(A)

Annelies Van Assche

Leestijd 7 — 10 minuten

‘Doen wat je wilt, is een voorrecht. En een nachtmerrie’

Choreograaf David Hernandez over de ups en downs van het kunstenaarsschap

In haar onderzoek bestudeert theaterwetenschapper Annelies Van Assche de werk- en leefomstandigheden van hedendaagse-danskunstenaars in Brussel en Berlijn, en hoe die invloed hebben op hun werkprocessen, hun methodes en hun artistieke werk. Naar aanleiding van de eerste resultaten (zie p.48) praat ze met choreograaf David Hernandez, die in januari in première gaat met Sketches on Scarlatti.

ETC Wat is voor jou de waarde van onderzoek naar het dansberoep in het algemeen en de situatie in de ‘danshoofdsteden’ Brussel en Berlijn in het bijzonder?

D.H. Ik denk dat het vooral belangrijk is om het werk van kunstenaars te demystificeren. In een tijd met steeds meer rechtse regeringen, die cultuur zien als een luxe, is het belangrijk om licht te werpen op de werkomstandigheden van kunstenaars en te verduidelijken dat het geen wijn, kaviaar en bohemian lifestyle is. Ik denk dat de mythe van de luie kunstenaars die leven van belastinggeld kan worden doorbroken door de situatie te humaniseren.

Meer informatie is ook belangrijk om betere omstandigheden te creëren. Berlijn was een broeinest voor dans in de jaren negentig, maar de stad is niet meer het paradijs voor freelancers dat het ooit is geweest. Brussel wordt, volgens mij, geconfronteerd met een vergelijkbare daling, zeker als het huidige beleid en de subsidiebezuiniging worden voortgezet. Het is dus zeker interessant om deze twee steden als casestudy’s te nemen.

ETC In onze data observeren we een neiging naar zelfprecarisering onder de Brusselse danskunstenaars. De respondenten lijken bereid om inkomen op te offeren voor immateriële baten, gemotiveerd door het verlangen om kunstenaar te zijn. Bijvoorbeeld: in het algemeen gaven ze aan tevreden te zijn over het beroep, onafhankelijk van het inkomen of de toegang tot het kunstenaarsstatuut. Herkent  je dat in je eigen traject?

D.H. Volgens mij is het een ongelukkig neveneffect van de beslissing om van kunst je leven te maken. Ik ken niemand die zich tevreden voelt met de onzekerheid en het gebrek aan stabiliteit waarmee ze worden geconfronteerd als kunstenaar. Ik denk wel dat kiezen voor dit soort werk je in contact houdt met essentiële menselijke kwesties. Je werkt aan het leven dat je wilt leiden, en je stelt je steeds de vraag naar wat voor leven je op zoek bent. Een heleboel enge dingen gaan gepaard met dat privilege, en onzekerheid is er één van.

ETC In dat opzicht blijkt uit onze bevindingen dat het kunstenaarsstatuut in België, dat onder meer zorgt voor de dekking van de periodes tussen de korte contracten, daadwerkelijk tracht om een ​​sociaal-economische bescherming te bieden, aangepast aan de sector. Het vermindert namelijk de onzekerheid tot semi-precariteit door de flexicurity (een combinatie van flexibiliteit en sociale bescherming) die het verleent. In het rapport stellen we een aantal suggesties voor om dat regime te verbeteren. Jij hebt al enkele jaren toegang tot het kunstenaarsstatuut: hoe heb jij de voor- en nadelen ervaren en welke suggesties heb je ter verbetering?

D.H. Dat is een interessant onderwerp. Ik heb inderdaad het kunstenaarsstatuut, maar ik gebruik het bijna nooit, omdat ik gelukkig meestal voldoende contracten heb. Zelfs als ik ergens een gaatje heb, maak ik er niet echt gebruik van. Ik besloot namelijk om genoeg geld te sparen om de hiaten tussen contracten te overbruggen. Ik doe dat om verschillende redenen.

Ten eerste: de ene keer dat ik het kunstenaarsstatuut wel gebruikte en uitkeringen ontving, betaalde ik veel meer belastingen. Omdat ik naast mijn werkloosheid te veel werkte, waardoor ik in een nieuwe belastingschijf belandde. Dat gebeurde waarschijnlijk omdat ik niet goed genoeg weet hoe het systeem werkt, want voor anderen werkt het voordelig.

