Marianne Van Kerkhoven

Leestijd 6 — 9 minuten

Dramaturgische aantekeningen

Bij de voorstelling Wittgenstein Incorporated heeft zowat alles de vorm van een proces. Ook de dramaturgische aantekeningen vonden bun neerslag in het programmaboekje, opgedeeld in diverse stadia. Neergeschreven op verschillende tijdstippen van het werkverhaal, Nu, na het beëindigen van de eerste reeks voorstellingen gaat de stroom van bedenkingen, het werken aan het produkt gewoon verder. Vandaar deze aantekeningen: we hernemen de oude en voegen er enkele nieuwe aan toe.

I.

Wittgenstein Incorporated is een tekst van Peter Verburgt. Zoals de titel laat vermoeden is de hoofdpersoon in deze produktie de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein (1889-1951) maar toch gaat het hier om iets anders dan om het simpelweg gestalte geven aan een personage op de scène, bij middel van een als monoloog geconstrueerde tekst.

Peter Verburgt schreef Wittgenstein Incorporated oorspronkelijk als een t.v.-script in opdracht van VPRO: zijn tekst bevat dan ook niet alleen een reeks replieken in de indirecte rede, t.w. camera- en regie-aanwijzingen, opmerkingen over Wittgensteins gedrag, details over het decor, beschrijvingen van toehoorders enz. Dit tekstpakket in de derde persoon maakt integraal deel uit van het stuk dat Johan Leysen speelt. Het uitgangspunt voor al deze associaties die Peter Verburgt in Wittgenstein incorporated uitwerkte, waren de aantekeningen gemaakt door twee toehoorders tijdens colleges die Wittgenstein aan de universiteit van Cambridge gaf.

Nochtans is dit stuk geen documentaire over de filosoof Wittgenstein. Zoals Jan Ritsema het uitdrukte, gaat deze voorstelling over ‘gesteldheid en afwikkeling’. Het accent wordt gelegd op de situatie/de gesteldheid die Wittgenstein voor zichzelf creëerde om zijn denkwerk zo vruchtbaar mogelijk te laten verlopen; wat de filosoof doet, hoe hij op de toehoorders reageert enz.: het maakt alles deel uit van een soort voorbereidingsproces, net zoals bij een acteur die zich klaarmaakt om te gaan improviseren. Het denkwerk wordt uit deze gesteldheid zelf geboren. Wittgenstein bouwt zijn redeneringen niet op vanuit vooraf bedachte constructies maar haalt ze a.h.w. uit de omstandigheden zelf tevoorschijn. Zoals de acteur vandaag vaak zijn vooraf vaststaande kennis of zijn professionele verworvenheden wegsmijt om tot essentie en eenvoud in zijn werk te komen, zo ontdoet ook de filosoof voorzichtig zijn gedachten van alle ballast die hem omgeven : de gedachten worden niet opgebouwd, maar ‘afgewikkeld’. Er wordt bewust gestreefd naar de parallellie tussen de wijze waarop Wittgenstein zelf filosofie bedrijft en de manier waarop Johan Leysen aan dit proces gestalte geeft. Zowel in acteren als in denken wordt het gevecht geleverd tégen het cliché en voor het heroveren van de kracht van datgene wat zich hier en nu, op het moment zelf aandient. Filosoferen en acteren smelten samen in actieve passionele bezigheid. In zijn spel zoekt Johan Leysen tegelijkertijd naar het denken achter de filosofie en naar het spelen achter het acteren als systeem.

Het twijfelen, het op het moment beslissen, het zoeken naar betekenissen achter de woorden zijn in dit proces belangrijker dan het etaleren van reeds lang beproefde zekerheden.

De echte Wittgenstein zei: “(Mijn) twijfels vormen een systeem”. De Wittgenstein in het stuk zegt, (over één van zijn toehoorders) : als hij redelijk was, zou hij op zijn minst twijfelen”.

Hoe abstract dit alles moge klinken, toch is Wittgenstein Incorporated geen op de scène voorgelezen filosofie, maar een levende speelbare tekst. Wittgenstein is een concreet personage. Als we het woordenboek erop naslaan vinden we bij het woord ‘Incorporated’: nauw (in één lichaam verenigd), belichaamd, zich tot één lichaam verenigend. Johan Leysen speelt voortdurend de twee elkaar versterkende zijden van eenzelfde identiteit: die van Wittgenstein en van zijn observerend alter ego, die van de filosoof en van de acteur, die van de meester en van de leerling.

II.

Kijkend naar enkele repetities van Wittgenstein Incorporated. Een tweede stadium in het omschrijven van waarover/waarom het in feite gaat.

1. Eigenlijk zit alles al in de eerste zin vervat: in de uitnodiging die de acteur Johan Leysen tot het publiek richt: “Stelt u zich voor. Een kamer. Hoog, groot en statig…” enz, een uitnodiging om hem te volgen in een beschrijving, het solliciteren naar een activiteit en naar een aandacht, een invitatie zo oud als het theater zelf. “Think, when we talk of horses, that you see them, printing their proud hoofs V the receiving earth” (William Shakespeare, inleidend koor tot ‘King Henry V).

2. De man die voor ons op het toneel staat wordt gedreven door een passie. De passie van het observeren, het verlangen heel precies te vertellen hoe het eraan toeging toen Wittgenstein zijn colleges hield. Zijn zorgvuldigheid en nauwkeurigheid verraden veel warmte en liefde

voor de filosoof en wat die vertelde. ïn zijn beschrijvende activiteit wil hij zo ver geraken dat de toeschouwers tenslotte zien, horen, voelen wat in zijn hoofd omgaat en wat hij in woorden vorm geeft. Het eerste deel is als een soort introductie voor de toeschouwer: het personage legt uit (wat hij wil), waar hij naartoe gaat. Steve Paxton noemt dat ‘tuning the audience’: het stemmen van het publiek, het voorbereiden op een haast muzikaal kijkgedrag.

