Pieter De Buysser

Leestijd 4 — 7 minuten

Een ongehouden wonde, een open belofte

In het dagelijkse leven volbreng ik graag mijn burgerplicht om mee te spelen in de komedie van versimpelingen en het innemen van standpunten: de bezigheden van de Vlaams Belangers hebben na hun veroordeling geen recht meer op gemeenschapssubsidies. Ik verdedig steil dat standpunt en haal met plezier retorische machinerieën uit de garage om iedereen van hetzelfde te overtuigen. Het is burgerplicht die niets met mijn werk te maken heeft. Als er door mijn werk eventueel wat twijfelachtig symbolisch kapitaal te rapen valt om dat standpunt van mezelf als burger meer te laten horen: geen probleem, hoereren maar.

In het dagelijks verkeer is het de meest effectieve methode om je van een punt a naar een gewenst punt b te begeven: uitgaan van de werkhypothese dat ons bestaan een komedie van versimpelingen is. Theater is net de hoopvolle loer die je kan draaien aan die dagelijkse komedie.

Het zal u wellicht ook al zijn opgevallen op een winterochtend voor de spiegel, maar wij zijn niet helemaal. Niet dat we helemaal niet zijn, we zijn gewoon niet helemaal. Ook al is de mens het wonderkind van de biologische evolutie. Iemand die indringend het zijn van de mens heeft omschreven als een nog-niet zijn, is Ernst Bloch: zijn principe van de hoop komt net voort uit een afgrondelijk inzicht in deze onoverkomelijke wonde. Maar als je bij onze fundamentele, ontologische onafheid stil blijft staan, dan kom je effectief geen stap verder. Ons ingewikkeld dagelijks verkeer vraagt nu eenmaal dat we stappen zetten, dus versluieren we onze status van nog-niet-zijnde. Het maakt van ons allemaal dagelijkse fundamentalisten, we bewegen ons gesluierd voort, onze ontologische status van nog niet-zijnde, van ‘onaffe’ houden we noodgedwongen zorgvuldig bedekt. We gaan er voor de goede orde van uit dat we al zijn. Dat hebben we nodig om onze dagelijkse standpunten in te kunnen nemen. Stel je voor dat je ‘s morgens bij het lezen van de krant een duidelijk standpunt hebt over het soortelijk gewicht van Kabouter Coveliers en het soortelijk gewicht van de tientallen doden deze week in het Congo-conflict, en terwijl zou je ook nog willen articuleren dat je fundamenteel-ontologisch-nog-niet-bent. Je krijgt geen standpunt meer over je lippen. Het is niet alleen praktischer om gesluierd mee te spelen in de komedie van versimpelingen, dat dagelijks fundamentalisme is zelfs de mogelijkheidsvoorwaarde voor een stellingname, voor een politieke keuze. In het dagelijks bestaan en in de politieke keuzes die daar ieder uur mee verbonden zijn, is het een slimmigheidje van de mens om als ongevederde vergissing zijn zijnsstatus te versluieren.

Maar het theater is van een andere orde. In het theater wil ik niet aan ons dagelijkse fundamentalisme deelnemen. Integendeel: theater is striptease, in het donker mag het gezegd worden: we zijn nog niet, de mens is degene die nog niet is. We zijn aan het komen. Dat is de genadeloze hoop van het theater. We zijn aan het komen. Ziehier de erotiek van het theater. We zijn aan het komen. Explicit lyrics. Ander expliciet taalgebruik over actuele maatschappelijke kwesties is me te platjes en te rapjes, te praecox schaap. Je kan natuurlijk theater schaamteloos prostitueren om een gedachte of een standpunt kwijt te kunnen. Dat kan ook een vrolijke bezigheid zijn. Maar als we in het denken over politiek en theater een stap verder willen zetten, stel ik voor om de tijd te nemen om twee bejaarde, blaffende idee-fixen van de scène te jagen. Het idee-fixe STANDPUNT en het idee-fixe EXPLICIET. Van zodra het gaat over politiek theater komen die iedere keer heel de scène onderschijten, en je ziet niets meer behalve hun uitwerpselen.

