‘Inside’, Bruno Latour & Frédérique Aït-Touati © Doreothea Tuch

Kristof van Baarle & Sébastien Hendrickx

Leestijd 12 — 15 minuten

Decor is geen decor meer

Bruno Latour en Frédérique Aït-Touati over theater en het nieuwe klimaatregime

Wat hebben wij, mensen, gemeen met walvissen, champignons, bacteriën of het internet? We zijn allen vernetwerkte entiteiten. Filosoof Bruno Latour bepleit een radicaal andere kijk op vastgeroeste dualismen als mens-ding, mens-omgeving of lokaal-globaal. Latour lokt zijn grensoverschrijdende inzichten uit de academische wereld en sleurt ze het podium op, samen met onderzoeker-theatermaakster Frédérique Aït-Touati. ‘Met horrortechnieken sterke gevoelens opwekken, maakt een werk nog niet politiek.’

‘Het kan paradoxaal lijken, maar om aan realisme te winnen, moeten we ons afkeren van elk pseudorealisme waarin mensen worden geportretteerd terwijl ze paraderen voor een decor van dingen.’11Latour, Bruno. (2017). Oog in oog met Gaia: acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime (p.91). Vertaald door Rokus Hofstede en Katrin Vandenberghe. Amsterdam: Octavo.

De wereldvermaarde wetenschapssocioloog en filosoof Bruno Latour veroorzaakte in de jaren 1980 en 1990 een academische aardverschuiving met zijn onderzoek naar het technisch en sociaal geconstrueerde karakter van wetenschappelijke kennis. Feiten zijn, zo beweerde hij, in grote mate de producten van interacties tussen experts, en van wetenschappelijke methodologieën en procedures (wat ze niet per se minder waardevol maakt). Hij toonde aan hoe het sociale en de natuur binnen de moderniteit opgevat werden als twee aparte werelden, en hoe die scheiding vele inzichten heeft verhinderd in en schadelijke gevolgen heeft gehad voor de sociale, economische en ecosystemen waarvan we deel uitmaken.

In de podiumkunsten is hij een van de belangrijkste referenties wanneer het erop aankomt de agency of het handelingsvermogen van objecten te benoemen en te onderzoeken. Het is dan ook Latour die pleit voor een ‘parlement der dingen’: het menselijke politieke halfrond dient aangevuld met een halfrond dat het niet-menselijke vertegenwoordigt – een spannende en belangrijke uitdaging. Ook voor het reflecteren over kunstwerken is de sociologische methode van Latours Actor-netwerktheorie relevant: een werk is niet iets geïsoleerd, het komt tot stand wanneer het door een netwerk aan actoren (mensen, machines, gebouwen, conventies,…) gevormd wordt.

De laatste jaren is Latours focus verschoven naar een concrete, hoogst urgente kwestie: de klimaatverandering onder invloed van de mens. In zijn acht lezingen over het nieuwe klimaatregime, gebundeld in Face à Gaïa (2015), wijst de filosoof erop hoe die moderne splitsing tussen natuur en cultuur klimaatontkenning en ‘klimaatquiëtisme’ (de bizarre gelatenheid ten opzichte van de klimaatverandering) mogelijk maakt, en dus hoe problematisch en catastrofaal het volhouden van die splitsing is. Latour bouwt voort op de Gaia-hypothese van wetenschappers James Lovelock en Lynn Margulis. Zij beschouwen de aarde als een complex, zelfregulerend systeem waarbij levende organismen voortdurend inwerken op hun niet-levende omgeving, en zo de mogelijkheidsvoorwaarden voor hun eigen bestaan en dat van anderen handhaven of inperken. De mens vormt daar in principe geen uitzondering op, al is zijn impact nu wel overweldigend en destructief van aard.

Hoe kunnen we ons politiek oriënteren binnen dat nieuwe klimaatregime? In zijn laatste boekje, Où atterrir? (2017), gaat Latour op zoek naar een alternatief voor de vandaag zo felle tegenstelling tussen het lokale en het globale. Een door kapitalisme geïnspireerde globalisering heeft niet tot méér, maar net tot minder wereld geleid. Natuurlijk-culturele eenheidskoek en de centralisering van de macht in de handen van mammoetbedrijven en wereldleiders staan haaks op de diversiteit aan ideeën, tradities, leefwijzen, ecosystemen enzovoort die de wereld bevat. Die verarmende invloed van globalisering leidt ook tot een opstoot van nostalgisch nationalisme, dat het lokale dan weer reduceert tot een fictieve geschiedenis en een beperkt idee van identiteit. Deze tendensen nemen samen met de klimaatverandering de grond onder onze voeten weg. We zijn, zo schrijft Latour, als in een vliegtuig zonder bestemming: waar kunnen we landen?