Ten tweede: omdat het systeem weleens werd misbruikt, moeten we nu grote inspanningen leveren om er niet uitgeschopt te worden. Zo moeten kunstenaars soms om de negen maanden dossiers creëren om te bewijzen dat ze op zoek zijn naar werk. Ze moeten ook gesprekken bijwonen waarbij ze het gevoel krijgen ondervraagd te worden. Dat is moeilijk omdat je eigenlijk nooit ‘niet werkt’; je wordt gewoon niet altijd betaald voor wat je doet. Er is nooit genoeg tijd om alles te doen, zodat alle uren die je besteedt aan dat extra papierwerk in feite tijd wegneemt voor het creëren of het vinden van een volgende job. Toch kan ik begrijpen dat men streng moet zijn, maar ik ben niet zeker hoe dit opgelost kan worden.

Ten slotte: als je eenmaal in het systeem zit, zijn er geen binnenwegen. Als kunstenaar moet je soms buiten de lijntjes kleuren, want niet alles wat je doet past in de formule die verstaanbaar is voor de instanties. Als je eenmaal in het systeem zit, moet je voortdurend bewijzen wat je besteedt en hoe je je tijd doorbrengt. Uiteindelijk moet je creatief zijn om je uitkeringen te rechtvaardigen, en dat is tijdrovend, moeilijk en demoraliserend.

Ik ben blij om het kunstenaarsstatuut als back-up te hebben, hoewel ik het liever niet gebruik. Het voelt inderdaad aan als een vangnet en een steunpilaar voor de precaire aard van wat we doen. Ik probeer nu te leren om een ​​meer leefbare planning op te maken voor mezelf, dus in de toekomst zal ik waarschijnlijk meer moeten rekenen op het statuut.

ETC Zoals je zei, blijkt uit ons onderzoek ook dat hedendaagse-danskunstenaars geneigd zijn om veel uren onbetaald te werken. Bijna de helft van de respondenten wordt slechts voor maximaal de helft van de effectieve werkuren betaald. Dat suggereert dat de scheiding tussen werk en privé in toenemende mate vervaagt. Hoeveel uur per dag zou u zeggen dat u werkt?

D.H. Vierentwintig! Soms slaap ik natuurlijk, maar ik werk bijna elke dag de hele dag. Er is eigenlijk geen doorsneeweek. Het is echt afhankelijk van waar we op het moment aan werken. Een concrete repetitieperiode, een project of een lesopdracht bepalen wat errond gebeurt. Mijn instinct is om lege periodes, zoals onlangs, op te vullen zodat ik meer geld kan verdienen. Maar deze keer deed ik dat niet en besloot ik gewoon thuis te zijn, want ik sta echt op de rand van een burn-out. Ik heb zaken uitgesteld om thuis te zijn en te werken aan mijn lichaam, want ik had enkele fysieke problemen. Het voelde alsof ik uit elkaar zou vallen. Maar net dan is de scheiding tussen hoe ik werk en leef nog moeilijker te maken, want ik doe altijd aan multitasking. Als ik kook, bijvoorbeeld, heb ik mijn gewichten en halters in de keuken, en ik check tegelijkertijd mijn e-mails, of ik luister naar muziek die ik wil gebruiken.

Ik combineer voortdurend te veel dingen. Dat probeer ik minder te doen, omdat ik denk dat ook daarom mijn hersenen in overdrive gaan. Het gebeurt zo vaak in de culturele sector dat je te lang in die overlevingsmodus blijft. Dat is een limbotoestand: het is noch dood, noch leven, het is proberen in leven te blijven. Die toestand verbruikt zo veel energie dat het bijna onvermijdelijk is dat je opbrandt, want je kunt dat geen jaren volhouden.

ETC Dat klinkt opvallend veel als de ‘langzame dood’ geïntroduceerd door Lauren Berlant. Ze doelt daarmee op het huidige fenomeen van een slijtende bevolking, zoals bijvoorbeeld door de toenemende zwaarlijvigheid. Maar het begrip verwijst in feite ook naar wat u hier omschrijft: mensen gaan er mentaal én fysiek op achteruit in dit werkregime, omdat ze blijven doorgaan in overlevingsmodus.

D.H. Maar we proberen het nu te veranderen, omdat de overlevingsmodus ervoor zorgt dat we niet meer genieten van wat we doen. Ik heb nog nooit een stuk gemaakt dat eruitziet zoals ik wil dat het eruitziet, zelfs met de geweldige dansers met wie ik werk. Zoals Hullabaloo, een stuk met zeven mensen op het podium en met veel choreografisch materiaal. Het vereist eigenlijk een parttime gezelschap van mensen die vaker samenwerken aan het materiaal, maar we hebben daar de infrastructuur niet voor. Iedereen komt vanuit het buitenland, maar we zijn niet in staat om te betalen voor de repetitietijd en daarom moet ik repetities zo kort mogelijk maken. We hernemen de show dus veel te snel, en dat is een groot probleem omdat mijn werk zo gedetailleerd is.

