Leestijd 2 — 5 minuten

Een wereld van verschil

Op vrijdag 16 januari maakte de Vlaamse overheid haar beslissing over de projecttoelagen voor dit jaar bekend. Het meest opvallend: in de categorie theater gaat 165 000 euro naar het nieuw opgerichte Publiekstoneel. Het geld is bedoeld voor ‘de opstart van een vereniging met als doel Vlaams repertoiretheater te produceren’.

Het kabinet-Anciaux liet in de dagbladpers optekenen dat de subsidiëring van het Publiekstoneel geen euro heeft weggenomen uit de projectenpot. Er zou op andere uitgavenposten naar restbedragen zijn gezocht.

Met zijn 860 000 euro is de projectenpot voor theater inderdaad 30 000 euro groter dan vorig jaar. Maar daarin is het aan het publiekstoneeltoegekende bedrag wél inbegrepen. Conclusie: de projectenpot voor theater is met 135 000 euro gekrompen.

In totaal worden zestien projecten betoelaagd, evenveel als vorig jaar. Maar het budget is wel heel anders verdeeld. In 2008 was een theatersubsidie nog goed voor een gemiddeld bedrag van 51 875 euro. In 2009, na aftrek van de 165 000 voor het Publiekstoneel, moet de gemiddelde gesubsidieerde in deze categorie het met 46 333 euro stellen.

Misschien denkt u: dat is dus 5 542 euro minder, what’s the difference? Wel, voor een kleinschalig project is dat een wereld van verschil. Het overgrote deel van de projectgesubsidieerden werkt sowieso – ja, zelfs mét subsidie – in moeilijke financiële omstandigheden.

De Beoordelingscommissie th eater had over het Publiekstoneel een negatief advies uitgebracht. Drie door de commissie positief geadviseerde projecten werden door de overheid aan de kant geschoven. Eén daarvan was nota bene van Peter De Graef, die in Nederland jarenlang met Dirk Tanghe (toen nog bij De Paardenkathedraal, nu artistiek leider van het Publiekstoneel) heeft samengewerkt.

Rijst hier trouwens ook geen juridisch probleem? Projectsubsidies zijn volgens het decreet bedoeld voor concrete producties. De ‘opstart’ van een repertoiretheater valt daar maar moeilijk onder te plaatsen.

In andere landen bestaat het vrije toneel bij gratie van de markt. Daar wordt geen probleem van gemaakt. Vlaanderen, zo wordt gezegd, is echter te klein om het vrije toneel financieel rendabel te maken. Vandaar het voorstel van een gemengde financiering met zowel privé- als overheidsgeld.

Op zich moet dat kunnen. Een theaterlandschap moet breed en gediversifieerd zijn. Het is geen slechte zaak als privé en overheid samen garant zouden staan voor een repertoiretheater dat een publiek kan bedienen dat in het gesubsidieerde theater onvoldoende zijn gading vindt. Dit mag echter niet ten koste gaan van kleinere en kwetsbaardere initiatieven. De gang van zaken rond de theaterprojectenpot doet wat dat betreft het ergste vrezen.

Op 19 januari organiseerden het vti, deBuren en rekto:verso het debat Commerciële pistes voor de podiumkunsten? Verschillende sprekers opperden – naar Nederlands voorbeeld – dat podiumorganisaties dankzij privésponsoring hun onafhankelijkheid zouden kunnen vergroten, omdat ze zo minder zouden afhangen van één inkomstenbron, zijnde subsidies.

Maar hoe realistisch is sponsoring in het huidige economische klimaat? Voor theater dat niet bevestigt maar buiten de lijntjes kleurt?

De zinnigste opmerking die avond kwam uit het publiek. Niemand, zo zei Jos Verbist (Theater Antigone), zegt hoeveel subsidiegeld er van overheidswege naar de privésector gaat. Vele bedrijven hebben aparte diensten die met niets anders bezig zijn dan het opsporen van subsidiebronnen.

De kunstensector krijgt veel geld. Daar is geen twijfel aan. Maar laat daarmee niet gezegd zijn dat dit de enige sector is die van subsidies leeft – wel integendeel.

Johan Reyniers

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 2 — 5 minuten

#115

01.02.2009

31.03.2009

Johan Reyniers

Johan Reyniers is schrijver en dramaturg. Hij was de directeur van de Leuvense organisatie voor hedendaagse dans Klapstuk (1993-1998) en artistiek directeur van het Kaaitheater (1998-2008). In 2008 werd hij hoofdredacteur van Etcetera. Sinds 2014 is hij hoofddramaturg bij Toneelgroep Amsterdam.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!