Michel Devijver

Michiel Vandevelde

Leestijd 8 — 11 minuten

“Eurocentrisme is dood”

Een gesprek met Khadija El Bennaoui

Maart 2015. Kunstencentrum Vooruit kondigt zijn nieuwe artistiek leider aan: Khadija El Bennaoui. Een verrassende keuze, want El Bennaoui is niet meteen een bekende in het Vlaamse kunstenlandschap. Ze werkte nochtans voor verschillende organisaties die indrukwekkend werk verrichten voor kunstenaars in Afrika en het Midden-Oosten. Enkele weken voorafgaand aan haar nieuwe job ontmoet Michiel Vandevelde, een choreograaf die de afgelopen jaren werk ontwikkelde bij Vooruit, haar bij wijze van vooruitblik voor een gesprek over de situatie van kunstenaars in het Midden-Oosten en Afrika, over postkolonialisme, de Arabische lente, de notie van transitie en het werken in grote instituties.

U was betrokken bij verschillende organisaties die kunstenaars ondersteunen in het Midden-Oosten en Afrika, zoals Art Moves Africa en Young Arab Theatre Fund. Beide werden opgericht vanuit de West-Afrikaanse context. Kunt u wat meer vertellen over deze projecten?

De organisaties waarvoor ik werkte omschrijf ik als ‘service providers for the arts’. Art Moves Africa bijvoorbeeld geeft beurzen aan lokale kunstenaars om te reizen binnen hun eigen regio en zo andere kunstenaars of culturele werkers te ontmoeten. De bedoeling van mijn jobs was om de uitwisseling van kennis en ideeën binnen het Midden-Oosten en Afrika te stimuleren. We wilden niet tussenkomen in het artistieke werk maar kunstenaars alle vrijheid geven. In feite was onze drijfveer antikoloniaal. Kunstenaars en burgers groeien op in het Midden-Oosten en Afrika maar zien dat alles in het westen gebeurt, in Europa en de Verenigde staten. We wilden uitwisseling binnen onze eigen regio’s stimuleren, niet om te zeggen: ‘Nee, ga niet naar het Westen, dat is niet goed’, maar eerder om de rijkdom aan ideeën en expertise binnen ons continent te bevestigen en te stimuleren.

En hoe verhouden jullie, culturele werkers en kunstenaars, zich tot de lokale overheden daar?

In het Midden-Oosten en Afrika spelen overheden amper een rol in de ondersteuning van kunst en cultuur. Op een bepaald moment heeft de onafhankelijke culturele sector, een groep ‘culturele activisten’, beslist om zelf het heft in handen te nemen en naar ondersteuning op zoek te gaan. Zij hebben het vaak moeilijk vanwege hun kritische positie ten aanzien van het regime. Veel hedendaagse kunst in het Midden-Oosten en Afrika is zeer politiek geladen, zij het op een niet-militante manier. Een tiental jaar geleden was alles wat van Afrika naar het westen kwam ‘traditionele kunst’ of ‘ontwikkelingskunst’. Festivals toonden voornamelijk de ambachten uit Afrika. Wij waren daar compleet tegen. We wilden hedendaagse kunstenaars ondersteunen. Het maakte ons niet uit of ze een paspoort hadden, zolang ze maar ergens in Afrika of het Midden-Oosten leefden en werkten.

Een tijd geleden zag ik enkele voorstellingen op het Brusselse Meeting Points-festival, dat focust op hedendaagse kunstenaars uit het Midden-Oosten. Veel van de artistieke referenties leken verbonden aan de westerse canon.

Dat is erg delicaat. Het westen heeft geen monopolie op hedendaagse kunst. Ik bedoel: eurocentrisme is dood. Het gaat echt over het brengen van andere visies, verhalen en manieren van denken en werken. Onlangs zag ik een voorstelling van een Marokkaanse choreograaf in de Brusselse Espace Senghor. Enkele toeschouwers zeiden me achteraf: ‘Wat was dat? Dat was geen Marokkaanse dans.’ Ik was geschokt. Wat betekent dat? Bestaat er zoiets als Belgische dans? Franse dans? Neen. Dit was hedendaagse dans gecreëerd door een Marokkaanse choreograaf. Men lijkt dan te denken of pretenderen dat hedendaagse kunst in se westers is. Alsof een Afrikaanse of Arabische danser alleen traditionele dans mag brengen.

