Rudi Laermans en Jan Lauwers

Leestijd 3 — 6 minuten

Een beeld dat je aankijkt

Kleine briefwisseling tussen Jan Lauwers en Rudi Laermans, als opmaat tot een reeks artikelen over de relatie tussen beeldende kunst en theater.

Goede Rudi,

Met Rilke in gedachte zou men een kunstwerk kunnen definiëren als een ‘zwijgzaam, geduldig ding’ dat traag onrust zaait door het nutteloze nuttig te maken en het onnodige nodig.

In bovenstaande gedachte is het begrip tijd een belangrijk gegeven.

Het enig wezenlijke verschil tussen theater en beeldende kunsten is nu juist de factor tijd. De beschouwer van een schilderij bepaalt zelf de tijd die hij wil besteden aan het bekijken van het object. Bij een theaterwerk wordt de kijktijd opgelegd.

Het moment waarop men naar een kunstwerk kijkt, wordt echter van zijn belang ontdaan wanneer de herinnering zijn intrede doet.

De gedachten die een kunstwerk oproept van zodra het er niet meer is, zijn van wezenlijker belang dan de schok van het kijkmoment zelf.

Ik ben er mij zeer van bewust dat deze gedachte bijna middeleeuws is in een tijdperk waar de beeldcultuur erop gericht is nooit sporen na te laten.

Ik tracht in mijn theaterwerk steeds op een dusdanige manier met de tijd om te gaan, dat de gegeven informatie (beeld, tekst, actie) door middel van een soort inertie een verhoogde vorm van concentratie veroorzaakt, die de tijd bevriest waardoor de herinnering zijn intrede kan doen.

Dit brengt mij tot de volgende gedachte: een kunstwerk is nooit actueel daar het de actualiteit dient te overstijgen. Deze overstijging noem ik herinnering.

Indien deze overstijging niet plaatsgrijpt kan er geen sprake zijn van kunst. Vriendelijke groeten, Jan Lauwers

Beste Jan,

Een redeloze maar dwingende ervaring gebiedt mij te zeggen dat de werkelijkheid enkel als beeld een zekere noodzakelijkheid verkrijgt. Steeds weer opnieuw word ik door beelden overvallen, vaak op de vreemdste momenten: afdwalende blik die plots getroffen wordt, alsof hij aan iets blijft vasthaken en zich vervolgens verliest in een obsessief staren. Het zien is dan een niet-zien, het bekeken beeld een zuiver oppervlak zonder diepte of betekenis. Wat ik nu juist waarneem, doet er eigenlijk niet toe. Beslissend is veeleer de ervaring dat het beeld mij interpelleert: letterlijk een ogenblik lang verandert de wereld in een beeld dat mij aankijkt. ‘Men zou kunnen menen dat zulke beelden het vluchtigste zijn dat er bestaat, maar het hele leven is op een bepaald moment in zulke beelden opgelost, ze zijn het enige dat op de levensweg staat, het enige waarlangs die gelopen schijnt te zijn, van het ene naar het andere, en het lot heeft geen gehoor gegeven aan besluiten en ideeën maar aan deze geheimzinnige, half onzinnige beelden’ (R. Musil).

De hedendaagse beeldcultuur is iconoclastisch; ze wil de magie van het beeld nu eens temmen, dan weer verbrijzelen. Dag na dag offreert ze ons bijna-beelden die onderling verwisselbaar zijn en daarom nooit een dwingende kracht bezitten. Hun verschijnen is van de orde van de verleiding: alles constructie, effect, maak- en maatwerk. Deze beelden krijgen als het ware nooit de kans om gezicht te worden en zélf te zien voor ze op hun beurt worden aanschouwd. Daarom kan men ze wel bekijken, zelfs genieten, maar nooit ervaren: de blik verliest er zich niet in zoals in een andere blik.

De twintigste-eeuwse kunsten hebben de paradoxale vernietiging van de aura van het beeld in de moderne beeldcultuur gepareerd met een gedurig geherdefinieerde Metafysica van het Beeld. Alle moderne kunst van betekenis bezit een beeldend karakter en poogt de intensiteit van het woordeloze esthetisch te redden. Wie thans op een interessante manier met kunst bezig is, houdt zich op in die schemerige tussenzone van het imaginaire waarin een werkelijkheid (woorden, lijnen, bewegingen, klanken,…) stolt tot een beeld dat de blik tot terugblikken aanzet – tot de machteloze overgave van een gefascineerd toekijken.

In ‘goede’ of ‘juiste’ beelden wordt de wereld een seconde lang tot stilstand gebracht. Zo’n beelden kennen tijd noch logica: ze breken op de tijd in, en creëren een zone van eeuwigheid. Als zodanig redden ze de wereld van haar eigen onverschilligheid: in een ‘juist’ beeld verandert de werkelijkheid in een portret dat ons aankijkt. Alle interessante kunst is dan ook portretkunst.

Hartelijke groet,

Rudi Laermans

open brief
Leestijd 3 — 6 minuten

#61

15.10.1997

14.01.1998

Rudi Laermans en Jan Lauwers

Rudi Laermans is redacteur van Etcetera, doceert cultuursociologie aan de KU Leuven en is tevens actief als essayist-criticus. Jan Lauwers is een multimediale kunstenaar. Sinds de jaren 1980 werd hij voornamelijk bekend met zijn theaterwerk, eerst met Epigonentheater zlv, vervolgens met het gezelschap Needcompany, opgericht in Brussel in 1986.

open brief