival (Spring uit Nederland, The Can and Will Théâtre uit Zweden, Steppingout uit Australië) als van artiesten die in deze specifieke theaterwereld meer dan eens als inspiratiebron aangewezen worden : Pina Bausch, Bob Wilson en Tadeusz Kantor. Op het colloquium betwijfelde geen van de aanwezigen dat theater met mentaal gehandicapten mogelijk is, hoogstens werd er wat gebakkeleid over het scala van mogelijkheden…

2 500 toeschouwers zijn een reden om tevreden te zijn. Natuurlijk valt het op dat een deel van het publiek uit de welzijnssector komt, of familie en bekenden zijn. Ik maak me geen illusies, het zal nog een eeuwigheid duren vooraleer theater met mentaal gehandicapten door een breed publiek bezocht wordt. Een eigen theatercode zoeken is de boodschap. Goed theater maken met de specifieke mogelijkheden van de mentaal gehandicapte acteurs kan.

Misschien komt zo ooit de dag dat deze produkties kunnen aangekondigd worden als theater tout court, zonder de waarschuwing dat deze acteurs anders zijn…

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#29

15.03.1990

14.06.1990

Tom Decorte

recensie