Op welke manier hebben de Arabische Lente en de huidige opstanden in het Midden-Oosten een effect op de ontwikkeling van de hedendaagse kunst?

In het begin waren veel kunstenaars sceptisch. Van internationale organisaties kregen ze plots de vraag of ze iets wilden maken rond de opstanden. Na verloop van tijd ontstond er echter iets anders: kunstenaars realiseerden zich dat ze dichter bij de gemeenschap moesten komen. In hun artistieke werk zijn ze immers vaak intens bezig met vorm. Daarnaast zijn ze steeds de managers en fondsenwervers van hun eigen projecten: ze ontwikkelen eigen platformen om hun werk te tonen en ook de meeste festivals worden door kunstenaars georganiseerd. Op die manier hadden velen een soort bubbel rond zichzelf gecreëerd en bleven ze erg op zichzelf gericht. Nu voelden ze opnieuw een urgentie om zich meer te verbinden met de gemeenschap, op een oprechte en intelligente manier. De meer ‘activistische’ kunstenaars organiseerden sociale en culturele acties, anderen gingen echt op onderzoek. Zij wilden de situatie ten volle begrijpen en zetten een zelfreflectief proces op waaruit zeer interessante kunstprojecten voortvloeiden. Dus ja, ik denk dat het een grote impact heeft gehad op de kunstenaars. Voor velen brachten de opstanden een nieuwe wind, een transitie in hun artistieke denken.

Tegelijk oogstten de opstanden niet het verhoopte resultaat. De nieuwe regimes zijn niet degene waarvoor men op straat is gekomen. Dreigen mensen hun hoop niet opnieuw te verliezen? En hoe is de situatie voor de kunstenaars: is die op bepaalde vlakken niet erger dan voorheen?

Erger? Jazeker. Maar dat betekent niet dat men de opstanden betreurt. Het is nog steeds een evolutie. Ik geloof dat je doorheen vele fases moet om datgene te bereiken waarvan je droomt. Niemand heeft spijt dat Moebarak niet meer aan de macht is. Door de opstanden realiseer je je dat de dingen groter en complexer zijn dan we soms willen geloven. Reeds als kind werd ik daarmee geconfronteerd. Ik groeide op in Marokko. Eerst waren er de Franse kolonisators. Nadat we hen buitenzetten, kregen we opnieuw… een dictator. Maar ik zie het als een stap in een evolutie. Het is telkens opnieuw interessant om te zien hoe kunstenaars hierop reageren. Neem nu bijvoorbeeld Syrië. Toen de opstanden begonnen, was er een explosie van creativiteit onder kunstenaars. Ze voelden zich eindelijk vrij genoeg om hun ding te doen zonder in de gevangenis te belanden. Kunstenaars begonnen in hun lokale gemeenschappen te werken en vergrootten zo het bewustzijn rond wat er aan het gebeuren was. Het is interessant om te zien dat kunstenaars zelfs blijven creëren onder een dictatuur en onder zeer zware omstandigheden. De strijd in Syrië kent een bloedig scenario. Wat daar aan het gebeuren is, is niet te vatten. Maar bij het begin van de opstanden ervoeren de kunstenaars een zekere vrijheid en dat gevoel neem je hun moeilijk af.

Van het Midden-Oosten naar Europa, en wel naar Vooruit in Gent. Het is een ietwat minder turbulent deel van de wereld. Wat zijn uw hoop, interesses en verlangens bij deze nieuwe job?

