Pieter De Buysser

Leestijd 4 — 7 minuten

Dertien thesen tegen snobs (Bis)

(Snob in het privékantoor van de kunstkritiek. Links een kindertekening, rechts een fetish. Snob: ‘Daar kan Picasso wel bij inpakken‘) De snob heeft het wel gehad met die kunstwerken. Hij wil nu iets dat dat louter artistieke overstijgt. Hij wil nu ‘een stedelijk platform’, en ook ‘een dynamiek bewerkstelligen’, en dan ook een ‘dam opwerpen tegen de verzuring’, en dan ook nog ‘samenhorigheid smeden in een cultureel pact’. De snob houdt er niet van overbodig te zijn. De snob verwart de veelbesproken nutteloosheid van het kunstwerk met overbodigheid.

1 De kunstenaar maakt een werk

Een kunstwerk bestaat niet zonder medewerking van een publiek.

Een document spreekt voor zich. Een document kan de mens inpakken. De mens kan ervan genieten zich eens goed te laten inpakken, maar terwijl de snob dan denkt ‘boodschap begrepen, missie geslaagd’, presenteert het publiek hem later toch de rekening. Want het publiek is niet idioot. De snob heeft meestal zelf niet door dat hij het publiek voor lichtjes idioot houdt. Zo vindt de snob zichzelf relevant ten koste van een idioot gehouden publiek.

2 Dat het kunstwerk ook een document is, is bijzaak.

Een document is nooit als zodanig een kunstwerk.

leder geslaagd kunstwerk documenteert, brengt wat of wie nog geen stem had tot spreken, het kunstwerk kan zelfs een onoverkomelijk zwijgen sprekend maken. Het documenteren van de verschillende segmenten van de samenleving is een nuttige bezigheid. Het maken van een kunstwerk is een op zichzelf noodzakelijke bezigheid.

3 Het kunstwerk is een meesterstuk.

Van alles en eender wat kan je heel veel leren.

Een kunstwerk woont buiten de schedelrand van hoofden omgebouwd tot klaslokaal of stemlokaal.

4 Van kunstwerken leren kunstenaars het vak.

Met behulp van documenten wordt een publiek opgevoed.

Dat wil niet zeggen dat omgang met kunstwerken niets van doen heeft met burgerschap of politiek bewustzijn, integendeel. Maar een kunstwerk kan jammer genoeg niet meteen helpen om de verkiezingen te beïnvloeden, niet meteen. Het verschijnen van documenten over een dioxinecrisis, of over verborgen geschiedenissen, kan dat wel. En een document daarentegen kan jammer genoeg niet helpen om tegelijk een paard en ruiter te worden. Het verschijnen van een kunstwerk kan dat wel. Paard en ruiter tegelijk kunnen langzaam rijden naar een andere geschiedenis, langzaam.

5 Kunstwerken staan ver van elkaar af door hun volmaaktheid.

Door hun onderwerp zijn alle documenten onderling verbonden.

Een kunstwerk is alleen. Een kunstwerk is bijna een mens. Weinig mensen zijn bijna een mens, de meesten blijven onmenselijk. Documenten bewijzen dat. Kunstwerken bezingen of bevechten dat. Soms is bezingen nog de enige manier om een feit te bevechten, soms hou je beter op te bevechten, en kan je alleen nog bezingen. Kunstwerken verschillen daarin van elkaar. Documenten zeggen uiteindelijk altijd hetzelfde: het is eigenlijk allemaal niet helemaal in orde. Vandaar vertrekken de kunstwerken, alleen en elk in een andere richting, voor sommigen betekent vertrekken blijven staan, anderen gaan liever achteruit, en nog anderen tasten of rennen liefst van al vooruit.

6 Inhoud en vorm zijn in het kunstwerk één: het gehalte.

In documenten is het onderwerp allesbeheersend.

Het gehalte van een kunstwerk kruipt onder de huid en maakt in verwachting van nieuw leven. Dat kan een virus zijn, of net iets kinderlijks. Het onderwerp van een document stemt tot nadenken en eventueel tot actie. Beleidsmatig valt het doorgeven van ‘het gehalte van het kunstwerk’ onder het kunstendecreet. Voor het doorgeven van zorg voor een onderwerp kan het beleid verschillende sensibiliseringscampagnes opzetten. Het kunstendecreet hoeft daar niet voor te worden gebruikt.

