La Ville Parjure ARIANE MNOUCHKINE/THEATRE DU SOLEIL, 1994 FOTO Laurent Michele/Gamma

Leestijd 6 — 9 minuten

Diep vertrouwen in het theater: Ariane Mnouchkine & Das Théâtre du Soleil

Sinds het midden van de jaren zeventig maak ik regelmatig de tocht naar de Parijse Cartoucherie de Vincennes, waar Ariane Mnouchkines Théâtre du Soleil sinds november 1972 zijn huis heeft. Dat is een mooie tocht: met de métro die beide ‘longen’ van Parijs (Bois de Boulogne en Bois de Vincennes) met elkaar verbindt naar het eindpunt, dat genoemd is naar de laatmiddeleeuwse huisvesting van de Franse monarch: Château de Vincennes.

Daarna de wandeling door het uitgestrekte bos dat aan dit kasteel grenst, onderweg naar het terrein dat ‘Cartoucherie’ heet, omdat daar de koninklijke kruitfabrieken van de diverse Franse vorsten waren gevestigd. Al ruim dertig jaar woont en werkt hier het Théâtre du Soleil, houdt het er in letterlijke en overdrachtelijke zin huis. Volgend jaar, in 2004, bestaat het gezelschap veertig jaar. Artistiek leider en regisseur Ariane Mnouchkine bereikt in dat jaar tevens de pensioengerechtigde leeftijd der sterkeren: ze wordt vijfenzestig.

Talloze theatrale geluksmomenten heb ik in de Cartoucherie de Vincennes beleefd. Alles bij elkaar geteld heb ik er dagen en dagen gewacht: veel mensen komen vroeg, de plaatskeuze is vrij, wie het eerst komt zit het best. Bijna alles heb ik er gezien, en toch is de lijst voorstellingen niet bepaald overdonderend: veertien in achtentwintig jaar. Ariane Mnouchkine repeteert zeer lang en intensief, en als een voorstelling eenmaal klaar is, speelt Théâtre du Soleil óók lang en intensief, inclusief zeldzame en slopende tournees. Georges Banu, docent theaterwetenschappen aan de Parijse Sorbonne (waar Mnouchkine ook is begonnen), schrijft over de intensiteit van het ‘Zonnetheater’: ‘Als Ariane Mnouchkine in interviews vertelt hoe ze naar haar toneelspelers kijkt, dan spreekt ze onophoudelijk in metaforen waarin sprake is van moed en uithoudingsvermogen, offerbereidheid en hartstochtelijk verlangen naar toppen. Toneelspelen betekent voor haar bergbeklimmen, en voor die expedities heb je sterke kuiten en frisse lucht nodig. (…) In die opvatting van acteren als topsport staat Mnouchkine vooraan: ze leidt, ze gidst, vooruitgang wordt er echter vooral geboekt binnen de intensieve samenwerking met haar toneelspelers.’

Ik ontleen dit citaat aan het essay Ariane Mnouchkine en het vertrouwen in het theater, Banu’s bijdrage aan de bundel Ariane Mnouchkine & das Théâtre du Soleil, een boek dat onlangs verscheen bij Alexander Verlag in Berlijn. Het boek werd samengesteld door de Canadese theaterwetenschapster Josette Féral, die in de jaren negentig veel en vaak in de Cartoucherie de Vincennes bivakkeerde en er talloze gesprekken met Mnouchkine voerde, die onder meer in het Canadese theaterblad TDR Drama Review werden gepubliceerd en in 1995 werden gebundeld in het (inmiddels uitverkochte) boekje Rencontres avec Ariane (Uitgeverij XYZ, Montréal/Québec, 1995). Het aantal gesprekspartners is nu aanmerkelijk uitgebreid en er zijn enkele speciaal geschreven essays en achtendertig prachtige foto’s toegevoegd. Geen pak geleerdheden, maar een toegankelijk, leesbaar, journalistiek boek. Na de ‘Soleil’-studie van Denis Bablet in de reeks Les Voies de la création théâtrale (uit 1977) is dit het eerste alomvattende boek over Mnouchkines zonnespelers. Dat het juist een Duits boek moest zijn hoeft niemand te verbazen: na Frankrijk is Duitsland het land waar Théâtre du Soleil het vaakst is opgetreden, het meest geliefd is en waar het ook het meest heeft ‘aangericht’. Om van dat laatste een voorbeeld te noemen: meteen nadat de troep in Berlijn haar Klaus Mann-hommage Méphisto, roman d’une carrière had gespeeld (in de originele versie met Duitse ondertiteling uitgezonden op de televisie), werd meteen het bespottelijke verbod op de Klaus Mann-roman waarop dit toneelstuk zich baseerde, doorbroken en kort daarop definitief opgeheven. Waarna Klaus Mann postuum uit de schaduw van zijn beroemde vader trad en een triomftocht door de Duitse letteren begon.