De grote vraag is: hoe kan ik dit blijven doen, wanneer ik alleen maar in overlevingsmodus kan zijn zodra het creatieproces voorbij is? En nu komen ook alle levensvragen die je jezelf eigenlijk nooit stelt, want je bent gewoon blij om het einde van het seizoen te halen en hoopt dat je nog steeds kunt werken in het volgende seizoen. Als ​​freelancekunstenaar ben je in feite perpetually unemployed: je bent altijd op zoek naar de volgende klus, en zelfs al heb je er veel, je bent nog steeds niet tewerkgesteld. Het is vermoeiend maar tegelijk ook fantastisch. Ik geniet ervan, althans vroeger veel meer, dat ik mijn hele jaar kan plannen. Ik beslis wat ik doe en dat is zeldzaam in deze wereld. Het is echt een voorrecht, zoals ik eerder zei, maar wat het met zich meebrengt, is een nachtmerrie.

ETC Heb je u al eens nagedacht over het effect ervan op je artistieke werk? Zou je kunnen vertellen over Sketches on Scarlatti, je nieuwste creatie, en hoe de overlevingsmodus dat stuk beïnvloed heeft?

D.H. Met Scarlatti als referentiepunt sla je de spijker op de kop. Een festival in Bonn wilde Hullabaloo programmeren, maar de organisatie kon het niet betalen. Omdat we geen structurele subsidies hebben, moeten we precies wat het ons kost in rekening brengen en dat was te duur. Ze wilden ons wel in hun programma en vroegen of we een work in progress konden maken. Uit gewoonte zei ik toe en we maakten in twee weken tijd een avondvullend stuk. Omdat het goed werd onthaald, hoort het nu tot het repertoire van dit seizoen.

In deze moeilijke tijd van subsidiebezuinigingen en geldgebrek gaf het ons de mogelijkheid om iets te creëren dat daaraan voorbij kon gaan, met een relatief laag stressniveau op het vlak van organisatie. Dus werd dat een strategie: we hadden een nieuw stuk, maar we hoefden geen subsidies aan te vragen. Hopelijk biedt het ons werk en houdt het ons gezicht in de markt, zodat we tijd winnen.

Maar het proces lijdt er wel onder. We hebben het in twee weken gemaakt en in december hebben we nog drie weken om het te voltooien met de rest van het coproductiegeld. Ik hou van werken buiten het subsidiesysteem en ik zou het altijd doen als ik kon. Het geeft je veel meer artistieke vrijheid. Sketches on Scarlatti is van strategisch belang: we proberen het ook relatief goedkoop te verkopen, zodat het moeilijk wordt om af te wijzen. Zo hebben we een waaier van vier lopende projecten die we kunnen verkopen, in alle prijsklassen.

ETC Waarom kan Sketches on Scarlatti zo goedkoop verkocht worden? Welke aspecten van de voorstelling maken het zo makkelijk verkoopbaar?

D.H. Er is geen vast decor en het vereist zeer weinig voorbereiding. Indien nodig, kan het op dezelfde dag worden opgebouwd en uitgevoerd, wat onder meer extra hotel- en zaalkosten wegneemt. Ter vergelijking: voor For Movement’s Sake hebben we minstens één dag in het theater nodig met de set. Er is altijd een periode waarin we gratis werken om de show te hernemen, omdat we niet regelmatig tijd hebben om samen te werken. Bovendien komen de dansers voor Sketches on Scarlatti niet uit alle hoeken van de wereld, maar zijn we alle drie gevestigd in Brussel. Ik moest dat doen, en gelukkig ben ik heel blij met de mensen. Anders zou het elke keer dat ze naar Brussel komen te veel geld en administratief werk kosten voor een kleine, niet-gesubsidieerde organisatie als de onze. Zo is het bijna jammer dat ik internationaal zoveel geweldige mensen ontmoet met wie ik graag zou werken.

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

interview
Leestijd 7 — 10 minuten

#147

15.12.2016

14.03.2017

Annelies Van Assche

Annelies Van Assche is a dance scholar and works as a PhD researcher at Ghent University (S:PAM) and KU Leuven (CeSo). Together with Rudi Laermans, she recently released a descriptive report on the socio-economic position of contemporary dance artists in Brussels. This quantitative study is part of the comprehensive FWO-funded research project ‘Choreographies of Precariousness: A Transdisciplinary Study of the Working and Living Conditions in the Contemporary Dance Scenes of Brussels and Berlin’(supervised by Rudi Laermans, Katharina Pewny and Christel Stalpaert).