Leestijd 7 — 10 minuten

Eerbare voorstellen: October/Oktobre van Dito’Dito

Het ‘opendeurproject’ October/Oktobre van Dito’Dito ging zijn tweede seizoen in. Het concept blijft boeiend: een maand lang nodigt Dito’Dito het publiek wekelijks uit; elk weekend wordt een nieuwe reeks kleine voorstellingen gepresenteerd, waaraan de makers slechts twee weken repeteren.

In nauwelijks een maand tijd creëerde Dito’Dito tien voorstellingen. Zonder tal van gastacteurs en -dansers zou October/Oktobre onmogelijk te realiseren zijn. Voor deze editie werkten vaste leden Guy Dermul, Mieke Verdin, Nedjma Hadj en Willy Thomas nauw samen met onder meer Jan Hammenecker, Bernard Van Eeghem, Kadi Abdelmalek en Amid Chakir. Daarnaast bevolkten wekelijks nieuwe gezichten de scène. Ieder weekend stonden twee tot drie theater- en dansvoorstellingen op het programma. Net als vorig jaar was er de wekelijks terugkerende Colère, een soort speakerscorner. Elke avond werd afgesloten met een Lied van de dag.

Dito’Dito bleef voor October/Oktobre trouw aan zijn filosofie: theater in de hoofdstad moet de communautaire grenzen overschrijden. Alle voorstellingen waren tweetalig of werden aanvullend simultaan vertaald. Het programma ging per weekend afwisselend door in BSBbis (het tijdelijk onderkomen van de Beursschouwburg) en in het Franstalige L’L, een sympathieke theaterzaal in de Matongewijk, die tijdelijk onderdak biedt aan het Théâtre de la Balsamine.

Uit het bovenstaande mag duidelijk wezen dat October/Oktobre in de eerste plaats van zich laat spreken door zijn kwantiteit. Een gezelschap dat een maand lang elk weekend zijn deuren opent, en in die tijd ook nog eens tien voorstellingen maakt, komt alleen al daardoor snel in de schijnwerpers te staan. Het eerste weekend kon je nog daags tevoren rustig je kaartje reserveren. Drie weekends later meldde het verkoopbureau een week op voorhand uitverkocht. De

mondreclame die bij langere speeltijden voor volle zalen moet zorgen, werkt ook hier efficiënt. Maar kan een concept van veelheid legitiem zijn voor een theatergezelschap, dat ten slotte naar kwaliteit en originaliteit zou moeten streven? Wim Van Gansbeke schreef in 1999 over October/Oktobre in Etcetera: ‘Er was daar goeds en minder goeds te horen en te zien.’ Dat was ook voor deze editie het geval. Maar dat is inherent aan het stramien en de korte productietijd. Met andere woorden, de kwaliteit en originaliteit van October/Oktobre is niet te zoeken in het niveau van de individuele voorstellingen, maar in het algemene concept: een reeks bijzonder toegankelijke, pretentieloze avonden, met een hoog’experimenteergehalte’. De voorstellingen in October/Oktobre op hun individuele, dramatische kwaliteiten evalueren zou irrelevant zijn. De kracht van October ligt in het feit dat Dito’Dito de deuren wagenwijd openzet voor tal van gasten.

De korte repetitietijd dwingt spelers om scherpe keuzes te maken. De uiteenlopende manier waarop acteurs met die schaarste in tijd omgingen, leverde voor October/Oktobre heel diverse voorstellingen op. In sommige gevallen werd voor complex tekstmateriaal gekozen, wat niet toeliet om dat volledig te vertalen in de enscenering. Een keuze voor dergelijk materiaal levert ‘work in progress’ op. Het materiaal dat aangereikt wordt, bevat een grote potentie en zou later verder uitgewerkt kunnen worden, uiteraard zonder dat dit noodzakelijk zo hoeft te zijn. Zo bijvoorbeeld De Vader en het Hert en Litanie?.

