© Stine Sampers

Lara Staal

Leestijd 5 — 8 minuten

Een vierjaarlijkse oefening in sadomasochisme

Kan kunstkritiek meer zijn dan de mening van een professioneel recensent? In een nieuwe maandelijkse column laten theatermaker Freek Vielen (De Nwe Tijd) en curator/schrijver Lara Staal afwisselend hun licht schijnen op een topic dat hen bezighoudt.

Terug van vakantie staar ik naar een lege pagina. Op maandag 3 augustus maakte het Fonds Podiumkunsten zijn adviezen bekend. Van de 202 aanvragers wordt slechts 39 procent gehonoreerd. Het beschikbare budget van 21 miljoen euro per jaar werd ruim twee keer overvraagd.  Hoewel er 149 theater- en muziekgezelschappen positief door het Fonds werden beoordeeld, kunnen er maar 78 worden gehonoreerd door een gebrek aan geld, aanzienlijk minder dan de 111 organisaties nu.

Dit leverde de in Nederland inmiddels bijna bizar vertrouwde ‘B-lijst’ op: plannen die volgens de commissies eigenlijk geld zou moeten krijgen maar helaas onder de zogenoemde zaaglijn vallen. Zo vissen makers en gezelschappen als Laura van Dolron, Het Geluid Maastricht, Katja Heitmann, DEGASTEN, Lotte van den Berg, Dood Paard, Nieuwe Helden, Hotel Modern en ’t Barre Land, ondanks een positief advies, toch achter het net.

Naast deze recente uitslagen van het Fonds Podiumkunsten, dat verantwoordelijk is voor de kleinere gezelschappen en organisaties die flexibel zijn en dicht op de actualiteit willen werken, maakte de raad voor cultuur begin juni de uitslagen bekend voor de BIS, de subsidielijn voor de grote landelijke instellingen die zich min of meer verzekerd zouden moeten zien van hun plek en hun budget, zodat ze duurzame lijnen kunnen uitzetten. Van de 220 aanvragen werden er 107 gehonoreerd.  Bij de BIS, zogenaamd een baken van rust en vertrouwen, bleek plots ruimte voor nieuwkomers en werden oudgedienden eruit gegooid. Zo is er geen plek meer voor Productiehuis Theater Rotterdam en Frascati, maar wel voor Toneelschuur en Likeminds.

Aan de ene kant is het goed dat ook de wanden van de Basisinfrastructuur poreus zijn en er verschuivingen kunnen plaatsvinden. Aan de andere kant is de verhouding tussen BIS en Fonds nu totaal zoek nu steeds meer kleine en middelgrote organisaties ook een plek krijgen in de zogenaamde rotsvaste Basisinfrastructuur, maar tegelijkertijd een productiehuis als Frascati er na vier jaar even makkelijk weer wordt uitgegooid. En een vaste speler als Scapino Ballet, dat  in eerste instantie geen geld zou krijgen omdat het niet vernieuwend zou zijn, werd alsnog door de politiek opgevist. Ook de B-lijst van het Fonds doet vermoeden dat lobbywerk na de adviezen schering en inslag zijn geworden. Begrijpt u het nog? Precies, cultuursubsidiëring is geen systeem meer, maar een lot uit de loterij.

Mijzelf bekruipt na het stug doorlezen van alle cijfertjes een diep triest gevoel. Het huidige kunstenlandschap in Nederland ziet eruit als een verbrokkelde stad; in permanente staat van ontbinding en wederopbouw tegelijkertijd. Deze versnipperde landschapstekening gepresenteerd te krijgen in tijden van corona voelt als extra bittere pil. Na maanden van creatief doorzetten ondanks social distancing en het moeten omgaan met onzekerheid op alle fronten (theaters, podia, publiek…) is het vooruitzicht van een individuele lobby, onderlinge competitie en nog meer onzekerheid, haast onverteerbaar.

© Gerard Herman

De toon van de adviezen hielp daarbij niet. Menig advies sloot af met zinnen als: ‘Op basis van de aanvraag verwacht de commissie geen bijzondere betekenis op het gebied van inhoud, omdat het werk geen inhoud betreft dat inhoudelijk verder weinig te zien is op de Nederlandse podia.’ Of: ‘Op grond van de matig uitgewerkte projectplannen is de commissie er niet van overtuigd dat de beschreven producties over voldoende zeggingskracht zullen beschikken.’ Wat is dit voor toon? Zijn dit commissieleden met respect voor kunst en cultuur? Zijn dit mensen die weten wat een maakproces inhoudt en hoe abstract het is om nu al plannen te bedenken voor over twee of drie jaar? Wat is dat voor idee dat inhoud of vorm of effect (de drie termen komen voortdurend in de rapportage voorbij) alleen maar bijzonder zijn als ze volledig uniek zijn? Wat betekent uniciteit überhaupt? Ik mag hopen dat makers en gezelschappen in contact staan met de wereld en er daardoor voortdurend allerlei linken worden gelegd tussen onderwerpen, gedachtes, vormen en uitgangspunten. Zijn we soms weer terug bij het achterhaalde idee van de kunstenaar als een volledig autonoom, exclusief, uniek wezen dat zijn inspiratie van bovenaf krijgt en daarom op geen enkele manier in relatie staat tot wat er in de wereld gebeurt?

