© Stine Sampers

Lara Staal

Leestijd 6 — 9 minuten

Durven lief te hebben

Een reflectie naar aanleiding van De Zaak Shell

Kan kunstkritiek meer zijn dan de mening van een professioneel recensent? In hun maandelijkse column laten theatermaker curator/schrijver Lara Staal en Freek Vielen (De Nwe Tijd) afwisselend hun licht schijnen op een topic dat hen bezighoudt.

Een week geleden bekeek ik de livestream van De Zaak Shell. Ik had de voorstelling het liefst in levenden lijve gezien, maar enkele dagen na de première werd wederom de sluiting van de theaters afgekondigd. De laatste twee speelbeurten in Frascati Theater in Amsterdam vonden zonder publiek plaats. Een voorstelling louter voor de camera dus.

De makers Rebekka de Wit en Anoek Nuyens leiden tijdens de proloog het project in en vertellen over ‘de scenarioafdeling’, een afdeling waar het oliebedrijf Shell daadwerkelijk over beschikt: zij werkt mogelijke scripts voor de toekomst uit, zodat Shell daarop kan inspelen. Twintig jaar geleden bleek deze scenarioafdeling zelfs al voorspeld te hebben dat de actiegroep Milieudefensie Shell zou aanklagen, wat ze in december daadwerkelijk van plan is te doen.

De oorverdovende stilte van de aarde

De Wit en Nuyens vonden dat we als samenleving ook recht hebben op zo’n scenarioafdeling, zodat ook wij onze rollen kunnen oefenen voor de werkelijkheid. En dus bestaat de voorstelling uit een pre-enactment van een mogelijke rechtszaak. Als overtuigde leiders van deze scenarioafdeling voor burgers blijven Nuyens en De Wit de gehele voorstelling op het toneel staan dat bestaat uit een wit, verhoogd speelvlak, waarvan de randen aan het begin van de voorstelling oplichten in de zeer herkenbare kleuren van Shell. Terwijl de acteurs pogen woorden te geven aan vijf verschillende perspectieven, worden ze onafgebroken geobserveerd door Nuyens en De Wit, die de ene keer als regisseurs, dan als kleedsters en dan weer als dialoogpartners fungeren.

De voorstelling bestaat in zijn geheel uit zes monologen, plus de proloog en een epiloog. Uit de jubelende recensie van de Nederlandse criticus Hein Janssen in de Volkskrant, blijkt dat hij de laatste monoloog – misschien wel de belangrijkste – vergeten is. Die monoloog wordt namelijk vertolkt door de aarde en voltrekt zich zonder woorden. We zullen het Janssen maar moeten vergeven dat hij klaarblijkelijk zo vervuld was van de menselijke actoren dat hij de oorverdovende stilte van de aarde meteen na afloop weer vergeten was.

Tegen Shell en voor het milieu zijn

Naast de aarde komen er vijf andere perspectieven aan bod. Ze worden telkens in rode letters aangekondigd op een digitaal scherm: de directeur van Shell, de consument, de overheid, de burger (in de gedaante van een geëngageerde maatschappijleraar) en tenslotte de toekomstige generatie, vertegenwoordigd door Musia Mwankumi. De directeur van Shell vertelt ons dat hij begrijpt dat hij een geliefd onderwerp is tijdens het kerstdiner, dat hij snapt dat het beschimpen van de CEO van Shell verbroedert, terwijl onderwijl de kip in de gasoven wordt verschoven. Tegen Shell en voor het milieu zijn is dan misschien het politiek correcte verhaal, aldus de directeur, de realiteit is dat wij burgers allemaal nog steeds vragen om meer in plaats van minder brandstof voor onze auto’s. Niemand is bereid de werkelijke offers te brengen die nodig zijn. De consument vertelt op haar beurt hoe ze laatst in de Mediamarkt was om een nieuwe printer te kopen en in plaats daarvan thuiskwam met een trilplaat om af te vallen en een sapmachine. Schuldig waren de enorme schermen die op de televisieafdeling hingen en reclames van prachtig gespierde mensen op een surfboard toonden, die jonge vrouw plots beroofde van al haar rationaliteit. ‘Aan iemand zoals ik kan je toch niet de verantwoordelijkheid voor het klimaat over laten?’ zo betoogt de overprikkelde consument.

