‘Winterslaap’ (Mevrouw Smit) – Foto C. Boon

Klaas Tindemans

Leestijd 5 — 8 minuten

Een jaarlijkse momentopname

Jeugdtheater Den Bosch

Sinds jaar en dag stroomt iedereen die in Vlaanderen en Nederland met kindertheater begaan is naar het Jeugdtheaterfestival van ‘s Hertogenbosch. Op habitués maakte de editie ’89 een wat vermoeide indruk : de beste Nederlandstalige voorstellingen waren al zowat overal te zien geweest en de internationale inbreng – o.a. Beat Fähs Transatlantiksurfer , zie Etcetera 24 – kon niet altijd concurreren met ‘het beste van onze bodem’.

De forumdiscussies stonden niet steeds op niveau: academisch vrijblijvend (bestaat er zoiets als het ‘kinderlijk domein’ ?), loos provocerend of gewoon vervelend. Blijft natuurlijk dat er veel goed kinder- en jeugdtheater te zien was in Den Bosch. We kozen enkele Nederlandse voorstellingen uit, die representatief zijn voor vormgeving en dramaturgie in het actuele jeugdtheater.

Met Moeder in de wolken deed schrijfster/actrice Heleen Verburg behoorlijk wat stof opwaaien in de jeugdtheaterwereld. Sluimerende discussies over de artistieke en thematische ontwikkelingen in het jeugdtheater, over vernieuwingsdrift, de betekenis van de doelgroep, kwamen aan de oppervlakte, naar aanleiding van deze Mevrouw Smit-voorstelling en het muziektheater van de Blauwe Zebra. De vraag of een ‘choquant’ getoonde doodsthematiek aansluit bij de belevingswereld van de doelgroep – de kinderen – verruimde zich tot een meer algemene problematiek: in welke mate bepaalt de veronderstelde belangstellingssfeer van ‘de kinderen’ de artistieke ontwikkeling en vernieuwing van theatermakers die zich op die doelgroep beroepen ?

Winterslaap zal misschien door sommigen als een stap terug in deze discussie beschouwd worden, omdat Heleen Verburg hierin haast probleemloos aansluit bij de zoektocht–naar-zichzelf die elk kind dat opgroeit, beleeft. Nochtans is het geen beschrijving van een ontwikkelingsproces. Winterslaap tast de grenzen van de bewustwording van het kind af, op zo’n manier dat de toeschouwer – jong of ouder – nooit onmiddellijk mee de stap zet en pas na een tijdje de impact van elke vooruitgang, van elk groeimoment begrijpt. Winterslaap vertrekt vanuit klassieke lijnen: een gezin van drie, vader-moeder-kind, dat onder de grond leeft, ver weg van elke vreemdeling. De ouders leven op het onveranderlijke ritme van hun jaarlijkse winterslaap, en vooral de moeder wil dat haar kind altijd kind blijft, even onveranderlijk, zonder groei. De buitenwereld dringt toch binnen : niet noodzakelijk reëel, minstens langs de geest van het kind. Een geslachtloos wezen – de ouders zeggen tegen ‘Jaap’ beurtelings hij of zij – ontdekt zichzelf, dankzij het Meisje (twee benen, met rode sokjes, die in een kijkkast opduiken) en de ontmoeting met een symbolische buitenwereld in de figuur van de man–die-de-zon-in-zijn-zak-had. De moeder blijft zich krachtig verzetten – ze verbergt krampachtig De Deur -maar geholpen door een publiek dat even medeplichtig wordt gemaakt, ontsnapt Jaap uit haar hol.

Heleen Verburg – ze speelt zelf Jaap – vertelt het klassieke inititatie-verhaal door fantastische en sprookjesachtige gegevens te vermengen met scherp-realistische momenten, zoals de onwil van de moeder om haar dochter te zien groeien. De soms wat opdringerig lijkende symboliek (het Meisje, De Deur, De man-met–de-zon-in-zijn-zak) benadrukt nochtans passend het elementaire in deze parabel, deze queeste. Het meest boeiende aspect hierin is de ontluikende vrouwelijkheid van Jaap, waarbij de talige verwarring (een hij of een zij?) opgelost wordt in een reëel verschil, dat duidelijk is gemaakt door de symbolische figuren uit de ‘buitenwereld’. De winterslaap is een perfect beeld voor deze evolutie, voor dit ‘voorjaarsontwaken’. Intuïtief ontstane, invoelbare situaties krijgen telkens, geleidelijk, een symbolische betekenislading. Een reusachtig bed beheerst de scène, tegen een donkere vuilgroene achtergrond met rotsmotieven, waarin een valse deur (niet De Deur) is uitgespaard. Regisseuse Ruth De Gooijer heeft gestileerde spelpatronen ontwikkeld voor het gezinnetje, die zich in overeenstemming met het verhaal ontwikkelen: het sterkst valt dat op bij Jaap, die haar chaotische speelsheid verliest, die meer rechtop gaat lopen naarmate ze groeit. In hun sprookjeskostuums bewegen vader en moeder zich als in een slordige hofdans. Het bewegingsritme hapert soms, maar de voorstelling moet nog groeien.