3. Om die beschrijvende activiteit te volbrengen heeft dit personage slechts de taal ter beschikking in al haar lineariteit. Een zin is een aaneenschakeling van woorden. Maar hij wil verder gaan en met dit ene medium taal een zo ongrijpbaar iets als gelijktijdigheid beschrijven. Wittgenstein spreekt, maar doet daarbij ook dingen en denkt ondertussen ononderbroken verder. Het personage vertelt beide stromen van wat hij doet, denkt, hoe de ruimte eruit ziet, en wie zich daarin bevindt, welk commentaar daarop kan komen, enz. De ene stroom stuwt de andere verder en omgekeerd. Als een dubbele spiraal slingeren ze door elkaar en bepalen elkanders loop. De eenvoudige activiteit van het beschrijven leidt – voor acteur en toeschouwer – tot benoemen, definiëren, begrijpen, houden van.

4. Wittgenstein Incorporated is een tekst/voorstelling over het proces van het filosoferen/denken en, daar tegenaan, over het proces hoe men tot acteren komt. Pagina 2: “De man wekt dc indruk bezig te zijn met een oefening”. Pagina 13: “Dat is de methode…schetsen, proberen en vertrouwen op de invallen die zijn afgedwongen”. Pagina 62 : “Tenslotte zijn de toeschouwers slechts aanwezig bij iemand die in het openbaar nadenkt en blijft denken.” Pagina 111: “hij weet zich zelf tot een monoloog te brengen. Zoekend… zonder veel intonatie.” Pagina 119: “tenslotte heeft Wittgenstein zichzelf in de juiste positie gebracht. Dat was de methode.” enzovoorts. Wittgenstein Incorporated is een tekst/voorstelling als een gebroken hologram: in elk fragment is het geheel aanwezig.

5. Wittgenstein Incorporated gaat over de moeilijkheid ‘om niet meer te spelen’, over het zoeken naar de uiterste eenvoud, naar de essentie van het acteren; Susan Sontag: “the tendency is toward less and less. but never hasless’ so ostentiously advanced itself as ‘more”‘.

III.

Na enkele try-outs, Derde variant. L De Italiaanse neuro-biologe en Nobelprijswinnares Rata Levi-Montaleini komt in haar autobiografie ‘In Praise of Imperfection’ tot het besluit, dat wat telt ín de wetenschap niet zozeer intelligentie of precisie is, maar wel : een totale overgave. Wittgensteins methode drijft op dit soort overgave. Denken en voelen komen nooit los van elkaar. Wittgenstein laat toe, volgt zijn intuïtie, betrouwt op het indirecte. Omwegen maken om tot helderheid te komen. Weten dat je door dalen moet om bergtoppen te bereiken. Wittgenstein is geduldig; zijn gedachten zijn voortdurend voorlopig; wal nu geen oplossing is, blijkt dat over een paar weken wel te zijn. De duur, de continuïteit drukken hun stempet op het denken. Zoals een acteur gewapend op de scène komt -met in zijn zak al wat daarvoor gebeurde – zo heeft Wittgenstein aantekeningen gemaakt voor hij zijn college begon, zo blijft hij doordenken, als iedereen al weg is. De voorstelling begint lang voor de voorstelling, zet zich door in de pauzes, houdt daarna niet op… 2. Pagina 21: “Laten we ten minste proberen een volgorde aan te brengen”. Een route vinden ipv een routine. In de chaos het niet-meer-vervreemde-zijn terugzoeken. Pagina 84 : “Einde van weer een poging”. Of: “In de Whe der Fehler liegen die Wirkungen ” (Brecht).

IV.

Na afloop van de eerste reeks voorstellingen.

1. essentieel blijft: het probleem van de route. Telkens weer andere wegen vinden om door de massa ‘Wittgenstein’ heen te gaan of beter: om de massa ‘Wittgenstein’ door zich heen te laten gaan. De techniek van het acteren niet als een vooraf gegeven steunpunt, maar als iets dat elke avond opnieuw verworven moet worden. Techniek staat aan het einde van een voorstelling.

2. Een andere constante: het gevecht tegen de ijdelheid, tegen het toevoegen aan allerhande franjes. Kleist noemde dat het probleem van alle tijden: “Ziererei”: een vorm van zich aanstellen waardoor onze ziel uit haar zwaartepunt wordt weggehaald. Die -en andere- verwoestingen, door het bewustzijn aangebracht, overstijgen.

3. Als de acteur zich overgeeft, kan ook de toeschouwer zich overgeven. Een stroom van gedachten/associaties wordt losgewerkt. De pen/de hand kan de gedachte niet meer bijbenen. Ook voor de toeschouwer: het gevoel dat dit uren door kan gaan.

4. Wittgenstein Incorported: “(…) proberen de vragen zelf lief te hebben als voor u niet toegankelijke kamers (…). en het gaat erom alles te leven. Leef nu uw vragen”. (Rilke)

Enzovoorts.

 

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#26

15.06.1989

14.09.1989

Marianne Van Kerkhoven

Marianne Van Kerkhoven (1946-2013) was een Vlaamse dramaturge en theatercriticus. Ze was ondermeer actief als huisdramaturg bij het Kaaitheater en publiceerde tal van artikelen over podiumkunsten. Een aantal van haar teksten werd verzameld in Van het kijken en van het schrijven (2001).

artikel