Vervolgens is de overheid aan de beurt. Die benadrukt hoe traag democratische processen verlopen en hoe afhankelijk ze is van de burger. Alleen kan ze geen grote en snelle beslissingen nemen, dat zou een totalitair top down ingrijpen betekenen en dus brengt ze een pleidooi voor de ellenlange burgertafels over onder andere het klimaat die ze met de tijd zo is gaan waarderen. De maatschappijleraar observeert dan weer hoe de overheid de burger als individuele klant is gaan behandelen en het hele idee van collectiviteit verdwenen is. Daarop vertelt de toekomstige generatie hoe ze het afgelopen jaar samen met klasgenoten aan verschillende protestacties heeft meegedaan. Als ze beschrijft hoe de broeken van haar klasgenoten en die van zichzelf één voor één nat worden terwijl ze op de grond zitten, geboeid door de politie, wordt het duidelijk hoe iedere strijd een fysieke component kent en hoe het de lichamen zijn die in al hun kwetsbaarheid de uiteindelijke verandering kunnen teweegbrengen.

© Karin Jonkers

Verantwoordelijkheidscrisis

Wat De Zaak Shell bijzonder maakt is de combinatie van journalistiek onderzoek en de theatraliteit en fictie van het theater. Acteurs worden ingezet om een collectieve oefening mogelijk maken. Dat we voortdurend de makers in beeld zien staan, die aandachtig hun eigen creaties bekijken, lijkt misschien soms wat irritant of ijdel. Maar het herinnert ons er op klassiek brechtiaanse wijze aan dat wat we zien een constructie is. Wij zijn als toeschouwers getuige van de retorische oefeningen van de hoofdpersonages. We weten dat het een oefening is voor de toekomst. We worden dus expliciet uitgenodigd de redevoeringen niet klakkeloos aan te nemen, maar er ons toe te verhouden en onszelf te positioneren. Fictie en realiteit gaan hand in hand, staan naast elkaar en beïnvloeden elkaar voortdurend, zoals in het echte leven.

Tijdens de proloog zegt Nuyens dat er, in plaats van een klimaatcrisis, eerder sprake is van een verantwoordelijkheidscrisis. En dat is precies wat we in het daaropvolgende uur aanschouwen: de pogingen van de CEO van Shell, van de overheid en van de burger om de verantwoordelijkheid elders te leggen, om te wijzen naar de ander in plaats van naar zichzelf. De Zaak Shell gaat uiteindelijk niet echt over Shell, of over de klimaatcrisis, maar over onze huidige neoliberale democratie en de vraag wie daarin – bij een vraagstuk als dat van het klimaat – eigenlijk het meest verantwoordelijk is. Het legt het systeem bloot dat ons dagelijks verlamt. We kunnen er niet meer tegenin denken. We hebben het idee van de machteloosheid volledig geïncorporeerd. Business as usual lijkt met geen mogelijkheid doorbroken te kunnen worden. We weten gewoonweg niet hoe dat moet.

Liefde moeten verbergen

Opvallend in De Zaak Shell is de keuze van Nuyens en De Wit om zelf niet echt positie in te nemen. De lange opmaat van het project – in de vorm van ‘repetities voor de werkelijkheid’ – toont hun engagement en bezorgdheid over het klimaat, maar in de voorstelling spreken ze zich daar niet direct over uit. In plaats daarvan besteden ze de ideologische positie uit aan Mwankumi die een indrukwekkende monoloog uitspreekt in naam van de toekomstige generatie. Zij verwijt de makers dat ze als de dood zijn om betrapt te worden op hun activisme. Ze vraagt zich af wat dit voor wereld is, waarin je je liefde moet verbergen om serieus genomen te worden. Een zin die precies raakt waar het pijn doet en misschien wel de belangrijkste boodschap van de gehele voorstelling is.