Tot voor kort werkte ik voor organisaties die logistieke, financiële en praktische diensten verlenen aan kunstenaars en was ik dus niet zo nauw betrokken bij hun artistiek proces. Nochtans ligt daar een grote interesse van mij – lang geleden heb ik trouwens zelf nog als actrice bij de theatercompagnie van de universiteit van Agadir in Marokko gespeeld. De vraag van Vooruit kwam op het goede moment en ik ben er zeer blij mee. Tijdens het sollicitatiegesprek werd me ook gevraagd hoe ik zou omgaan met de veranderende samenstelling van het Gentse sociale weefsel. Ongeveer de helft van de kinderen die in Gent opgroeien zijn immers van een andere origine. Deze kinderen zijn nu nog jong, maar worden straks ouder. Hoe kunnen we die interculturele dimensie van de stad integreren in de werking en het programma van Vooruit? Dat is een interessante vraag. We zouden bijvoorbeeld kunstenaars uit het Midden-Oosten en Afrika naar hier kunnen brengen, andere stemmen in Vooruit laten horen en zo een nieuw publiek in het Gentse aanspreken. De centrale vraag voor mij is hoe we verbindingen kunnen ontwikkelen met deze veranderende lokale gemeenschap.

Er werkt in Vooruit een team programmatoren voor de verschillende disciplines. Hoe vult u uw functie specifiek in?

Ik geloof dat ik er ben om nieuwe ideeën aan te brengen, om het team te inspireren en om algemene richtingen uit te tekenen voor het artistieke project van Vooruit. Als je kijkt naar de leefcondities in Brussel, Rio de Janeiro of eender waar, kun je zeggen dat we in tijden van crisis leven. Dit zijn harde tijden voor onze planeet en voor de mensheid. Er zijn veel oorlogen, nationalisme en extremisme spelen op. Het succes van het Front National in Frankrijk bijvoorbeeld, met zijn discours tegen immigranten, is in wezen een reactie op de economische en financiële crisis. Politieke bewegingen van zuid tot noord en van oost tot west gebruiken die crisis in het propaganderen van hun ideologie. Maar voor mij overstijgt het probleem die bewegingen. Als burgers in en van deze wereld staan we voor dezelfde uitdagingen. Ik interesseer me voor de vraag hoe kunstenaars daarmee omgaan, hoe zij voorbij het nationalistische discours mensen andere dingen kunnen laten zien. Hoe zij mensen kunnen inspireren en doen nadenken over zaken die voorbij hun eigen identiteit gaan. In Gent wil ik andere stemmen, andere intellectuelen, kunstenaars, burgers samenbrengen die interessant kunnen zijn voor Vooruit en voor de stad. Daarnaast vind ik het belangrijk dat de lokale gemeenschappen zich kunnen herkennen in het kunstencentrum. In dat kader is het cruciaal om voorstellingen te tonen die ook een publiek kunnen aantrekken dat niet zo vertrouwd is met het moeilijkere hedendaagse werk. Je kan het zien als een publieksopbouwende tactiek. Maar eerst wil ik de stad begrijpen. Daarom verhuis ik naar Gent en ben ik Nederlands aan het leren. Het zal een experiment zijn. In het begin moet ik echt de stad kunnen voelen, dat is hoe ik functioneer.

Vooruit wil een motor zijn in de transitie naar een meer duurzame en rechtvaardige samenleving. Hoe verhoudt u zich ten opzichte van dit verlangen?

Dat was het eerste wat mijn aandacht trok toen ik de website van Vooruit bezocht. Podiumkunsten, muziek, literatuur, maar ook projecten in relatie tot de stad en het idee van transitie. Weinig kunstencentra bieden een dergelijke diversiteit aan. Als je ziet hoe de dingen steeds erger worden in alle delen van de wereld, word je al snel hopeloos. Ook in België vind ik het bijvoorbeeld zeer moeilijk om te stemmen, simpelweg omdat ik de politici niet geloof. Dus wat kunnen we doen? Wat kan ik doen? En dan denk ik: laten we de hoop behouden. Voor mij ligt de oplossing erin heel klein en lokaal te beginnen. Beginnen waar we wonen, in onze wijken, bij de buren. Wat kunnen we samen doen? Het is vanuit deze optiek dat ik geïnteresseerd ben in transitie.