7 Gehalte is het beproefde.

Het onderwerp is het gedroomde.

Het gehalte van het kunstwerk is beproefd, dat wil zeggen: werkelijk geworden in de ervaring. Het onderwerp, de werkelijkheid, bestaat, maar laat zich alleen kennen door onze door dromen mismeesterde perceptie. Onze blik, gekneusd door onze dromen, brengt de feiten altijd vervormd tot ons. Maar de feiten zijn er. In het document worden de feiten meegedeeld en gebruikt. In het kunstwerk worden ze beproefd. Het kunstwerk draagt meer bij tot kennis en ervaring van de werkelijkheid dan een document dat doet.

8 In het kunstwerk is het onderwerp een ballast die door beschouwing wordt afgeworpen.

Hoe meer men zich in een document verliest, des te compacter alleen nog het onderwerp.

Het onderwerp is voor de kunstenaar een springplank. De snob blijft paraderen op de springplank.

9 In het kunstwerk staat de vormwet centraal.

In het document zijn vormen willekeurig.

Het document is het gegeven feit. Het document bestaat in een vorm die willekeurig door de geschiedenis is bepaald. Het kunstwerk geeft vorm aan het gegeven feit en daar begint de metamorfose. Het kunstwerk is het tweede leven, de eerste gedaanteverandering van maker, onderwerp en toeschouwer. Hoe groter het gehalte van het kunstwerk, hoe meer nieuwe gedaantes volgen.

10 Het kunstwerk is synthetisch; een krachtcentrale.

Om vruchtbaar te zijn heeft het document analyse nodig.

De autonomie van het kunstwerk betekent niet dat het zou afgesneden zijn van politiek en maatschappij. De autonomie van het kunstwerk betekent dat het materialen, stalen en documenten uit de samenleving neemt om dan autonoom te vervormen, tot een synthese te brengen, vruchtbaar te maken. De autonomie van het kunstwerk betekent dat het kunstwerk niet inzetbaar is. Dat het niet dient, niet kan dienen om een culturele beweging, een politiek of maatschappelijk ideaal te helpen bewerkstelligen. Het kunstwerk dient niet. Het document dient. Het document is van groot nut. Het kunstwerk is op zichzelf een noodzaak.

11 De kracht van een kunstwerk neemt toe bij herhaalde beschouwing.

Een document overweldigt alleen bij verrassing.

De snob houdt van verrassingen, van inpakken en uitpakken. Verrassingen helpen tegen de angst overbodig te zijn. Daarom verwarren snobs relevantie met in de mode zijn en hebben ze dikwijls veel geld. Herhaalde beschouwing is nochtans ook kostelijk. De snob wil in het nieuws zijn. De kunstenaar maakt nieuw.

12 De mannelijkheid van kunstwerken ligt in de aanval.

Het document is door zijn onschuld gedekt.

Het document is onschuldig en wekt daardoor morele verontwaardiging. Dankzij het onschuldige document kies je partij, weetje hoe flagrant iets is, welk een schande of welk een schoonheid een gegeven feit is. Het document appelleert rechtstreeks aan de normen en waarden uit het leven van de natie. Het document is onschuldig en onbewerkt. Het kunstwerk is niet onschuldig maar ook niet schuldig, het kunstwerk stopt de normen en waarden uit het leven van de natie in haar krachtcentrale. Het kunstwerk kent geen moraal. Het geeft nieuwe of lang vergeten gedaanten aan ethische en esthetische normen. Het document is wat het is. Het kunstwerk verwerkt en verandert wat is in wat het is. Het kunstwerk laat niets ongemoeid, valt alles aan, bij voorkeur ongezegde fundamenten.

13 De kunstenaar is uit op verovering van gehaltes.

De primitieve mens verschanst zich achter onderwerpen.

Soms vinden de primitieve mens en de kunstenaar elkaar.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#101

15.04.2006

14.07.2006

Pieter De Buysser

Pieter De Buysser is filosoof, auteur en theatermaker. Hij is tevens artistiek leider van Lampe. www.lampesite.be

 

artikel