Het is een sterke keuze om de laatste monoloog aan de aarde toe te bedelen in een voorstelling waarin de hoofdrol voor de mensheid is weggelegd die al zijn rationele capaciteiten uit de kast haalt om zichzelf goed te praten. Als op het scherm ‘AARDE’ verschijnt, blijven we minutenlang in stilte achter. Het maakt de potentie van theater voelbaar om vorm te geven aan collectieve rituelen en rouw. Door een dergelijke simpele ingreep ontsnapt De Zaak Shell aan het risico van antropomorfisme omdat het de aarde in zijn eigen taal laat spreken.

Lotsbestemming

In de epiloog vertelt Nuyens hoe een journaliste haar vroeg of ze nog hoop heeft. Ze antwoordt dat de toekomst is weggelegd voor de mensen die het beste hun tekst kennen, hun rol spelen en hun kostuum dragen. ‘Het gaat er niet om of ik hoop heb’, aldus Nuyens, ‘maar over dat ik weet wanneer ik welke rol moet spelen en wanneer niet’.

Mocht de voorstelling daar geëindigd zijn, had ze blijk gegeven van een gevaarlijk staaltje pragmatisme en anti-ideologie – alsof Nuyens zegt dat het er om gaat de spelregels als beste te kennen en je rol met verve te spelen. Gelukkig voegt De Wit hieraan toe: ‘Ja, je rol spelen, maar als je je rol speelt moet je wel heel goed letten op je woorden, want die woorden worden dan misschien mijn gedachten, uw gedachten, onze gedachten en die gedachten worden vervolgens daden en die daden worden op den duur gewoontes en die gewoontes worden waarden en die waarden zullen onze lotsbestemming worden.’

En hoewel ik mij afvraag of waarden uit gewoontes voortkomen en niet andersom, en ik moeite heb met het woord ‘lotsbestemming’ (omdat deze eindzinnen precies het tegenovergestelde blootleggen, namelijk dat daden en taal veranderlijk zijn – dat er dus niet zoiets is als lotsbestemming, maar slechts het repeteren en uiteindelijk spelen van de werkelijkheid), helpen deze laatste woorden mij. Omdat ze duidelijk maken wat het theater kan bieden: het oefenen van onze woorden, en daarmee van ons denken en ons handelen.

Aangescherpt denken

Terwijl ik zelf worstel met mijn volgende project – ook een variant op een rechtszaak – bieden De Wits woorden mij hoop: het oefenen van een rechtszaak of een hoorzitting in het theater leidt jammer genoeg zelden tot een daadwerkelijke veroordeling of een werkelijke machtsverschuiving. Het doet echter iets anders cruciaals: ons denken aanscherpen ten aanzien van de werkelijkheid waarin we leven. Het vraagt ons na te gaan of de werkelijkheid die we dagelijks ‘spelen’ nog wel overeenkomt met onze waarden. En wanneer dat niet zo is, toont het ons hoe we onze taal, ons denken en ons handelen wel degelijk kunnen veranderen. Met andere woorden: De Zaak Shell laat zien hoe onze omgang met de klimaatcrisis niet hoeft te eindigen met het afschuiven van verantwoordelijkheid. Of met de angst weggezet te worden als activist. Luister naar Mwankumi. Durf lief te hebben. Durf lief te hebben zodat je de aarde kan horen spreken. En zo wordt duidelijk wat het afschuiven van verantwoordelijkheid werkelijk is: een laffe leugen. Een gebrek aan moed om te durven stellen dat het systeem wel degelijk te veranderen is, als we er maar naar blijven streven.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

column
Leestijd 6 — 9 minuten

#161

15.09.2020

14.12.2020

Lara Staal

Lara Staal werkt als curator, schrijver, onderzoeker en theatermaker.

column

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!