Misschien wel in het theater. De afgelopen jaren verruilde Latour de academische wereld af en toe voor de artistieke. Naast tentoonstellingen als Iconoclash (2002) en Making Things Public (2005) werkte hij, samen met onderzoekster en regisseuse Frédérique Aït-Touati, aan theaterprojecten als Gaia Global Circus (2013), MAKE IT WORK/Le théâtre des négociations (2015) en de lecture-performance INSIDE (2017). Die laatste staat eind november op de planken in het Kaaitheater en vormde de aanleiding voor dit gesprek.

ETC Op 8 oktober verscheen een nieuw, alarmerend rapport van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) over de opwarming van de aarde. Het gevoel van urgentie dat van de klimaatverandering uitgaat, is niet nieuw, maar groeit wel exponentieel. Mijnheer Latour, was dat de belangrijkste reden waarom u ervoor koos om een meer publieke rol op te nemen binnen het domein van de kunsten?

LATOUR In mijn geval waren er twee aanleidingen. Twaalf jaar geleden zag ik twee choquerende grafieken in een boek van Clive Hamilton die ecologische rampspoed voorspelden als we niet radicaal actie zouden ondernemen. Ik werd toen zo getroffen door een gevoel van urgentie dat ik besliste om mijn aandacht opnieuw op een sterke interesse van me te richten, zijnde Gaia, maar dan op een meer dramatische manier dan ervoor. Frédérique en ik verzamelden een klein team en begonnen te werken rond de enscenering van het ‘probleem’ van de klimaatverandering. Dat leidde in 2013 tot de theatervoorstelling Gaia Global Circus.

Vandaag vind je dezelfde grafieken terug in het IPCC-rapport, met dat verschil dat de curves van de rode lijnen nog scherper omhoog buigen!

AÏT-TOUATI Als wetenschapshistorica en regisseuse had ik altijd al interesse in de linken tussen theater en wetenschap. Toen Bruno me voorstelde om samen te werken, zag ik dat als een opportuniteit om de heuristische krachten van theater te exploreren. (De heuristiek wil op een methodische en systematische manier tot uitvindingen en wetenschappelijke ontdekkingen komen, red.) Vandaar kwam het idee om een theatraal onderzoek op poten te zetten met Bruno, mijn acteurs en Pierre Daubigny, de schrijver van het uiteindelijke theaterstuk Gaia Global Circus. Het vooronderzoek en het creatieproces liepen over drie jaar en omvatten veldwerk, leessessies, improvisaties en discussies met klimatologen.

LATOUR Gaandeweg ontstond er een feedbackloop tussen de theaterprojecten en mijn academische activiteiten. Voor de Gifford-lezingen (die de basis vormden van het boek Face à Gaïa, red.) moest ik heel wat leeswerk verzetten, en dat voedde het maakproces van de voorstelling. Tegelijk bleken de discussies met het team en de improvisaties van de acteurs belangrijke inspiratiebronnen voor de lezingen. Ik beschouw mezelf niet als een kunstenaar en wat ik doe zie ik niet als kunst. Desondanks spoort het werk voor een voorstelling me aan om mijn filosofische concepten te verscherpen. Het is goed mogelijk dat dit een eerder flauwe definitie van kunst is, maar de praktische artistieke activiteiten helpen me om nog half obscure, in de schaduw verborgen ideeën dichter te benaderen.

 ETC Hoe gaan jullie om met gevoelens van doem en wanhoop in jullie gezamenlijke theaterprojecten?

LATOUR We duiken in de vraag naar de bronnen van de huidige onverschilligheid ten aanzien van de catastrofe. Het lijkt wel alsof hoe steiler de curves van de rode lijnen worden, hoe minder mensen erop reageren. Hoe komt dat? Theater laat ons ook toe om de angst te verspreiden, maar dan onder een andere vorm. Ik denk niet dat Frédérique of mijn dochter Chloé, die ook meewerkte aan Gaia Global Circus, die angst echt voelden toen we eraan begonnen, maar ik ben ervan overtuigd dat dat vandaag wel zo is. Wanneer je je voorstelling toont, kun je die angst dus verspreiden, maar je hebt evengoed de kans om alternatieve gevoelens te provoceren. Zo kun je van beklemming opschuiven naar vrolijkheid. Er zijn zo veel affectieve manieren om je te verhouden tot het nieuwe klimaatregime.

Bruno Latour en regisseur Frédérique Aït-Touati

AÏT-TOUATI Van bij het begin was dit net een van onze grote vragen: hoe kunnen we omgaan met dergelijke gevoelens binnen het theater? Theater is een kunst van specifieke passies en emoties, die verschillend zijn van pakweg die in de cinema. Het is onmogelijk om de pathos van een blockbuster-rampenfilm te transponeren naar het podium. Aan de hand van een reeks kleine scènes en sketches onderzocht de voorstelling angst en wanhoop, terwijl ze met een stevige streep – zwarte – humor ook tegenwicht bood aan die gevoelens. Een van Bruno’s belangrijke referenties is het stripverhaal, waarin verschillende personages vaak heldere posities in het verhaal vertolken …

LATOUR Vooral Kuifje dan. Dat is misschien niet zo verwonderlijk, met zijn eeuwig optimistische en zoekende houding. Frédérique en ik wilden verschillende standpunten laten zien, inclusief die van de onverschilligheid, en het optimistische geloof in de redding door een technologische fix.

Reenactments en preenactments

 ETC Wat was de tweede aanleiding voor uw occasionele excursies in de kunsten, en meer specifiek in het theater?

LATOUR Ik heb een achtergrond in de geschiedenis van de wetenschap. In mijn boek over Louis Pasteur ‘(Pasteur: guerre et paix des microbes, 1984, red.) introduceerde ik de notie van theatre of proof. Wetenschappelijke bewijsvoeringen worden geënsceneerd en gedramatiseerd. Met Frédérique deel ik al lang een interesse in de dramatiek van het wetenschappelijke bedrijf.

“Wetenschappelijke bewijsvoeringen worden geënsceneerd en gedramatiseerd. Met Frédérique deel ik al lang een interesse in de dramatiek van het wetenschappelijke bedrijf.”

Er was ook een tijd waarin de wetenschap zich moest beroepen op de kracht van fictie om de omwenteling van ons begrip van de aarde te kunnen realiseren. Neem bijvoorbeeld het werk van Johannes Kepler in de 17de-eeuw – iets waar Frédérique over heeft geschreven in Contes de la lune (2011).22Aït-Touati, Frédérique. (2011). Contes de la Lune. Essai sur la fiction et la science modernes. Parijs: Gallimard. Daarna dreef de moderniteit een wig tussen de literatuur en de wetenschap, maar ik geloof dat de twee domeinen in onze tijd terug convergeren, en de expressiemogelijkheden verbreden. Het is boeiend om te zien hoe de hedendaagse poëzie, het theater, de beeldende kunsten de affecten exploreren die zijn veroorzaakt door het nieuwe klimaatregime.

AÏT-TOUATI Een tijd geleden bracht Bruno Louis Pasteur trouwens nog tot leven op het podium. Hij maakte verschillende re-enactments van wetenschappelijke lezingen en experimenten. Binnen mijn eigen onderzoek heb ik inderdaad de periode bestudeerd waarin de wetenschap, de literatuur en de kunsten diep met elkaar verstrengeld waren. Het is een van de redenen waarom ik met Bruno ben beginnen te werken: onze tijd heeft er nood aan dat deze domeinen weer samenkomen.

LATOUR De voorstelling rond Pasteur zette ik samen met mijn collega van Cambridge, de wetenschapsfilosoof en -historicus Simon Schaffer, op poten. Daarna deed ik ook nog een re-enactment van de catastrofale klimaattop die in 2009 in Kopenhagen plaatsvond. Dat project was een manier om mensen uit hun depressie weg te lokken door grondig te onderzoeken wat er fout liep, en hoe dergelijke politieke onderhandelingspraktijken zouden kunnen worden verbeterd.

ETC Reenactments zijn sterk aanwezig in het contemporaine podiumkunstenveld. In 2015 maakte u een preenactment van de COP21 in Parijs, enkele maanden voor de eigenlijke top plaatsvond.