Er bestaat een schematische voorstelling van transitie. Allereerst zijn er niches, de kleinschalige, nieuwe initiatieven. Daarnaast zijn er regimespelers: de bestaande instituties, bedrijven en overheden, die erbij gebaat zijn om hun positie te handhaven. En ten slotte is er het landschap, factoren waar we geen invloed op hebben. De spelers in de niche duwen de regimespelers uit het veld om zo een nieuw regime te creëren, een ander soort samenleving. Persoonlijk beschouw ik Vooruit binnen het kunstenveld als een regimespeler. Kan transitie naar een duurzame, rechtvaardige samenleving verwacht worden van zo’n grote organisatie?

Ik ben blij dat je dit allemaal zegt en ga er helemaal mee akkoord. Transitie zou een ‘bottom-up’-proces moeten zijn. Het zou niet alleen van bestaande organisaties moeten komen, maar van burgers, individuen die gaan samenwerken. Dat is waar ik mijn hoop uit put. Tegelijk kunnen instituties zoals Vooruit dergelijke initiatieven versterken. Het is onze rol om te ondersteunen. Ook wij hebben nieuwe initiatieven nodig om ons te inspireren en om te morrelen aan onze interne structuur en houding.

Die ondersteunende rol is interessant. Ik ken Vooruit als een aangename plek om te werken. Toch krijg je als beginnend kunstenaar ook hier – net als in de meeste kunstencentra en werkplaatsen – vaak een studio met muziekinstallatie waar je het dan mee moet doen. Ik vraag me af: wat staat in zo’n institutie centraal? Draait het om de kunst of eerder om het behoud van bepaalde regels, afspraken, infrastructuur, machtsposities en hiërarchieën? Een gelijkaardige analyse maken sommige theoretici over musea en organisaties die in jaren zestig tot tachtig baanbrekend waren in hun manier van werken, maar die vandaag grote bedrijven zijn geworden, waar niet langer de kunst centraal staat, maar het schouwspel eromheen. De eens innovatieve projecten zijn verworden tot instituties die zichzelf onderhouden en conserveren.

Dat is waarom het voor mij belangrijk is om met mensen te praten en ideeën uit te wisselen. Ik heb mijn positie altijd beschouwd in dienst van de kunst, van de kunstenaars, van de kunstgemeenschap. Ik kom van eerder kleine organisaties, waarbinnen je makkelijker de kern kan bereiken van wat je wil doen. Ik wil dingen veranderen. Maar dat betekent niet dat ik hier een revolutie zal veroorzaken. Ik denk dat elke institutie, klein of groot, zijn eigen limieten heeft. Als je aanvaardt om in een bepaalde institutie te werken, dan weet je dat je op een bepaald moment gelimiteerd kan worden. Ik zal proberen om het beste eruit te krijgen. En zonder conflicten, ik hou helemaal niet van conflicten. Als je dingen wil veranderen, moet je dat traag doen. Eerst moet ik de situatie beter begrijpen, meer mensen ontmoeten, en hopelijk zal ik in staat zijn om iets te bereiken.

Die interne limieten maken een plek natuurlijk ook interessant. En Vooruit is een boeiende plek. Ik ben zeer nieuwsgierig naar wat volgt.

Ik kijk ernaar uit om te zien hoe ik mijn weg  en hopelijk ook een balans zal vinden. Ik heb nog nooit gewerkt voor een organisatie die zo groot is als deze. En ik heb in het verleden dergelijke instituties vaak bekritiseerd. Het werk aanvaard ik in de eerste plaats omwille van de artistieke dimensie. Ik heb altijd hoop. Ik ben optimistisch. En ik hoop dat dit niet onze laatste ontmoeting zal zijn. We moeten blijven ontmoeten en converseren. Ik heb jullie, kunstenaars, nodig.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

gesprek
Leestijd 8 — 11 minuten

#141

15.06.2015

14.09.2015

Michiel Vandevelde

Michiel Vandevelde is choreograaf en curator.