© Illias Teirlinck

Elke Huybrechts

Leestijd 3 — 6 minuten

Ends of Worlds – Michiel Vandevelde

Door de lens van een dystopische toekomst

In ‘Ends of Worlds’ reconstrueert choreograaf Michiel Vandevelde de geschiedenis van de 20e eeuw aan de hand van enkele canonieke choreografen en dansstijlen. Met deze voorstelling doet hij een appel aan het publiek alsof het zich in een verre toekomst bevindt. We worden uitgenodigd om door de lens van een dystopische toekomst naar het verleden te kijken. Waar eindigen we als toeschouwers wanneer een choreografie een wetenschappelijke fictie wordt?

Het jaar is 0.2300. Lang geleden veranderde de wereld in een kaal en onvruchtbaar landschap ten gevolge van de klimaatverandering, vertelt een stem aan het begin van de voorstelling. We kijken naar een rijtje van vier dansers die, in zichzelf gekeerd en strak voor zich uitstarend, danspassen uitvoeren (die afkomstig blijken uit hun eigen dansgeschiedenis), terwijl een artificiële vrouwenstem tekst en uitleg geeft over deze verschijningen. De homo sapiens is van het schouwtoneel verdwenen en betreedt in Ends of Worlds voor het eerst opnieuw wat men ‘vroeger’ het theater noemde (een curiosum). Deze vier reproducties van de homo sapiens zullen ons een historische inkijk geven in het organische leven, dat ons intussen vreemd geworden is. Welke invulling gaf deze menselijke soort aan liefde, solidariteit en verdriet?

Ends of Worlds is een reconstructie, verdeeld over zes hoofdstukken, van de geschiedenis van deze homo sapiens, althans van enkele schaarse fragmenten die daarvan zijn overgeleverd. We krijgen immers de waarschuwing mee dat veel historische artefacten beschadigd zijn en dat de reconstructie mogelijks niet helemaal accuraat is. Dat blijkt ook uit het geselecteerde materiaal dat de basis vormt voor Ends of Worlds. Aan de choreografie van elk van de hoofdstukken ligt telkens de erfenis van een iconische choreograaf of stroming uit de twintigste eeuw ten grondslag, waaronder Isadora Duncan, Anna Halprin en het Duitse expressionisme, die min of meer chronologisch de revue passeren. Ook voor de beelden, die worden geprojecteerd op een grote infini achteraan op het podium, de muziek die (te) luid door de boxen schalt en de tekstfragmenten die aan het begin van elk hoofdstuk op een scherm vooraan te lezen zijn, haalt Vandevelde zijn mosterd hoofdzakelijk uit (de avant-garde van) de twintigste eeuw. Is dit materiaal exemplarisch genoeg om de menselijke geschiedenis te kunnen reconstrueren voor een publiek uit de verre toekomst?

Vandevelde gaat er alleszins vanuit dat kunst een – weliswaar fragmentarische – reflectie van de tijdgeest is. We kunnen de ideologische en artistieke ontwikkelingen die de twintigste eeuw getekend hebben op een chronologische manier volgen. Uit elke choreografie,  uit elk beeld en muziekstuk spreekt immers een visie op het individu, collectief, de kunst, maatschappij, expressie, figuratie en abstractie, die telkens zowel het einde van een vorig en het begin van een nieuw hoofdstuk uit de geschiedenis inluidt. Ends of Worlds is echter veeleer dan een reconstructie van de geschiedenis een nieuwe constructie. In ieder hoofdstuk treden namelijk, zoals vaker in Vandeveldes werk, dans, muziek, beeld, licht en tekst op als autonome actoren, die elk een eigen betekenislaag inbrengen.

Zo wordt het derde hoofdstuk, waarvan de dans geïnspireerd is door Danse Macabre van de Duitse choreograaf Kurt Jooss, voorafgegaan door een fragment uit Walter Benjamins On the Concept of History. Het nodigt uit om Benjamins bekende interpretatie van het schilderij Angelus Novus als een motto te lezen bij deze choreografie. Wanneer de vier dansers het podium al lopend doorkruisen om aan het eind op hun buik neer te vallen, lijkt het heel even alsof zij, net zoals de engel van de geschiedenis, worden omvergeblazen door de storm van de vooruitgang, waar Benjamin over schrijft. Ook wordt op de achtergrond een foto geprojecteerd, stiekem genomen door een gevangene die deel uitmaakte van de Sonderkommando in Auschwitz. De verbindende factor tussen deze materialen is de wanhoop en de ontreddering die eruit spreekt, met het fascisme als gemeenschappelijke ideologische deler. Op deze manier wordt Ends of Worlds een poëtisch web van historische resonanties en interconnecties, waarvan je als kijker deelgenoot en misschien zelfs co-creator wordt. Zoals gewoonlijk bij Vandevelde blijft er immers dankzij de losse samenhang van de constructie een heerlijke vrije ruimte voor interpretatie (ofwel emancipatie) van de toeschouwer.

Vandevelde zet met Ends of Worlds een complexe constructie op, waarin hij zijn kwaliteiten als curator én choreograaf sterk laat uitkomen. Als choreograaf slaagt hij erin om de artistieke eigenheid en geschiedenis van zijn dansers in het geheel te integreren, maar evenzeer om hun stilistische en atletische veelzijdigheid uitstekend in de verf te zetten. Bovendien is de temporele constructie waarop Ends of Worlds gestoeld is, net zoals in Paradise Now (1968-2018), een vorige productie van hem, erg vernuftig. Hoewel het kader van de dystopische toekomst wat clichématig en best nog gekunsteld overkomt, laat het toe om met afstand naar het verleden én het heden te kijken. Het heden wordt met andere woorden ook gehistoriseerd, waardoor ook dáár resonanties en interconnecties ontstaan. Als curator weet hij dus als geen ander zijn publiek aan zich te binden door het aan het werk te zetten, zoekend te laten denken. Door de lens van de dystopische toekomst dient zich immers aan: een noodzakelijke reflectie op de fundamenten van het heden.

 

 

 

 

 

 

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#156

15.03.2019

14.05.2019

Elke Huybrechts

Elke Huybrechts is Master in de Nederlandse Taal- en Letterkunde en studeerde Theaterwetenschappen. Ze is redacteur bij Kluger Hans, dramaturge van Cie DeSnor en lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie