Richard Wagner op de vooravond van zijn dood – Tekening Paul von Joukovsky

Gunther Sergooris

Leestijd 4 — 7 minuten

Der Ring des Nibelungen

Wagners magnum opus in De Munt

Begin oktober brengt De Munt Richard Wagners monumentale Der Ring des Nibelungen. Zowel muzikaal als theateraal een enorme uitdaging. Gunther Sergooris blikt even vooruit en schetst in het kort de intrige van deze operatetralogie.

Op 8 oktober gaat in de Koninklijke Muntschouwburg Rheingold in première (regie: Herbert Wernicke; muzikale leiding: Sylvain Cambreling). Rheingold vormt het voorspel tot Richard Wagners monumentale tetralogie Der Ring des Nibelungen, Bühnenfestspiel in einem Vorabend und drei Tagen. De overige delen (Walküre, Siegfried en Götterdämmerung) volgen op 9, 11 en 13 oktober. Het gaat hier om een cyclische opvoering, zoals Wagner die zich voorstelde. Gezien de omvang van de onderneming gebeurt dit eigenlijk uiterst zelden. Er zijn niet alleen de 15 uur muziek die door een uitgebreid orkest (oorspronkelijke bezetting: 115 musici) moeten worden ingestudeerd. Door de lengte van de zangpartijen en de omvang van het orkest worden aan de hoofdrollen dermate hoge vocale eisen gesteld, dat slechts weinig zangers in staat zijn een aanvaardbare Siegfried , Brünnhilde of Wotan te zingen.

Ook voor de regisseur betekent dit complexe en dramaturgisch zeker niet volmaakte werk een hele kluif. Essentieel is de vraag of hij op zoek moet gaan naar een gemeenschappelijke noemer waartoe de vier delen zouden kunnen worden herleid. Of moet hij daarentegen de karakteristieken van elk deel afzonderlijk accentueren? De ensceneringen van Wieland en Wolfgang Wagner in de jaren 60 en de vroege jaren 70 gingen uit van een decorelement dat de formele eenheid van de hele cyclus onderstreepte. Een cirkelvormig plateau diende als plaats van handeling gedurende de hele Ring. Hun visie op het werk was a-historisch en mytisch.

Patrice Chéreau ging in zijn beroemde Ringproduktie uit 1976 helemaal de tegenovergestelde richting uit. Hij toonde het werk als een amalgaam van genres en stijlen, hij maakte de breuklijnen in het verhaal zichtbaar en introduceerde een historisch perspectief. Op die manier rekende hij af met de abstraherende benadering die in Bayreuth na de tweede wereldoorlog regel was.

In Brussel zou Herbert Wernicke toch voor een eenheidsdecor opteren. Het zal interessant zijn om uit te maken welke inhoudelijke consequenties dat zal hebben. Een terugkeer naar een mytische visie?

Inhoud

Wagner heeft een belangrijk deel van zijn leven gewijd aan het schrijven en het laten uitvoeren van de Ring. Uit 1848 dateert Der Nibelungenmythus. Als Entwurf zu einem Drama-. In 1874 voltooide hij de compositie van Götterdämmerung in 1876 werd de Ring voor de eerste maal opgevoerd in het speciaal daartoe gebouwde ‘Bayreuther Festspielhaus’.

De prozaschets uit 1848 bevat reeds in grote lijnen de intrige van de Ring. De dwerg Alberich steelt het Rijngoud en smeedt daaruit een magische ring, die hem de absolute macht over het Nibelungenvolk verleent. Het uiteindelijke doel van Alberich is de wereldheerschappij. Ook de oppergod Wotan aast op het goud, want hij moet de reuzen voor bewezen diensten belonen, de ring wil hij echter voor zich houden. Hij ontvoert Alberich, maakt zich meester van de schat en de ring, maar speelt alles kwijt aan de reuzen, die het hele goedje door een verschrikkelijke draak laten bewaken. Wotan probeert door het verwekken van het Wälsungengeslacht de verdragen die hij met de reuzen sloot te omzeilen en op die manier alsnog het goud en de ring in handen te krijgen. Siegfried slaagt daarin, maar ook hij vangt niets met die ring aan en laat hem achter bij Wotans dochter Brünnhilde. Siegfried wordt het slachtoffer van de manipulaties van Hagen, zoon van Alberich, en wordt vermoord. Tenslotte zal Brünnhilde de ring aan de Rijn terugschenken en een einde maken aan de onderdrukking van de Nibelungen en aan het onrecht waaraan de goden zich schuldig gemaakt hebben: “Hört denn, ihr herrlichen Götter, euer Unrecht ist getilgt (…) gelöset sei der Nibelungen Knechtschaft, der Ring soll sie nicht mehr binden.”