LATOUR Inderdaad. Samen met meer dan tweehonderd studenten van overal ter wereld, en met Laurence Tubiana, die ambassadrice was van de echte COP, speculeerden we over een compleet verschillende set van regels en procedures voor de klimaatonderhandelingen. Theaterregisseur Philippe Quesne verzorgde de scenografie, het Berlijnse collectief Raumlabor ontwierp het meubilair, en Frédérique ensceneerde het één week durende experiment. MAKE IT WORK/Le théâtre des négociations draaide rond een kwestie die ik al onderzoek sinds mijn boek Politiques de la nature (1998), of misschien zelfs al sinds Nous n’avons jamais été modernes (1991): hoe kunnen we mensen laten spreken in naam van niet-menselijke entiteiten? 

De menselijke acteur uit het centrum weghalen

ETC: Vele theater en performancepraktijken zijn geïnspireerd door het werk van Bruno Latour, in hun zoektocht om op het podium de mens uit het centrum van de aandacht weg te halen, of hem of haar gewoon helemaal weg te wissen. In jullie samenwerkingen blijft de mens evenwel in het centrum van de actie, of het nu om theater, lectureperformance of een pre- of re-enactment gaat.

AÏT-TOUATI: Hoe kunnen we het theater als traditionele ‘menselijke’ kunstvorm deconstrueren? In Gaia Global Circus gebruikten we een soort luifel die boven de scène zweefde, steunend op heliumballonnen. Het idee was om een vijfde, niet-menselijke ‘actant’ (een term die Latour gebruikt om zowel menselijke als niet-menselijke entiteiten met handelingsvermogen te benoemen, red.) naast de vier acteurs te plaatsen. Het bleek niet echt een succes te zijn, want de luifel bleef een marionet die niet zelfstandig kon bewegen maar bewogen moest worden. Dit gezegd zijnde ben ik niet zeker dat het volledig verwijderen van de menselijke aanwezigheid werkelijk interessant is voor wat wij doen. Het is eerder een kwestie van combineren en verschuiven van perspectieven, om de mens en het niet-menselijke samen op scène te brengen.

Uit het decorarchief van De Munt

 LATOUR: Ons punt is niet om de mens te verwijderen, maar net om het begrip ‘mens’ uit te breiden om het niet-menselijke erin mee te nemen. Een volledige afwezigheid zou nogal belachelijk zijn. Waarom zou iemand naar het theater gaan om gewoon naar het decor te kijken? We zoeken naar een andere relatie tot scenografie door inderdaad de mens niet langer in het centrum te plaatsen, door hem of haar een beetje off-stage te positioneren. Eigenlijk is dat iets wat doorheen de hele geschiedenis van het theater loopt. De mens was nooit echt het centrum van de actie, er waren altijd andere krachten aan het werk: geloof en goden waren andere factoren die in de teksten meespeelden.

“Ons punt is niet om de mens te verwijderen, maar net om het begrip ‘mens’ uit te breiden om het niet-menselijke erin mee te nemen.”

AÏT-TOUATI: Decor is geen decor meer. In veel van Bruno’s teksten, maar ook in die van Isabelle Stengers en andere denkers die tot dezelfde filosofische familie behoren, blijft het beeld van het achterdoek, de ‘infini’, opduiken. Allen beschrijven ze hoe de achtergrond met de voorgrond versmelt en zo actief wordt. Die dynamiek staat centraal in alle theaterprojecten waaraan we werkten sinds Gaia Global Circus in 2013, en dat zal ook het geval zijn voor Galileo Redux, ons nieuwe project over Galileo en Lovelock, die samen met Lynn Margulis de Gaia-hypothese ontwikkelde.

ETC: Als we de mens uit het centrum weghalen, wat zijn dan de gevolgen voor storytelling? Net als dat andere belangrijke filosofische familielid Donna Haraway, benadrukken jullie de noodzaak om de manier waarop we vandaag verhalen vertellen, te veranderen.

LATOUR: We kunnen niet langer doen alsof we vanaf een afstand de wereld beschrijven. Dat heeft te maken met het quasifilosofische argument dat de wereld zelf een narratief is, waarvan wij deel uitmaken. Momenteel heeft deze gedachte een grote impact op de kunsten. Neem nu het laatste boek van Richard Powers, The Overstory (2018), waarin de levens van bomen een scharnierfunctie vervullen. Het boek helpt je om de manier waarop levensvormen in de wereld zijn dichter te benaderen, door hun verhalen te verbeelden en in te beelden, inclusief de verhalen van hun verstrengeling met mensen. Ik hoorde overigens onlangs dat Powers benaderd werd door iemand van Game of Thrones!

