© Kurt Van der Elst

Leestijd 4 — 7 minuten

Een leuk avondje uit – hetpaleis, Theater Artemis & Het Zuidelijk Toneel / Jetse Batelaan

Marge wordt centrum, achterkant wordt voorkant

Het valt te betwijfelen of Jetse Batelaan Wat als? kent. Toch zou zowat elke voorstelling van de Nederlandse regisseur kunnen doorgaan voor een uitgesponnen aflevering van de gelauwerde Vlaamse sketch-reeks. Bij Het eind van het begin van het einde (2021) zou de vraag dan luiden: ‘Wat als…  de verbeelding ten onder ging?’ – met een hilarische, pikzwarte voorstelling als antwoord. De vraag waarop de nieuwe grotezaalvoorstelling Een leuk avondje uit boogt is deze: ‘Wat als… de musical geïnfiltreerd raakte door échte emoties?’ Die vraag kan cynisch klinken, maar Batelaans voorstelling is dat niet. Zoals steeds ontluistert hij zijn medium, stript het van zijn schone schijn, om het vervolgens liefdevol te koesteren in zijn pure kracht.

Een showbizz-stem kondigt het spektakel aan, een roodfluwelen doek zwiert elegant open, en daar is het dan: een corps stralende dansers lacht ons breed toe, opgesteld in een stervormige formatie. De gouden pakjes en hoge hoeden glinsteren tegen de achtergrond van een al even kitscherig gouden decor. Maar vervolgens gebeurt er… niets. Het zaallicht blijft aan, de dansers lijken verstard te wachten op het startsein, en onze aandacht wordt vanzelf getrokken naar de randen van het speelvlak, waar de toneelmeester (Goele Derick), de technicus (Willemijn Zevenhuizen) en de costumier (Mourad Baaiz) rondhangen. Wanneer het eerste dansnummer dan toch aanvangt is het volume van de muziek gedempt, terwijl de stemmen van de drie in de coulissen worden versterkt. “Hoe is het nog met je konijn?” klinkt het verveeld. “Goed, het eet alweer.” Zoals steeds bij Batelaan dienen we hier niet te kijken naar wat op het podium gebeurt, maar naar alles wat zich ernaast afspeelt. Marge wordt centrum, achterkant wordt voorkant – dat is vintage Batelaan. Als publiek kijken we naar maar vooral naast de show.

Het gekke is dat we dat ook spontaan doen, dat we inderdaad de show links laten liggen, hoezeer de dansers zich ook in het zweet werken. Straf, hoe de codes van licht en geluid bepalend zijn voor onze aandacht, onze blik sturen. Het roefelen van de technicus in een doosje vol spijkers wordt een act op zich, precies omdat het geluid is versterkt. En terwijl centraal op het speelvlak nummer na nummer de diepste menselijke emoties worden nagespeeld – in de showbizzrealiteit – blijkt de realiteit naast de show ontdaan van elke vorm van bewogenheid. De crew roddelt over de performers, bespreekt elkaars burn-out of scheept keer op keer telefonisch de vrachtwagenchauffeur af die steeds wanhopiger inbelt, op zoek naar de laad- en loszone. Af en toe sloft er eens iemand weg om uitgebreid naar een achtergronddoek te staren. Alles gebeurt traag, met doffe blik, onder diep gezucht. Het tegendeel van emotie heet onverschilligheid.

Het knappe aan Batelaans constructie (en de dramaturgie van Koen Haagdorens) is dat je er achteraf niet meer de vinger kunt opleggen wanneer de dingen  precies gaan schuiven. Op welk moment de focus op de buitentheatrale ‘realiteit’ (binnen de voorstelling, uiteraard) begint te glijden, en het publiek zachtjesaan de fictie wordt binnengetrokken. We merken op een bepaald moment gewoon dat de zaallichten half zijn gedimd. Dan verschijnt er iemand van ‘buitenaf’, een heel gewone figuur, die vanuit de zaal op het podium klimt en dwars door de show heen loopt. De dansers geven geen krimp: ze lijken het niet te merken, of ze negeren het – de showbizzrealiteit slorpt al hun aandacht op. De crew trekt een wenkbrauw op, maar is te lethargisch om in te grijpen. Pas wanneer nog meer van deze figuren zwijgend op de bühne beginnen rond te waren, gaat de technieker met volle tegenzin poolshoogte nemen. Bars vraagt ze om identificatie. Het antwoord is onrustwekkend.