Opvallend : Paulien Mol, schrijfster van het gedenkwaardige Dag Monster (Etcetera 18) begeleidde Winterslaap als dramaturge. De bijzondere benadering van het rijpingsproces van een jong mens, de aarzeling tussen mannelijk en vrouwelijk, dat alles zal niet vreemd zijn aan haar inbreng. Ook in Winterslaap is de psychologie van Carl Gustav Jung -de man in de vrouw, de vrouw in de man – als onderbouw merkbaar. Winterslaap tast heel voorzichtig het waarnemingsvermogen van de toeschouwer af, met alle theatrale middelen, tot en met vaag verstaanbare opera-achtige muziek van Guus Ponsioen. Jeugdtheater lijkt op zijn best te zijn als het de contradictie van het ontwikkelingsproces van het kind suggestief weet te benaderen. Dat doet Heleen Verburg virtuoos, als schrijfster en als actrice.

De koning en de rest is gebaseerd op De koning sterft van E. Ionesco. En achteraf blijkt De koning en de rest een beter stuk te zijn dan Ionesco’s ‘absurde tragedie’. Vijf jaar terug beijverde Franz Marijnen zich bij het NTG om de De koning sterft de allure van een authentieke tragedie te geven. Deels door gebrek aan inhoud van de acteurs, maar vooral door de niet onmiddellijk duidelijke oppervlakkigheid, slaagde Marijnen niet in dit opzet. Ionesco’s poging om met absurdistische anekdotes een moderne tragedie op te voeren staat even ver van de antieke essenties als b.v. Victor Hugo’s melodramatische tragedies, genre Lucrèce Borgia. De abstracte idee die ten grondslag ligt aan het stuk – het onverwachte meedogenloze van de dood – is te weinig complex uitgewerkt bij Ionesco om, bij de afloop van het drama, een existentieel verschil, een verschil in bestaansorde, te maken.

De bewerking van De koning sterft die Roel Adam voor theater Eldorado maakte, betekent in eerste instantie een grote inkorting – de voorstelling duurt ruim een uur – en een vereenvoudiging van de taal waardoor, gek genoeg, de (inderdaad wat simpele) anekdote van de tot sterven gedoemde koning logisch wordt en minder pseudo-diepzinnig gaat wegen. De koning-knecht-verhouding wint aan dramatische duidelijkheid, het contrast tussen beide koninginnen, ‘echtgenote’ en ‘minnares’, werkt helderder. De nadruk ligt, meer dan bij Ionesco, op de koning zelf, de anderen brengen stof aan (bv. de bedreiging aan de grenzen van het rijk) om ‘s konings persoonlijk drama effectiever uit te tekenen. Zelfs als de koning slaapt, is hij de spil van het gebeuren.

Regisseuse Liesbeth Colthof – vanaf volgend seizoen leidster van hèt Amstel Toneel, Nederlands grootsie jeugdtheater – gebruikt opzichtige clichés voor de vier personages. De koningin-echtgenote zit in een strakke jurk, met gelijklopende gelaatstrekken en rimpels; de koningin-minnares dartelt rond in wat groteske charmelingerie, kinderlijk wit; de knecht is een stille clown, totdat hij de stofzuiger opzet. Zoals het in dit soort structuur hoort, verschijnt de koning zelf pas na een uitvoerige uiteraard totaal dubbelzinnige inleiding door beide koninginnen. Vanachter de steile helling in het decor -verder staat er slechts een grote divan – komt de, voorlopig naamloze, koning op: een Ludwig II-verschijning, met zijn hoofd nog vertoevend in een onderaards sprookjespaleis, die de ondergang van zijn rijk slechts kan vergelijken met een verloren positie bij het schaken. Niet dat hij dit zo doet, maar zo ziet hij eruit. Zijn rijk en zijn lichaam, zijn persoon vallen onmiddellijk en volledig samen. Niet in de zin dat hij een totalitair heerser zou zijn, wel dat de grenzen van zijn land op zijn huid liggen. Het koningsschap wordt in De koning en de rest een metafoor voor de verloren controle en de macht over het eigen ik, geen politiek, eerder een romantisch beeld.

Deze ‘kroniek van een aangekondigde dood’ – net als in Marquez’ gelijknamige roman verdwijnt een concrete anekdote van haat of vijandschap voor een zich naar binnen kerend bestaansdrama – weet vooral door zijn compacte en consequente vorm te boeien: types, maar zonder cabotinage; een rechtlijnig verhaal maar met een anekdote die eenmaal opgebruikt, meteen verdwijnt. De koning en de rest is, zowel in de tekst als in de enscenering, een exponent van die tendens in het jeugdtheater, die de emancipatie van dit genre niet ziet als een stijlprobleem, maar als een opgave voor de dramaturgie. Het simplisme moet uit de thematische kern verbannen worden, niet enkel uit de vormgeving. Zo kan je tot de paradoxale vaststelling komen dat een rechtlijnig verteld verhaal als De koning en de rest door zijn vertelwijze de rechtlijnigheid van ons kijken en denken meer ter discussie stelt dan menig anti-narratief vormexperiment.

Winterslaap

tekst: Heleen Verburg;

regie: Ruthe De Gooijer;

decor en kostuums: Zonnevylle & Landsaat;

muziek: Guus Ponsioen;

acteurs: Henry Bosch, Elsje Slats en Heleen Verburg,

De koning en de rest

tekst: Roel Adam naar De Koning Sterft van Eugène Ionesco;

regie: Liesbeth Coletof;

decor en kostuums: Tryntsje Bakkum;

acteurs: Debbie Korper, Renate Meijer, Har Smeets en Roel Adam.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans is doctor in de rechtsgeleerdheid. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan het RITCS, het Koninklijk Conservatorium Brussel en aan de VUB. Hij verricht onderzoek op het gebied van de performancestudies, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de relatie tussen dramaturgische structuren en politieke en rechtstheorie. Daarnaast werkt hij ook als dramaturg, toneelauteur en publicist.

recensie