Tot zover de duizelingwekkende intrige in haar vroegste versie. Wagner begint bijna onmiddellijk met de omwerking van deze prozaschets tot twee libretti. Tijdens zijn revolutionaire activiteiten in Dresden, die uitmonden in een aanhoudingsbevel en zijn vlucht uit Saksen, vindt hij de tijd om Siegfrieds Tod te voltooien, in 1851 volgt dan “Der junge Siegfried”. Tijdens datzelfde jaar rijpt ook het plan voor een vierdelige cyclus: Der Ring des Nibelungen neemt definitief gestalte aan. In 1852 werkt hij de teksten van de Walküre en Rheingold af en verandert ingrijpend Der junge Siegfried en Siegfrieds Tod. Zij krijgen nu de titels Siegfried en Götterdämmerung.

Deze veranderingen hangen samen met Wotans grote monoloog in het tweede bedrijf van de Walküre. Daarin realiseert hij zich ten volle dat hij de gevangene geworden is van zijn eigen intriges: hij wordt gedwongen Siegmund, de vader van Siegfried, te doden om het aanzien van de goden te redden. Dan volgen deze verzen: “Was ich liebe, muss ich verlassen,/ morden, wen je ich minne,/ trügend verraten, wer mir traut!/ Fahre denn hin, herrische Pracht,(…)/ Zusammenbreche was ich gebaut! Auf geb ich mein Werk; nur eines will ich noch: das Ende, das Ende!”

De bevrijding van de Nibelungen staat niet langer centraal, maar wel Wotans verlangen naar de dood, waarin hij de wereld die hij opgebouwd heeft wil meesleuren. Het einde van Götterdämmerung verandert hierdoor helemaal. Na het verraad van Siegfried, gelouterd door haar lijden, krijgt Brünnhilde inzicht in haar lotsbestemming: de ondergang van de goden te bewerkstelligen en hen op die manier uit hun lijden te verlossen.

Een omstreden werk

De Ring blijft een omstreden werk. De historische en culturele associatie die dit werk oproepen, maken het moeilijk een vooringenomen kijk op het werk te vermijden. Buiten kijf staat dat de tetralogie de geboorte van het muziekdrama betekende en het einde van de oude nummeropera. In de plaats komt een grote doorlopende vorm, geschraagd door een symfonisch uitgewerkte partituur, waarin de ‘Leit-motive’ met hun ontelbare varianten verweven zitten. Zij vormen de kiemcellen van de Ringmuziek, die met zijn grote rijkdom en geschakeerd koloriet het drama vertelt en commentarieert. Pierre Boulezschreef over deze muziek: “Bij Wagner worden we voor de eerste maal geconfronteerd met een muzikaal materiaal dat zowel af als onaf is, definitief zowel als onbepaald, dat zowel tot de toekomst als tot het verleden behoort, waarbij het heden een bemiddelende functie vervult, en dit alles, zonder dat de interne logica geweld aangedaan wordt.”

De Munt-equipe geeft blijk van van een groot vertrouwen in eigen kunnen door dit monument uit de muziekliteratuur te programmeren. Door het publiek er op dergelijk intense en langdurige manier mee te confronteren, zal het niet anders kunnen dan zich een mening te vormen. Onverschillig kan de taal die Wagner spreekt niemand laten. Ook voor de toeschouwer moet deze Ringervaring een uitdaging betekenen die hem zal confronteren met de betekenis of het gebrek aan betekenis van een groot cultureel erfgoed nu.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#35

15.09.1991

14.12.1991

Gunther Sergooris

artikel