Theater gaat voor mij net over zichtbaar maken. Het politieke van theater zit niet in de verkondiging van een standpunt. Er is een veel intiemere verbondenheid tussen theater en politiek. Er is een onherleidbare, maar ook een niet lokaliseerbare alliantie. Omdat het niet te vatten is hoe het kan dat een mens op zijn twee voeten voor andere kijkende mensen staat en louter door handig gebruik van het alfabet, zijn lichaam en enkele tekens een nieuwe wereld begint. De plaats van het intieme verbond tussen theater en politiek ligt niet tussen de muren van de schouwburg, maar in die nieuwe wereld die iedere avond begonnen wordt. Een wereld die bestaat uit een polyfonie van stemmen, een arena van gedachten, en die reëel wordt door de cocktail van lichaamssappen. Het theater wordt politiek als het goed nat komt te liggen, een sappig terrarium, een proefbodem waar maatschappelijke en existentiële tendensen die in de lucht hangen wortel kunnen schieten. Een kweekbodem voor thematische bacteriën, een bak waarin sociale en existentiële kwesties kunnen gisten, ontbinden en hun omgeving kunnen bevruchten. Zodat het publiek niet gedegradeerd hoeft te worden tot standpuntslikker en ja- of nee-knikker, maar dat het kan rieken, geïnjecteerd worden, vergiftigd, genezen, geparfumeerd of besmet. Het theater wordt politiek als het bij het publiek organen bijkweekt. Organen die hen in staat stellen collectieve of singuliere neigingen gewaar te worden, te verwerken, uit te sproeien of organen die helpen om nieuwe, onvermoede mogelijkheden te baren.

Mijn persoonlijke stem als toneelschrijver heeft in deze praktijk geen enkel belang. Integendeel: zodra die de kop opsteekt heb ik gefaald. De toneelschrijver is niet meer dan een organisator van de scène. Dat heeft het ongemak een oneigentijdse praktijk te zijn. Het is de tegenovergestelde beweging als de steeds luider wordende hartekreet naar meer romantiek. We willen mythes, schoonheid en arcadische paradijzen, zowel in de kunst als in de politiek, in de hemel als hier op aarde. Het cliché van de romantische schrijver wil dat hij zijn stem ontwikkelt, dat hij zich langzaamaan ontdoet van vreemde invloeden en zijn eigen, authentieke stem wordt die een standpunt kan verkondigen. En zelfs als hij ‘autonoom’ weigert een standpunt te verkondigen, dan nóg hopen we op ‘de politieke betekenis’ van het weerklinken van een singuliere, authentieke stem. Authenticiteit en persoonlijkheid zijn tot op de dag van vandaag zwaargewichten in onze beoordeling van een kunstwerk. Ik probeer net iedere keer onpersoonlijker te worden. Ik staat alleen maar in de weg. Ik ben me bewust van het gevaar van een cirkelbeweging: dat net het onpersoonlijk worden een persoonlijkheidskenmerk zou zijn, dat neem ik dan maar aan: De Buysser, gebuisd, akkoord, maar dan niet met een matige 49%, maar voluit 0, nul, zero, niets, als ik volledig ik word heb ik geen ik meer, ik word ik in het verlies van mezelf, in een doorgeefluik voor de voortdurende revolutie die het theater nog niet is.

De petitie tegen de subsidies voor het Vlaams Belang kan je ondertekenen op de volgende sites: www.faysal.antifa.net

www.blokwatch.be

www.attac.be

www.vlaams-burgerinitiatief.be www.mensenrechten.be

(intussen afgesloten, nvdr)

Deze bijdrage kwam tot stand naar aanleiding van een lezing tijdens de themaweek ‘Wat is politiek denken?’ in het STUK op 14 december 2004.

essay
Leestijd 4 — 7 minuten

#95

15.02.2005

14.05.2005

Pieter De Buysser

Pieter De Buysser is filosoof, auteur en theatermaker. Hij is tevens artistiek leider van Lampe. www.lampesite.be

 

essay