Met De Vader en het Hert, de opener van October/Oktobre, gooide Dito’Dito meteen één van de twee vooraf gegeven tekstopdrachten aan een externe auteur in de ring (in het afsluitende weekend was ook Pluizenoorlog te zien, een tekst van Miguel Decleire). In zijn complexe idioom laat Pieter De Buysser een vader en zijn zoon aan het woord, wat op het eerste gezicht een dialoog doet vermoeden. Maar die dialoog blijkt slechts een schijnvorm, een kaderverhaal/situatie, ingegeven door impliciete regieaanwijzingen (‘Straks komt mijn zoon op bezoek’). De inhoud van de tekst stelt precies discommunicatie centraal. Eerder dan een echte dialoog voeren beiden een monologiie intérieur. De afwezigheid van een gesprek wordt extra in de verf gezet door een fysiek wel aanwezige dialoog. Tijdens dat niet bestaand gesprek verandert de zoon geleidelijk in een hert, waardoor communicatie ook feitelijk onmogelijk wordt. Neem het contrast tussen vorm en inhoud, en reken daarbij de weerbarstige taal van De Buysser, dan weet je dat het vrijwel onmogelijk is deze tekst in pakweg twee weken onder de knie krijgen. Wat doe je met een schijnbare dialoog die er geen is? De eenvoudige oplossing is de gesprekspartners samen aan een tafel plaatsen. Dat komt echter de complexiteit en de gelaagdheid van deze tekst niet ten goede. Een deel ervan wordt heel verteerbaar geserveerd, de fragmenten die reflexief bedoeld zijn gaan ten dele verloren. Het publiek krijgt work in progress in de zuiverste zin van het woord te zien. Geen voorstelling, maar een voorstel.

Dat idee van ‘voorstel’ herkende ik ook in Litanie?, de afsluiter van October/Oktobre. Ook hier was het voorliggende tekstmateriaal omvangrijk. Guy Dermul, Raven Ruëll, Ruud Gielens en Yves De Pauw namen Gevecht in de geest van de Nigeriaans-Britse auteur Ben Okri ter hand. De verzen van Okri zijn uitermate optimistisch.

‘Illusies zijn alleen dan bruikbaar wanneer wij ze gebruiken/ Om onze echte werkelijkheid te helpen vinden. / Inwijdingen en rituelen, mits nobel / Bezitten deze kracht I… / Zij bevrijden ons van onze onbeduidendheid…’ Dat de makers niet meteen de ideeën van Okri volgen, wordt duidelijk gemaakt in een eenvoudig, efficiënt kaderverhaal: de belevenissen in een doordeweekse nachtwinkel. De vier acteurs vertellen, staand op een rij en in een net pak gestoken, hoe de verkoopster haar klanten de revue ziet passeren. Onder hen trouwe klant Benji, een wonld be-filosoof die de winkel platloopt en op geregelde tijdstippen zijn discours afsteekt: de verzen van Okri. Met een niet verholen ironie maken de acteurs via de figuur van Benji duidelijk hoe zij zelf over Okri’s visionaire geschriften denken. Door het grappige en licht verteerbare kaderverhaal verdwijnt de eigenlijke boodschap nogal op de achtergrond. Niet erg, al zou een verder borduren op deze teksten beslist een interessant resultaat kunnen opleveren.

Vier-armen

October koos naast het work in progress ook resoluut voor het ‘experiment’. Dat impliceert niet zozeer een bijzonder avant-gardistische of vernieuwende aanpak, wel dat het gezelschap de kans aangrijpt om een andere weg in te slaan, nu de druk van een avondvullend schouwspel niet aanwezig is. Met enkele verrassingen tot gevolg. Willy Thomas te zien dansen bijvoorbeeld. In Vier-armen/Quatre-bras voert hij samen met Pierre Sartenaer een choreografie op. Een half uur lang balanceren de twee op het scherp van de snee van sérieux en parodie. Buitelend, schuivend, rollend en vallend, refereren ze onmiskenbaar aan het vocabularium van de hedendaagse dans. Alleen al de uitgestreken gezichten waarmee de twee de meest complexe dansbewegingen uitvoeren, doet vermoeden dat Vier-armen parodiërend bedoeld is. De ironische blik op hun gezicht verglijdt echter geleidelijk in een uitdrukking van inspanning en concentratie. Niet langer de ironische ondertoon, maar de lichamelijkheid zelf wordt belangrijk (zelfs hun ademhaling is die van professionele dansers). De lichamen die ondanks zeer precieze bewegingen door een ietwat houterige mechaniek toch hun onprofes-sionaliteit verraden, brengen een enorme spanning teweeg. Wat oorspronkelijk misschien als parodie bedoeld was, wordt willens nillens een mooie voorstelling.

