Volksvernietiging of mijn lever is zinloos, De Trust / Raymond Mallentier

Johan Thielemans

Leestijd 7 — 10 minuten

Een festival met kinderziektes

Het eerste kunstenFESTIVALdesArts was geen onverdeeld succes. Het festival moet niet zozeer een nieuwe richting uit maar zou strenger moeten kiezen. Johan Thielemans formuleert een aantal bedenkingen.

De eerste aflevering van het kunstenFESTIVALdesArts (KFA) in Brussel laat zeer gemengde indrukken na. Dat is erg bevreemdend omdat initiatiefneemster Frie Leysen op een lange ervaring kan bogen, zodat je niet verwacht dat op een reeks essentiële punten zulke foute beleidsbeslissingen zijn genomen. Vooraleer dit noodzakelijke initiatief wordt verdergezet is het dus nodig om zich te buigen over de principiële uitgangsposities. Als het allemaal slechts kinderziektes zijn, dan is er nog niets ernstigs aan de hand, maar een grondige bijsturing dringt zich op.

Woestijn

Het KFA werd begeleid door een reclamecampagne die, merkwaardig genoeg, nogal bescheiden van omvang was. De hoofdthema’s ervan poogden aan het initiatief een heroïsch karakter te geven. Brussel, zo luidde het, was een soort woestijngebied, waar nauwelijks iets beweegt. Er is geen aansluiting met het internationale culturele leven, geen samenwerking tussen de twee cultuurgemeenschappen. Dat verklaarde waarom het festival meteen zo een overladen programma moest of kon aanbieden: er was veel theater, iets minder dans, wat fotografie, film, en een vleugje plastische kunsten. Gelukkig had iemand de organisatoren aan het verstand kunnen brengen dat er in Brussel de laatste tijd toch aardig wat muzikale activiteit was, dank zij mensen als Paul Dujardin of Bernard Foccroulle, of ze waren ook nog naar opera en hedendaagse muziek op zoek gegaan. Het KFA wilde van Brussel een bezette stad maken.

Retoriek

Natuurlijk keek de buitenstaander met een veel koelere blik naar heel deze bedrijvigheid. Het viel hem op dat de retoriek van het festival sterk deed denken aan de media-strategie van Gerard Mortier, die een meester was in het opwekken van het gevoel “dat er nu eindelijk iets gebeurt omdat ik kom”. Dat er niets in Brussel gebeurt, zal mensen als Jo Dekmine van het Théâtre 140, of Hugo De Greef van het Kaaitheater wel erg vreemd in de oren klinken. Dat Vlaams en Frans elkaar in Brussel nooit raken, zullen de mensen van het Théâtre National en het Kaaitheater al evenzeer raar doen opkijken, want uitgerekend de broer van de directrice van het festival is twee keer in deze Franstalige theatertempel opgetreden. En Walter Tillemans zowel als Franz Marijnen zijn in datzelfde Théâtre National aan de slag geweest. Maar goed, nu cultuur volgens de wetten van de marketing en het management moet gerund worden, moet je er al die krampachtige overdrijvingen maar bijnemen.

Versnippering

Waarom de initiatieven zo talrijk en zo uiteenlopend moeten zijn, is een raadsel. Zoiets doet, vreemd genoeg, denken aan de culturele politiek van Jan Briers. Dat is nu reeds meer dan twintig jaar dat deze onvermoeibare organisator de overtuiging koestert dat alles wat er zich in Vlaanderen afspeelt maar pas in zijn juist verband gebeurt, als er het logo van het Festival van Vlaanderen kan opgeplakt worden. De versnippering dreigt zelfs de evidente kwaliteiten van dat Festival te overschaduwen. Ik weet dat Frie Leysen niet graag de spirituele dochter van Briers genoemd wil worden, maar waarom doet ze dit dan?

Monopoly

Hier hoort een opmerking bij die slaat op de volledige culturele sector. De cultuur heeft tot plicht zich af te zetten tegen de kwalijke tendensen binnen onze kapitalistische maatschappij. De grote kwaal van dat kapitalisme is de neiging tot opslorping van bedrijven, tot het spelen van monopoly. Een, waardevol cultureel model moet uitgaan van het concept dat het zoeken van een eigen juiste plaats, naast andere culturele initiatieven, de eerste vereiste is. Een festival of een organisatie mag niet de ambitie hebben om een plaats in te nemen en anderen te verdrijven. In de cultuur is er solidariteit tussen de participanten nodig. Als buitenstaander heb je het gevoel dat in Brussel het reële gevaar aanwezig is dat het veroveren van macht even belangrijk is als het verdedigen van de culturele zaak.