Mnouchkine en haar troep ambiëren het vertellen van grote verhalen, waarvoor grote stijlmiddelen worden ingezet. Het Théâtre du Soleil heeft zich niet zozeer tegen het psychologisch realisme verzet,dan wel overtuigend aangetoond dat invoelend’naturel’ toneelspelen niet werkt wanneer de ambities van de toneelmakers larger than life itself zijn. Mnouchkine zegt daarover in een interview: ‘Als ik een Amerikaans speelfilmacteur landerig over de rand van zijn glas whisky in de camera zie kijken, met de blik waaruit vooral spreekt: U moest eens weten wat er in mij allemaal omgaat, dan denk ik: dat is niet eerlijk, wat er in joú omgaat dat moet je spélen, dat wil ik zién!’ Van in het begin van de jaren tachtig richtte Mnouchkine haar blik definitief naar het Oosten (Kabuki, Kathakali, Balinese dansen, en recentelijk ook Bunraku). Ze citeert in het boek de Franse schrijver, acteur, regisseur en theaterfilo-soof Antonin Artaud, die ooit zei: ‘Theater, dat is het Oosten’. (Hij zei dat kort nadat hij in 1931, tijdens een Koloniale Tentoonstelling, voor het eerst een groep Balinese dansers had zien optreden. Die tentoonstelling vond trouwens plaats in … Bois de Vincennes.) Ook Mnouchkine vond in het Oosten de grote stijlen waarmee zij haar grote vertellingen kon doen. Dat heeft vaak geleid tot een licht smalend dédain in de reacties op de ‘Soleil’-voorstellingen – beschuldigingen van sektarische edelkitsch en ‘japonoiserie’. Mnouchkine heeft zich door die reacties nooit van de wijs laten brengen, is consequent blijven doorzoeken naar sterke vormen. Georges Banu daarover: ‘De vorm is zeker verleidelijk, maar tegelijkertijd beteugelt ze de energie, legt haar aan banden, stuurt haar. Met het geduld van de grote tekenaars zoekt Mnouchkine de juiste, als het ware ‘schoongemaakte’ lijn, ze verzamelt en elimineert het rijke aanbod van haar spelers. Ze is ervan overtuigd dat het theater iedere alledaagse uitdrukkingsvorm moet afwijzen, om zo “overlevensgroot” te zijn.’

Ariane Mnouchkine & das Théatre du Soleil bestaat voornamelijk uit gesprekken. Naast Mnouchkine komen ook de leden van haar vaste kern aan het woord, een gezelschap van medewerkers die haar altijd trouw zijn gebleven: Hélène Cixous voor de stukken, Erhard Stiefel voor de maskers, Guy-Claude Francoise voor de decors, Jean-Jacques Lemètie voor de muziek en Sophie Moscoso die al decennia lang Mnouchkines linker- en rechterhand is. En tenslotte natuurlijk de toneelspelers, de acteurs en actrices die kwamen en gingen. Geen gezelschap heeft zoveel artistieke crises doorgemaakt door een uittocht van toneelspelers als ‘Soleil’. Onder meer omdat Mnouchkine veeleisend is. Een ambitieus en bijzonder succesvol project van zes Shakespeare-stukken in een doorlopende cyclus moest in het midden van de jaren tachtig abrupt worden afgebroken, onder meer omdat een paar cruciale spelers de fysieke en mentale druk en het vrijwel totaal ontbreken van een sociaal leven niet meer aankonden. De ster-acteur van het eerste uur, Philippe Caubère, die onder meer de rol van Molière speelt in de gelijknamige film die Mnouchkine maakte over dit Franse toneelgenie, schreef en speelde na zijn vertrek-met-slaande-deuren bij de troep over zijn artistieke relatie met Mnouchkine maar liefst drie woedende solo-programma’s. Dat moét dus wel echte toneelliefde zijn geweest. Fiij komt overigens in dit boek niet aan het woord. Wel Myriam Azencot, speelster van het eerste uur. En Georges Bigot, die een weergaloze Norodom Siha-nouk vertolkte. En Simon Abkarian en Juliana Carneiro da Cunha, respectievelijk Orestes en Klytaimnestra in het Iphigineia/Oresteia-project Les Atrides.