Ik ken geen enkele theatertekst die iets gelijkaardigs doet. Het zou heel interessant zijn om dit te proberen. Anderzijds, theater gaat al eeuwen om met goddelijke krachten, zeker theater van voor de splitsing van de moderniteit. Misschien moeten we de mens niet simpelweg uit het centrum halen, maar zaken die uit de definitie van de mens verdwenen zijn, er opnieuw in opnemen.

Uit het decorarchief van De Munt

ETC: In welke make ontbreekt het die andere soorten verhalen aan spannende, boeiende actie?

AÏT-TOUATI We hebben het eigenlijk vaak over verveling. De traditionele definitie van een aangrijpend verhaal impliceert een protagonist, een psychologische ontwikkeling en moreel goede en slechte acties. Toch ontdek je, wanneer je wetenschappelijke literatuur leest, dat de beschrijving van dingen en hun handelingen en impact allesbehalve saai is. We moeten ons ontdoen van de gemeenplaats dat wanneer het niet menselijk is, het niet interessant is. Denk aan de verhalen van Anna L. Tsing in The Mushroom at the End of the World (2015) over de matsutake-champignons. Dat is echt aangrijpend!

“We moeten ons ontdoen van de gemeenplaats dat wanneer het niet menselijk is, het niet interessant is. De verhalen van Anna L. Tsing over de matsutake-champignons zijn bijvoorbeeld echt aangrijpend.”

LATOUR: Met Nature’s Metropolis (1992) schreef William Cronon een absoluut fascinerende langetermijngeschiedenis van de stad Chicago. Het boek schetst hoe een plek waar er helemaal niets was, behalve een dorp van Native Americans, zich over honderden jaren technisch en economisch ontwikkelde tot een metropool. In die evolutie waren mensen – uiteraard – belangrijke actoren, maar ze waren zeker niet de enigen die de metropool Chicago gemaakt hebben tot wat hij is.

Binnenin de kritische zone

ETC: In de lectureperformance INSIDE stellen jullie dat we moeten ophouden met de aarde als een globe te zien, bekeken van buitenaf. Zelfs wanneer we in een vliegtuig zitten, bevinden we ons binnenin de kritische, fragiele stratosfeer van de aarde, en oefenen we er een invloed op uit. Dat radicaal andere perspectief vertroebelt de splitsing tussen het lokale en het globale. Wat kan dit betekenen voor de podiumkunsten, waar de spanning tussen deze twee polen ook een belangrijk onderwerp van debat is?

LATOUR: Het dualisme globaal-lokaal is een product van de globalisering zelf. Ik ben op zoek naar een andere maatstaf, bepaald door wat ik het terrestriale noem. Deze maatstaf is soort-afhankelijk: wat we globaal en lokaal noemen, zou eigenlijk herijkt moeten worden voor elke entiteit. Een walvis bijvoorbeeld: die is op zijn manier helemaal geglobaliseerd, steeds op weg tussen Noord en Zuid. De champignons waar Anna Tsing het over heeft, zijn globaal verspreide wezens, maar je vindt ze enkel op specifieke plaatsen, zoals bossen in het westen van de VS. Bacteriën zijn niet geglobaliseerd op dezelfde wijze als het internet, enzovoort. Dat geldt ook voor ons. We zijn niet lokaal in een of andere traditionele zin van het woord, zelfs al zijn er nu mensen die ernaar verlangen om lokaal te zijn op een neotraditionele manier. We moeten nieuwe maatstaven, nieuwe data vinden voor deze heel oude situatie.

AÏT-TOUATI: Tijdens INSIDE hoor je op een gegeven moment een erg luid geluid, dat je naar een bijzondere plek transporteert. Het is het geluid van de Apollo 8-capsule vanwaaruit een foto van de globe gemaakt werd – een blauwe knikker zwevend in de ruimte. Het is een buitengewoon beeld dat erg uitzonderlijk is, maar dat een buitenproportionele impact heeft op onze verbeelding van de aarde. Terwijl je om dat beeld te maken in een erg kleine en geïsoleerde plek moet zijn. Ik denk niet dat we met INSIDE een manier gevonden hebben om het publiek te laten ervaren wat het terrestriale is, maar misschien wel dat het perspectief van de globe verkeerd is.