Chinees

Terug naar het KFA. In de overvloed van het aanbod was er te veel ontgoochelends te beleven. Neem nu het met veel poeha aangekondigde Chinese luik. Uit de interviews deed je de indruk op dat er driftig heen en weer gevlogen was, om te kijken en te keuren. Dat leverde dan een oude poppenspeler uit Taiwan op, over wie net een film in België liep. In de bioscoop kon je vernemen wat voor merkwaardige persoonlijke geschiedenis de man achter zich had, maar dat maakte zijn optreden (een stukje traditioneel China, leuk en virtuoos, uiterst geschikt voor Europalia) bijna overbodig. Het ergste was een oervervelend optreden van Zuni Icosahedron. Hun opvoering 2 or 3 things you want to know about Hong Kong was al eerder door andere organisatoren in dat verfoeide Brussel geweigerd op basis van een videotape. Daardoor komt de nood aan zoveel jetlag wel komisch over. Dat regisseur Danny Yung een slappe epigoon is van Bob Wilson moet een organisator na twintig minuten van dat eindeloze spektakel reeds doorhebben. “Het officiële Hong Kong,” hoor ik Frie Leysen nog op de radio zeggen, “wilde absoluut niet dat dit in het Westen getoond werd.” Deze officiële bemoeizucht had haar alleen maar aangezet om door te zetten. Maar de toeschouwer mag achteraf toch wel schuchter opperen of het niet zo was dat die ambtenaren niet met politiek maar gewoon met artistiek peil bezig waren.

Filosofie

Je kan nog een tijdje doorgaan met de missers op te sommen (op mijn lijstje staan nog Nordey, Ronconi en Groupov), maar belangrijker is het om een filosofie voor een festival op te stellen. Ik ga niet beweren dat in Brussel een bevredigend overzicht aangeboden wordt van de internationale culturele scène. Daarom is er vast en zeker ruimte voor een uitzonderlijk evenement. Maar een KFA heeft alleen maar zin als het inderdaad corrigerend en aanvullend optreedt. Dat kan alleen zinvol gebeuren, als de organisatoren een precieze kijk hebben op de eigen binnenlandse situatie. We beleven een uitzonderlijk moment in de evolutie van ons Vlaams-Nederlands theater. Het is moeilijk om een zinvolle dialoog aan te gaan met wat ons in de wereld omringt, want zoveel van wat er zich buiten onze grenzen afspeelt en daar kan rekenen op lof en waardering, komt bij ons over als voorbij, of vrijblijvend. Er moet dus veel niet getoond worden. Echt zinvol wordt het slechts als vanuit het getoonde nieuwe stimulansen kunnen uitgaan. Of wanneer het buitenland een soort kwaliteit biedt dat wij in de eigen cultuur ontberen. Gebeurt dit niet, dan is een festival iets dat pas openbloeit in de gezelligheid van het festivalcafé. Stelt men die hoge eis aan de keuze (en welke andere eis kan men stellen?), dan volgt daar al bijna vanzelf uit dat de keuze klein en gelimiteerd zal zijn.

Ronconi

Met Ronconi heb ik een probleem: hij behoort tot de internationale club waarop festivalorganisatoren automatisch een beroep doen. Dat neemt niet weg dat de Pasolini die in het Atelier Saint-Anne te zien was, beter in Italië ware gebleven. Ofwel hadden de programmatoren de opvoering gezien, ofwel hebben ze het spektakel op zijn reputatie naar Brussel gebracht. In beide gevallen is het een beleidsfout. Het minst erge zou nog zijn dat het ‘op cataloog’ gekocht was.

Trust

Een prachtprestatie, steunend op overtuigingskracht, lobby-werk en relaties, is het bijeenkrijgen van een onwaarschijnlijk hoge som aan subsidies en sponsorgeld. De totale som ligt zelfs iets hoger dan het budget van het Holland Festival. De Vlaamse Gemeenschap, bij wie het altijd gaat over ‘alle geld is op, vijftien miljoen meer voor onze projectenpot, vergeet het maar,’ kwam met niet minder dan veertig miljoen over de brug. Voor één keer kunnen de organisatoren zich niet verschuilen achter het gebrek aan middelen. Maar die luxepositie maakt ook kwetsbaar. De volledige culturele sector keek nauwlettend toe op hoe het geld besteed werd. Niet alles werd goed aangewend. Het spektakel van Heiner Goebbels Ou bien le débarquement désastreux leverde in het Lunatheater een prachtige avond op, maar het is geen geheim dat Hugo De Greef zelf druk in de weer was om het naar Brussel uit te nodigen, om de eenvoudige reden dat Goebbels tot zijn kunstenaarskring behoort. Het lijkt er sterk op dat het KFA Goebbels gewoon heeft weggekocht. Maar het kan toch de bedoeling van de subsidiënt niet geweest zijn om de concurrentie tussen Brusselse gesubsidieerden op te drijven? Het KFA heeft ook de Trust naar Brussel gehaald en plots blijkt dat Brussel een exclusiviteit op de groep heeft, zodat alle andere organisatoren dit prachtig gezelschap aan hun neus zien voorbijgaan. Dat is dubbel bitter omdat in de Antwerpse tijd van Frie Leysen de Trust niet in deSingel maar wel in de Monty verdedigd werd. Dennis Van Laeken in Antwerpen en het Nieuwpoorttheater in Gent moeten nu met ongelijke wapens strijden, en de slachtoffers zijn de Antwerpse en Gentse theaterenthousiastelingen. Het kan toch weer nooit de bedoeling zijn geweest om dank zij subsidies het theaterleven in Vlaanderen te verarmen?