Wat dit boek onverbloemd duidelijk maakt is, dat het Théâtre du Soleil altijd toneel heeft gemaakt (en hopelijk nog lang zal blijven maken) vanuit een intense maatschappelijke betrokkenheid. Ariane Mnouchkine heeft een blijmakend diep vertrouwen in de noodzaak en de zeggingskracht van het theater. Haar Shakespeares gingen over de moedeloos makende terreur van bloedige burgeroorlogen (en over het slagveld van de liefde). Haar Grieken handelden over de nachtmerrie van de bloedwraak (en de wankele zoektocht naar democratie). Haar enscenering van Molières Tartuffe etste in 1995 een paar flinke krassen in de ethiek van het moslimfundamentalisme. De groep pakte middels La Ville Parjure (‘de stad die woordbreuk pleegt’) – wat in feite het door Hélène Cixous nieuw geschreven vijfde deel is van Les Atrides – ook het Franse’bloedschandaal’ aan (homofilie-patiënten die wegens een falende overheid werden besmet met HIV-geïnfecteerd bloed). Hiermee creëerde het Théâtre du Soleil een schrikwekkende tragedie over ‘achterkamertjesdemocratie’ die het Frankrijk van Mitterrand deed huiveren. Mnouchkine is bescheiden over haar ambities: ‘Theater is de kunst van de noodzaak, van de tegenwoordige tijd. Maar theater functioneert noch in dringende kwesties, noch in de actualiteit. De werking van het theater, de invloed ervan, dat alles is pas op langere termijn voelbaar. Maar misschien zijn er drie of vier mensen, die aan het eind van een theateravond iets minder barbaars zijn geworden. Die vragen stellen, meevoelender of alerter worden. Al is het maar voor heel even. Theater holt de barbarij een beetje uit.’

In de marge van het boek speelt een theatrale droom die Mnouchkine al ruim twintig jaar koestert, maar waarvan ze de uitvoering steeds weer uitstelt. Al aan het eind van de jaren zeventig, kort nadat ze Klaus Manns ‘meelopersroman’ Mephisto voor het toneel had bewerkt, ontlook het idee om een voorstelling te maken over een pijnlijk onderwerp: het verdeelde Frankrijk ten tijde van de tweede wereldoorlog, het door de Duitsers bezette noordelijke deel versus het door de Franse collaborateurs Pétain en Laval geleide zuidelijke deel van het land, het zogenaamde ‘Vichy-Frankrijk’. Een voorstelling over dodelijke tumoren in de collectieve hersenen van een beschadigde natie, over open wonden, verraad, martelingen, Franse meelopers die meedogenlozer waren dan de nazi’s, beulen en geëxecuteerde verzetshelden. Werktitel: La Résistance. De voorstelling is er nog altijd niet. Maar ze zal er zeker komen. Ariane Mnouchkine over het project in dit boek: ‘Ik ben volledig geblokkeerd. Ik vraag me nog steeds af welke theaterruimte voor La Résistance de juiste is. Het verzet gaat over mensen in de schaduw, het typische aan verzet is dat het zich in het donker afspeelt. Het theater, óns theater, is de kunst van het licht, het aan-het-licht-brengen. En op dit moment lukt het me niet om uit te vinden hoe ik de wereld van de schaduwen aan het licht moet brengen.’ Ik denk dat ze Shakespeare nog één keer nodig heeft. King Lear vermoedelijk, hét ultieme drama van de grote slagschaduwen. Daarna zal ze de voorstelling maken waar ze, via Shakespeare, Aeschylos, Euripides, Molière, Pol Pot en Ghandi, twintig jaar intensief naar heeft gezocht. Over de schaduwen van een pijnlijke oorlog. In hün heldere licht: de stralende zon van het Théâtre du Soleil.

Josette Ferai (redactie), Ariane Mnouchkine & das Théâtre du Soleil, 206 pagina’s, rijk geïllustreerd, Alexander Verlag Berlin, 24,90 euro.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#87

15.06.2003

14.09.2003

Loek Zonneveld

Loek Zonneveld (1948) is toneelrecensent en leraar toneelgeschiedenis. In 2013 ontving hij de ACT Award voor zijn “liefdevolle toneelrecensies” en “het delen van zijn immense kennis op het gebied van de theatergeschiedenis met acteurs”.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!