Tekening: Gerard Herman

Tekening: Gerard Herman

Dirk Pauwels

Leestijd 4 — 7 minuten

‘De weg is niet ten einde als het doel ontploft’ (Heiner Müller)

Er staat een groot gebouw in het midden van de stad. Een gebouw bedacht om in te spelen, om in te tonen. Bestaan er voor de mensen veel schonere dingen dan dat? Het zou goed zijn dat de Gentse schouwburg van NTGent weer een vuurtoren wordt, en niet zozeer een broeinest van de meest uiteenlopende kunstenaars en initiatieven. Dit is dan ook een pleidooi vóór schotten. Dit artikel maakt deel uit van de reeks ‘Quo vadis, NTGent’, waarin negen uiteenlopende stemmen hun voorstel voor het Gentse stadstheater delen. 

Het bestaansrecht van een stadsschouwburg staat als een paal boven water. Wie durft immers te raken aan het bestaan van zo’n verankerd bastion? Toch is die verzekerde status een dubbeltje op zijn kant: de vanzelfsprekende continuïteit kan leiden tot wat we het ‘zandbakcomplex’ zouden kunnen noemen. De schouwburg kan een plek worden waar men zich vrij en blij kan uitleven in verregaande dromen en creatieve erupties, met symptomen van hoogmoed als mogelijk gevolg, of blindheid voor de essentie van de missie.

Om deze diagnose te ontlopen, is de enige remedie dat de wie’s even plaatsmaken voor de wat’s, dat instralen even prioriteit krijgt op uitstralen, dat de grote woorden die men zo graag uitspreekt even niet over de lippen geraken, en dat de interne dialoog voorrang krijgt op de externe communicatie.Kortom: dat men zichzelf in vraag durft te stellen, zonder dat verworven rechten, status, posities of intriges de spelregels bepalen.

Geen broeinest, maar een vuurtoren

De interessantste oefening voor de toekomst zou kunnen zijn: gebruik maken van de huishoudelijke crisis die de Gentse schouwburg doormaakt, om haar werkelijke noodzaak binnen een stedelijke omgeving fundamenteel te herzien. Dat klinkt eenvoudiger dan het lijkt, want zo’n manoeuvre vraagt moed en inzicht. Moed om verder te denken dan wat expertise, geschiedenis en verworvenheid hebben teweeggebracht. En inzicht om je unieke plek te herwinnen en opnieuw te funderen binnen het ‘van alles’ dat het stedelijke artistieke netwerk de voorbij decennia teweegbracht.

Deze schouwburg hoeft zich aan niemand te spiegelen. Ze moet wél (en opnieuw) op weg gaan naar een eigen fris verhaal, dat zich onderscheidt van alle andere artistieke vertellingen die zich in het podiumlandschap hebben gesetteld. Dat zou pas een uitdagende gedachte zijn: het verhaal durven (her)maken, en zich dus durven (her)positioneren binnen het kleine stedelijk netwerk.

Het zal zeker behoudend klinken, maar zoals ik het aanvoel, zou het goed zijn dat NTGent (terug) een vuurtoren wordt, centraal gepositioneerd. En dus niet de aanleghaven waar de meest uiteenlopende creatieve stedelijke en interstedelijke initiatieven kunnen aanmeren. Geen Open Huis waar alles kan en alles mogelijk is, geen afspiegeling van waar kunstencentra zo goed in zijn, namelijk het samenbrengen, nestelen, combineren van kunstenaars binnen de meest uiteenlopen initiatieven. Hoe verleidelijk het ook mag zijn om een broeinest te (mogen) worden, toch zou de opdracht van een stedelijke schouwburg zich juist niet daar mogen situeren.

Weer wat schotjes plaatsen

In een landschap waar zoveel schotten gesloopt werden, waar iedereen zo op elkaar is gaan lijken, waar ‘ontwikkeling’ het credo is geworden, waar zoveel soorten, lagen en creatieve niveaus tot macramé zijn geworden, waar het jargon zich heeft teruggeplooid tot de bekende en zich steeds herhalende maatschappelijk items, zou ik, met gevaar neer geknuppeld te worden, durven stellen dat het wel eens interessant zou kunnen zijn om – met de nodige kennis van zaken – weer wat schotjes te plaatsen. Lijn de eigen opdracht weer strikter af, laat de essentie alleen de essentie zijn, benoem die zo klaar en duidelijk mogelijk en breng ze in praktijk binnen een strikt artistiek kader.

Ik besef dat deze suggestie ingaat tegen de tijdsgeest waar netwerking de norm is geworden. Maar als het erop aankomt een werkelijke opdracht te bedenken voor wat een Stadsschouwburg zou moeten/kunnen zijn, dan ligt er – naast de eigenlijke artistieke doelstelling om spannende voorstellingen tot stand te brengen – een heel interessant braakterrein klaar, waarop een stadsschouwburg van grote betekenis zou kunnen zijn, en misschien wel zou moeten zijn.

Laat deze schouwburg een ‘generatieloze’ biotoop worden: geen besloten bastion voor vaste betrekkingen waar kunstenaars op hun troon worden gemodelleerd, wel een open omgeving  waar in– en doorstromen een vanzelfsprekende werkwijze wordt. In Vlaanderen bestaat geen enkele visie op doorstromen. Te veel structuren laten zich omringen door de eigen poulains die er graag hun entree maken, maar die niet graag, en niet snel genoeg, de keet weer verlaten. Een stadsschouwburg zou daar een cruciale rol in kunnen spelen: een vuurtoren worden van waaruit stedelijke collegiale interactie verder reikt dan de bekende, logische en voor de hand liggende co-productionele/coöperatieve samenwerking rond de diverse projecten van het soort kunstenaars dat iedereen graag binnen zijn muren koestert.

Doorstromen is ook weer loslaten

‘Doorstromen’ is het tegenovergestelde van ‘vastkoeken’: het verbreedt de waaier aan artistieke toepassingen en ontwikkelt onverwachte vormen van dialoog met zowel andere kunsthuizen als met – misschien nog noodzakelijker – de thuisloze autonome talentvolle kunstenaars. Zonder dat het een duiventil hoeft te worden, zorgt dit doorstromingsmodel voor regelmatige verschuivingen van mensen en ideeën. Doorstromen is geen eenrichtingsverkeer, maar een beweging die van boven naar onder en vice versa nieuwe vormen van samenwerking genereert. Het is iets anders dan samen ‘dingen’ doen. Het vergt moed om los te laten en door te geven, en geeft energie om aan te trekken. Het geeft aan kunstenaars de kans en de mogelijkheid om elders en anders de batterijen te gaan opladen. Kortom, het zou een rijker netwerk creëren dan alleen maar via productionele samenwerking.

Deze gedachte zal zeker niet door iedereen geapprecieerd worden, maar maakt alleen maar kans op ontplooiing als een stadsschouwburg er de cruciale rol in speelt, en dit dus incalculeert in zijn artistieke plan!

En het is niet omdat nu ook de prille en jonge generatie aan de poort komt kloppen, dat zij vanzelf de deur opent voor de werkelijke vernieuwende visie. Laat deze nieuwkomers eerst nog maar even hun opwachting maken bij de kunstencentra. Daar weten ze hoe dat moet, daar neemt de doorstroming haar begin!

Tekening: Gerard Herman.                                                                                                          

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

opinie
Leestijd 4 — 7 minuten

#147

15.12.2016

14.03.2017

Dirk Pauwels

Dirk Pauwels is een Belgisch theatermaker -en producent. Van 2008 tot 2011 was hij artistiek directeur van CAMPO.