‘Emiel’ (Kunstencentrum Vooruit, Gent) Foto Corneel M. Ryckeboer

Guy Coolen

Leestijd 4 — 7 minuten

Emiel

Kunstencentrum Vooruit, Gent

Wanneer Dirk Roofthooft in 1986 aan het Brusselse Conservatorium een opvoering van Jean Cocteau’s Le Bel Indifférent (met Katrien Meganck in de hoofdrol) ziet, geraakt hij geïnteresseerd in de thematiek van het stuk. Twee jaar later verwerkt hij dit in Geruchten van de lift, dat bedoeld is om opgevoerd te worden door het Reizend Volkstheater met Viviane De Muynck in de hoofdrol. Het gaat echter niet door, omdat de tekst niet goed is. Te uitleggerig. Aanvankelijk wil Roofthooft de hele zaak vergeten, maar herwerkt ze uiteindelijk tot Emiel. Het wordt een Vooruit-produktie, met Roofthooft zelf als regisseur. De voorstellingen vinden plaats in een ruimte van het COOP-gebouw, deel uitmakend van de Vooruit.

Auteur/regisseur Dirk Roofthooft wacht het publiek op aan de ingang en leidt hen naar de plaats waar Emiel zal gespeeld worden. Het is een lange ruimte, die door afwisseling van grijze en roze vloerbekleding onderverdeeld wordt in vier muurloze kamers. De ‘eigenheid’ van deze woningen wordt verder getypeerd door enkele decorelementen, zoals een kast, een bed, een tafel en stoelen. Aan de rechterkant is een groot raam, dat uitziet op de grauwe flats van het Gentse Zuid, waar de taxi’s en autobussen rijden. Dit geeft het geheel een enorm gevoel van realisme. Het publiek – dat maximum uit dertig mensen bestaat – zit heel dicht bij de ‘scène’, waardoor er een heel intimistische sfeer wordt gecreëerd. Doordat je als toeschouwer van zo dicht ‘binnenkijkt’, ben je je veel sterker dan bij andere theatervoorstellingen bewust van het voyeurisme.

Het publiek ziet een vrouw, gespeeld door Katrien Meganck, die ontroerd naar Casablanca kijkt op de televisie. Vanaf de eerste zinnen die ze zegt, blijkt duidelijk dat ze ongelukkig is omdat ze in de steek werd gelaten door Emiel. Maar ze legt zich daar niet bij neer. Alles wat ze vertelt en doet en draait rond Emiel, de man waarvan ze houdt, maar die ze niet bij zich kan houden. Heel het stuk door zijn we getuigen van de wanhopige pogingen die ze onderneemt om -ondanks de pijn -binnen haar relatie enig geluk te vinden. “Hij komt toch altijd terug, dus moet hij mij nog graag zien.”, zegt ze. Ze droomt ervan om met hem in de discotheek te zijn en als ze voetstappen hoort op de gang hoopt ze dat het Emiel is. Het is echter één van de buren die thuiskomt.

Net zoals het publiek zijn de buren een soort voyeurs die steeds binnendringen in de wereld van Emiels vrouw. Als ze informeren naar Emiel hangt zij steeds weer leugens op, waarvan ze hoopt dat ze ooit waarheid zullen worden. Ze zegt dat Emiel thuis is, dat hij in bad zit en vertelt hoe gelukkig ze samen zijn. Voor de buitenwereld speelt zij het rolletje van de ‘zorgeloze vrouw’, maar de buren lijken wel beter te weten. Zij hebben alles al eens meegemaakt en verlangen niet meer. Ze geloven niet meer in de liefde en vluchten in de (wrange) humor, de zelfbevrediging, de Elvis Presley-imitatie. Eén van hen zegt dat mensen niet gemaakt zijn om elkaar gelukkig te maken.

Als Emiel terugkomt roepen de buren hem binnen en geven hem iets mee (koekjes, bloemen) voor zijn vrouw, alsof ze willen proberen om de relatie tussen Emiel en zijn vrouw weer goed te maken. Nu Emiel bij haar is, voelt ze zich eigenlijk ongelukkiger (en vooral eenzamer) dan daarvoor. Ondanks al haar pogingen (van schelden tot liefdesverklaringen afleggen) om Emiel voor zich te winnen, gaat hij weer weg. Hij berust in de onmogelijkheid van deze verstikkende relatie en vlucht in de drank en de vrouwen.

Zij besluit om ook te vertrekken, maar net als ze wil weggaan komt een buurvrouw terug thuis nadat deze van haar man was weggelopen. Emiels vrouw ziet de nutteloosheid van haar vertrek in en blijft. De reactie van de buurman op de thuiskomst van zijn vrouw typeert de hele houding (en tot op zekere hoogte ook die van Emiel) van de buren. Heel de tijd heeft hij eenzaam liggen wachten – masturbatie als surrogaat voor de liefde – en als ze dan thuiskomt, reageert hij nauwelijks. Hier wordt duidelijk wat Roofthooft bedoelt met de uitspraak dat wanneer we niets verlangen, alles wat er van komt mooi meegenomen is.

We kunnen ons de vraag stellen of de vrouw van Emiel terug naar binnen gaat omdat ze de leegte niet kan aanvaarden en verder wil strijden ( en de terugkeer van de buurvrouw kunnen we dan zien als ‘hoop’) of om te worden zoals de buren : vereenzaamd, maar zich schikkend in het lot en het geloof in de liefde opgevend (‘berusting’). Ondanks het feit dat er geen uitsluitsel wordt gegeven over de toekomst van de vrouw (en het publiek dat dus zelf kan invullen), is Emiel precies een stuk dat vaak aan kracht moet inboeten door een te sterk expliciteren. Dat is vooral te merken in de tekst, waar Roofthooft te veel wil duidelijk maken, waardoor het voor Katrien Meganck vaak enorm moeilijk is om haar rol echt geloofwaardig te kunnen brengen. Haar acteren komt soms nogal geforceerd over en door haar veelal overdreven hevige aanvallen maakt ze haar personage vrij clichématig.

Haar tegenspelers stralen een indringende rust uit. Roofthooft gebruikt hiervoor figuranten zonder enige acteurservaring. Hij wil deze personages brengen zonder enige vorm van theatraliteit. Hoewel deze typetjes meestal niet meer zijn dan een decorelement, slaan ze met de weinige zinnen die ze zeggen toch dikwijls de nagel op de kop. Ondanks de vaststelling dat deze nagel eigenlijk al lang in de plank zit, zorgt hun commentaar voor een aangename vorm van ironie en relativering.

Het stuk eindigt met het verhaaltje van een buurman over twee tortelduiven die een nest bouwden. Dat nest viel naar beneden en ze begonnen opnieuw te bouwen. Telkens weer. “Ik wist niet dat liefde zo sterk kon zijn”, zegt hij en begint hevig te lachen. Hiermee vat hij eigenlijk heel de thematiek van Emiel samen.

Vooruit – theaterproduktie;

regie en tekst Dirk Roofthooft (naar Cocteau);

spelers Katrien Meganck, William Phlips, Roger Dellaert, René Delen, Guy Smekens, Rene Smet en Gaby Degelin.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#30

15.06.1990

14.09.1990

Guy Coolen

Guy Coolen is algemeen en artistiek directeur bij Muziektheater Transparant en artistiek leider van Operadagen Rotterdam. Hij is voorzitter van het Music Theatre Committee van ITI en cureert vanaf 2018 in Shanghai een nieuw muziektheaterfestival.

recensie