ETC: Traditioneel noemen we de ervaring van de ontmoeting met iets wat te groot is om te vatten, iets wat angst aanjaagt en fascineert tegelijkertijd, ‘het sublieme’. Is dat nog steeds een zinvolle categorie binnen het kader van het nieuwe klimaatregime?

LATOUR: In de lecture-performance proberen we eigenlijk te tonen dat het sublieme verdwenen is, omdat we allemaal er ‘binnenin’ zitten. Er is geen buiten meer, waardoor het mogelijk zou zijn om vanaf een noodzakelijke afstand het sublieme te ervaren en contempleren. Het gevoel van grootsheid veroorzaakt door het verschil in schaal tussen jezelf en datgene wat je ziet, de immensiteit van de tornado of vulkaan die je ontmoet, is verdwenen. Omdat we ons nu op dezelfde schaal bevinden als de vulkaan of de tornado. Hoewel, er is tegenwoordig ook zoiets als het ‘donkere, neosublieme’. Een fundamenteel pervers genot in de omvang van de ramp. Het sublieme is vervangen door een soort pornografie van de catastrofe. Ik denk dan aan het soort gruwelijk ecotheater dat het publiek wil confronteren met de milieucatastrofe, geschreven en vormgegeven door mensen die geen kennis en interesse in wetenschap hebben. Op een holle, abstracte manier evoceren ze grenzeloze krachten. In de beeldende kunst zie je vaak de onmetelijkheid van bijvoorbeeld stortplaatsen of olievelden. Je ziet het ook in veel eco-ideologische propaganda. Ik vergelijk het met een type boeken dat zich op perverse wijze verdiept in nazidokters. Daar schuilt een vorm van inschikkelijkheid in, waarbij je je goed voelt bij de catastrofe. En dat heeft absoluut geen politiek effect wanneer het erop aankomt het bewustzijn te verhogen.

“Het sublieme is vervangen door een soort pornografie van de catastrofe. Ik denk dan aan het soort gruwelijk ecotheater dat het publiek wil confronteren met de milieucatastrofe.”

AÏT-TOUATI: Met horrortechnieken sterke gevoelens opwekken, maakt een werk nog niet politiek.

LATOUR: Misschien kan iemand als James Lovelock, nu hij bijna honderd jaar oud is, een ervaring van het sublieme hebben. Zijn lange levensduur zou een afstand kunnen creëren die het voor hem mogelijk maakt om te zeggen: kijk hoe deze grootse beschaving zichzelf te gronde heeft gericht… Het blijft een interessante vraag voor de kunstgeschiedenis. We weten ongeveer wanneer in de geschiedenis het sublieme op het toneel verscheen, maar zouden we ook de huidige verdwijning van het sublieme, veroorzaakt door het ecologische vraagstuk, kunnen bestuderen?

ETC: Mijnheer Latour, in uw laatste boek Où atterrir? verwijst u naar de architectuur van het theater wanneer u het heeft over er binnenin in plaats van erbuiten zijn. U vermeldt dat we het kader en de coulissen van het theater mee in rekening moeten nemen. Er is natuurlijk nog de splitsing tussen het publiek en de scène, de hele theatermachinerie… Hoe brengen we het perspectief van ‘binnenin’ naar het eigenlijke theater?

LATOUR: De geschiedenis en architectuur van het theater zijn sterk beïnvloed door een ‘speculair kijkregime’, een blik die spiegelend werkt: de scène is een spiegel voor het publiek. Nochtans vereist het niet erg veel wijzigingen in de hele architectuur om een andere lezing te suggereren. We zijn niet geobsedeerd door het idee dat je buiten het theater moet gaan en op de straathoeken moet spelen, of in plekken waar je minder gecodeerde vormen en opgelegde perspectieven hebt. Zodra die kritiek over het opdringen van een bepaald perspectief gemaakt is, in de doos die we het theater noemen, vinden we onszelf vreemd genoeg en op een krachtige manier, er binnenin.

gesprek
Leestijd 12 — 15 minuten

Kristof van Baarle & Sébastien Hendrickx

Kristof van Baarle & Sébastien Hendrickx zijn lid van de kleine redactie van Etcetera.

gesprek