De bühne blijkt geïnfiltreerd door emoties: authentieke, pijnlijke emoties, zonder gouden pakjes, en ze laten zich niet zomaar buiten bonjouren. Er ontstaat paniek (‘Geen gevoel binnenlaten!’ wordt er geschreeuwd) en de drie leden van de crew slagen er slechts met de hulp van het publiek in de emoties te verdrijven. Vruchteloos, evenwel: stuk voor stuk blijken ze geïnfecteerd. Ze huilen, ze zijn angstig, ze schamen zich. Tegelijkertijd gaat de volumeknop omhoog, dimt het zaallicht volledig en worden we als toeschouwer de musical ingezogen. En of we het nu willen of niet: we raken bewogen, net zozeer als de personages.

Een leuk avondje uit is geen parodie op de musical (dat zou al te makkelijk zijn), maar een liefdevolle onttakeling van het medium én een eerherstel tegelijkertijd.

Dit is het mooie aan Batelaans behandeling van de musical: hij ontmantelt het medium niet zomaar als een nepwereld van goud en glitter, waarin alles fake is, maar laat ons direct ook voelen hoe effectief dat fake gedoe is, hoe echte emoties ontstaan door de inzet van bepaalde codes, van uitgekiend spel. Wanneer de volledige troep op een showtrap Edelweiss zingt, is dat belachelijk en diep ontroerend tegelijk. Een leuk avondje uit is geen parodie op de musical (dat zou al te makkelijk zijn), maar een liefdevolle onttakeling van het medium én een eerherstel tegelijkertijd.

Dat is de juiste keuze. Op de première in hetpaleis zit ik toevallig naast een jong meisje dat op de linkerschouder een hartje met M + R heeft laten tatoeëren. Het is een superfan van de tweelingzusjes Mylène en Rosanne Waalewijn (677.000 volgers op TikTok), die Batelaan voor zijn danscorps heeft weten te strikken en die hun rol voortreffelijk spelen (net als de overige performers, trouwens) Deze jonge toeschouwer volgt de populaire zusjes overal in de Lage Landen – ze heeft ze wel zo’n honderd keer gezien – en adoreert ze ironieloos. Ze is niet helemaal naar Antwerpen gekomen opdat een regisseur uit de ‘hoge’ kunsten haar idolen zou te kakken zetten. Batelaans insteek is niet alleen artistiek interessanter, ze getuigt ook van een respect voor de waardigheid van kunstenaars én publiek uit de wellicht wat andere segmenten van het podiumveld.

Terwijl de show naar het einde toe aan grootsheid wint en àlles uit de kast komt aan effectbejag (kostuums, decor, muziek, confettikanon) blijkt de kortstondige inval van de emoties diepgaande sporen te hebben nagelaten. Het is alsof de dansers en technici elkaar voor het eerst écht zien. Ze spreken elkaar aan op een attente manier, tonen empathie en begrip. Zelfs de intussen wanhopige vrachtwagenchauffeur, die uiteindelijk met zijn lading op het plateau verschijnt, kan op warme menselijkheid rekenen. Tijdens de apotheose van de musical klinkt opnieuw alarm: de gevoelens zijn terug! Ze staan voor de deur, en dit keer zijn ze met velen. De laatste kreet van de toneelmeester is er een van overgave: “Ze zijn binnen!” En ja, dat klopt. Ze zijn binnen. Ook bij ons.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#169

15.09.2022

14.12.2022

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!