Cijfers

Ondanks het reuzebudget zou het festival toch in de rode cijfers zitten, maar de politieke positie van het festival is zo goed onderbouwd, dat dit geen enkel probleem zou opleveren. Er wordt bijgepast. Dat is toch niet helemaal ernstig? En waar is het geroemde management in de kunstensector?

Brussel

Bij een volgende aflevering kunnen de positieve punten van het Festival bewaard worden, en één ervan is zonder enige twijfel de deelname van het publiek van de twee cultuurgemeenschappen aan dezelfde culturele activiteiten. Vele Franstalige Brusselaars hebben voor het eerst het pand van de KVS betreden. Als dit nu de eerste stap is naar een ontdekking van de artistieke activiteiten van de KVS, dan is dat, in de Brusselse context, een belangwekkend effect.

Uren

Een wonderlijke beslissing was om te opteren voor vreemde aanvangsuren. Zo weet je als publiek dat een voorstelling in de KVS om 20 u. begint, maar om onverklaarbare redenen moest dat bij De Presidentes een half uur later zijn. En als er dan op zeker ogenblik van een zeer vroeg aanvangsuur overgestapt.werd naar een normale tijd, stond het publiek, zonder enige opvang, vruchteloos te wachten voor een gesloten zaal. Organisatoren maken het zich toch wel nutteloos lastig.

Buitenland

Een festival moet mogelijk maken dat er meer gebeurt (Lulu van Hollandia, Agatha van Thierry Salmon, Murx van Christoph Marthaler), en niet dat er hetzelfde (Goebbels, De Keersmaeker) of minder gebeurt (de Trust). Dat er buiten een handvol produkties in het buitenland niets interessanter te vinden was dan wat we in Brussel te zien kregen, kan ik niet geloven. Wanneer we jaarlijks op het Theaterfestival een rits opwindender produkties zien, gekozen uit een veel kleiner cultuurgebied, dan kan het niet dat de rest van wereld in een winterslaap is gedompeld. Als dat toch zo is (en alleen de reizende organisatoren kunnen dit echt weten), dan moet er in dat geval geen festival.

Creaties

Het KFA heeft vooral in de Vlaamse pers heel wat negatieve reacties gekregen. Op een evaluerende persconferentie heeft de leiding aangekondigd dat het concept zou herzien worden. Van het kopen van bestaande produkties wil men meer af, om zich toe te spitsen op creaties. Dat zal wel geïnspireerd zijn door het feit dat er erg gunstige reacties gekomen zijn op Lulu van Hollandia en op het Chinese File O. Dat lijkt een wat te makkelijke manier om de problemen rond inzicht en smaak uit de weg te gaan. Met deze nieuwe optie gaat het festival één van zijn belangrijkste taken uit de weg. Creaties mogen namelijk fout gaan, zonder dat dit de organisatoren verweten kan worden. Dat werd dit jaar bewezen met de oude (met nadruk op oude) meester Merce Cunningham. Op papier leek Ocean best te doen, maar in werkelijkheid was dit ongelijke ballet van negentig minuten in hoge mate slaapverwekkend,

Toekomst

De eerste motivatie van het festival was noodzakelijke informatie aandragen. Ik zie geen enkele reden om voor de tweede aflevering deze ambitie te laten varen. Hoe kunnen we bij onze keuze trefzekerder zijn en hoe moeten we op dat punt onze strategie bijstellen, is voor de organisatoren een belangrijker vraag dan het uitwerken van een nieuwe richting. Alleen een juister antwoord kan in de toekomst voor een festival met allure zorgen.

artikel
Leestijd 7 — 10 minuten

#46

15.10.1994

14.01.1995

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

artikel