“Zijn dit commissieleden met respect voor kunst en cultuur? Zijn dit mensen die weten wat een maakproces inhoudt en hoe abstract het is om nu al plannen te bedenken voor over twee of drie jaar?”

Hoe hebben wij dit in Nederland eigenlijk laten gebeuren? Deze verschillende, overlappende, moeilijk te onderscheiden beoordelingssystemen en structuren, de enorme papierwinkel, organisaties en gezelschappen die in het wilde weg maar overal tegelijkertijd gaan aanvragen omdat je – zoals nu inderdaad blijkt – geen idee hebt waar je plots in zit of uitgeknikkerd kan worden… De stress tijdens het schrijven, de onzekerheid tijdens het wachten op de uitslag, de euforie als het lukt, de diepe pijn als je niet wordt gehonoreerd… Wat is dit voor idiote afhankelijkheidsrelatie? Een soort vierjaarlijkse sadomasochistische oefening, waarbij je je werk, ideeën, werkwijzen en overtuigingen openstelt en deelt met mensen die jou uiteindelijk schrijven dat ‘de commissie gematigd positief is over de zeggingskracht van de producties.’…

Hoe kan het dat we in een land leven waarin kunstenaars nog steeds gezien worden als luie, geprivilegieerde ons-kent-onsclubjes die voor elkaar ‘leuke’ dingen doen, terwijl ze hun hand ophouden bij de overheid? Terwijl ik in werkelijkheid louter structureel overwerkte, doodvermoeide, onderbetaalde mensen zie, die uit alle macht proberen te blijven voldoen aan alle eisen die aan iedere vorm van steun verbonden zijn. In plaats van subsidie zouden we moeten spreken over een lening of over een schuld. Geld krijgen betekent een enorme papierwinkel aan evaluaties en afrekeningen en als je je cijfers niet haalt, de voortdurende dreiging dat dat geld teruggetrokken kan worden. Komt er nog bij dat als je niet Internationaal Theater Amsterdam bent of het Amsterdamse Concertgebouw je nooit of te nimmer weet of je op iets mag rekenen. In volledige onzekerheid begin je iedere vier jaar opnieuw aan de ratrace.

“Hoe kan het dat we in een land leven waarin kunstenaars nog steeds gezien worden als luie, geprivilegieerde ons-kent-onsclubjes die voor elkaar ‘leuke’ dingen doen, terwijl ze hun hand ophouden bij de overheid?”

Om iets te maken wat er nog niet is, heb je budget nodig. Om ervoor te zorgen dat niet alleen mensen met rijke ouders daarvoor in aanmerking komen, heb je een overheid. Ook mensen die zich in de markt bewegen (zoals wij in de kunsten trouwens ook al lang doen, kijk maar naar het belang dat gehecht wordt aan ‘eigen inkomsten’) werken met subsidies, leningen, aanbestedingen, enzovoorts. Voor ieder nieuw idee is vertrouwen nodig en als dat er niet is, dan is het misschien aan ons, de kunstensector, om zelf een einde te maken aan deze martelgang. Misschien is het mogelijk dit systeem te weigeren als we collectief besluiten niet aan te vragen of nog beter: gezamenlijk aan te vragen. Een aanvraag van en door het hele veld, waarbij de kunsten en hun samenhang als één ecosysteem gedacht worden. Alles heeft elkaar nodig. De kleine de groten en andersom. De wanden ertussen blijven poreus zodat er altijd verschuivingen kunnen plaatsvinden. Niet in de logica van het oude af te knippen zodat het nieuwe een kans kan krijgen, maar in de bescherming van het naast elkaar laten voortbestaan. De ervaringen, tradities, het archief en het geheugen van oudere gezelschappen hebben we immers even hard nodig als de nieuwe stemmen.

“Misschien is het mogelijk dit systeem te weigeren als we collectief besluiten niet aan te vragen of nog beter: gezamenlijk aan te vragen. Een aanvraag van en door het hele veld, waarbij de kunsten en hun samenhang als één ecosysteem gedacht worden.”

Een week geleden stuurden honderden instellingen een brandbrief naar minister van Cultuur Ingrid van Engelshoven met de vraag 15,8 miljoen toe te voegen aan het budget van het Fonds zodat alle positief beoordeelde aanvragen ook geld krijgen. ‘Wij, professionals uit de Nederlandse podiumkunstensector, delen de ambitie richting een rijk veelkleurig podiumkunstenlandschap voor álle Nederlanders in álle regio’s. We geloven dat het podiumkunstenveld alleen in samenhang kan opereren.’ Ook roept de brief op tot een hervorming van het veld en stelt voor daar zelf als sector een actieve rol in te spelen.

Nee, wij laten ons niet langer uit elkaar spelen door schaarste en fragmentering. En we weigeren nog langer bij iedere aanvraag geconfronteerd te worden met hoe rechts het artistieke veld heeft kunnen besmetten met een diepgewortelde kunsthaat. Ook de speelbal worden van liberale ministers die geen tijd hebben zich te informeren en een visie te ontwikkelen zijn we beu. Dit moet anders kunnen. Voor het volgende kunstenplan willen we zelf mee aan tafel om een nieuw bestel en vooral een nieuwe toon te bepalen.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

column
Leestijd 5 — 8 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Lara Staal

Lara Staal werkt als curator, schrijver, onderzoeker en theatermaker.