Leestijd 2 — 5 minuten

Redactioneel

Dood van een criticus

De dag nadat de deadline verliep voor de teksten van dit nummer, overleed theatercriticus Wim Van Gansbeke. Hoewel hij al een tiental jaren niet meer als recensent actief was, kreeg zijn dood heel wat media-aandacht. Hier en daar was het overlijden van de markantste criticus van het laatste kwart van de vorige eeuw al aanleiding tot enige beschouwingen over de stand van de kritiek. Was Van Gansbeke de laatste in zijn soort? Hoe anders is de kritiek van vandaag? En heeft dit eerder met personen te maken of met een gewijzigd klimaat?

Met name voor een podiumkunstentijdschrift zijn dit belangrijke vragen. Etcetera heeft zich voor zijn volgende nummers dan ook voorgenomen om grondig in te gaan op de (veranderde) plaats van de kritiek in het hedendaagse landschap.

Voor u ligt een vernieuwde Etcetera. Hij is anders, en toch ook weer niet. In de vijfentwintig jaar van zijn bestaan is er – met wisselende redacties, invalshoeken en accenten, en in een steeds veranderend landschap – toch altijd die ene constante geweest: Etcetera is een blad dat zich laat lezen als een lopende kroniek van de podiumkunsten. Een kroniek die het podiumgebeuren tegen een kritisch licht houdt, maar die ook een gloedvol pleidooi voor het theater is.

Voor alles wil het blad ook in de toekomst die rol blijven vervullen. Dit nummer bestrijkt dan ook een breed terrein: van Guy Cassiers tot Wunderbaum, van Fort Europa tot Dood Paard, en van Sasha Waltz tot het Wohltemperiertes Klavier.

Vanaf het volgende nummer wordt Etcetera mee gemaakt door de nieuw aangetreden redactie waarvan naast bovengenoemden ook Ivo Kuyl, Bart Meuleman, Jeroen Peeters en Karlien Vanhoonacker deel uitmaken.

De lopende kroniek die dit blad is zal als vanouds in grote mate bestaan uit essays, kritieken, interviews en reportages. Erwin Jans buigt zich in dit nummer over drie jonge makers die zich in hun werk allen verhouden tot noties als gemeenschapsvorming en zingeving. Paul Demets schrijft over de Claus-bewerkingen die dit seizoen in het Toneelhuis te zien zijn. Eric De Kuyper schrijft over het werk van Maurice Béjart zoals hij het zich herinnert.

Omdat Etcetera een tijdschrift is waarin ook de maker aan het woord moet komen, hadden we voor dit nummer onder andere over het acteren een gesprek met iemand die terug is van lang weggeweest: Johan Leysen.

Er komen ook een aantal vaste rubrieken, waaronder twee columns. John Zwaenepoel zal in Aengespoeld het theaterbedrijf dissecteren. Bericht uit het buitenland wordt telkens geschreven door een andere, in het buitenland in het theater werkende medemens. Meestal zal dat ook een buitenlander zijn. Voor deze aflevering is het een Belg die in Lissabon werkt, Mark Deputter.

Geregisseerd en gespeeld wordt er niet alleen op scène. Veel theateracteurs staan vaak voor de camera. Voortaan zal Etcetera ook stelselmatig aandacht besteden aan film en televisie.

Het gedicht Theater (uit 1985) van Hugo Claus is de opmaat voor een reeks van theatergedichten die vanaf het volgende nummer in opdracht van Etcetera worden geschreven. Saskia de Coster zal de spits afbijten. Wij hopen dat u daar evenzeer naar uitkijkt als wij dat doen!

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 2 — 5 minuten

#111

01.04.2008

31.05.2008

Johan Reyniers

Johan Reyniers is schrijver en dramaturg. Hij was de directeur van de Leuvense organisatie voor hedendaagse dans Klapstuk (1993-1998) en artistiek directeur van het Kaaitheater (1998-2008). In 2008 werd hij hoofdredacteur van Etcetera. Sinds 2014 is hij hoofddramaturg bij Toneelgroep Amsterdam.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!