Qua ‘experiment’ verraste het eerste weekend van October al meteen met Operet. In een decor van gekleurde plastic vliegengordij-nen over de hele breedte van de scène, komt Abdelmalek Kadi tevoorschijn als de glamourverkoper van een Parijse schoenenwinkel, die weliswaar weigert schoenen te verkopen. De drie verkoopsters in blauwe plooirok tot over de knie huppelen zingend door de winkel, in de hoop geen klanten te lokken. Dit is de ultieme omkering van de burgerlijke moraal en de arbeidsethiek in handelsmiddens. Willy Thomas en Bernard Van Eeghem zijn trouwe bezoekers. Klanten kan je hen bezwaarlijk noemen. De één doet verwoede pogingen één van de verkoopsters te verleiden, de ander probeert één schoen te kopen. De situatie escaleert en na een tijd heeft de winkel meer weg van een rendez-voushuis. What you see is what you get: deze Operet is niet meer dan een pretentieloos, vermakelijk stukje met een hoog bonte avond-gehalte. Dat is trouwens de sfeer die de hele October-reeks beheerst. De acteurs lopen vooraf schijnbaar relaxed in de foyer rond en begroeten iedereen. Pas wanneer ze aan de beurt zijn, komen ze uit het publiek tevoorschijn en doen ze hun ding. Ook tot deze categorie pretentieloos experiment hoort De Zool van de ziel/L’ Anie chi Talon. Benjamin Verdonck en Willy Thomas vertellen dierenfabels van jeugdschrijver Toon Tellegen. Het sprookjesgehalte van hun enscenering wordt verhoogd door een geknutselde hoe-dengarderobe. Hun hoeden verbeelden niet een personage, maar doen dienst als plaatsvervangend decor. Het publiek wordt meegesleept in de beeldrijke wereld van Tellegen. Jaloezie, egoïsme, onzekerheid, plompheid: alle kleinmenselijke trekjes passeren de revue in de dierenwereld die Verdonck en Thomas ensceneren.

Naast ‘work in progress’ en ‘experiment’ waren er ook de minder goed te omschrijven projecten. Que dire Chakir/En gij Ventin, een ontmoeting tussen Amid Chakir en Mieke Verdin, leverde een halfuur gesprek op. Deze conversatie over alledaagse onderwerpen als muziek, koken, liefde doet vermoeden dat ze aanleunt bij de realiteit, maar evengoed kan alles verzonnen zijn. In elk geval wordt het bekende Dito’Dito-discours gehanteerd, waarbij levende vooroordelen over ‘allochtonen’ de kop worden ingedrukt. Dat stramien wordt trouwens ook gehanteerd in Het jaar van de slang/L’année du serpent, een diner met personen die al lang in België verblijven, maar pas via de recente regularisatiecampagne aan de correcte verblijfsvergunningen zijn geraakt. Deze stukken zijn geen voorstellingen, eerder ‘momenten’. De werkelijkheid wordt er nauwelijks gemedieerd, ze wordt gewoon op scène gezet. Het resultaat is een in real time-ervaring. Het gevaar hierbij is dat ook de spanning die de theatralisering van de werkelijkheid met zich meebrengt verloren gaat. Zowel Que dire Chakir en Het jaar van de slang zijn niet altijd even boeiend, net zoals meeluisteren naar een gesprek waar je niet bij betrokken bent, niet altijd spannend is. Dat geldt trouwens ook voor Sherazdje, een gesprek tussen Abdelmalek Kadi en Larbi Cherkaoui, die ervaringen wisselen over hoe zij racistisch behandeld werden. Maar zoals gezegd, van een concept als October/Oktobre kan je onmogelijk verwachten stuk voor stuk afgewerkte voorstellingen te zien. Beschouw ze liever als de extratjes, de gebeurtenissen die van dit alles een informele, sfeervolle, soms intieme soms uitbundige theaterervaring maken. Enfin bref, die van oktober October maken.

October/Oktobre 2001

VAN EN MET Paul Belgrado, Amid Chakir, Larbi Cherkaoui, Pieter De Buysser, Miguel Decleire, Guy Dermul, Yves De Pauw, Ruud Cielens, Nedjma Hadj, Jan Hammenecker, Abdelmalek Kadi, Giuseppina Mammone, Marie-Pierre Meinzel, Marlith Narvaez, Henri Peiffer, Dett Peyskens, Dominique Roodthooft, Raven Ruëll, David Strasberg, Ciska Thomas, Willy Thomas, Sam Touzani, Bruno Vanden Broecke, Bernard Van Eeghem, Danny Van Hoeck, Peter Vandenberghe, Lieve Van de Rostyne, Kristien Verdin, Mieke Verdin, Benjamin Verdonck

LICHT, DECOR,TECHNIEK, KOSTUUMS: Benoît Ausloos, Nathalie Borlée, Wim De Graeve, Philip Delbecque, Rudi D’heygere, Robrecht Ghesquière, Bart Luypaert, Steve Romanus, Ann Weckx, Pol Segers, François Joinville

PRODUCTIE Dito’Dito, Beursschouwburg, Théâtre de la Balsamine

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#79

15.12.2001

14.03.2002

Katrien Darras

Katrien Darras, redacteur van Etcetera, is licenciate in de Kunstwetenschappen en behaalde het aanvullend diploma Culturele Studies aan de K.U.Leuven.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!